Svintha Lankerster: “Hij heeft mijn leven gered”

Een slechte film waar ze zelf niet bij was. Zo voelt haar hartstilstand voor Svintha Lankester (35). Eind mei sloeg het noodlot toe en moest ze door haar eigen man, Jeffrey, worden gereanimeerd. Voor Svintha – die hier zelf niets meer van wist – is het nog steeds allemaal heel onwerkelijk.

Als ze haar verhaal begint, begint ze meestal bij het begin. Bij hoe haar leven was. Svintha woont samen met haar man Jeffrey en hun drie kinderen van tien, zeven en vier jaar. Ze werkte als designer en sportte graag: fitness en hardlopen. Ze leefde gezond. Nooit had ze last van gezondheidsklachten. En toen werd ze een paar maanden terug, heel plotseling, ineens wakker in het ziekenhuis. Zonder zich iets te kunnen herinneren. “Ik had geen enkel besef van wat er met me was gebeurd. Blijkbaar was er iets heel erg misgegaan. De artsen vertelden me dat ik geluk had gehad dat ik überhaupt nog leefde. Ik kan je vertellen: dat voelt heel raar.”

Reanimeren

Die bewuste zaterdag- op zondagnacht eind mei heeft Svintha naar Jeffrey geroepen dat het niet goed ging. Het volgende moment is ze uit bed gerold. Jeffrey werd wakker en zag al snel dat er iets helemaal niet goed was. Hij belde meteen 112 en is snel begonnen met reanimeren. Dit is Svintha achteraf allemaal verteld. “Jeffrey heeft twee jaar geleden een cursus gedaan en wist daardoor meteen wat hij moest doen. Gelukkig waren de hulpdiensten er snel. In no time stond het hele huis vol. Ik heb veel geluk gehad dat Jeffrey meteen is gestart met de reanimatie. Bij een hartstilstand telt elke seconde. Hersenschade kan al binnen een paar minuten optreden. Jeffrey heeft me dus eigenlijk gered.”

Geen herinnering

De hulpdiensten probeerden Svintha uit alle macht stabiel te krijgen, maar hadden geen idee wat er aan de hand was. Er was niets waaruit ze konden afleiden wat haar mankeerde. Eenmaal in het ziekenhuis werd Svintha meteen helemaal onderzocht, maar ook daar konden ze in eerste instantie niets vinden. Elf dagen lag ze uiteindelijk in het ziekenhuis, waarvan de eerste dagen op de IC. “Mijn laatste herinnering is van de dag voordat dit allemaal gebeurde. Van die bewuste dag zelf kan ik me niets herinneren en ook van de eerste tijd in het ziekenhuis niet. Ik voel daarom ook nog heel erg de behoefte om alles te weten. Wat er bijvoorbeeld is gebeurd voor ik in het ziekenhuis terechtkwam en wat ze precies hebben gedaan. Ik zou dat graag helder willen hebben voor mezelf.”

SCAD

Toen ze uiteindelijk wakker werd, had Svintha geen idee waarom ze in het ziekenhuis lag. Ze voelde dat haar lichaam een klap had gehad, maar besef van wat zich had voorgedaan? Dat had ze niet. Heel wat onderzoeken later kwam er uitsluitsel over wat er gebeurd was: het was een SCAD geweest. Dit is een zeldzame oorzaak van een hartinfarct. “Een SCAD is een scheurtje in de kransslagader. Deze heeft uiteindelijk een klein hartinfarct veroorzaakt, denken de artsen. Op de MRI was namelijk een klein litteken op het hart te zien, wat een hartinfarct geweest moet zijn. Het infarct heeft achteraf gezien al die vrijdagochtend ervóór plaatsgevonden, toen ik na het sporten onderweg naar huis ineens helemaal niet lekker werd op de fiets. Dit is ontstaan door het scheurtje en heeft uiteindelijk geleid tot een grote hartritmestoornis. Daardoor is mijn hart er die bewuste nacht mee gestopt.”

Hormonen

Ook de oorzaak van het scheurtje in de kransslagader werd onderzocht. Allerlei zaken werden uitgesloten. Zo had Svintha niets aan haar vaten en ook geen onderliggende ziekte. Daarnaast kon het niet door stress, drugsgebruik of heel intensief sporten komen. Er bleef maar één ding over: hormonen. “Als je zwanger bent, maak je bepaalde hormonen aan die ervoor zorgen dat de vaten flexibeler worden. Dan kan het dus gebeuren dat er een scheurtje ontstaat. De kans is klein dat zoiets gebeurt, maar het is bij mij waarschijnlijk wel het geval geweest. De artsen denken dat het komt doordat ik meerdere keren zwanger ben geweest. Best gek als je je bedenkt dat mijn jongste al vier jaar is. Ik heb simpelweg pech gehad… Het is nog altijd een raar besef dat je leven van de ene op de andere dag zo kan lopen.”

Het een plekje geven

De hele gebeurtenis heeft veel impact op Svintha gehad. Ze vindt het nog altijd moeilijk om haar emoties te beschrijven. Het een plekje geven lukt haar nog niet. “Ik ben nog steeds erg bezig met wat er is gebeurd en hoe ik me daar nu bij moet voelen. Revalideren gaat gelukkig goed. Fysiek ga ik vooruit en draai ik weer aardig mee, maar ik kan niet zeggen dat ik al helemaal goed in mijn vel zit.” Wat ze vooral ook lastig vindt, is dat onder anderen haar man Jeffrey een heel ander gevoel bij alles heeft dan zijzelf. “Jeffrey heeft er middenin gezeten en heeft enorm in angst geleefd. Niemand wist hoe ik uit mijn coma zou komen. En dat terwijl ik zelf voor mijn gevoel door alles heen geslapen heb. Daar voel ik me soms bijna rot over. Eenzaam zelfs, omdat ik de enige ben die dit gevoel erbij heeft. Met Jeffrey gaat het gelukkig goed. Ik hoop dat ik het over een tijdje zelf ook een plek kan geven, maar voor nu heeft het vooral tijd nodig. Ik besef me namelijk heel goed dat het anders had kunnen aflopen. Hoe dan ook ben ik blij en dankbaar dat ik er nog kan zijn voor mijn kinderen en Jeffrey.”

Waarom het interview met Svintha?

Wij bieden de ruimte om bijzondere verhalen te delen. Ieder van ons kent de angst die je misschien hebt doorgemaakt. De moeite die het soms kost om het te accepteren. Stuur je eigen verhaal in en wij publiceren het op onze website of nodigen je uit voor een interview.

Tekst: Laura van Horik
Beeld: Svintha Lankester

Dit artikel verscheen in het HPNL magazine. Interesse? Vraag hier het HPNLmagazine aan.

Vergroot overlevingskans: Leer reanimeren!

Jaarlijks vinden er ruim 8.000 reanimaties plaats buiten het ziekenhuis. Ingrijpend voor de slachtoffers en hun naasten, maar eveneens voor de hulpverleners. HartbrugMagazine wijdt een reeks aan deze laatste groep en gaat in gesprek met de persoon achter de reanimatie. Vorige keer spraken wij Jelle Tazelaar, vrijwillig brandweerman. Nu vertelt Jan Franssen zijn verhaal: tot zijn recente pensioen Teamleider Spoedeisende Hulp Roermond, maar ook reanimatie- en AED-instructeur.

Jan Franssen

‘Per 1 januari ben ik gestopt met werken en geniet van mijn resterende verlofdagen. Halverwege het jaar ga ik officieel met pensioen en zit mijn loopbaan van 48 jaar Laurentius Ziekenhuis Roermond er op. Maar het verzorgen van reanimatietrainingen en AED-instructies blijf ik voorlopig geven, want ik vind het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen kunnen ingrijpen in geval van een hartstilstand. Scholing én herhaling verlagen de drempel om hulp te verlenen’, aldus de 65-jarige Franssen die terugkijkt op een uitdagende en dynamische functie.

Het verschil tussen leven en dood

Wanneer Franssen in 1972 in het ziekenhuis met een interne opleiding tot verpleegkundige begint, bestaat de leiding van het ziekenhuis met name nog uit religieuzen: ‘Nonnen verzorgden het gehele ziekenhuis van alle levensbehoeften. Van de keuken en wasserij tot aan de verpleegkundigen an sich, maar ook het laboratorium en het bestuur waren onder leiding van nonnen. Omdat ook de Spoedeisende Hulp (SEH) en ambulancedienst gedraaid werden door nonnen en destijds weinig mannen voor het verpleegkundige beroep kozen, werd ik al vóór het einde van de 3-jarige opleiding op de SEH gestationeerd. Naast verpleegkundige in het ziekenhuis, was ik ook ambulanceverpleegkundige. Destijds was het nog een mannending. Ik sprong met twee mannelijke klasgenoten in het diepe, want wij gingen meteen patiënten per ambulance ophalen die onder andere een hartinfarct hadden. Aan boord van de ambulance; één zuurstoffles en een brancard.’

Gedurende de jaren rolt de verpleegkundige van de ene (leidinggevende) functie in de andere, maar uiteindelijk kiest Franssen ervoor om weer terug te keren naar de werkvloer en te blijven werken als SEH-verpleegkundige voor 24 uur per week. Tijdens zijn loopbaan komt hij in contact met Hartpatiënten Nederland en breidt zijn werktaken alsnog uit: ‘Ik werd benaderd voor het verzorgen van laagdrempelige reanimatiecursussen voor particulieren en startte hiermee in 1979. Heel wat mensen hebben in drie avonden -later teruggebracht tot twee-, geleerd hoe zij een slachtoffer met een hartstilstand of ventrikelfibrilleren het leven kunnen redden middels een paar eenvoudige en technische handelingen. Sindsdien ben ik reanimatie-instructeur en later ook AED-instructeur. Nog steeds verzorg ik met enige regelmaat reanimatietrainingen en workshops.’

Hij vervolgt: ‘Reanimeren op de werkvloer en daarbuiten is anders, want in een ambulance en op de Spoedeisende Hulp zijn meer voorzieningen aanwezig. Op ‘straat’ moet een hulpverlener het als het ware met ‘handen en voeten’ doen. De druk is zeer hoog om snel en adequaat op te treden en met minimale hulpmiddelen hersenschade te voorkomen. Tegenwoordig zijn wij wel steeds meer geholpen met een AED (Automatische Externe Defibrillator), mits deze niet al te ver van de reanimatieplaats aanwezig is. Reanimatie overbrugt de tijd tussen de hartstilstand en het arriveren van professionele hulpverleners; een AED  kan het verschil maken tussen leven en dood. Hoe sneller een hartritmestoornis wordt gedefibrilleerd door middel van de AED, hoe groter de kans op overleven.’

Verdubbeling van outcome na een reanimatie

En juist de vergrote overlevingskans blijft voor Franssen de factor om het belang van (leren) reanimeren te blijven benadrukken: ‘De professionele hulpverleners zijn afhankelijk van snel en adequaat ingrijpen door omstanders. Wij hebben immers maar vier à vijf minuten de tijd om een reanimatie op te starten en hersenschade te voorkomen. Deze paar minuten zijn in de meeste gevallen niet haalbaar voor ambulances. Dan is een zogeheten buurt-AED sneller inzetbaar. Ik vind het belangrijk dat zo veel mogelijk omstanders kunnen ingrijpen in geval van een hartstilstand. Vroeger maakte ik als ambulanceverpleegkundige te vaak mee dat mensen aanwezig waren bij een calamiteit, maar dat er te weinig werd ingegrepen. Het is frustrerend omdat mensen de kans wordt ontnomen om een hartstilstand te overleven. Gelukkig is de outcome na een reanimatie tegenwoordig verdubbeld ten opzichte van ongeveer tien jaar geleden dankzij reanimatiecursussen en verplichte BHV-trainingen bij bedrijven, instellingen en sportaccommodaties.’

‘Tijdens mijn tijd als ambulanceverpleegkundige lag eens een oudere mevrouw op straat die door omstanders werd gereanimeerd. Om de defibrillator aan te sluiten, knipte ik haar bovenkleding inclusief beha kapot. Het resultaat? Vier briefjes van honderd gulden doormidden geknipt, die zij in haar beha bewaarde. Mede dankzij adequaat ingrijpen van omstanders, heeft deze mevrouw het gelukkig overleefd. Maar ik heb helaas geen vindersloon ontvangen (grapje)!’

Voor meer artikelen over o.a aandoeningen klik hier

Dit artikel verscheen in het HPNL magazine. Interesse? Vraag hier het HPNLmagazine aan.

Dit jaar reanimatie-estafette scholen via streaming

MAASTRICHT – Anders dan voorgaande jaren kunnen mensen de reanimatie-estafette dit keer niet in een middelbare school bijwonen. De coronaregels maken dat erg lastig, zo niet onmogelijk. Om die reden doen meerdere middelbare scholen in heel Limburg mee aan een digitale reanimatie-estafette op 18 oktober. Een half uur lang krijgen leerlingen van deze scholen reanimatie-onderricht. En dat wordt live uitgezonden via streaming.

Via deze streaming kan iedereen dus toch meedoen aan de reanimatie-estafette. “Vorig jaar ging het helemaal niet door”, zegt secretaris Sharon Gulpen van de Stichting Reanimatie-Estafette Limburg. “Toen zou de manifestatie eigenlijk plaatvinden op de Bernhard Lievegoedschool in Maastricht. Corona haalde daar een streep door. Dit jaar gaat het ook niet. Maar het onderwerp is zo belangrijk dat we er toch aandacht voor willen vragen. Daarom hebben we een digitale reanimatie-estafette bedacht.”

De digitale uitzending van de estafette is op 18 oktober van 11.00 tot 15.00 uur via internet te volgen. Mensen kunnen dan via streaming kijken naar de verrichtingen van de leerlingen op de middelbare scholen, en daarnaast zijn er gesprekken met overlevers, en met o.a. de cardiologen Paul Volders en Ton Gorgels van Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+). Ook Theo Schrijnemaekers van HartslagNu praat er over het belang van een goed netwerk van mensen die kunnen reanimeren.”

Overlevers

De bijeenkomsten van mensen die een reanimatie hebben overleefd, kunnen dit jaar ook niet doorgaan. Tot hun grote spijt. “Mensen kijken er naar uit om elkaar weer te zien”, zegt Sharon. “Ze kunnen tijdens zo’n bijeenkomsten bijpraten en contacten aanhalen.” Dit jaar kan het niet door corona, maar ze kunnen zich wel al aanmelden via info@reanimatie-estafette.nl voor volgend jaar.

Meedoen aan de estafette is heel belangrijk, zegt Sharon. “We zien hoeveel scholieren na de cursus op school met succes hun vader, moeder, oma of opa hebben gereanimeerd. Daar doe je het voor!”

Verplicht lesvak?

Het wachten is overigens op een initiatief van onderwijsminister Arie Slob. In mei nam de Tweede Kamer namelijk een motie aan die werd gesteund door alle partijen behalve het CDA, Forum voor Democratie en de PVV. In die motie draagt de Kamer de minister op om EHBO en reanimatie vast in het lespakket op de middelbare scholen op te nemen. Lees hier meer. Hartpatiënten Nederland vindt het een uitstekend idee en hoopt van harte, dat de wens van de Tweede Kamer gerealiseerd wordt! Want het zal je maar gebeuren dat een geliefde naast je in elkaar zakt, en jij niet weet wat je moet doen. Reanimeren is iets wat iedereen kan leren!

Kijk hier voor meer info over (meedoen met) de reanimatie-estafette. En wil je iets weten of heb je zelf iets te melden? Mail dan naar info@reanimatie-estafette.nl

Ondersteun Wereld Reanimatie Dag!

Op 16 oktober vindt de Wereld reanimatie Dag plaats, op zijn Engels gedoopt tot World Restart A Heart Day. Het idee achter deze dag is dat iedereen op de wereld een leven kan redden.

16 oktober staat wereldwijd in het teken van reanimatie. Op die dag draait het om het belang van reanimatie door omstanders bij een circulatiestilstand. De eerste 6 minuten zijn namelijk cruciaal. Omstanders zijn vaak eerder aanwezig dan de ambulancedienst. In deze kostbare minuten kunnen deze omstanders helpen. Vooral omdat 70 procent van de hartstilstanden in huis plaatsvindt. Hierdoor is het van onschatbare waarde om te leren reanimeren en zodoende levens te kunnen redden.

Elk jaar op 16 oktober wordt er wereldwijd aandacht besteed aan World Restart A Heart Day. Instellingen en bedrijven in heel Nederland organiseren op deze dag activiteiten, zoals reanimatiedemo’s door de ambulancedienst en workshops om zelf te leren reanimeren en de AED te gebruiken. Een AED is een Automatische Externe Defibrillator, een apparaat dat een stroomstoot kan geven in een poging het hart weer op gang te brengen.

Door het coronavirus kunnen er dit jaar opnieuw geen evenementen in het land worden georganiseerd. Daarom heeft de Europese Reanimatie Raad het initiatief genomen om – vooral via social media – een lans te breken voor reanimatie door omstanders. Wij sluiten ons daar graag bij aan. Deel op jouw social media dat je het belangrijk vindt dat iedereen leert om te reanimeren. Dat kan met #WorldRestartAHeart of #MySongCanSaveLives en tag @worldrestartaheartnl.

Ruben (14) reanimeerde zijn vader

Ruben van Geelen (14) is dertien jaar oud wanneer zijn vader Ron van Geelen (61) een hartstilstand krijgt. Een cursus die hij op de basisschool volgde, bleek plotseling veel nuttiger dan hij ooit had verwacht. Hij aarzelde geen moment en startte met reanimeren.

 “We zaten naast elkaar op de bank toen mijn vaders hoofd ineens naar achter viel”, vertelt Ruben over het moment dat hij nooit zal vergeten. Hij en zijn vader waren even daarvoor nog druk in de weer met de treinbaan die ze op zolder hebben staan. Ze besloten naar beneden te gaan toen Rubens oom en tante op bezoek kwamen. Achteraf weet vader Ron nog dat hij ‘een warm gevoel’ kreeg toen hij naar beneden liep. Het leek niks om zich zorgen om te maken, maar toen hij zijn koffie pakte, werd hij ineens duizelig. “Ik hoop dat dit zo over gaat, dacht ik nog, kanónnen wat een naar gevoel.”

Het moet enkele momenten later zijn geweest dat zijn hoofd naar achter viel, en de koffie op de grond. Even dacht Ruben nog dat zijn vader een grapje maakte. “Mama, kijk eens naar papa”, zei hij twijfelend, waarna zijn moeder in actie kwam. “Ze sloeg een paar keer in mijn vaders gezicht, in de hoop dat hij bij zou komen, maar dat gebeurde niet. Daarna voelde ze dat hij geen polsslag meer had.” Hoewel Ruben naar eigen zeggen ‘even in paniek’ was, aarzelde hij geen moment en startte hij met reanimeren. Hij vertelt er rustig over en moet lachen als hem de eigenschap ‘nuchter’ toebedeeld wordt. “Ik hoor wel vaker dat ik nuchter ben, ja. Maar ik denk er gewoon niet zoveel over na. Ik deed het gewoon.”

Reanimatiecursus

Er waren drie volwassenen aanwezig, maar de toen dertienjarige nam het voortouw. In groep 8 had hij geleerd hoe het reanimeren in zijn werk ging. Wanneer Ruben over de meerdaagse cursus praat, klinkt het alsof hij er destijds niet zo van onder de indruk was. “Neuh, het was school”, antwoordt hij, bij wijze van uitleg. “Het was wel gezellig met vrienden en grappig om op zo’n pop te oefenen.” Aan het eind van de lessen moest de klas een toets maken en demonstreren wat ze geleerd hadden. “Ik denk dat dat geholpen heeft bij het onthouden.”

Na een paar minuten nam een burgerhulpverlener het reanimeren over en is Ruben met zijn tante naar buiten gegaan. Nadat ook de ambulance arriveerde, leek het voor Ruben en zijn familie nog erg lang te duren. De AED werd vier keer gebruikt, waarna ‘eindelijk’ iemand riep dat er weer weer een hartslag was. “Dat was een van de meest blije momenten in mijn leven. Echt een opluchting”, vertelt Ruben. Ron kan zich van de hele gebeurtenis alleen flarden herinneren. Wat hij wel nog goed weet is de eerste keer dat hij zijn zoon in het ziekenhuis zag, nadat hij had gehoord van de heldendaad. “Ik voelde ongekende blijdschap bij het weerzien. ‘Jongen, kom eens hier’, zei ik, waarna ik hem een dikke knuffel gaf. Ik hou van al mijn kinderen evenveel, maar we delen wel iets heel bijzonders nu.”

Held

Niet alleen door zijn vader, maar ook door zijn moeder, broertje, zussen – van wie er één in de zorg werkt – en artsen werd Ruben als held ontvangen. “Daar was ik wel trots op, maar het voelde ook gek”, zegt Ruben bescheiden. “Ik deed ook maar wat.” Daar denken veel mensen anders over. Hij kreeg zelfs een ‘loffelijk getuigschrift’ van Stichting Carnegie Heldenfonds. En dat allemaal door die cursus in groep 8. “Zonder die cursus dacht ik waarschijnlijk dat ik zo vaak moest drukken als ik kon, of zo. Elke seconde telt bij een reanimatie, dus dan is het wel belangrijk dat je het meteen goed doet.” Vader en zoon pleiten er dan ook voor om een reanimatiecursus te verplichten op scholen. Ruben: “Je denkt misschien: dat gaat mij nooit gebeuren, maar zo dacht ik ook. En het is niet zo’n nachtmerrie om te doen, hoor. Het is ook niet leuk of interessant, maar ook niet stom.” Het was wel ‘best heftig’ om mee te maken, geeft hij toe. “Maar ik doe dit veel liever dan dat ik mijn vader zie sterven.”

Ron kreeg een ICD en mocht na tien dagen het ziekenhuis uit. Na negen weken revalidatie die daarop volgden, voelt hij zich nu goed. “Ik slik al jaren medicatie voor mijn hoge bloeddruk en er is ook weleens een te lage pompfunctie geconstateerd. De dokter zegt echter dat deze hartstilstand daar niks mee te maken had. Het was stomme pech. Ik heb er buiten wat vergeetachtigheid niks aan overgehouden. En die vergeetachtigheid komt ook weleens van pas!” Het is duidelijk dat Ron zijn humor niet is kwijtgeraakt en hij nog vol van het leven geniet. “Ik hou me aan mijn medicatie en ben wat gezonder en bewuster gaan leven, maar verder gaat het leven gewoon door.” Ron vertelt dat zijn eerste vrouw op haar 39e aan borstkanker overleed. “Pas als je zoiets meemaakt, weet je echt hoe definitief de dood is. Het klinkt heel logisch, maar het verschil met er zijn en er níet meer zijn, is zo groot. Dat ik er anders niet meer was geweest, blijft een raar idee. Het is mooi dat ik de treinbaan van mijn leven nog wat langer kan maken.”

Tekst: Verena Verhoeven

Dit artikel verscheen in het HPNL magazine. Interesse? Vraag hier het HPNLmagazine aan.

Sandra reanimeerde haar eigen man

Op 17 februari dit jaar kreeg Sandra’s (56) man Gert-Jan (66) een hartstilstand. Op zijn verjaardag. Sandra moest die dag haar eigen man reanimeren. Hij overleefde het, maar Sandra krijgt dat beeld van haar levenloze man maar niet van haar netvlies.

Gert-Jan en zijn kleinzoon

Sandra ging die bewuste dag al eerder naar bed, terwijl Gert-Jan de hond nog even uitliet. Niet veel later schoof hij bij haar in bed. Ze vroeg hem of het goed ging. Hij antwoordde dat het niet lekker ging. ‘Gert vertelde dat hij een druk op zijn borst voelde. Hij kon het niet goed duiden, maar voelde zich raar. We zijn op dat moment naar beneden gegaan om even wat te drinken.’ Eenmaal beneden ging het niet beter. Zijn bloeddruk was niet extreem hoog, maar toch zei Gert-Jan dat hij zich echt niet goed voelde en dat ze hulp moest inschakelen. ‘Ik belde meteen de dokter. Hij vertrouwde het niet, dus werd er een ambulance gestuurd. De ambulancebroeders sloten een kastje bij Gert aan en zagen het al snel: hij had een hartinfarct.’

Van de wereld

Vlug ging Sandra naar boven om even wat anders aan te trekken voor ze mee moesten met de ambulance. Op dat moment zakte Gert-Jan ineens van zijn stoel. ‘Hij ging onderuit en was plotseling helemaal van de wereld. De ambulancebroeders vroegen me of ik kon reanimeren, zodat de ene broeder bij het hoofd van Gert kon blijven staan en de andere de AED kon klaarmaken. Dat kan ik, want ik heb zestien jaar BHV-ervaring. Maar ik dacht: ‘Waarom moet ik dit bij mijn eigen man doen?’ Toch ben ik direct begonnen. Ik had geen idee of ik het goed deed; ik ben gewoon gaan pompen. Ondertussen bleef ik maar roepen dat hij bij me moest blijven. Ik was wanhopig. Uiteindelijk kwam zijn lichaam overeind van de keukenvloer en was hij weer bij ons.

Door een hel

Sandra kon op dat moment alleen nog maar uitbrengen dat haar man dood was geweest. De adrenaline gierde door haar lijf en haar hart zat in haar keel. Haar hele lichaam deed pijn: van de schrik, het huilen en de kracht die ze had gestopt in het reanimeren van haar eigen man. ‘Gert begon weer praatjes te krijgen, maar ik ging echt door een hel. Ik was zó bang dat hij het niet zou overleven. Ook die rit naar het ziekenhuis was voor mij heel beangstigend. Midden in de nacht kwamen we daar aan. Het ziekenhuis was donker en verlaten, en het voelde alsof ik met mijn kinderen zat te wachten in een rouwkamer.’ Een tijd later mocht ze naar Gert-Jan, die inmiddels was geopereerd en drie stents had gekregen. ’Zelf had Gert het gevoel dat hij even geslapen had; hij had niks meegekregen van de ernst van de situatie. Ik daarentegen heb dat afschuwelijke beeld van dat hij dood was. Het bleken maar twee minuten geweest te zijn, maar naar mijn idee duurde het een eeuwigheid.’

Alarmfase
Hoewel Sandra goed begrijpt dat alle aandacht op dat moment naar Gert-Jan ging, vindt ze dat er na zo’n gebeurtenis ook meer aandacht mag zijn voor de partner. ‘De ambulancebroeders hebben tegen me gezegd dat het heel waardevol was dat ik kon reanimeren, maar niemand heeft vervolgens gevraagd hoe het mij ging, of hulp aangeboden. Terwijl ik nog altijd heel bang ben om hem te verliezen. Het voelt alsof ik constant in de alarmfase zit. Als ik nu naast hem in de tuin lig, check ik telkens of hij nog ademt. Als we een lange wandeling maken, vraag ik me af of hij niet te veel doet. Als hij slaapt, check ik een paar keer per nacht of ik echt nog iets hoor of voel. Het heeft een enorme impact op je als je ernaast hebt gestaan, laat staan op mensen die ook nog eens zonder ambulancebroeders hebben moeten reanimeren.’

Gefocust op herstel

Met Gert-Jan gaat het momenteel gelukkig goed. ‘Gert zegt zich beter dan ooit te voelen, ondanks dat zijn herstel vanwege corona nu een soort doe-het-zelf revalidatie is geworden. Hij valt nu ook nog eens binnen een risicogroep. Gert is in ieder geval erg gefocust op zijn herstel en heeft gelukkig geen last van bijvoorbeeld geheugenverlies of concentratieproblemen. Hij fietst elke dag en traint zijn borstkas. Uiteraard slikt hij ook medicijnen. Dat is best confronterend, omdat dat waarschijnlijk de rest van zijn leven zo zal zijn. Hoe dan ook doet hij weer van alles, zoals muziek maken. Dat is in ieder geval heel positief.’

Hulp

Sandra zelf heeft inmiddels hulp gezocht. ‘medelijden is niet wat ik wil, maar wel mijn verhaal bij iemand kwijt kunnen. Ik ga niet liegen: ik vind het gewoon best wel zwaar, Ik wil sterk en positief zijn, maar eigenlijk hangt er voor mij sinds 17 februari één grote zwarte wolk over alles heen. Zeker deze periode is lastig. Wie mag er langskomen en wat kan wel en niet? En kan ik weer werken of is dat dan een risico voor Gert? We proberen te doen wat verstandig is, en dat is in mijn geval nu ook hulp zoeken. Met deze gebeurtenis om leren gaan. Een tip voor anderen is in ieder geval: leer reanimeren of verdiep je erin, en neem vermoeidheidsklachten serieus.’

Voor meer artikelen over o.a reanimeren klik hier

Dit artikel verscheen in het HPNL magazine. Interesse? Vraag hier het HPNLmagazine aan.

Burgerhulpverlening reanimatie

Jaarlijks vinden er ongeveer 7000 tot 8000 reanimaties plaats buiten het ziekenhuis. Dat is uiteraard ingrijpend voor de slachtoffers en hun naasten, maar ook de hulpverleners die de reanimatie uitvoeren gaat het meestal niet in de koude kleren zitten. In de komende edities van HartbrugMagazine laten we deze laatste groep aan het woord. Dit keer het verhaal van Leonie Scholte, die als burgerhulpverlener aangesloten is bij HartslagNU.

‘Ieder mens reageert verschillend op een noodgeval: pas als het je overkomt, weet je of je iemand bent die vlucht, verstijft of handelt. Inmiddels weet ik van mezelf dat ik tot de laatste categorie behoor. Toen ik 12 was, zag ik buiten een oudere man lopen die heel grauw oogde. Ik vertrouwde het niet en vroeg of hij even binnen wilde komen. Toevallig was ik op dat moment net even alleen thuis. Terwijl ik in de woonkamer 112 belde, kreeg de man een hartstilstand. Meteen ben ik begonnen met reanimeren, puur op basis van wat ik in televisieseries had gezien en aanwijzingen van de meldkamer. Blijkbaar was dat voldoende, want de meneer heeft het gered.

Die ervaring heeft ertoe geleid dat ik mijn EHBO-diploma heb gehaald en me ieder jaar laat bijscholen. Aangezien ik in het onderwijs werk – ik geef momenteel les op een praktijkschool – leek me dat ook wel handig. Ik woon in de Achterhoek, waar de dekkingsgraad van ambulances laag is. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis is 25 minuten rijden, dus het is in geval van een reanimatie bijna onmogelijk om snel ter plaatse te zijn. Toen ik daarom in 2017 hoorde van het burgernetwerk, heb ik me meteen aangemeld.

Taken verdelen

Sinds die tijd ben ik acht keer opgeroepen, waarvan ik vijf keer ook daadwerkelijk heb kunnen gaan. De ene keer krijg je de melding dat je een AED moet halen, de andere keer is het een oproep voor een reanimatie. Alle beschikbare burgerhulpverleners worden gealarmeerd in een straal van 750 meter hemelsbreed. De ene keer krijg je de melding om eerst een AED op te halen, de andere keer is het een oproep om direct naar het reanimatieadres te gaan en te starten met de reanimatie. Ik hoor vaak dat mensen zich niet durven inschrijven omdat ze bang zijn dat ze dan alles alleen moeten doen, maar die kans is relatief klein. Meestal zijn er al snel meerdere mensen en kun je de taken onderling verdelen. Voor iedereen is wel wat te doen: niet alleen het reanimeren zelf, maar bijvoorbeeld ook het ontvangen van de ambulance, het opvangen van de familie of het tegenhouden van het verkeer. Iedere schakel is even belangrijk, je bent echt met z’n allen iemands leven aan het redden.

Ik heb een speciale ringtone ingesteld voor de noodmeldingen. Als die afgaat, weten mijn man en kinderen van 7, 10 en 12 precies wat ze moeten doen en kan ik meteen vertrekken. Ook op mijn werk hebben ze er begrip voor dat ik kan worden opgeroepen. En dat vind ik ook niet meer dan logisch: een mensenleven gaat toch altijd voor?

Nachtmerrie

De laatste keer dat ik een oproep kreeg, stond ik net met mijn autosleutels in de hand om naar mijn werk te gaan. Daardoor was ik al binnen een paar minuten ter plaatse. Samen met een andere vrijwilliger ben ik de trap opgerend, waar we in de slaapkamer een vrouw aantroffen die haar eigen man aan het reanimeren was, naast het bed. Daar was nauwelijks ruimte, wat de situatie extra lastig maakte. Normaal ben ik iemand die graag de leiding neemt, maar in dit geval was ik opgelucht dat er al snel een paar sterke mannen binnenkwamen, die de man konden verplaatsen en de reanimatie van me overnamen. Ik heb me toen ontfermd over zijn echtgenote, die natuurlijk ook in een nachtmerrie terechtgekomen was.

Het duurde denk ik wel een kwartier voor de ambulance er was, wat voor je gevoel een eeuwigheid is. De tijd lijkt in zo’n noodsituatie veel trager te gaan. Bij andere oproepen kon ik vaak al na een minuut of tien weer weg, hier ben ik bijna anderhalf uur bezig geweest. Dit kwam ook omdat meneer niet met de ambulance is meegegaan. Voor mij was dit de eerste keer dat ik meemaakte dat het slecht afliep, wat natuurlijk best een impact heeft. Natuurlijk ben je daar op voorbereid, maar ik zou liegen als ik zei dat het me niets doet. Toch voelt het als een schrale troost dat je je in deze situatie iets voor iemand hebt kunnen betekenen. De ambulance horen in je straat en alleen maar machteloos kunnen toekijken, is naar mijn mening nog veel erger.

Kaartje

Ik heb een paar dagen later nog een condoleancekaartje in de brievenbus gedaan, om te laten weten dat de mevrouw me altijd mocht bellen als ze daar behoefte aan heeft. Ik kan me goed voorstellen dat ze nu andere dingen aan haar hoofd heeft, maar stel dat ze over een paar jaar alsnog vragen krijgt, heeft ze in ieder geval gegevens van de mensen die er bij waren. Zelf kan ik er gelukkig ook goed over praten met mijn man en collega’s, maar in dit geval heb ik het ook gebruikt in mijn les. Na de melding ben ik namelijk alsnog naar mijn werk gegaan, waar ik mijn leerlingen heb verteld waarom ik later was. Voor mij een stukje verwerking, maar voor hen een leerzame kennismaking met het burgernetwerk. Ik hoop dat het halen van je EHBO-diploma ooit standaard wordt op scholen en dat meer mensen zich registreren als hulpverlener. Zelf zie ik het als mijn plicht: als iets heel normaals dat er bij hoort in het leven om je medemens te helpen.’

 

reanimatie

voor meer artikelen over o.a reanimaties klik hier

Reanimatie-app I SAVE LIVES

Op de koffie bij Sam en David, de mannen achter I Save Lives. Sam Steltman heeft I Save Lives in 2017 bedacht: ‘Ik maakte van dichtbij mee hoe een kennis het leven van zijn vrouw redde. Het was heel heftig allemaal en die avond in bed voelde ik me best wel schuldig en realiseerde ik me dat ik haar leven nooit had kunnen redden. Ook bijna niemand van mijn vrienden is in staat om te handelen wanneer zoiets gebeurt. De meeste mensen willen best wel iets leren, maar toch komt het er vaak niet van. Toen kwam ik op het idee een game te maken waarmee je op een leuke manier kunt leren reanimeren.’

David Hup heeft een soortgelijk moment meegemaakt tijdens een vliegreis vanuit Roemenië op weg naar Nederland. ‘Tijdens de vlucht wordt iemand onwel. Ik zak van schaamte diep in mijn stoel als ik besef dat het toch wel heel ernstig is dat niemand van de stewardessen of de 200 passagiers weet hoe te reanimeren. Dan ga ik, net als Sam, rondvragen bij mijn vrienden, maar iedereen had wel een excuus. ‘Zo’n cursus is duur. Ik vind het toch wel een beetje eng. Eigenlijk moet het, maar ik heb het nog niet gedaan.’ Wanneer je beseft dat er iemand moet worden gereanimeerd, dan is het eigenlijk al te laat. Dat moment moet je voor zijn. Daarom moet deze game er komen. Het is een bewustwordingsproces dat we aan anderen willen overbrengen.’

Wat is het verschil tussen de I Save Lives app en de huidige reanimatiecursussen?

‘Er zijn verschillende aanbieders die reanimatiecursussen verzorgen. Nadeel is dat je maar een paar mensen tegelijk kan trainen dus heb je heel wat opleiders nodig om een klas van 35 schoolkinderen op te leiden en daarbij is het heel lastig in te roosteren tussen de normale lessen door. En bij een reanimatiecursus die 3 uur duurt, kun je misschien maar een kwartiertje echt oefenen op de pop.

Het kan veel efficiënter

‘Met de game is het veel makkelijker, heb je minder begeleiders nodig en kan je veel meer mensen tegelijkertijd laten oefenen. Door heel vaak kort te oefenen met de game in plaats van eens in de 2 jaar een cursus te volgen, brengen we een natuurlijke reactie teweeg wanneer daadwerkelijk moet worden gereanimeerd.’

Hoe werkt de I Save Lives app?

‘We willen het net zo leuk maken als een telefoonspelletje, zodat je het iedere keer weer opnieuw wil spelen om je score te verbeteren. De game kan je het beste vergelijken met een Playstation waarbij de pop als controller fungeert.  De I save Lives app geeft je een opdracht, bijvoorbeeld ‘Geef een borstcompressie’ maar ook advies wat je moet doen. Hoe beter jij het doet, hoe meer punten je krijgt en vervolgens kom je op een scorebord.’

Waarom starten jullie met middelbare scholen?

‘Wanneer jongeren al vroeg in hun leven in aanraking komen met reanimeren, hebben zij daar de rest van hun leven profijt van. Het gaat niet alleen om leren reanimeren, maar om zorgen voor elkaar. De digitale wereld is heel erg individualistisch. Daarmee wordt het menselijke aspect helemaal vergeten. We leren mensen niet alleen reanimeren, maar zo leren we mensen ook weer bewust te worden om te zorgen voor elkaar. Er voor een ander te zijn. Op te komen voor elkaar.’

Is de I Save Lives app alleen geschikt voor scholen?

‘De app is geschikt voor iedereen tussen de 11 en 99 jaar. We willen ernaartoe dat er overal in openbare ruimten, verenigingen, scholen, ziekenhuizen en in bedrijven een pop is en het zo gemakkelijk en leuk mogelijk maken om er mee te oefenen en je prestaties te verbeteren. Het is ook een stoere game. Een game waarmee je levens kan redden!’

Door mensen te vragen in actie te komen wil Hartpatiënten Nederland 8000 euro ophalen voor I Save Lives. Hoe vinden jullie dat?

‘Geld geven is mooi, maar in actie komen is natuurlijk supervet! Stel je eens voor dat je in actie komt door in je wijk een barbecue te organiseren. Daar sponsor je niet alleen de I Save Lives app mee, maar heb je ook de gelegenheid kennis te maken met de buren van een stukje verderop en een praatje te maken.  Het is zo mooi samen iets te kunnen doen en er met elkaar voor te zorgen dat iedereen leert reanimeren.’

voor meer artikelen over o.a aandoeningen klik hier

DJ Rob van Someren: Voor reanimatie is het ritme van Staying Alive precies goed

Radio-DJ Rob van Someren (54) kreeg in 2014 een licht hartinfarct. Hij bleek geen klassieke hartpatiënt. Het duurde jaren voor de diagnose echt rond was. Voor zijn programma Somertijd bij Radio 10 organiseert hij eerdaags een Reanimatiedag. Aan Hartpatiënten Nederland vertelt hij waarom.

Wat gebeurde er in 2014 precies?

Na het sporten voelde ik me plots niet lekker. Ik kreeg een tintelend gevoel in mijn linkerarm en een pijnlijke druk op de linkerborst. Mijn beide ouders zijn overleden aan hartfalen. Ik wist dus meteen dat er iets met mijn hart was. Uit de onderzoeken van het AMC bleek dat ik een licht hartinfarct had gehad. De specialist sprak van een schampschot. De hartfunctie was nog 100% intact en littekenweefsel niet gevormd. Maar het hart had wel zuurstoftekort gehad. De afwijkende enzymwaarden toonden dat aan. Alleen duurde het lang voor de oorzaak van het hartinfarct werd gevonden. Die was atypisch.

Kun je dat uitleggen?

Mijn hart kreeg zuurstoftekort, omdat de binnenkant van mijn bloedvaten geïrriteerd raakten. Bij inspannende activiteiten stuwt het bloed sneller door de vaten, dat veroorzaakt wrijving aan de vaatwanden, mijn vaten vinden dat niet leuk en er ontstaat kramp waardoor ze samentrekken  en zich tijdelijk vernauwen. Het bloed krijgt minder ruimte, de bloeddruk stijgt enorm. Bij verdere verkramping kunnen de vaten zich zelfs helemaal afsluiten. Dat werd ontdekt bij de hartkatheterisatie. Normaal is dat pijnloos, maar ik voelde exact waar de slang zat. De behandelend professor stond perplex. Vasculair spasme heet het verschijnsel. Het komt bij vrouwen vaker voor dan bij mannen, maar bijna nooit zo extreem als bij mij het geval  is. Hoe dan ook was het eigenlijk tot dit jaar tobben. Met de vaten in rust was niks aan de hand, maar ik kreeg bloedverdunners en medicatie om mijn bloeddruk te verlagen. Zoveel dat zelfs tijdens het sporten de bloeddruk te laag werd.  Zo laag dat ik echt omviel. De balans was zoek. Nu is die medicatie aangepast en gaat het beter.  Ik bezoek een internist in plaats van een cardioloog. Die kan de  werking en combinatie van de medicijnen beter in de gaten houden dan de hartspecialist.

Het is een clichévraag, maar sta je na het hartinfarct anders in het leven?

Tuurlijk is er een vóór en na het hartinfarct. Ik ben me bewuster van zaken, let meer op mijn lijf en de werking van de medicatie. Toch is mijn leven niet echt veranderd, want ik deed nooit heel gek. Op mijn gewicht letten moest ik altijd al. Ik werk nog evenveel,  maak doordeweeks voor Radio 10 mijn programma Somertijd, werk meestal op dinsdag bij de politie in Amsterdam  waar ik vaak noodhulpdiensten draai en ik ben ook trouwambtenaar. Daarnaast heb ik nog twee bedrijven waarmee ik commercials doe, presentaties of drive-in shows in het land houd. Maar ik ben geen 18 jaar meer. Ik heb langer tijd nodig om van vermoeienis te herstellen. Dus als het even kan, draai ik geen nachtdiensten meer bij de politie. De dinsdag is al heftig genoeg. Om 6.15 uur sta ik dan op het politiebureau.  Vóór 15.30 uur  moet ik echt door naar de studio. De luisteraars hebben geen boodschap aan mijn meerdere banen en vermoeidheid. Om mijn conditie op peil te houden, ga ik twee keer per week naar de sportschool. Ik rook al tientallen jaren niet meer. Ik ben nog wel een Bourgondiër, maar verder ben ik best oké.

We hoorden dat je een Reanimatiedag voor je programma Somertijd aan het organiseren bent.

Klopt! Dat idee ontstond eigenlijk spontaan in de studio. We draaiden Staying Alive van de Bee Gees. Ik vertelde dat dat een perfect nummer is als je iemand reanimeert. Je voert je hartmassage uit op het ritme van dat lied. Een collega riep meteen als grap `de Somertijd reanimatiedag’! Ik had snel zoiets van, dát gaan we doen! Mensen die meemaken dat een naaste niet goed wordt, weten vaak niet wat ze overkomt. Er is veelal paniek en schroom. Dat zie ik ook tijdens mijn politiewerk. Het is belangrijk iets van reanimatie te weten. Je kunt eigenlijk ook niks fout doen. Een simpele hartmassage in de minuten voordat de ambulance arriveert, kan al levensreddend zijn. Als het bloed maar circuleert, er iets van zuurstof doorkomt. Het slechtste is niks doen. Dat besef wil ik samen met experts tijdens een speciale gratis training, ergens in Nederland, uitdragen. We hebben een breed publiek, tussen de 20 en 60 jaar, maar nog geen idee hoe groot de belangstelling zal zijn. Het wordt een serieuze middag, maar ook luchtig en laagdrempelig. Waarschijnlijk ergens in de lente van 2018.

Heb je nu al tips voor andere hartpatiënten?

Iedereen weet zelf drommelsgoed wat hij nog in zijn leven kan verbeteren. Doe daar serieus wat mee. Na een hartfalen kun je het ook voor je omgeving niet maken laconiek met je gezondheid om te gaan. Overdreven met ‘gezond’ bezig zijn, is echter ook niet goed. Genieten van het leven blijft belangrijk. Ik zeg maar zo: waarom leef je anders nog? Pluk de dag!

DJ Rob van Someren

Dit artikel verscheen in het HPNL magazine. Interesse? Vraag hier het HPNLmagazine aan.

Aart Bosmans: ‘Hartveilig wonen’

Aart Bosmans.

Bij een acute hartstilstand kun je niet de ambulance afwachten. Direct beginnen met reanimeren is een eerste vereiste. Op steeds meer plaatsen in Nederland worden daarvoor netwerken opgezet.

 

Jaarlijks worden ongeveer 15.000 mensen in Nederland getroffen door een acute hartstilstand. Snel handelen is van levensbelang. ‘De gealarmeerde ambulance heeft in Nederland gemiddeld tien minuten nodig om bij de patiënt te zijn. En dat terwijl na een hartstilstand reanimatie binnen de zes minuten cruciaal is. Op dat moment worden goed opgeleide vrijwilligers die in de buurt wonen of werken erg belangrijk. Zij beginnen de reanimatie die vervolgens wordt overgenomen door professionele hulpverleners!’ Aan het woord is Aart Bosmans (40), manager van Hartveilig wonen, een project van Connexxion Ambulancezorg.

 

‘In 2007 startten we een proefproject in Gelderland, dat een jaar later definitief werd. Vorig jaar reanimeerden vrijwilligers in het noordoosten van Gelderland (een enorm gebied dat loopt van Elburg tot en met de Achterhoek) 650 patiënten. Van de patiënten kreeg 80 procent thuis een hartstilstand. En daar hangt meestal geen defibrillator!’

 

Die levensreddende defibrillator is wel dringend nodig, en daarvoor is een netwerk van vrijwilligers nodig. Hartveilig wonen entameert zulke netwerken samen met onder meer meldkamers van politie, brandweer en ambulance en gemeenten in verschillende plekken in ons land.

 

‘Sinds we in het noordoosten van Gelderland een netwerk hebben opgezet, heeft tussen de 20 en 30 procent van de gereanimeerde patiënten overleefd. Voor die tijd was het slagingspercentage slechts 5! In de oude situatie overleefden 32 patiënten, nu tussen de 180 en 190! Van hen heeft 85 procent geen schade opgelopen aan cognitieve breinfuncties. Deze mensen kunnen dus goed functioneren. Dat alles is te danken aan het feit dat de vrijwilligers van Hartveilig wonen er altijd eerder zijn dan de professionele hulpverlening.’

 

‘De familie van de patiënt merkt dat er snel hulp komt. Dat geeft in de huiselijke situatie een zekere rust’. Een dergelijk netwerk vereist een goede organisatie. ‘Het is niet de bedoeling dat bij een hartstilstand 50 vrijwilligers voor de deur staan. Na alarmering door de meldkamer laat een vrijwilliger die op pad gaat weten dat hij onderweg is, zodat de rest niet meer hoeft te komen. Een tweede vrijwilliger gaat op pad om een AED te halen’.

 

‘Om een dergelijk netwerk te kunnen hebben moet je er zeker van zijn dat getrainde vrijwilligers binnen zes minuten bij de patiënt  zijn en dat er bovendien 7 dagen per week en 24 uur per dag vrijwilligers beschikbaar zijn.’

door: Henri Haenen, fotografie