DJ Rob van Someren: Voor reanimatie is het ritme van Staying Alive precies goed

Radio-DJ Rob van Someren (54) kreeg in 2014 een licht hartinfarct. Hij bleek geen klassieke hartpatiënt. Het duurde jaren voor de diagnose echt rond was. Voor zijn programma Somertijd bij Radio 10 organiseert hij eerdaags een Reanimatiedag. Aan Hartpatiënten Nederland vertelt hij waarom.

Wat gebeurde er in 2014 precies?

Na het sporten voelde ik me plots niet lekker. Ik kreeg een tintelend gevoel in mijn linkerarm en een pijnlijke druk op de linkerborst. Mijn beide ouders zijn overleden aan hartfalen. Ik wist dus meteen dat er iets met mijn hart was. Uit de onderzoeken van het AMC bleek dat ik een licht hartinfarct had gehad. De specialist sprak van een schampschot. De hartfunctie was nog 100% intact en littekenweefsel niet gevormd. Maar het hart had wel zuurstoftekort gehad. De afwijkende enzymwaarden toonden dat aan. Alleen duurde het lang voor de oorzaak van het hartinfarct werd gevonden. Die was atypisch.

Kun je dat uitleggen?

Mijn hart kreeg zuurstoftekort, omdat de binnenkant van mijn bloedvaten geïrriteerd raakten. Bij inspannende activiteiten stuwt het bloed sneller door de vaten, dat veroorzaakt wrijving aan de vaatwanden, mijn vaten vinden dat niet leuk en er ontstaat kramp waardoor ze samentrekken  en zich tijdelijk vernauwen. Het bloed krijgt minder ruimte, de bloeddruk stijgt enorm. Bij verdere verkramping kunnen de vaten zich zelfs helemaal afsluiten. Dat werd ontdekt bij de hartkatheterisatie. Normaal is dat pijnloos, maar ik voelde exact waar de slang zat. De behandelend professor stond perplex. Vasculair spasme heet het verschijnsel. Het komt bij vrouwen vaker voor dan bij mannen, maar bijna nooit zo extreem als bij mij het geval  is. Hoe dan ook was het eigenlijk tot dit jaar tobben. Met de vaten in rust was niks aan de hand, maar ik kreeg bloedverdunners en medicatie om mijn bloeddruk te verlagen. Zoveel dat zelfs tijdens het sporten de bloeddruk te laag werd.  Zo laag dat ik echt omviel. De balans was zoek. Nu is die medicatie aangepast en gaat het beter.  Ik bezoek een internist in plaats van een cardioloog. Die kan de  werking en combinatie van de medicijnen beter in de gaten houden dan de hartspecialist.

Het is een clichévraag, maar sta je na het hartinfarct anders in het leven?

Tuurlijk is er een vóór en na het hartinfarct. Ik ben me bewuster van zaken, let meer op mijn lijf en de werking van de medicatie. Toch is mijn leven niet echt veranderd, want ik deed nooit heel gek. Op mijn gewicht letten moest ik altijd al. Ik werk nog evenveel,  maak doordeweeks voor Radio 10 mijn programma Somertijd, werk meestal op dinsdag bij de politie in Amsterdam  waar ik vaak noodhulpdiensten draai en ik ben ook trouwambtenaar. Daarnaast heb ik nog twee bedrijven waarmee ik commercials doe, presentaties of drive-in shows in het land houd. Maar ik ben geen 18 jaar meer. Ik heb langer tijd nodig om van vermoeienis te herstellen. Dus als het even kan, draai ik geen nachtdiensten meer bij de politie. De dinsdag is al heftig genoeg. Om 6.15 uur sta ik dan op het politiebureau.  Vóór 15.30 uur  moet ik echt door naar de studio. De luisteraars hebben geen boodschap aan mijn meerdere banen en vermoeidheid. Om mijn conditie op peil te houden, ga ik twee keer per week naar de sportschool. Ik rook al tientallen jaren niet meer. Ik ben nog wel een Bourgondiër, maar verder ben ik best oké.

We hoorden dat je een Reanimatiedag voor je programma Somertijd aan het organiseren bent.

Klopt! Dat idee ontstond eigenlijk spontaan in de studio. We draaiden Staying Alive van de Bee Gees. Ik vertelde dat dat een perfect nummer is als je iemand reanimeert. Je voert je hartmassage uit op het ritme van dat lied. Een collega riep meteen als grap `de Somertijd reanimatiedag’! Ik had snel zoiets van, dát gaan we doen! Mensen die meemaken dat een naaste niet goed wordt, weten vaak niet wat ze overkomt. Er is veelal paniek en schroom. Dat zie ik ook tijdens mijn politiewerk. Het is belangrijk iets van reanimatie te weten. Je kunt eigenlijk ook niks fout doen. Een simpele hartmassage in de minuten voordat de ambulance arriveert, kan al levensreddend zijn. Als het bloed maar circuleert, er iets van zuurstof doorkomt. Het slechtste is niks doen. Dat besef wil ik samen met experts tijdens een speciale gratis training, ergens in Nederland, uitdragen. We hebben een breed publiek, tussen de 20 en 60 jaar, maar nog geen idee hoe groot de belangstelling zal zijn. Het wordt een serieuze middag, maar ook luchtig en laagdrempelig. Waarschijnlijk ergens in de lente van 2018.

Heb je nu al tips voor andere hartpatiënten?

Iedereen weet zelf drommelsgoed wat hij nog in zijn leven kan verbeteren. Doe daar serieus wat mee. Na een hartfalen kun je het ook voor je omgeving niet maken laconiek met je gezondheid om te gaan. Overdreven met ‘gezond’ bezig zijn, is echter ook niet goed. Genieten van het leven blijft belangrijk. Ik zeg maar zo: waarom leef je anders nog? Pluk de dag!

DJ Rob van Someren

Dit artikel verscheen in het HPNL magazine. Interesse? Vraag hier het HPNLmagazine aan.

Aart Bosmans: ‘Hartveilig wonen’

Aart Bosmans.

Bij een acute hartstilstand kun je niet de ambulance afwachten. Direct beginnen met reanimeren is een eerste vereiste. Op steeds meer plaatsen in Nederland worden daarvoor netwerken opgezet.

 

Jaarlijks worden ongeveer 15.000 mensen in Nederland getroffen door een acute hartstilstand. Snel handelen is van levensbelang. ‘De gealarmeerde ambulance heeft in Nederland gemiddeld tien minuten nodig om bij de patiënt te zijn. En dat terwijl na een hartstilstand reanimatie binnen de zes minuten cruciaal is. Op dat moment worden goed opgeleide vrijwilligers die in de buurt wonen of werken erg belangrijk. Zij beginnen de reanimatie die vervolgens wordt overgenomen door professionele hulpverleners!’ Aan het woord is Aart Bosmans (40), manager van Hartveilig wonen, een project van Connexxion Ambulancezorg.

 

‘In 2007 startten we een proefproject in Gelderland, dat een jaar later definitief werd. Vorig jaar reanimeerden vrijwilligers in het noordoosten van Gelderland (een enorm gebied dat loopt van Elburg tot en met de Achterhoek) 650 patiënten. Van de patiënten kreeg 80 procent thuis een hartstilstand. En daar hangt meestal geen defibrillator!’

 

Die levensreddende defibrillator is wel dringend nodig, en daarvoor is een netwerk van vrijwilligers nodig. Hartveilig wonen entameert zulke netwerken samen met onder meer meldkamers van politie, brandweer en ambulance en gemeenten in verschillende plekken in ons land.

 

‘Sinds we in het noordoosten van Gelderland een netwerk hebben opgezet, heeft tussen de 20 en 30 procent van de gereanimeerde patiënten overleefd. Voor die tijd was het slagingspercentage slechts 5! In de oude situatie overleefden 32 patiënten, nu tussen de 180 en 190! Van hen heeft 85 procent geen schade opgelopen aan cognitieve breinfuncties. Deze mensen kunnen dus goed functioneren. Dat alles is te danken aan het feit dat de vrijwilligers van Hartveilig wonen er altijd eerder zijn dan de professionele hulpverlening.’

 

‘De familie van de patiënt merkt dat er snel hulp komt. Dat geeft in de huiselijke situatie een zekere rust’. Een dergelijk netwerk vereist een goede organisatie. ‘Het is niet de bedoeling dat bij een hartstilstand 50 vrijwilligers voor de deur staan. Na alarmering door de meldkamer laat een vrijwilliger die op pad gaat weten dat hij onderweg is, zodat de rest niet meer hoeft te komen. Een tweede vrijwilliger gaat op pad om een AED te halen’.

 

‘Om een dergelijk netwerk te kunnen hebben moet je er zeker van zijn dat getrainde vrijwilligers binnen zes minuten bij de patiënt  zijn en dat er bovendien 7 dagen per week en 24 uur per dag vrijwilligers beschikbaar zijn.’

door: Henri Haenen, fotografie

 

Toon Hermsen: ‘Reanimatielessen? Scholen geven niet thuis!’

 

 door: Henri Haenen, fotografie Anthoney Fairley

 

MILL – ‘Het interesseert ze helemaal niks!’ Moedeloos wordt Toon Hermsen ervan. Hij bewoog hemel en aarde om zeven grote middelbare scholen met veertien vestigingen rond de kop van Noord-Limburg te bewegen tot het inroosteren van cursussen reanimatie voor scholieren. De meeste directies namen zich niet eens de moeite om te antwoorden op de talrijke mails, telefoontjes en verzoeken van Toon’s stichting Hart voor Noordelijke Maasvallei.

 

De bijna 74-jarige Toon zet zich al sinds 1996 in voor het belang van reanimatie. Twintig jaar geleden maakte hij zijn eerste ernstige hartongeluk mee. Sindsdien weet hij hoe belangrijk het is om te kunnen reanimeren. ‘Iedereen in dit land zou moeten kunnen reanimeren’, vindt Hermsen. ‘Dat moet beginnen op de middelbare school. Maar dan moeten die scholen daar wel aan meewerken. Helaas. Je krijgt het botweg niet van de grond. Ze geven niet eens antwoord, een enkele uitzondering daargelaten. En dat antwoord bestaat dan uit een jammer maar helaas: geen interesse.’

 

Idealist als hij is startte Hermsen in maart 2010 met de stichting, die leerlingen op scholen in de regio les in reanimatie moest gaan geven. Daarvoor was geld nodig. Om precies te zijn: 11.500 euro, zodat driehonderd scholieren de cursus konden gaan doen. En Hermsen slaagde erin dit geld bij elkaar te sprokkelen!

 

Dat geld is nooit geïnd. Het geld was er, maar de scholen gaven niet thuis. ‘Ik ben zeer diep teleurgesteld’, lucht Hermsen zijn hart. ‘Het zou de scholen helemaal niets gekost hebben. Ik had alles voor hen geregeld, tot en met instructeurs en lesboeken toe. In mei gaf ik het op.’

 

Op 4 mei kreeg Hermsen, twintig jaar na zijn eerste een tweede hartprobleem. Hij moet het rustiger aan doen. Daardoor moet hij opnieuw revalideren. ‘Ik ben mijn conditie weer kwijt, die moet ik eerst weer opbouwen.’

 

Hermsen geniet landelijk bekendheid vanwege zijn tomeloze inzet voor de door hem opgerichte stichting Kies voor Leven. Die promoot de AED op nationale schaal.

 

‘De Maastrichtse cardioloog Tom Gorgels probeerde een burgerinitiatief op te zetten om reanimatielessen verplicht te stellen op scholen. Om dit op de politieke agenda te krijgen had hij minstens 40.000 handtekeningen nodig. Hij kreeg er slechts 4136, tien procent! Het interesseert mensen niet.’

 

‘Er moet nog veel gebeuren om directies en docenten te doordringen van het belang van reanimatie. Wekelijks wordt daarmee het leven van mensen gered. Het is heel belangrijk om scholieren hiervan bewust te maken.’ aldus Toon Hermsen.

Amir Houshangi: ‘Reanimeren verplicht vak op school!’

 

MAASTRICHT – Het vak reanimatie moet op alle middelbare scholen verplicht worden! Dat is een belangrijke missie van de 23-jarige Amir Houshangi, eerstejaarsstudent geneeskunde aan de Universiteit Maastricht en sinds kort ook reanimatie-instructeur.

 

‘Als het vak reanimeren op middelbare scholen verplicht wordt, kan straks iedereen reanimeren’, weet Houshangi, die elf jaar geleden als kind met zijn moeder vanuit Iran naar Nederland kwam. Sindsdien heeft hij hard aan de weg getimmerd om de taal goed onder de knie te krijgen en zijn vwo-diploma te halen. ‘Al toen ik 11 of 12 jaar was wilde ik dokter worden’, herinnert Amir zich. ‘Ik heb veel motivatie opgedaan bij mijn stiefvader die destijds huisarts was. Ik dank mijn progressie ook aan mijn moeder, want zonder haar was het nooit gelukt. Zij was er altijd voor me en steunde mij overal in.’

 

Na het behalen van het vwo-diploma kwam de tegenslag. ‘Ik werd twee jaar achter elkaar uitgeloot en kon me dus niet inschrijven als student geneeskunde. Het derde jaar werd ik opnieuw uitgeloot, maar gelukkig kon ik worden nageplaatst! Nu ben ik eerstejaars, en alle eerstejaars konden zich opgeven voor het examen reanimatie-instructeur. Dat verliep volgens een heel strenge selectie, want je moet echt gemotiveerd zijn wil je daarvoor uitgekozen worden. Het diploma instructeur reanimatie heb ik intussen gehaald. Ik geef nu cursussen aan middelbare scholieren. Het belangrijkste is om kinderen op een leuke, leerzame en effectieve manier het reanimeren bij te brengen. Iedereen kan het, al ben je 12 of 13 jaar.’

 

Amir zegt veel te danken te hebben aan zijn mentor Petra Schuffelen, die zich al jaren inzet voor reanimatielessen op scholen. ‘We proberen mensen in de politiek uit te leggen hoe belangrijk reanimatie is. Als je met politici praat, echt: iedereen wil het. Maar als het erop aankomt, dan haken ze vaak af.’ Onbegrijpelijk vindt Amir dat. ‘Stel je voor dat naast je, je vader of moeder bewusteloos raakt. De meeste mensen in Nederland weten dan niet wat te doen. Alleen maar wachten op de ambulance, die vaak pas na een kwartier komt, is dramatisch. Als je direct gaat reanimeren, verhoog je de kans op een leefbare toekomst tot wel 60 procent.

 

Reden waarom ik voor geneeskunde gekozen heb is dat het leven soms heel kort kan zijn en dat je soms sterft terwijl je tijd nog niet gekomen is, met alle pijn voor de nabestaanden. Als arts ben je degene die hét verschil kan maken. Maar als je op jonge leeftijd hebt leren reanimeren, kun je dat levenslang: jong geleerd is oud gedaan!

 

Naschrift redactie: Hartpatienten Nederland hoopt dat veel jongeren het voorbeeld van deze openhartige jongeman volgen. Mede door zijn volhardendheid en tomeloze inzet voor de medemens wonen wij in de toekomst in een beter Hartbewaakt Nederland. Kent u ook bijzondere reanimatie-initiatieven? Breng ons ervan op de hoogte!

door: Henri Haenen

De nieuwe reanimatie instructiepop: Doorbraak in reanimatie onderwijs

 

STRAMPROY – Hartpatiënten Nederland presenteert met veel genoegen de nieuwste ontwikkeling op het gebied van reanimatie cursussen. AED Solutions levert sinds kort een nieuwe reanimatiepop met trainingsmogelijkheden tegen ongekende prijzen.

 

De nieuwe instructiepop kost beduidend minder dan de poppen die nu veelal gebruikt worden. Bovendien is de nieuwe pop voorzien van enkele vernuftige technische snufjes, die de cursist helpen om het reanimeren op een juiste wijze aan te leren en uit te voeren.

 

De nieuwe pop bestaat uit een torso met hoofd. De pop maakt het mogelijk op een makkelijke en zeer realistische manier de reanimatie en het gebruik van de AED te oefenen.

 

De pop beschikt over een klikkermechanisme en heeft enkele handige controlelampjes. Die geven de cursist zowel auditief als visueel feedback. De controlelampjes zitten onder de linker schouder van de oefenpop, goed zichtbaar voor zowel de cursist als de docent. Die laatste kan dan ook meekijken en direct zien of iemand de oefening goed uitvoert.

 

Het demontabele hoofd is zo gemaakt, dat de cursist leert de kin op een correcte wijze op te lichten om daarmee de luchtweg vrij te maken. Bij het beademen komt de borstkas omhoog.

 

Ook de massage, het uitoefenen van compressie, wordt efficiënt begeleid. Bij een juiste compressie hoort de cursist een duidelijke klik. Daarnaast kunnen lampjes oplichten in drie kleuren. De lampjes houden het tempo bij en registreren of dit tempo goed is. Is dat tempo te laag, dan schijnt een rood of een geel lampje. Komt het tempo in de buurt, dan licht een groen lampje op. Het enig juiste tempo, 100 compressies per minuut, wordt verwelkomd door twee groene lampjes.

 

De pop is eenvoudig schoon te maken en te onderhouden. Naast een ‘volwassen’ leerpop is er ook een realistische  babypop. Hierop kan de babyreanimatie geoefend worden. Ook de babypop heeft de controle-lampjes.

 

Wie meer wil weten kan contact opnemen met Hartpatiënten Nederland. Op telefoonnummer 0475 – 31 72 72 of mail naar roermond@hartpatienten.nl