Tijd voor een ICD-controle? Blijf lekker thuis!

Een ICD-update a day keeps het ziekenhuis away. Dankzij telemonitoring kunnen ICD-dragers op afstand in de gaten gehouden worden, zonder dat ze daarvoor een specialist hoeven te zien. En dat is in meerdere opzichten een groot voordeel, vindt cardioloog Alexander Maass van het UMCG.

Voor iedereen die een ICD draagt, is het noodzakelijk om eens in de zoveel tijd gecontroleerd te worden. Dat is een feit. Het functioneren van de ICD moet beoordeeld worden, er moet gecheckt worden of de batterij het nog goed doet en het geheugen van het apparaatje moet worden uitgelezen om te kijken of er een hartritmestoornis of zelfs een hartstilstand heeft plaatsgevonden. Zo’n controle in het ziekenhuis vindt eens in de zes maanden plaats, en indien nodig bezoekt een patiënt bij incidenten nog vaker zijn of haar behandeld arts of een laborant die een ICD-controle uitvoert.

----

Als lid van Hartpatiënten Nederland heeft u onbeperkte toegang tot alle Premium-artikelen op hartpatienten.nl. Het enige wat u hiervoor hoeft te doen is inloggen op uw profiel. Het zijn artikelen waar we trots op zijn en die we graag met u als trouwe lezer delen.

LUMC introduceert ICU-recover Box: thuismonitoring voor ex-IC-patiënten

Na een Box voor het op afstand monitoren van hart- en coronapatiënten, is daar nu de ICU-Recover Box voor ex-IC-patiënten in het LUMC. The Box is een pakket met verschillende meetapparaten. Zo kunnen mensen thuis hun bloeddruk meten, een hartfilmpje maken en digitaal met hun behandeld arts of verpleegkundig specialist spreken. Doordat er meer metingen beschikbaar zijn en de patiënt beter in contact staat met de arts, wordt er eerder de juiste behandeling gegeven.

Steeds meer mensen kunnen van deze ‘Boxen’ gebruikmaken. Het inzetten van thuismeetapparatuur voor patiënten is een relatief nieuw concept, waarin het LUMC vooroploopt. Het is het eerste ziekenhuis dat de ICU-Recover Box inzet als pilot om patiënten beter te kunnen monitoren na hun verblijf op de Intensive Care (IC). Uit onderzoek blijkt namelijk dat 40% van de ex-IC-patiënten binnen een jaar wordt heropgenomen. Een steekproef binnen het LUMC toonde dezelfde resultaten. Zo brengt 25% van de patiënten een bezoek aan de SEH en heeft 30% een ongeplande opname binnen een jaar na ontslag. Om dat aantal terug te dringen, kan vroege herkenning van achteruitgang via thuismonitoring cruciaal zijn.

Herstelpatronen

Intensivisten Sesmu Arbous en Tina van Hemel hebben daarom samen met Janno Schouten, master student Technische Geneeskunde, de ICU-Recover Box ontwikkeld. “IC-patiënten zijn de ziekste patiënten in het ziekenhuis. Na ontslag komen zij niet standaard ter controle bij de intensivist voor bijvoorbeeld post-IC gerelateerde klachten”, vertelt Arbous. “Terwijl het Post IC Syndrooom, PICS, met fysieke, mentale en cognitieve klachten, veel voorkomt en de kwaliteit van leven van deze patiënten vermindert. Daarnaast kan een deel van de heropnames voorkomen worden als wij via thuismonitoring herstelpatronen leren kennen, eerder oppikken dat het niet goed gaat met de patiënt en dus sneller kunnen ingrijpen.” Ook Van Hemel is zeer te spreken over de nieuwe Box: “Deze studie gaat ons veel meer inzicht geven op de langere termijn over het leven van IC-patiënten.”

Afwijkende meting

De komende drie maanden wordt de nieuwe Box getest door 15 ex-IC-patiënten. In de Box zit apparatuur van Withings, zoals een bloeddrukband, weegschaal en smartwatch. Deze worden allemaal verbonden met een mobiele app waarop alle metingen worden verzameld. De gegevens zijn ook zichtbaar voor de arts. Daarnaast worden patiënten drie maanden lang, elke vier weken gebeld en wordt via een korte vragenlijst naar hun fysieke, mentale en cognitieve gesteldheid gevraagd. Naast deze standaardprocedure kunnen patiënten tijdens de studie 24 uur per dag contact opnemen met een van de betrokken intensivisten, als zij bijvoorbeeld vragen hebben over een afwijkende meting.

Levensreddend

Het drietal werkt voor de ICU-Recover Box nauw samen met de afdelingen Hartziekten en Revalidatiegeneeskunde. Het uiteindelijke doel van het project is thuismonitoring voor elke ex-IC patiënt. Ook voor andere patiëntgroepen stelt het LUMC een Box beschikbaar. Zo is er een Box voor coronapatiënten en patiënten die een hartaanval of beroerte hebben gehad. De ervaring met deze Boxen leert dat regelmatige monitoring leidt tot tijdig ziekenhuisbezoek en zelfs levens kan redden. Ook is aangetoond dat de gezondheid van hartpatiënten met de Box net zo goed in de gaten wordt gehouden als tijdens traditionele polikliniekbezoeken. En patiënten zelf zijn ook enthousiast, zo’n 90% is tevreden met de Box.

The COVID-Box

Ook tijdens de coronacrisis ontstond er een nieuwe Box. Eentje die besmette LUMC-patiënten thuis kon monitoren. Met de zogenoemde COVID-Box konden patiënten zo veel mogelijk thuis herstellen en behielden artsen intensieve monitoring van de symptomen. In de COVID-Box vonden patiënten een digitale thermometer, een bloeddrukmeter en een zuurstofsaturatiemeter. De Box zorgde ervoor dat er ruimte was in het ziekenhuis voor de ernstig zieke patiënten.

Stroke-Box

Voor patiënten met een beroerte bestaat er ook een Box, de Stroke Box. Patiënten meten hiermee zelf hun bloeddruk, kunnen mogelijke hartritmestoornissen eerder detecteren en hun leefstijl verbeteren. De initiatiefnemers van de Stroke Box hopen dat het zelf meten van bloeddruk en hartritme door de patiënt leidt tot meer bewustwording van de gezondheid, en daarmee tot een gezondere leefstijl. Ook de huisarts heeft door de Stroke Box meer zicht op de patiënt waardoor eventuele behandelaanpassingen nauwkeurig worden gemaakt.

De ICU-Recover Box is in nauwe samenwerking met de afdelingen Hartziekten (Douwe Atsma) en Revalidatiegeneeskunde (Sven Schiemanck, Jurriaan de Groot en Marjon Stijntjes) opgezet.

Bron: www.lumc.nl

Maximaal 10 uur per dag eten heeft gunstig effect op glucosespiegel suikerpatiënten

Time-restricted Eating (TRE), ook wel bekend als een vorm van intermittent fasting, is een nieuwe strategie om de schadelijke effecten van het de hele dag door eten tegen te gaan. Recept: de periode van voedselinname beperken en een regelmatige cyclus aanhouden van eten overdag en langdurig vasten in de avond en nacht. Uit recent onderzoek van Patrick Schrauwen en Charlotte Andriessen (allebei verbonden aan de Universiteit Maastricht) blijkt nu dat volwassenen met diabetes type 2 inderdaad gebaat zijn bij een maximale voedselinnameperiode van 10 uur per dag, in elk geval als het gaat om het omlaag krijgen van hun bloedsuikerspiegel. De studieresultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Diabetologia.

Studie

De onderzoekers rekruteerden voor deze studie 14 personen met diabetes type 2, in de leeftijd van 50 tot 75 jaar (7 mannen, 7 vrouwen, gemiddelde leeftijd 67,5 jaar) en body mass index (BMI) ≥ 25 kg/m2. De studie bestond uit twee interventieperiodes van 3 weken: TRE en controle (CON), steeds gescheiden door een periode van minimaal 4 weken. Het lichaamsgewicht van de vrijwilligers werd aan het begin van elke interventie gemeten en de deelnemers werden ook uitgerust met een continu glucosemonitoring (CGM) apparaat, dat elke 15 minuten de bloedsuikerspiegel meet. Vrijwilligers werden geacht hun normale slaappatroon en fysieke activiteit aan te houden en ook hun voedselinname niet te veranderen tijdens het onderzoek. Aan het eind van elke onderzoeksperiode kwamen deelnemers naar de universiteit om onder meer hun insulinegevoeligheid, suikervoorraad in de lever en stofwisseling te meten. Hoogleraar Patrick Schrauwen: “We vonden dat de bloedsuiker, gemeten over meerdere dagen van 24 uur, consistent verlaagd werd door TRE, en vooral ’s nachts ook een stuk lager was”

Dieet

Tijdens TRE kregen deelnemers de instructie om hun normale dieet binnen een periode van 10 uur overdag te consumeren en om na 18.00 uur niks meer te eten of te drinken (uitgezonderd water, gewone thee of zwarte koffie). Tijdens CON waren vrijwilligers alleen verplicht om hun normale voedselinname over ten minste 14 uur te spreiden, zonder verdere beperkingen. “Onze studie laat zien dat TRE een veilige en haalbare manier is om de suikerspiegel in volwassenen met type 2 diabetes te verbeteren”, aldus

onderzoekster Charlotte Andriessen. “Ons onderzoek liet geen veranderingen zien op het gebied van de insulinegevoeligheid, de mitochondriële functie of de stofwisseling. Er zijn daarom meer en langere studies nodig om te onderzoeken hoe de bloedsuiker exact verlaagd wordt en of er op langere termijn ook nog andere gunstige gezondheidseffecten optreden.”

Bron: Maastrichtuniversity.nl

Begeleiding op afstand voor hartpatiënten voor en na een ingreep

Hoe gezonder je bent voor een geplande hartoperatie, hoe groter je kansen op een vlot herstel na afloop. Sinds twee jaar doet het Maastricht UMC+ onderzoek naar de beste manier om patiënten vóór en na een ingreep te ondersteunen. Cardioloog Bart Scheenstra leidt de studie en sprak zelf alle driehonderd patiënten die meedoen met het onderzoek, inclusief Marcel Hougardy uit Geleen. Hij kreeg in september 2020 een nieuwe hartklep.

Zowel de vader als de broer van Marcel Hougardy (59) overleed op 59-jarige leeftijd aan hart- en vaatziekten. “Dit is dus een belangrijk levensjaar voor mij”, zegt hij. Eind 2019 hoorde zijn vrouw een knarsend geluid toen ze naast hem op de bank zat. “Dat bleek een versleten hartklep te zijn. We hebben drie honden, maar ik kon op een gegeven moment niet meer lopen naar het einde van de straat zonder bekaf te zijn.” Eigenlijk zou hij al eerder in 2020 geopereerd worden, maar door corona werd dat een aantal keren uitgesteld. Tot 14 september dat jaar stond hij op de wachtlijst.

Hulp op maat

Hougardy deed mee aan het promotieonderzoek van cardioloog Bart Scheenstra, waarbij een deel van de mensen met een geplande hartoperatie werd geholpen, als dat nodig was, met stoppen met roken, een gezonder gewicht, betere conditie en longtraining, om fit te zijn voor de beademing tijdens en na de operatie. “Daarnaast houden we in de gaten hoe het met mensen op de wachtlijst gaat door ze regelmatig vragenlijsten te laten invullen, bieden we ze indien nodig gesprekken met een psycholoog aan en krijgen ze filmpjes met informatie over de ingreep, de afdeling en meer. Alles is digitaal, in een online omgeving voor hen te vinden.”

Voor- en nadelen

Dat laatste is enerzijds de kracht van het project, want het is laagdrempelig en zeker in tijden van corona deden mensen makkelijker dingen online.  “Drie jaar geleden was videobellen met een patiënt echt nog onmogelijk, terwijl we daar nu veel meer aan gewend zijn”, aldus Scheenstra. “Maar anderzijds kunnen ook veel mensen niet meedoen aan dit project, omdat ze niet vaardig genoeg zijn met een computer, geen internet hebben, of de taal niet goed spreken.” Desondanks zijn er inmiddels driehonderd patiënten die meedoen aan de studie, toepasselijk ‘Prehab’ genaamd. Begin 2024 hoopt Scheenstra de resultaten te hebben: herstellen mensen die gebruik maakten van de online modules inderdaad beter dan degenen die niet op deze manier werden begeleid? “We zien wel al dat de bereidheid van mensen heel groot is om voor de ingreep te investeren in hun gezondheid. En we zijn in het ziekenhuis zo positief over deze vorm van zorg aanbieden, dat we dit sowieso standaard gaan doen voor alle patiënten.”

Zinvolle gesprekken

Marcel Hougardy is prima hersteld na zijn operatie. “Mijn vrouw luistert regelmatig en hoort geen geluidje meer als ze naast me zit”, lacht hij. “Ik heb de hele zorg, maar ook de thuisbegeleiding als heel prettig ervaren. Het was zeker in coronatijd, als je toch voorzichtig was met het ontmoeten van mensen of naar het ziekenhuis gaan, een manier om je toch begeleid te voelen. Of het bijgedragen heeft aan mijn herstel kun je natuurlijk moeilijk zeggen: je doet wat je denkt dat goed is. Ik vond vooral de gesprekken met de psycholoog erg zinvol, want er komt toch heel wat op je af met zo’n operatie. Positief blijven, dat is de kunst.”

Bron: www.mumc.nl

Vanaf nu definitief onderdeel van zorgaanbod: via app hartritme meten en analyseren

Zorgverzekeraar VGZ en het Maastricht UMC+ hebben afspraken gemaakt over de vergoeding van het meten en analyseren van hartritmestoornissen op afstand. Daarmee is nu ‘TeleCheck-AF’, waarmee hartritme op afstand gemeten en geanalyseerd wordt, definitief onderdeel van de zorg voor patiënten met hartritmestoornissen. Een belangrijke stap in de toepassing en bekostiging van digitale zorg.

Digitale zorg ontwikkelt zich in grote vaart, mede versneld door de coronacrisis, die medici dwingt om hun patiënten meer op afstand te behandelen. Tot op heden bleef de toepassing van methodes voor zorg op afstand echter overwegend experimenteel, deel van onderzoeksprojecten en zonder structurele afspraken over vergoeding door zorgverzekeraars.

Facultatieve prestatie

Voor ‘TeleCheck-AF’, met behulp van een app hartritme meten rondom een teleconsult, is nu wél een afspraak gemaakt over vergoeding. Zorgverzekeraar VGZ en het Maastricht UMC+ zijn namelijk akkoord over een zogenaamde facultatieve prestatie. Dit is een lokale afspraak tussen ziekenhuis en zorgverzekeraar over de vergoeding van deze zorg. De NZa heeft deze afspraak gehonoreerd (zie beschikking) waardoor andere ziekenhuizen, net als het MUMC+, ook eenvoudig afspraken kunnen maken met de zorgverzekeraar(s) over deze vorm van digitale zorg.

TeleCheck-AF

Sinds april 2020 hebben de cardiologen in het MUMC+ TeleCheck-AF ontwikkeld. Inmiddels wordt deze vernieuwende aanpak standaard toegepast om het hartritme te monitoren van patiënten met atriumfibrilleren en andere supraventriculaire hartritmestoornissen. Met een smartphone-app kunnen de patiënten zelf een meting van het hartritme uitvoeren. De gegevens komen bij hun cardioloog terecht, die ze beoordeelt en op afstand een behandeladvies geeft. Dat kan via een teleconsult (telefonisch of beeldbellen) plaatsvinden, waardoor een ziekenhuisbezoek niet meer nodig is. Lees bijvoorbeeld het verhaal van patiënt August van Wilgenburg (59).

Meer gemak voor patiënt

Tot nu toe maakten ongeveer 1400 patiënten van het MUMC+ gebruik TeleCheck-AF, met de app Fibricheck. Hierdoor nam het aantal ECG’s en holteronderzoeken per zorgtraject substantieel af en kwamen teleconsulten in de plaats van fysieke afspraken in het ziekenhuis. Dit betekent een besparing van kosten en tijd. Ook levert het door minder CO2-uitstoot een bijdrage aan de duurzaamheid van de zorg. Belangrijker is dat dit voor veel patiënten meer gemak betekent, omdat ze niet of in ieder geval minder vaak naar het ziekenhuis hoeven te reizen en eenvoudig met hun behandelaar kunnen communiceren.

Van experiment naar standaard aanbod

Dominik Linz, cardioloog in het Maastricht UMC+: ‘De ontwikkeling en toepassing van TeleCheck-AF is het grootste project op het gebied van digitale zorg in de coronacrisis in Europa. Op dit moment doen 41 centra – met meer dan 4000 patiënten mee – en gebruiken daarvoor de app Fibricheck. Het MUMC+ is initiatiefnemer en kartrekker, maar nu ook het eerste ziekenhuis van Europa dat definitieve afspraken heeft over de financiering, met dank aan de goede en nauwe samenwerking met VGZ. Ik ben ontzettend blij dat zorg op afstand daardoor geen experiment meer is, maar écht onderdeel is geworden van ons werk. Dat kan ook niet anders, want ik merk dagelijks dat patiënten er behoefte aan hebben. Ik hoop dat andere ziekenhuizen in Nederland en heel Europa snel zullen volgen.’

Potentiële besparing: €24 miljoen

Landelijk zijn er circa 142.000 patiënten die jaarlijks een cardioloog bezoeken en in aanmerking komen voor het gebruik van TeleCheck-AF. Als alle andere ziekenhuizen TeleCheck-AF toepassen is een besparing van circa €24 miljoen aan zorgkosten mogelijk, zo becijferden het MUMC+ en VGZ. Nils van Herpen, Innovatiemanager Zorg bij VGZ: ‘De door MUMC+ ontwikkelde werkwijze is een heel mooi voorbeeld van digitale zinnige zorg en zien we daarom ook als een “good practice”. Door deze stap en dankzij de nauwe samenwerking van MUMC+ en VGZ kan de werkwijze verder opgeschaald worden naar andere ziekenhuizen en kunnen in de nabije toekomst nog meer van onze leden gebruik maken van deze innovatieve zorg.’

Bron: Maastricht UMC+

Virtuele assistente “Yara”

Hartpatiënten Nederland werkt momenteel hard aan de doorontwikkeling van virtuele assistent Yara. Deze ‘medewerker’ helpt hartpatiënten wegwijs te worden in de wereld van de cardiologie. Graag vertellen wij iets meer over Yara, die 24/7 bereikbaar is.

We zien dat Yara inmiddels steeds beter wordt. Ze kan vaak antwoorden op prangende vragen, en kan daardoor van toegevoegde waarde zijn voor u.

Yara wordt steeds slimmer. De virtuele assistente leert doorlopend bij en kan op steeds meer vragen een antwoord geven. Mocht Yara een vraag niet kunnen beantwoorden, wordt deze doorgespeeld naar collega’s. Later wordt de virtuele assistente dan weer geüpdate met die informatie.

Yara is beschikbaar op onze website. Voor leden is Yara uitgebreider. Zo is het onder andere mogelijk om een gratis consult in te plannen via Yara. Er wordt dan een afspraak gemaakt voor een persoonlijk gesprek via beeldbellen met een medewerker van Hartpatiënten Nederland. Zo kun je zien met wie je te maken hebt.

Dat Yara steeds slimmer wordt, danken wij aan de gebruikers. Op die manier kunnen we steeds meer betekenen voor hartpatiënten en hun naasten.

ICD drager? iPhone 12 niet in je borstzak

Als je hartpatiënt bent en een ICD (Implanteerbare Cardioverter Defibrillator) draagt, kun je maar beter een iPhone 12 uit je buurt houden. Daarvoor waarschuwt Apple op haar site. De ICD’s kunnen namelijk verstoord raken door de magneten die in de iPhone 12 verwerkt zijn. Mirjam (39) draagt een ICD, zij moet bij meerdere apparaten opletten.

De nieuwe iPhone en de daarbij behorende accessoires die draadloos opgeladen kunnen worden, bevatten magneten die de werking van een interne defibrillator kunnen verstoren. Dat geldt voor meerdere apparaten weet Mirjam Hoekjen, ze draagt al zeven jaar een ICD. “Als je een magneet op je ICD plaatst, dan geeft hij automatisch een alarmsignaal af. Dat is een beschermingsmechanisme”, zegt ze tegen EditieNL.

Lees verder op www.rtlnieuws.nl

Vitamine D

In de media verschijnen steeds meer verhalen over de rol van vitamine D in de strijd tegen corona. Zo roepen experts de bevolking op om deze te gaan slikken.

 

Zo zou je volgens diverse deskundigen door het slikken van vitamine D een hogere weerstand krijgen waardoor je minder kans loopt om corona te krijgen. En als je onverhoopt toch besmet raakt, dan zou de ziekte weleens minder heftig kunnen verlopen.

 

Hoogleraar immunologie Huub Savelkoul legt aan de hand van 5 vragen uit waarom het een goed idee is om extra vitamine D te nemen.

 

Vraagt u zich bijvoorbeeld af of u echt vitamine D moet gaan slikken en of het beschermt tegen een COVID infectie? Of dat er wetenschappelijk bewijs voor is en of het slikken ervan eventueel nadelen heeft? Op die vragen krijgt u allemaal antwoord: https://www.wur.nl/nl/nieuws-wur/Show/5-vragen-over-de-invloed-van-vitamine-D-op-corona.htm

Voor meer artikelen klik hier

Niet zout, maar suiker is de boosdoener

Internist Yvo Sijpkens (59) deelt verrassende nieuwe inzichten. Al tijden wordt namelijk gedacht dat zout slecht voor ons is, maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn.

Zout is een essentieel mineraal. Het is opgebouwd uit natrium en chloride en zit in hoge concentratie in ons lichaam. “Zout is nodig voor het handhaven van ons bloedvolume en van groot belang voor het zuurstoftransport”, vertelt Yvo. “De nieren zijn in ieder geval zo geschapen dat ze zout goed kunnen reguleren. Dat betekent dat als er een zouttekort is of dreigt, en het bloedvolume lager wordt, de  nieren een systeem hebben dat ervoor zorgt dat zout wordt vastgehouden. Bij een hoge zoutinname ontstaat een hoog bloedvolume. Er wordt dan een hormoon aangemaakt door het hart, dat ervoor zorgt dat dat zout weer wordt uitgescheiden via de nieren. Als de nieren goed werken, wordt de hoeveelheid zout keurig op niveau gehouden en kun je vrij veel zout in je voeding gebruiken zonder dat je bloeddruk omhooggaat.”

----

Als lid van Hartpatiënten Nederland heeft u onbeperkte toegang tot alle Premium-artikelen op hartpatienten.nl. Het enige wat u hiervoor hoeft te doen is inloggen op uw profiel. Het zijn artikelen waar we trots op zijn en die we graag met u als trouwe lezer delen.

Bloedverdunner zonder controle

Mijn 87-jarige moeder woont in een verzorgingshuis. Ze heeft onder andere last van de hartritmestoornis atriumfibrilleren. Ze wordt elke twee weken geprikt door de trombosedienst om de dikte van het bloed te testen. Dit vraagt nogal wat van het zorgpersoneel, want ze snapt het niet meer goed. Nu heb ik gehoord dat er ook manieren zijn om het bloed dunner te maken die geen controle nodig hebben? Ik heb namelijk ook nogal wat zorgen over mogelijke coronabesmetting bij haar.


Om te beginnen zijn de zorgen over besmetting zeer terecht. In een situatie waarin veel besmettingen kunnen optreden en bewoners cognitief niet sterk zijn, is het heel moeilijk om goede

sociale en persoonlijk hygiëne toe te passen. Hier helpt ook niet mee dat we in Nederland niet in staat lijken om ons zorgpersoneel voldoende te beschermen.

Terug naar het probleem van ontstolling bij atriumfibrilleren. Atriumfibrilleren, ook wel boezemfibrilleren genoemd, is een ritmestoornis die veel voorkomt bij ouderen. Bij atriumfibrilleren

ontstaat een chaotisch en snel ritme in de boezems van het hart, die dan niet mee samenknijpen. Daardoor staat het bloed stil in de boezems en kan gemakkelijk stollen. Wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat ongeveer 20% van alle beroertes in de samenleving ontstaan door atriumfibrilleren. Voor Nederland betekent dit dat er van de 40.000 beroertes per jaar, maar liefst 8000 ontstaan door atriumfibrilleren. Bij op tijd en goed behandelen, door ontstollende medicatie te

geven, kun je het grootste deel hiervan voorkomen. Voor de ontstolling, het dunner maken van het bloed, hebben we decennialang gewerkt met acenocoumarol. Alleen de bandbreedte waarin het veilig en effectief werkt, is maar smal. Daarom moet de dikte van het bloed vaak worden gecontroleerd. Echter, sinds een aantal jaren zijn er slimmere middelen voor ontstolling, de zogeheten directe orale anticoagulantia, of DOAC’s. Deze grijpen rechtstreeks aan in de stolling, en bij gebruik van deze middelen hoef je het bloed niet te controleren op het effect. Daarbovenop lijken deze middelen ook nog eens veiliger en effectiever te zijn bij rechtstreekse vergelijking met acenocoumarol. Ze lijken daarmee zowel voor uw moeder als het verzorgingstehuis een veel betere optie.

Uit De Telegraaf, 14-05-2020

Voor meer artikelen over o.a medicijnen en aandoeningen klik hier