Maximaal 10 uur per dag eten heeft gunstig effect op glucosespiegel suikerpatiënten

Time-restricted Eating (TRE), ook wel bekend als een vorm van intermittent fasting, is een nieuwe strategie om de schadelijke effecten van het de hele dag door eten tegen te gaan. Recept: de periode van voedselinname beperken en een regelmatige cyclus aanhouden van eten overdag en langdurig vasten in de avond en nacht. Uit recent onderzoek van Patrick Schrauwen en Charlotte Andriessen (allebei verbonden aan de Universiteit Maastricht) blijkt nu dat volwassenen met diabetes type 2 inderdaad gebaat zijn bij een maximale voedselinnameperiode van 10 uur per dag, in elk geval als het gaat om het omlaag krijgen van hun bloedsuikerspiegel. De studieresultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Diabetologia.

Studie

De onderzoekers rekruteerden voor deze studie 14 personen met diabetes type 2, in de leeftijd van 50 tot 75 jaar (7 mannen, 7 vrouwen, gemiddelde leeftijd 67,5 jaar) en body mass index (BMI) ≥ 25 kg/m2. De studie bestond uit twee interventieperiodes van 3 weken: TRE en controle (CON), steeds gescheiden door een periode van minimaal 4 weken. Het lichaamsgewicht van de vrijwilligers werd aan het begin van elke interventie gemeten en de deelnemers werden ook uitgerust met een continu glucosemonitoring (CGM) apparaat, dat elke 15 minuten de bloedsuikerspiegel meet. Vrijwilligers werden geacht hun normale slaappatroon en fysieke activiteit aan te houden en ook hun voedselinname niet te veranderen tijdens het onderzoek. Aan het eind van elke onderzoeksperiode kwamen deelnemers naar de universiteit om onder meer hun insulinegevoeligheid, suikervoorraad in de lever en stofwisseling te meten. Hoogleraar Patrick Schrauwen: “We vonden dat de bloedsuiker, gemeten over meerdere dagen van 24 uur, consistent verlaagd werd door TRE, en vooral ’s nachts ook een stuk lager was”

Dieet

Tijdens TRE kregen deelnemers de instructie om hun normale dieet binnen een periode van 10 uur overdag te consumeren en om na 18.00 uur niks meer te eten of te drinken (uitgezonderd water, gewone thee of zwarte koffie). Tijdens CON waren vrijwilligers alleen verplicht om hun normale voedselinname over ten minste 14 uur te spreiden, zonder verdere beperkingen. “Onze studie laat zien dat TRE een veilige en haalbare manier is om de suikerspiegel in volwassenen met type 2 diabetes te verbeteren”, aldus

onderzoekster Charlotte Andriessen. “Ons onderzoek liet geen veranderingen zien op het gebied van de insulinegevoeligheid, de mitochondriële functie of de stofwisseling. Er zijn daarom meer en langere studies nodig om te onderzoeken hoe de bloedsuiker exact verlaagd wordt en of er op langere termijn ook nog andere gunstige gezondheidseffecten optreden.”

Bron: Maastrichtuniversity.nl

Begeleiding op afstand voor hartpatiënten voor en na een ingreep

Hoe gezonder je bent voor een geplande hartoperatie, hoe groter je kansen op een vlot herstel na afloop. Sinds twee jaar doet het Maastricht UMC+ onderzoek naar de beste manier om patiënten vóór en na een ingreep te ondersteunen. Cardioloog Bart Scheenstra leidt de studie en sprak zelf alle driehonderd patiënten die meedoen met het onderzoek, inclusief Marcel Hougardy uit Geleen. Hij kreeg in september 2020 een nieuwe hartklep.

Zowel de vader als de broer van Marcel Hougardy (59) overleed op 59-jarige leeftijd aan hart- en vaatziekten. “Dit is dus een belangrijk levensjaar voor mij”, zegt hij. Eind 2019 hoorde zijn vrouw een knarsend geluid toen ze naast hem op de bank zat. “Dat bleek een versleten hartklep te zijn. We hebben drie honden, maar ik kon op een gegeven moment niet meer lopen naar het einde van de straat zonder bekaf te zijn.” Eigenlijk zou hij al eerder in 2020 geopereerd worden, maar door corona werd dat een aantal keren uitgesteld. Tot 14 september dat jaar stond hij op de wachtlijst.

Hulp op maat

Hougardy deed mee aan het promotieonderzoek van cardioloog Bart Scheenstra, waarbij een deel van de mensen met een geplande hartoperatie werd geholpen, als dat nodig was, met stoppen met roken, een gezonder gewicht, betere conditie en longtraining, om fit te zijn voor de beademing tijdens en na de operatie. “Daarnaast houden we in de gaten hoe het met mensen op de wachtlijst gaat door ze regelmatig vragenlijsten te laten invullen, bieden we ze indien nodig gesprekken met een psycholoog aan en krijgen ze filmpjes met informatie over de ingreep, de afdeling en meer. Alles is digitaal, in een online omgeving voor hen te vinden.”

Voor- en nadelen

Dat laatste is enerzijds de kracht van het project, want het is laagdrempelig en zeker in tijden van corona deden mensen makkelijker dingen online.  “Drie jaar geleden was videobellen met een patiënt echt nog onmogelijk, terwijl we daar nu veel meer aan gewend zijn”, aldus Scheenstra. “Maar anderzijds kunnen ook veel mensen niet meedoen aan dit project, omdat ze niet vaardig genoeg zijn met een computer, geen internet hebben, of de taal niet goed spreken.” Desondanks zijn er inmiddels driehonderd patiënten die meedoen aan de studie, toepasselijk ‘Prehab’ genaamd. Begin 2024 hoopt Scheenstra de resultaten te hebben: herstellen mensen die gebruik maakten van de online modules inderdaad beter dan degenen die niet op deze manier werden begeleid? “We zien wel al dat de bereidheid van mensen heel groot is om voor de ingreep te investeren in hun gezondheid. En we zijn in het ziekenhuis zo positief over deze vorm van zorg aanbieden, dat we dit sowieso standaard gaan doen voor alle patiënten.”

Zinvolle gesprekken

Marcel Hougardy is prima hersteld na zijn operatie. “Mijn vrouw luistert regelmatig en hoort geen geluidje meer als ze naast me zit”, lacht hij. “Ik heb de hele zorg, maar ook de thuisbegeleiding als heel prettig ervaren. Het was zeker in coronatijd, als je toch voorzichtig was met het ontmoeten van mensen of naar het ziekenhuis gaan, een manier om je toch begeleid te voelen. Of het bijgedragen heeft aan mijn herstel kun je natuurlijk moeilijk zeggen: je doet wat je denkt dat goed is. Ik vond vooral de gesprekken met de psycholoog erg zinvol, want er komt toch heel wat op je af met zo’n operatie. Positief blijven, dat is de kunst.”

Bron: www.mumc.nl

Vanaf nu definitief onderdeel van zorgaanbod: via app hartritme meten en analyseren

Zorgverzekeraar VGZ en het Maastricht UMC+ hebben afspraken gemaakt over de vergoeding van het meten en analyseren van hartritmestoornissen op afstand. Daarmee is nu ‘TeleCheck-AF’, waarmee hartritme op afstand gemeten en geanalyseerd wordt, definitief onderdeel van de zorg voor patiënten met hartritmestoornissen. Een belangrijke stap in de toepassing en bekostiging van digitale zorg.

Digitale zorg ontwikkelt zich in grote vaart, mede versneld door de coronacrisis, die medici dwingt om hun patiënten meer op afstand te behandelen. Tot op heden bleef de toepassing van methodes voor zorg op afstand echter overwegend experimenteel, deel van onderzoeksprojecten en zonder structurele afspraken over vergoeding door zorgverzekeraars.

Facultatieve prestatie

Voor ‘TeleCheck-AF’, met behulp van een app hartritme meten rondom een teleconsult, is nu wél een afspraak gemaakt over vergoeding. Zorgverzekeraar VGZ en het Maastricht UMC+ zijn namelijk akkoord over een zogenaamde facultatieve prestatie. Dit is een lokale afspraak tussen ziekenhuis en zorgverzekeraar over de vergoeding van deze zorg. De NZa heeft deze afspraak gehonoreerd (zie beschikking) waardoor andere ziekenhuizen, net als het MUMC+, ook eenvoudig afspraken kunnen maken met de zorgverzekeraar(s) over deze vorm van digitale zorg.

TeleCheck-AF

Sinds april 2020 hebben de cardiologen in het MUMC+ TeleCheck-AF ontwikkeld. Inmiddels wordt deze vernieuwende aanpak standaard toegepast om het hartritme te monitoren van patiënten met atriumfibrilleren en andere supraventriculaire hartritmestoornissen. Met een smartphone-app kunnen de patiënten zelf een meting van het hartritme uitvoeren. De gegevens komen bij hun cardioloog terecht, die ze beoordeelt en op afstand een behandeladvies geeft. Dat kan via een teleconsult (telefonisch of beeldbellen) plaatsvinden, waardoor een ziekenhuisbezoek niet meer nodig is. Lees bijvoorbeeld het verhaal van patiënt August van Wilgenburg (59).

Meer gemak voor patiënt

Tot nu toe maakten ongeveer 1400 patiënten van het MUMC+ gebruik TeleCheck-AF, met de app Fibricheck. Hierdoor nam het aantal ECG’s en holteronderzoeken per zorgtraject substantieel af en kwamen teleconsulten in de plaats van fysieke afspraken in het ziekenhuis. Dit betekent een besparing van kosten en tijd. Ook levert het door minder CO2-uitstoot een bijdrage aan de duurzaamheid van de zorg. Belangrijker is dat dit voor veel patiënten meer gemak betekent, omdat ze niet of in ieder geval minder vaak naar het ziekenhuis hoeven te reizen en eenvoudig met hun behandelaar kunnen communiceren.

Van experiment naar standaard aanbod

Dominik Linz, cardioloog in het Maastricht UMC+: ‘De ontwikkeling en toepassing van TeleCheck-AF is het grootste project op het gebied van digitale zorg in de coronacrisis in Europa. Op dit moment doen 41 centra – met meer dan 4000 patiënten mee – en gebruiken daarvoor de app Fibricheck. Het MUMC+ is initiatiefnemer en kartrekker, maar nu ook het eerste ziekenhuis van Europa dat definitieve afspraken heeft over de financiering, met dank aan de goede en nauwe samenwerking met VGZ. Ik ben ontzettend blij dat zorg op afstand daardoor geen experiment meer is, maar écht onderdeel is geworden van ons werk. Dat kan ook niet anders, want ik merk dagelijks dat patiënten er behoefte aan hebben. Ik hoop dat andere ziekenhuizen in Nederland en heel Europa snel zullen volgen.’

Potentiële besparing: €24 miljoen

Landelijk zijn er circa 142.000 patiënten die jaarlijks een cardioloog bezoeken en in aanmerking komen voor het gebruik van TeleCheck-AF. Als alle andere ziekenhuizen TeleCheck-AF toepassen is een besparing van circa €24 miljoen aan zorgkosten mogelijk, zo becijferden het MUMC+ en VGZ. Nils van Herpen, Innovatiemanager Zorg bij VGZ: ‘De door MUMC+ ontwikkelde werkwijze is een heel mooi voorbeeld van digitale zinnige zorg en zien we daarom ook als een “good practice”. Door deze stap en dankzij de nauwe samenwerking van MUMC+ en VGZ kan de werkwijze verder opgeschaald worden naar andere ziekenhuizen en kunnen in de nabije toekomst nog meer van onze leden gebruik maken van deze innovatieve zorg.’

Bron: Maastricht UMC+

Virtuele assistente “Yara”

Hartpatiënten Nederland werkt momenteel hard aan de doorontwikkeling van virtuele assistent Yara. Deze ‘medewerker’ helpt hartpatiënten wegwijs te worden in de wereld van de cardiologie. Graag vertellen wij iets meer over Yara, die 24/7 bereikbaar is.

We zien dat Yara inmiddels steeds beter wordt. Ze kan vaak antwoorden op prangende vragen, en kan daardoor van toegevoegde waarde zijn voor u.

Yara wordt steeds slimmer. De virtuele assistente leert doorlopend bij en kan op steeds meer vragen een antwoord geven. Mocht Yara een vraag niet kunnen beantwoorden, wordt deze doorgespeeld naar collega’s. Later wordt de virtuele assistente dan weer geüpdate met die informatie.

Yara is beschikbaar op onze website. Voor leden is Yara uitgebreider. Zo is het onder andere mogelijk om een gratis consult in te plannen via Yara. Er wordt dan een afspraak gemaakt voor een persoonlijk gesprek via beeldbellen met een medewerker van Hartpatiënten Nederland. Zo kun je zien met wie je te maken hebt.

Dat Yara steeds slimmer wordt, danken wij aan de gebruikers. Op die manier kunnen we steeds meer betekenen voor hartpatiënten en hun naasten.

ICD drager? iPhone 12 niet in je borstzak

Als je hartpatiënt bent en een ICD (Implanteerbare Cardioverter Defibrillator) draagt, kun je maar beter een iPhone 12 uit je buurt houden. Daarvoor waarschuwt Apple op haar site. De ICD’s kunnen namelijk verstoord raken door de magneten die in de iPhone 12 verwerkt zijn. Mirjam (39) draagt een ICD, zij moet bij meerdere apparaten opletten.

De nieuwe iPhone en de daarbij behorende accessoires die draadloos opgeladen kunnen worden, bevatten magneten die de werking van een interne defibrillator kunnen verstoren. Dat geldt voor meerdere apparaten weet Mirjam Hoekjen, ze draagt al zeven jaar een ICD. “Als je een magneet op je ICD plaatst, dan geeft hij automatisch een alarmsignaal af. Dat is een beschermingsmechanisme”, zegt ze tegen EditieNL.

Lees verder op www.rtlnieuws.nl

Vitamine D

In de media verschijnen steeds meer verhalen over de rol van vitamine D in de strijd tegen corona. Zo roepen experts de bevolking op om deze te gaan slikken.

 

Zo zou je volgens diverse deskundigen door het slikken van vitamine D een hogere weerstand krijgen waardoor je minder kans loopt om corona te krijgen. En als je onverhoopt toch besmet raakt, dan zou de ziekte weleens minder heftig kunnen verlopen.

 

Hoogleraar immunologie Huub Savelkoul legt aan de hand van 5 vragen uit waarom het een goed idee is om extra vitamine D te nemen.

 

Vraagt u zich bijvoorbeeld af of u echt vitamine D moet gaan slikken en of het beschermt tegen een COVID infectie? Of dat er wetenschappelijk bewijs voor is en of het slikken ervan eventueel nadelen heeft? Op die vragen krijgt u allemaal antwoord: https://www.wur.nl/nl/nieuws-wur/Show/5-vragen-over-de-invloed-van-vitamine-D-op-corona.htm

Voor meer artikelen klik hier

Niet zout, maar suiker is de boosdoener

Internist Yvo Sijpkens (59) deelt verrassende nieuwe inzichten. Al tijden wordt namelijk gedacht dat zout slecht voor ons is, maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn.

Zout is een essentieel mineraal. Het is opgebouwd uit natrium en chloride en zit in hoge concentratie in ons lichaam. “Zout is nodig voor het handhaven van ons bloedvolume en van groot belang voor het zuurstoftransport”, vertelt Yvo. “De nieren zijn in ieder geval zo geschapen dat ze zout goed kunnen reguleren. Dat betekent dat als er een zouttekort is of dreigt, en het bloedvolume lager wordt, de  nieren een systeem hebben dat ervoor zorgt dat zout wordt vastgehouden. Bij een hoge zoutinname ontstaat een hoog bloedvolume. Er wordt dan een hormoon aangemaakt door het hart, dat ervoor zorgt dat dat zout weer wordt uitgescheiden via de nieren. Als de nieren goed werken, wordt de hoeveelheid zout keurig op niveau gehouden en kun je vrij veel zout in je voeding gebruiken zonder dat je bloeddruk omhooggaat.”

----

Als lid van Hartpatiënten Nederland heeft u onbeperkte toegang tot alle Premium-artikelen op hartpatienten.nl. Het enige wat u hiervoor hoeft te doen is inloggen op uw profiel. Het zijn artikelen waar we trots op zijn en die we graag met u als trouwe lezer delen.

Bloedverdunner zonder controle

Mijn 87-jarige moeder woont in een verzorgingshuis. Ze heeft onder andere last van de hartritmestoornis atriumfibrilleren. Ze wordt elke twee weken geprikt door de trombosedienst om de dikte van het bloed te testen. Dit vraagt nogal wat van het zorgpersoneel, want ze snapt het niet meer goed. Nu heb ik gehoord dat er ook manieren zijn om het bloed dunner te maken die geen controle nodig hebben? Ik heb namelijk ook nogal wat zorgen over mogelijke coronabesmetting bij haar.


Om te beginnen zijn de zorgen over besmetting zeer terecht. In een situatie waarin veel besmettingen kunnen optreden en bewoners cognitief niet sterk zijn, is het heel moeilijk om goede

sociale en persoonlijk hygiëne toe te passen. Hier helpt ook niet mee dat we in Nederland niet in staat lijken om ons zorgpersoneel voldoende te beschermen.

Terug naar het probleem van ontstolling bij atriumfibrilleren. Atriumfibrilleren, ook wel boezemfibrilleren genoemd, is een ritmestoornis die veel voorkomt bij ouderen. Bij atriumfibrilleren

ontstaat een chaotisch en snel ritme in de boezems van het hart, die dan niet mee samenknijpen. Daardoor staat het bloed stil in de boezems en kan gemakkelijk stollen. Wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat ongeveer 20% van alle beroertes in de samenleving ontstaan door atriumfibrilleren. Voor Nederland betekent dit dat er van de 40.000 beroertes per jaar, maar liefst 8000 ontstaan door atriumfibrilleren. Bij op tijd en goed behandelen, door ontstollende medicatie te

geven, kun je het grootste deel hiervan voorkomen. Voor de ontstolling, het dunner maken van het bloed, hebben we decennialang gewerkt met acenocoumarol. Alleen de bandbreedte waarin het veilig en effectief werkt, is maar smal. Daarom moet de dikte van het bloed vaak worden gecontroleerd. Echter, sinds een aantal jaren zijn er slimmere middelen voor ontstolling, de zogeheten directe orale anticoagulantia, of DOAC’s. Deze grijpen rechtstreeks aan in de stolling, en bij gebruik van deze middelen hoef je het bloed niet te controleren op het effect. Daarbovenop lijken deze middelen ook nog eens veiliger en effectiever te zijn bij rechtstreekse vergelijking met acenocoumarol. Ze lijken daarmee zowel voor uw moeder als het verzorgingstehuis een veel betere optie.

Uit De Telegraaf, 14-05-2020

Voor meer artikelen over o.a medicijnen en aandoeningen klik hier

Lockdown: afname hartinfarcten

Sinds ons land in een intelligente lockdown ging, zijn het aantal patiënten met een hartinfarcten enorm afgenomen, tot wel vijftig procent. Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd is dit effect merkbaar. Over de oorzaak tasten cardiologen nog in het duister. Ook professor Martin Schalij, hoogleraar cardiologie en afdelingshoofd in het LUMC te Leiden, houdt zich ermee bezig.

hartinfarcten

Martin Schalij

Binnen de medische wereld wordt druk gespeculeerd over de opmerkelijke afname. Een voor de hand liggende reden is dat mensen uit angst voor het virus minder snel naar het ziekenhuis durven komen, maar daar gelooft dr. Schalij niet in. ‘Dat zou misschien opgaan bij milde klachten, maar bij een acuut hartinfarct blijf je echt niet thuis. Bovendien zouden we dan nu, zo’n drie maanden later, mensen moeten zien die te lang hebben gewacht. Het aantal mensen dat overlijdt aan een hartinfarct zou dan gestegen moeten zijn, net als het aantal mensen met schade als gevolg van een niet opgemerkt infarct. Ook die zien we nauwelijks.’

Hij acht het geloofwaardiger dat de afname te maken heeft met de veranderingen in de maatschappij als gevolg van het virus: doordat er nauwelijks vliegtuigen vliegen en minder verkeer op de weg is, is de lucht vele malen schoner geworden. Ook zouden mensen door de extra vrije tijd of het thuiswerken misschien minder stress kunnen ervaren. Momenteel wordt er op verschillende plekken in de wereld onderzoek gedaan naar oorzaken en verbanden.

‘Sinds een paar weken neemt het aantal infarcten weer toe’, zegt Schalij. ‘Mischien omdat het weer drukker wordt op de weg, of omdat de stress toeneemt? We weten het gewoon niet, maar het is wel interessant om te onderzoeken. Stel nu dat het aantal hartinfarcten écht minder is geworden doordat we met z’n allen een stapje terugdoen. Dan moeten we onszelf toch wel achter de oren gaan krabben wat we met z’n allen aan het doen zijn. Dus niet zomaar teruggaan naar de oude situatie als de crisis voorbij is, maar kijken hoe we ook in de toekomst een stapje terug kunnen blijven doen. Uiteraard zonder dat de economie daaraan ten onder gaat, want dat mensen en bedrijven massaal failliet gaan is óók heel ernstig.’

The box
En er zijn meer opzichten waarin Schalij hoopt dat we iets leren van de coronacrisis. Enkele jaren geleden begon hij al met een studie naar de effecten van e-consulten en thuismeetapparatuur: de zogeten ‘boxes’. Zo’n duizend patiënten die een hartaanval hadden gehad, kregen een doos mee naar huis met daarin een bloeddrukmeter, hartritmemeter, stappenteller en weegschaal. De patiënt houdt zelf de gegevens bij en stuurt de resultaten met behulp van de smartphone rechtstreeks door naar het elektronisch patiëntendossier. Op het moment dat de coronacrisis uitbrak, kwam deze uitvinding goed van pas. De box werd versneld ingevoerd en er kwam zelfs een speciale covid box voor coronapatiënten, aangevuld met een zuurstofmeter. Op deze manier kon de druk op het ziekenhuis flink worden afgenomen, zonder dat het ten koste ging van de gezondheid van de patiënt.

‘Toen de crisis uitbrak, hadden we net de resultaten binnen van het onderzoek onder patiënten die een box hadden gekregen’, vertelt Schalij. ‘Qua gezondheid was er geen verschil met de groep zonder box, en de patiënt zelf blijkt tevreden. Het scheelt mensen veel tijd, omdat ze minder vaak naar het ziekenhuis hoeven te komen. Maar misschien nog wel belangrijker: mensen vinden het prettig om zelf verantwoordelijkheid te hebben voor hun gezondheid.’

Videobellen
Volgens de professor is het slechts een kleine groep die huiverig is om zelf digitaal aan de slag te gaan. ‘We hebben een team van drie dames die helpen bij de technische ondersteuning. En als iemand het echt niet wil, hoeft het niet en houden we het gewoon bij de oude situatie. Maar het is een misvatting dat dit met leeftijd te maken heeft, we merken juist dat veel ouderen heel handig zijn met internet en smartphones. Tijdens de coronacrisis hebben ook veel ouderen bijvoorbeeld leren videobellen met de kinderen en kleinkinderen.’ Het is zeker niet de bedoeling dat digitale middelen het rechtstreekste contact met de arts gaan vervangen, benadrukt de professor. ‘Vooralsnog worden twee van de gebruikelijke vier consulten vervangen door e-consulten – een spreekuur via videobellen. Maar het voordeel is dat als de patiënt regelmatig gegevens invoert, we ook tussentijds in de gaten kunnen houden of er bijzonderheden zijn. Het contact met de arts blijft dus, het wordt alleen efficiënter.’

Zo kan er dus ook in bepaalde gevallen sneller worden ingegrepen, bijvoorbeeld bij patiënten met hartritmestoornissen, pacemakers of ICD’s. Wijken de gegevens af, dan ziet de arts dit direct. Daarnaast is het de bedoeling dat de patiënt zelf grip krijgt op zijn gezondheid, legt Schalij uit. ‘Vroeger vertelde de arts welke medicatie je moest nemen en deed diegene dat. Tegenwoordig kunnen we uitleggen wat de patiënt zelf kan doen, bijvoorbeeld minder zout nemen om de bloeddruk omlaag te krijgen, of meer bewegen als we aan de stappenteller zien dat dit beter kan. Patiënten zijn over het algemeen heel slim en als je ze de hulpmiddelen geeft, kunnen ze ook heel veel zónder ons.’

Gezondheid in plaats van zorg
Dat mensen minder vaak naar het ziekenhuis komen, is niet alleen belangrijk in tijden van corona. ‘Mede door de vergrijzing neemt het aantal patiënten dramatisch toe’, legt Schalij uit. ‘De capaciteit van het ziekenhuis wordt niet zomaar groter, dus als we niets doen, loopt het systeem vast. Als we meer dingen thuis kunnen doen, is er in het ziekenhuis meer ruimte voor nieuwe patiënten. Maar preventie is nog veel belangrijker. Ik vind het persoonlijk heel leuk om een dotterbehandeling uit te voeren, maar ik heb natuurlijk liever dat zo’n ingreep niet nodig is. We moeten als medici dus meer toewerken naar het bevorderen van gezondheid, in plaats van naar het leveren van zorg.’

De coronacrisis heeft die inzichten volgens hem versneld. ‘Voorheen wilden patiënten het liefst gewoon naar het ziekenhuis komen, nu zeggen ze sneller: dat hoeft van mij niet zo. En ook artsen die eerst geen voorstander waren van the box, zien nu de voordelen. We wilden al heel lang de zorg anders inrichten, maar nu kan het heel snel gaan. In het LUMC zijn inmiddels 31 verschillende boxes in ontwikkeling, voor allerlei vakgebieden. We willen die blijven gebruiken. Niet uit noodzaak, maar ook als de ziekenhuizen weer volledig open zijn.’

Voor meer artikelen over o.a Corona klik hier

Zelfmetingen: minder doktersbezoeken

Angst bij het idee een arts te moeten bezoeken: veel mensen hebben daar last van, en door de coronacrisis is deze drempelvrees alleen nog maar groter geworden. Bovendien heeft een aanzienlijk deel van de reguliere (cardiologische) zorg stilgelegen door Covid-19. Gelukkig is het lang niet altijd noodzakelijk om voor routinecontroles of voorspelbare klachten naar een huisarts of specialist te gaan. Zelfmetingen kunnen een artsbezoek deels ondervangen en zorgen ervoor dat hartpatiënten meer regie kunnen voeren over hun eigen gezondheid. In dit artikel meer over de mogelijkheden.

Al jarenlang pleiten wij bij Hartpatiënten Nederland voor meer zorg op afstand. E-mail- en videoconsults kunnen wat ons betreft veel soelaas bieden aan patiënten van wie de zorgvraag op dat moment wél belangrijk is, maar niet zo urgent dat hij of zij per se een huisarts of specialist hoeft te zien. Vaak duurt het dagen of soms zelfs weken voordat een patiënt fysiek terecht kan, terwijl ervaring leert dat een consult op afstand vaak op kortere termijn ingepland kan worden. Aan deze oproep werd tot nu toe, mede door verzekeringsdrempels, nog maar mondjesmaat gehoor gegeven. Dankzij de coronacrisis is het urgentiebesef van deze vorm van zorg, als geluk bij een ongeluk, gegroeid. Mooi nieuws, wat ons betreft, want dit alles is in het belang van de patiënt.

In het verlengde daarvan ligt de toenemende aandacht voor zelfmetingen, oftewel thuismonitoring. In de afgelopen jaren is het aantal apps, gadgets en devices waarmee hartpatiënten zelfmetingen kunnen uitvoeren van bijvoorbeeld hun bloeddruk, hartslag en gewicht gegroeid. Steeds meer ziekenhuizen en klinieken omarmen innovaties en stellen patiënten in staat om te experimenteren met thuismonitoring. Zodoende houden patiënten meer regie over hun eigen leefstijl en gezondheid, en hoeven ze als gevolg daarvan minder op fysiek consult te komen.

Aanpassingen leefstijl

Hoe dat kan? Omdat een gezonde leefstijl van sterke invloed kan zijn op het leven van hartpatiënten, kunnen zij dankzij thuismonitoring grip op hun gezondheidsontwikkeling krijgen en hier ook tijdig op anticiperen. Door bijvoorbeeld regelmatig hun bloeddruk, suikerwaarden en de buikomvang op te meten met speciale thuismonitoring-apparatuur, en vervolgens de waarden te vergelijken met die van de vorige meting, kunnen ze eenvoudig en snel zien of er (grote) afwijkingen zijn. Patiënten kunnen hun waarden vervolgens noteren in een app, waarna ze geautomatiseerd worden verzonden naar hun eigen huisarts of cardioloog. Omdat deze direct inzicht heeft in de gezondheidsontwikkeling van de patiënt, kan er op tijd aan de bel getrokken worden en indien nodig een (online) consult worden ingepland. In een consult kunnen vervolgens behandelplannen worden besproken, of de specialist kan de patiënt advies geven over leefstijl- of medicatie-aanpassingen, die de waarden weer op gezonder niveau zouden moeten brengen. Mocht de arts het na dit consult alsnog nodig achten om bijvoorbeeld een hartfilmpje te laten maken, dan is een fysieke afspraak alsnog zo gemaakt. Een win-win-situatie voor zowel arts als patiënt, want met deze manier van zorgen wordt veel tijd bespaard en houdt de patiënt veel meer regie over de eigen gezondheid.

Gezond eten en bewegen

Voor een hartpatiënt kunnen een gezond en gebalanceerd eetpatroon, voldoende beweging en een rookvrij leven namelijk van grote invloed zijn op het verloop van het ziektebeeld. ‘Grip op je gezondheid’: het is niet voor niets een belangrijk thema van Hartpatiënten Nederland. Wij benadrukken al jarenlang het belang van gezonde leefstijl en zijn ervan overtuigd dat zelfmetingen hier een positief effect op hebben. Ook voor hartpatiënten die diabetes hebben – een gecombineerd ziektebeeld dat vaak voorkomt – zijn er grote voordelen. Door zelfmonitoring kan een patiënt zeer nauwkeurig bijhouden wat de effecten zijn van bepaalde voeding, beweging of andere activiteiten op de suiker- en bloedwaarden. Wanneer deze even niet onder controle zijn, kan dit dan ook direct geconstateerd worden, waarna insuline kan worden ingespoten of een aanpassing kan worden gedaan in het voedingspatroon. Voeding kan hierin veel doen. Zoveel zelfs, dat er al ontzettend veel gevallen bekend zijn van patiënten die, door hun leefstijl aan te passen, hun medicatie-inname sterk omlaag hebben gebracht, of zelfs helemaal konden stoppen.

Veel mogelijkheden

En zo zijn er nog meer mogelijkheden voor het afnemen van zelftests of het gebruiken van zelfmetingsapparatuur. Zo kun je ook zelf je nierwaarden meten; belangrijk voor patiënten van wie de nierwaarden na een hartinfarct achteruit is gegaan; en ook cholesterolwaarden kunnen met zelfmetingen geregistreerd worden. Met een simpele druppel bloed op een meetstrip, kan de cholesterolwaarde in het bloed worden aangetoond en doorgestuurd worden naar een laboratorium.

De aanschaf van zelfmetingsapparatuur is even een investering, maar wel een investering die zich op de lange termijn terugbetaalt. Wij adviseren wel dat u zich eerst goed inleest, voor u overgaat tot aanschaf van apparatuur. Het aanbod is groot en het is belangrijk dat u apparatuur gebruikt die bij u past.

 

Bij (het risico op) hart- en vaatziekten is het van belang cholesterol, glucose en bloeddruk regelmatig te meten. Dat kan heel goed thuis.

Door daarnaast actief aan de leefstijl te werken en het juiste te koken en te eten, kunnen risico’s op hart- en vaatziekten aanzienlijk worden verkleind. Ook kunnen patiënten meer grip op hun gezondheid krijgen, maar ook op het gebruik van medicijnen. Vaak kan die verminderd worden of zelfs achterwege blijven.

Hartpatiënten Nederland staat patiënten met raad en daad bij voor goede zorg. Vandaar dat wij een samenwerking zijn aangegaan met Diabetescentrale.nl. Hierdoor kunnen onze donateurs hier diverse producten en pakketten tegen een aantrekkelijke prijs bestellen, met donateurskorting. Veel door Diabetescentrale.nl geleverde artikelen komen in aanmerking voor vergoeding door zorgverzekeraars. Advies: overleg dit alvorens te bestellen.

 

Interesse? Ga naar www.hartpatienten.nl/zelfmeting

zelfmetingen

Voor meer artikelen over o.a corona klik hier