Twee baby’s in één gezin met allebei een nieuw hart

Merel en Bram (beiden 35 jaar) zijn de trotse ouders van twee kinderen, die als baby allebei een nieuw hart kregen. De nu 6-jarige Daan was zelfs de allereerste baby in Nederland die – net twee maanden oud – een donorhartje kreeg. Net als zijn nu anderhalf jaar oude broertje Lev was een harttransplantatie dringend noodzakelijk. Lev was 3 maanden toen hij een nieuw hartje kreeg.

Waar de hartjes vandaan komen, weet Merel niet, vertelde ze in de KRO-NCRV tv-uitzending van Festival van de liefde afgelopen zondag. “Bram en ik denken heel vaak aan de ouders van die kindjes, ook al weten we niet wie dit zijn. Het is zo bijzonder dat ouders die hun kindje verloren zijn, het hart aan een ander kindje hebben geschonken. Onbeschrijfelijk.”

Verdikte hartspier

De afwijking die beide kinderen in hun hart hadden, heet hypertrofische cardiomyopathie, oftewel een verdikte hartspier. Het hart is te groot, zodat het bloed niet goed wordt rondgepompt en het kind amper kon ademen. Met name het leven van Daan hing aan een zijden draadje, vertelde Merel. Gelukkig kwam er snel een nieuw hartje. “Hij heeft maar 4 dagen op de lijst gestaan, dat was echt heel bijzonder.”

Het programma Festival van de liefde vertelde afgelopen zondag het bijzondere verhaal van Merel en Bram. “Bij Daan werd het direct na de geboorte geconstateerd”, zei Merel in het programma. “Om te overleven had hij heel snel een nieuw hart nodig. Dat leverde bij ons heel veel stress op. Hij lag in Groningen op de IC.” Merel vertelt dat ze wel eens “als de wiedeweerga” naar het ziekenhuis moest omdat Daan gereanimeerd werd of bijna het loodje legde, zoals ze het uitdrukte. “Daan hoefde maar vier dagen te wachten op een nieuw hartje”, vertelt ze. “De chirurg zei ons: het had niet langer moeten duren!”

Niet die hele weg weer!

Toen ze zwanger was van Lev werd Merel herhaaldelijk gecontroleerd, en ze kreeg te horen dat alles in orde was. Toen Lev geboren was, maakte de arts voor de zekerheid een echo. Het ging om dezelfde kinderarts die ook Daan had geholpen. “Hij zei: ach jongens, hij heeft het ook!”, vertelde Merel. “Ik lag met een keizersnee in bed en begon te gillen. Nee, niet die hele weg weer!”

Nooit eerder hebben twee kinderen uit hetzelfde gezin een transplantatie gehad. Om afstoting tegen te gaan krijgen Daan en Lev twee keer per dag medicijnen, die ze levenslang moeten blijven slikken. Op de vraag hoe lang de hartjes meegaan vertelde de vader: “Als ze het eerste jaar doorkomen, de helft heeft na 25 jaar het hart nog wat ze hebben gekregen. Maar dat zijn zorgen voor later!”

Hartendag

Elk jaar viert het gezin een “hartendag”, aldus Merel. “Dan vieren we hun hergeboorte en staan we ook stil bij de kinderen die zijn overleden.” De kinderen van wie ze het hartje hebben gekregen. Voor hun ouders voelt Merel naar eigen zeggen “niets dan liefde”.

Nederlanders voelen wel wat voor dieren als orgaandonor

Mensen in Nederland staan over het algemeen open voor onderzoek naar het gebruiken van dieren als orgaandonor, als daarmee het leven van ernstig zieke patiënten sterk verbetert. Dat stelt het Rathenau Instituut, dat samen met NEMO Kennislink op 23 mei het rapport Het dier als donor aanbood aan het Ministerie van Volksgezondheid. Het onderzoek liep vooruit op een Kamerdebat op 2 juni over de Embryowet.

Volgens het onderzoek hechten Nederlanders wel aan dierenwelzijn en aan onderzoek naar behandelingen waarvoor geen dieren nodig zijn.

In ons land worden tot nog toe geen dieren gebruikt voor orgaantransplantatie naar mensen. In andere landen wordt daarnaar veel onderzoek gedaan. Het gaat bijvoorbeeld om het genetisch aanpassen van varkens, waardoor een hart of nier geschikt wordt voor transplantatie naar een mens. Met een andere methode is het in de toekomst misschien zelfs mogelijk om een menselijk orgaan te laten groeien in een dier.

Transplantaties uit dieren zou een oplossing kunnen bieden voor het tekort aan donororganen, vinden veel mensen. Er staan nu bijna 1.300 Nederlanders op de wachtlijst voor transplantatie. Tegelijkertijd roepen de technieken ethische en maatschappelijke vragen op. De onderzoekers hielden groepsgesprekken met ruim 400 mensen, onder wie patiënten, veehouders, scholieren en buurthuisbezoekers.

De deelnemers zagen kansen om met ‘donordieren’ de levenskwaliteit van ernstig zieke patiënten te verbeteren, zij het onder strenge voorwaarden, zoals aandacht voor dierenwelzijn, en voor onderzoek naar behandelingen zonder dieren. Ook moet voorkomen worden dat ziektes overgaan van dieren op mensen, zoals onlangs gebeurde met de transplantatie van een varkenshart. De patiënt stierf vervolgens aan een varkensvirus.

 

Eerste man met varkenshart mogelijk overleden door varkensvirus

BALTIMORE – Een infectie met het varkensvirus is een 57-jarige man die in januari een genetisch aangepast varkenshart kreeg, mogelijk fataal geworden. Het Maryland Hospital in Baltimore meldt in MIT Technology Review dat het zou gaan om een herpesvirus: het porcine cytomegalovirus. Als dat zo is, had de dood van de man voorkomen kunnen worden, aldus het ziekenhuis.

Helemaal zeker is het nog niet dat het hart bezweek door het virus, houden de onderzoekers een slag om de arm. Duidelijk is wel dat David Bennett, die als eerste mens een varkenshart kreeg, twee maanden na de operatie overleed. Dit nadat in de dagen voordien zijn gezondheid volgens het ziekenhuis snel achteruit ging.  Aanvankelijk leek het juist goed te gaan met de man.

Het hart was geleverd door biotechnologiebedrijf Revivicor. Het zou virusvrij zijn geweest. Maar dat lijkt toch niet het geval te zijn geweest. Het virus moet volgens dagblad Trouw wel van het donorvarken afkomstig zijn geweest. Het gaat om een moeilijk te bestrijden virus. Het bedrijf dat het varkenshart leverde heeft nog geen verklaring afgelegd.

Het virus zou volgens een van de behandelende artsen alleen in levende organen voorkomen. En dus niet bijvoorbeeld in hartkleppen van varkens, die al jaren met succes worden gebruikt als de eigen hartkleppen het voor gezien houden.

De nood aan donorharten is groot, vandaar dit experiment met een varkenshart. In 2020 stonden in ons land 130 mensen op een wachtlijst voor een donorhart.

Amerikaanse chirurgen transplanteren voor het eerst varkenshart bij mens

Voor het eerst in de geschiedenis is succesvol een hart van een genetisch aangepast varken getransplanteerd naar een mens. De operatie vond plaats in een ziekenhuis in de Amerikaanse stad Baltimore, meldt The New York Times maandag.

De krant spreekt over een medische primeur die hoop biedt voor honderdduizenden patiënten met falende organen. De doorbraak kan leiden tot voorraden dierlijke organen voor transplantatie bij menselijke patiënten.

Lees hier verder: www.nu.nl

In Memoriam: Pieter Van de Rest

Met veel verdriet vernamen we het overlijden van Pieter van de Rest. De hartpatiënt uit Dordrecht leefde met het hart van een ander, na een geslaagde harttransplantatie. We kennen Pieter als een bevlogen en vriendelijke man vol optimisme en warmte, die met graagte praatte over het hart dat hem al die jaren in leven hield. Een levenskunstenaar wiens levenslust menigeen inspireerde.

Hij stierf op 56-jarige leeftijd, op 17 december. Hij hield van het leven, was vader en echtgenoot van Jonne Boesjes, muzikant, kunstschilder, dromer en doener. Pieter studeerde aan de Rijksuniversiteit in Leiden om zich vervolgens te bekwamen in reclame, schrijven en kunst. Hij schreef een indrukwekkend boek.

Van de Rest bracht zijn jeugd door op het eiland Kaag. Op het hoogtepunt van zijn carrière in reclame en marketing werd hij in 1997 getroffen door een zwaar hartinfarct. Zijn hart raakte daardoor zwaar beschadigd. Tien jaar ziekenhuisopnames en hartoperaties maken de conditie er niet beter op. Het wachten op een donor begint, en Pieter balanceert al die jaren tussen vrees en hoop. Hij heeft nog maar één wens: zijn kinderen zien opgroeien. Na tien jaar en talloze ziekenhuisopnames onderging hij een harttransplantatie. We schreven er eerder over in ons magazine.

Pieter zelf schreef een boek, “Hart Gezocht” – hier te bestellen – over de periode van het lange wachten op een nieuw hart. “Hart gezocht is een openhartig dagboek vol emotie, spiritualiteit en relativering”, aldus de toelichting op Bol.com. “Het laat zien wat jarenlang ziek zijn en wachten inhoudt voor een patiënt en voor zijn gezin.”

Het boek is zeer de moeite waard. Een lezer schreef er een lovende recensie over, zo mooi dat we die graag publiceren: “Het boek “Hart Gezocht” is niet direct een boek dat je als impulsaankoop bij de boekhandel koopt” laat lezer Damen weten op Bol.com. “Het is ook geen boek van één van de vele bekende auteurs of ’n boek dat je wordt aanbevolen of dat is gebombardeerd als “deze moet je gelezen hebben”. Toch heb ik het boek, per toeval, gekocht en werd ik vanaf het begin gegrepen door passie, emotie en humor van de auteur in kwestie. Het boek is zowel boeiend, ontroerend als meeslepend en is het moeilijk het “even weg te leggen”. Pieter van de Rest weet de lezer op een ongelooflijk realistische manier, op meeslepende maar ook humoristische wijze, mee te nemen in een “zeer boeiend en tevens hartverwarmend verhaal” dat autobiografisch is geschreven. Dit bijzondere boek is meer dan de moeite van het lezen waard en laat je meeleven in het verhaal van een bijzonder mens! Beslist een aanrader!”

 

Eerste kunsthart in Nederland

Begin november is in het UMC Utrecht bij een patiënt met zeer ernstig hartfalen voor de eerste keer in Nederland een volledig kunsthart geïmplanteerd. Het kunsthart vervangt en neemt de functie van het gehele hart over. Het innovatieve kunsthart zorgt voor een verbeterde pompfunctie en bloedtoevoer waardoor de patiënt minder klachten ervaart. De implantatie van het kunsthart is succesvol verlopen. De patiënt maakt het goed en was binnen twee dagen van de Intensive Care.

In Nederland is er een groot tekort aan donorharten: jaarlijks staan er rond de 120 hartpatiënten op de wachtlijst voor een donorhart. Het innovatieve kunsthart biedt een uitkomst voor patiënten die vanwege hun kritieke situatie niet kunnen wachten op een harttransplantatie. Het UMC Utrecht is als topcentrum uitgekozen door de Franse fabrikant CARMAT SA om als eerste in Nederland het kunsthart bij een patiënt met zeer ernstig hartfalen te implanteren. Het kunsthart vervangt het zieke hart van de patiënt en neemt de volledige functie van het hart over. Het kunsthart wordt vastgemaakt aan de boezems van het hart, de grote lichaamsslagader en de longslagader. De anatomische vorm van het kunsthart is vergelijkbaar met die van het volwassen menselijk hart.

Succesvolle implantatie

De implantatie van het kunsthart bij de patiënt is succesvol verlopen en de eerste indruk is veelbelovend, stelt Faiz Ramjankhan, cardiothoracaal chirurg van het UMC Utrecht onder wiens leiding de operatie is uitgevoerd. “Het was een spannende operatie die veel voorbereidingen vergde. Met ons team zijn we sinds 2017 bezig om de implantatie van een kunsthart mogelijk te maken. Met het hele team hebben we de afgelopen maanden specifieke training sessies gevolgd om deze operatie uit te voeren. We zijn trots om als een van de eerste centra deel uit te mogen maken van de studie die deze nieuwe kunstharttechnologie onderzoekt. Als deze behandeling voldoende duurzaam blijkt te zijn kunnen we hierdoor veel meer patiënten behandelen die nu geen behandelopties hebben.”

Kunsthart en extern kastje

Het innovatieve kunsthart is uitgerust met pompen, vier biologische kleppen, sensoren, elektronica en geïntegreerde software. Ramjankhan: “Het voordeel van dit kunsthart is dat de buitenkant is gemaakt van de kunststof polyurethaan en aan de binnenkant is bekleed met biologisch materiaal uit het hartzakje van een rund. Het bloed wordt door een membraan voortgestuwd naar de lichaams- en longslagader. Hierdoor komt het bloed vooral in aanraking met biologisch materiaal.” Het kunsthart is verbonden via een kabel die aan de buikwand van de patiënt naar buiten uittreedt. Deze kabel is aangesloten op een controller en een set van vier batterijen die de patiënt altijd in een schoudertas meedraagt. De patiënt kan zich met deze schoudertas van ongeveer drie kilo vrij bewegen.

Zeer ernstig hartfalen

De eerste implantatie in Nederland van het kunsthart vond begin november plaats bij een 54-jarige man met ernstig biventriculair hartfalen. Zowel de linker als de rechter hartkamer functioneerden niet voldoende en dat leidde tot ernstige klachten zoals vermoeidheid, vasthouden van vocht en kortademigheid, in rust en bij inspanning. Een laatste mogelijke behandeling was een harttransplantatie in de toekomst, maar het wachten daarop zou te lang gaan duren voor deze patiënt en waarschijnlijk resulteren in overlijden. Het innovatieve kunsthart biedt een uitkomst voor patiënten die vanwege hun kritieke situatie niet kunnen wachten op een harttransplantatie. Daar is nog steeds een lange wachtlijst voor, omdat er een groot tekort is aan donorharten.

Verbeterde pompfunctie en bloedtoevoer

Het nieuwe kunsthart zorgt bij de patiënt voor een verbeterde pompfunctie en bloedtoevoer waardoor hij minder klachten ervaart. Linda van Laake, cardioloog en verantwoordelijk voor de patiëntselectie: “Via de innovatieve pompen, kleppen en sensoren past het kunsthart zich aan op de patiënt. Het menselijke hart pompt gemiddeld 4 tot 5 liters bloed per minuut rond in rust; bij inspanning neemt dit toe. Ook het kunsthart zal bij inspanning sneller gaan pompen. Een hoopgevende ontwikkeling is dat bij het kunsthart geen zware medicijnen nodig zijn die het afweersysteem onderdrukken. Dit is beter voor de weerstand en vermindert de kans op infecties. Naarmate het herstel van de patiënt vordert, kunnen activiteiten, zoals wandelen en fietsen, worden hervat.”

Studie veiligheid en werkzaamheid

Uiteraard wordt dit nieuwe kunsthart via medisch wetenschappelijk onderzoek gevolgd om de veiligheid, werkzaamheid en duurzaamheid bij patiënten met ernstig hartfalen te onderzoeken. Er is (nog) geen volledige vergoeding door de zorgverzekeraars.

Bron: UMC Utrecht

Eerste succesvolle DCD-hartdonaties (Heart-in-a-box) in Nederland

Artsen van het Erasmus MC, UMC Utrecht en UMC Groningen hebben de eerste DCD-hartdonatie-procedures in Nederland uitgevoerd. Het stilstaande hart van een overleden donor wordt buiten het lichaam in een machine geplaatst waar het weer gaat kloppen na toevoer van zuurstof en bloed. Vervolgens wordt het hart getransplanteerd.

Circulatiestop

Hartdonatie was voorheen alleen mogelijk bij een hersendode donor. Bij meer dan de helft van het aantal overleden donoren (in 2020 bij 150 van de 250 donoren) was er echter sprake van donatie na een circulatiestilstand (DCD, Donation after Circulatory Death). Bij deze donoren was het niet mogelijk om het hart te transplanteren. Een landelijk tekort aan donorharten was de reden van de UMC’s om deze techniek in Nederland in te zetten in samenwerking met de NTS en het ministerie van VWS.

Wachtlijst donorhart

Er staan rond de 120 hartpatiënten op de wachtlijst voor een donorhart. De sterfte op wachtlijst is hoog. Een op de zeven overlijdt omdat er niet tijdig een donorhart beschikbaar is. Cardiothoracaal chirurg Niels van der Kaaij, UMC Utrecht ‘De 3 UMC’s hebben berekend dat DCD-hartdonatie landelijk uiteindelijk tot ongeveer veertig extra hartdonoren per jaar kan opleveren. Een verdubbeling van het aantal harttransplantaties dat op dit moment gedaan wordt. En dat is hard nodig, want door het enorme tekort aan donorharten sterven er jaarlijks mensen op de wachtlijst’.

DCD-hartdonatie wereldwijd

De DCD-hartdonatieprocedure is wereldwijd al in enkele landen (onder meer in Australië, USA, België, UK en Spanje) uitgevoerd. Recentelijk kwam de National Health Service (UK) naar buiten met een bericht dat zes kinderen tussen de 12 en 16 jaar gered waren dankzij DCD-hartdonatie.

Het projectteam

De procedure is mogelijk gemaakt dankzij subsidie van VWS en de samenwerking tussen drie UMC’s; UMC Utrecht, UMC Groningen en Erasmus MC. De NTS regelde de kaders waarbinnen het project nationaal uitgerold kon worden.

Bron: Nederlandse Transplantatie Stichting

Corona: minder transplantaties

Door de coronapandemie is er een lichte daling (4%) te zien in het aantal transplantaties na overlijden in 2020 (733) in vergelijking met 2019 (770). Bij nier- en levertransplantaties door levende donoren gaat het om een afname van 25% (in 2020: 390, in 2019: 523). Dat blijkt uit de voorlopige jaarcijfers van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS).

In mei 2020 werd al voorzien dat het aantal transplantaties niet zou toenemen. Vanuit dat perspectief vallen de cijfers uiteindelijk nog mee in dit allesbehalve normale jaar. De coronapandemie zorgt voor aanhoudende druk op de zorgcapaciteit en op het transplantatieproces.

Uit de cijfers blijkt verder dat de actieve wachtlijst voor orgaantransplantatie in het afgelopen jaar stabiel is gebleven. Op 31 december 2020 stonden 1257 patiënten op de actieve wachtlijst, ten opzichte van 1271 op 31 december 2019.

Bernadette Haase, directeur van de NTS: “De coronapandemie leidde tot een dip in aantallen transplantaties, zeker in maart, april en mei. Gegeven de complexe omstandigheden hebben er uiteindelijk nog behoorlijk veel donatieprocedures en transplantaties plaatsgevonden. Wij hebben grote waardering voor alle medisch specialisten die in het afgelopen jaar werkelijk alles hebben gedaan om medische zorg te verlenen waaronder orgaandonatie en transplantaties.”

Zij vervolgt: “De coronamaatregelen zijn van het grootste belang zodat er voldoende capaciteit overblijft voor reguliere zorg aan patiënten, zoals nier-, lever-, hart- en longtransplantaties.”

Donatie en transplantatie zorgvuldig en veilig

Direct na de uitbraak van het coronavirus is er door alle betrokken organisaties hard gewerkt om ervoor te zorgen, dat ook nu donaties en transplantaties zorgvuldig en veilig kunnen plaatsvinden. Zo zijn er aanvullende COVID-19 protocollen en draaiboeken ontwikkeld, die direct werden toegepast in de praktijk.

Actieve wachtlijst stabiel, wisselend beeld per orgaan

Het aantal actief wachtende patiënten op een orgaan is met 1257 patiënten stabiel gebleven. Al zijn er wel verschillen tussen organen. Terwijl het aantal patiënten dat wacht op een donorhart is gestegen. Van 116 (eind 2019) naar 133 (eind 2020). De grootste groep actief wachtenden zijn nierpatiënten (in totaal 828 op eind 2020) is ongeveer gelijk gebleven. Wat de exacte effecten zijn van de coronapandemie op de hoogte van de wachtlijsten vergt nog nader onderzoek.

Donorregister: maak zelf je keuze en deel het met je naasten

In 2021 wordt de Actieve Donorregistratie verder ingevoerd. Voor 1 juli 2021 staat iedere Nederlander in het Donorregister. Bernadette Haase: “Of je uiteindelijk kiest voor ‘Ja’, ‘Nee’ of ‘Geen bezwaar’, is volledig aan mensen zelf, maar verdiep je vooral, maak de keuze vooral bewust en spreek er over met je naasten”.

Samen met het ministerie van VWS organiseert de NTS voorlichtingsbijeenkomsten (nu veelal online of op anderhalve meter) om mensen te informeren. Verder is alle informatie te vinden op www.donorregister.nl en www.transplantatiestichting.nl

Bron: Transplantatiestichting

Verzending brieven Donorregister gestart

Vanaf begin september vallen de eerste brieven voor het nieuwe Donorregister op de mat. Iedereen vanaf 18 jaar die nog geen keuze heeft ingevuld in het Donorregister, ontvangt in de komende maanden een brief. Amsterdam Centrum krijgt de primeur: inwoners met postcode 1011-1015 ontvangen als eerste de brief.

De helft van de volwassen Noord-Hollanders heeft zijn keuze al ingevuld in het Donorregister. De 1,1 miljoen personen die nog geen keuze hebben ingevuld op donorregister.nl, ontvangen post van het Donorregister met de vraag dit te doen. De eerste brief ontvangen zij tussen 1 september en 3 oktober. Bij de brieven zit het formulier waarop zij hun keuze kunnen invullen.

7 miljoen brieven

In heel Nederland gaat het om totaal zo’n 7 miljoen brieven die moeten worden verstuurd. Deze verzending vindt stap voor stap per regio plaats tussen begin september 2020 en half maart 2021.

Meer weten?

Ga voor meer informatie naar www.donorregister.nl
Human Organ Transplantation on ambulance.

Voor meer artikelen klik hier:

Het STEUNHART, de nóg tijdelijke vervanger 

Dit zijn tijden waarin tekorten aan menselijke donororganen jaarlijks wereldwijd duizenden patiënten het leven kost. De ontwikkeling van kunstorganen is daarmee bijna een zoektocht naar de Heilige Graal. Maar bovenal, een vurig gewenste strohalm voor talrijke wachtenden op een orgaandonor.

 

In het oog springend is de technologische verfijning van het kunsthart. Hoewel heel wat prototypen verder, lijkt de perfecte waarnemer van het zieke hart nog altijd niet gevonden. Niets blijkt moeilijker dan het evenaren van de schepping.

 

Intussen werkt de wetenschap ook al jaren aan vervangende systemen die slechts een tijdelijke overbrugging zijn tot aan het moment van de daadwerkelijke implantatie van een echt menselijk orgaan.

 

Het ‘Steunhart’ is zo’n vernuftige vinding. De medisch journalist van De Telegraaf, René Steenhorst, bedacht deze wijd en zijd ingeburgerde naam die exact weergeeft wat dit helpende hart doet: het biedt tijdelijke ondersteuning aan het zwakke hart, neemt de bloedsomloop over en vormt een brug naar herstel. Het steunhart geeft daarmee tijdwinst.

 

De eerste patiënt ter wereld die, in het jaar 2000, een steunhart kreeg als een tussenstap naar harttransplantatie was de 63-jarige Engelsman, Peter Houghton. Hij leefde er zeven jaar mee, schreef boeken, hield wereldwijd lezingen over zijn wonderbaarlijke redding, maar stierf aan een nieraandoening.

 

Voor zover bekend zijn wereldwijd zo’n 15 uiteenlopende typen steunharten goedgekeurd voor gebruik bij patiënten. Eén van die harten, de HeartMate, is van Amerikaanse makelij en wordt ook met succes in ons land toegepast, in onder meer het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Een groep artsen daar is al sinds begin jaren negentig nauw betrokken bij de vervolmaking van dit type steunhart. Inmiddels wordt in ’Utrecht’ bij jaarlijks circa 20 patiënten zo’n HeartMate II-steunhart geplaatst.

 

Deze door batterijen gevoede high-tech pomp van metaal, werd tot nu toe ingebracht in de buikholte net onder het middenrif tussen de buikspieren en werd via een instroomslang aangesloten op de linkerhartkamer. De uitstroomslang wordt aangesloten op de grote lichaamsslagader. De besturingskabel komt rechts van de navel uit de buik. Besturingssysteem, batterijen en een deel van de besturingskabel bevinden zich buiten het lichaam.

 

Eind 2010 zette het UMC Utrecht een nieuwe stap op weg naar een meer permanente vervangingsrol voor het steunhart. Voor het eerst werd bij een patiënt met hartfalen een nieuw type steunhart geplaatst – dírect in het hart.

 

Volgens hartchirurg prof. dr. J.R. Lapohr is het nu al mogelijk een patiënt met levensbedreigend hartfalen door een nagenoeg verdwenen pompfunctie zeker 15 jaar in leven te houden met dit nieuwe steunhart, terwijl oude steunharten een levensverlenging van drie à vier jaar gaven. ‘Deze nieuwe versie is opnieuw kleiner dan de vorige. Nu wordt gewerkt aan versie-4. Die zal mogelijk het donorhart blijvend kunnen vervangen.’

[ Niets blijkt moeilijker dan het evenaren van de schepping]