default-header
HomeNieuwsHartfalen en TIA’s verhogen kans op depressie

Hartfalen en TIA’s verhogen kans op depressie

Geen onderdeel van een categorie

maandag 22 februari 2010, door Hartpatiënten Nederland

Op 10 februari 2010 promoveerde H.J. (Dika) Luijendijk aan de Erasmus Universiteit op haar onderzoek “Vasculair heart and brain disease and incident late-life depression’.

Het onderzoek maakte deel uit van de ERGO-studie (Erasmus Rotterdam Gezondheid Onderzoek).

Ongeveer 15 tot 20 procent van de mensen ontwikkelt tenminste één keer in zijn leven een depressie. Behalve een vermoedelijke genetische aanleg, bestaan er verscheidene externe risicofactoren, zoals traumatische gebeurtenissen, armoede, vrouwelijk geslacht en lichamelijke ziekten.

Luijendijk onderzocht voor haar proefschrift de longitudinale relatie tussen vaatziekten van hart en hersenen en de ontwikkeling van depressie bij oudere mensen. Bij longitudinaal onderzoek worden de waarnemingen of metingen bij ieder individu op een aantal achtereenvolgende tijdstippen herhaald. Bij ruim 5000 deelnemers aan ERGO werd nagegaan of zij een depressie kregen na de start van de studie, een zogeheten incidente depressie.

Luijendijk onderzocht de relatie tussen vasculaire hersenziekten en depressie. Onder andere ging zij na of factoren die het risico op vasculaire hersenziekten verhogen geassocieerd zijn met depressie. Alleen bij diabetes en de ‘Framingham stroke risk score’, een risicomaat voor de kans op een herseninfarct, bleek dat het geval te zijn. Alle andere factoren die het risico op vasculaire hersenziekten verhogen, zoals roken en hoge bloeddruk, waren niet geassocieerd met depressie. Luijendijk onderzocht ook meer directe maten voor vaatschade aan het brein. Hieruit bleek dat TIA’s net als hersenberoertes gepaard gaan met een verhoogd risico op depressie.

Ook hartfalen verhoogt het risico op een depressie. Dit heeft niet zozeer te maken met het hartfalen zelf, alswel met het gebruik van cardiovasculaire medicatie, de beta-blockers, die vaak worden gebruikt bij hart- en vaatziekten. Het onderzoek toonde aan dat in de eerste drie maanden van gebruik beta-blockers met een hoge vetoplosbaarheid (die relatief gemakkelijk in de hersenen kunnen binnendringen) geassocieerd waren met depressieve symptomen. In de betreffende onderzoekspopulatie ging het meestal om de beta-blocker propranolol.

Tot slot concludeerde Luijendijk dat de kans om een depressie te ontwikkelen op oudere leeftijd laag is voor mensen die in het verleden geen depressie hebben gehad.

Voor meer informatie: ZonMw programma GeestKracht


Geef een reactie