default-header
HomeNieuwsOp reis met een aandoening? Bereid je goed voor!

Op reis met een aandoening? Bereid je goed voor!

Vakantie

zondag 12 augustus 2018, door Hartpatiënten Nederland

We reizen steeds vaker en steeds verder. Dat geldt ook voor mensen met (chronische) aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, longziekten, suikerziekte en reuma. Maar de medische voorzieningen zijn elders vaak niet zoals we die in Nederland gewend zijn. Hoe bereid je je voor als je lichaam extra zorg nodig heeft?

‘Mensen schrikken vaak enorm als ze in het buitenland in het ziekenhuis belanden,’ zegt Els van Nood, internist voor de Travel Clinic van het Erasmus MC. Het ziekenhuis waar, na het samengaan met het Havenziekenhuis, de expertise op het gebied van tropische ziekten en reizigersgeneeskunde gebundeld is. Ze ziet mensen vaak nadat ze in het buitenland iets hebben opgelopen. De groep reizigers groeit, en dus ook het aantal mensen dat op reis gaat met een of zelfs meerdere ziekten. Daarbij reizen ouderen ook steeds vaker en langer, terwijl zij juist kwetsbaarder zijn.

‘Veel mensen denken dat de zorg in het buitenland hetzelfde is als bij ons. Ze zitten in een luxe hotel met goede voorzieningen, maar worden toch ziek en moeten naar het ziekenhuis. Dan is de schok groot.’ Van Nood heeft zelf een tijdje gewerkt in een ziekenhuis in de hoofdstad van Tanzania, Dar es Salaam. ‘Tanzania is een redelijk stabiel land en ik werkte in het universiteitsziekenhuis van de hoofdstad. Mijn voorstelling was vooraf dat het een redelijk ziekenhuis zou zijn. Maar er was continue een groot tekort aan medicijnen. En alle CT-scans waren in de loop van de tijd kapot gegaan en er was geen geld om ze te repareren of vervangen. Daarnaast is het opleidingsniveau van de artsen op veel plekken anders.’

Dat laatste ziet Van Nood terug bij de patiënten die bij haar komen na een reis naar verre bestemmingen. ‘Vaak is er geen goede diagnose gesteld,  soms ook niet de juiste behandeling gegeven. Voor veel mensen is zo’n ziekenhuisbezoek bijna traumatisch.’ Een goede voorbereiding is heel belangrijk, benadrukt ze. Maar waar moet je precies rekening mee houden? 

Diarree

Het meest voorkomende probleem in het buitenland is reizigersdiarree. Van Nood: ‘Hartpatiënten, maar ook ouderen, hebben vaak een verminderde afweer, door bijvoorbeeld medicatiegebruik. Dus kunnen ze makkelijker diarree krijgen. Het eerste doel is dan uitdroging voorkomen. Daarnaast moeten sommige medicamenten bij diarree tijdelijk aangepast of zelfs gestopt worden, zoals plasmedicatie of bloeddrukverlagers. Het is belangrijk om dit vooraf met je arts te bespreken.’

Andere ziekten, zoals malaria, verlopen vaak veel heftiger bij mensen met een aandoening. Daarom is het belangrijk om de kans op malaria zo klein mogelijk te maken. Ook daar moet je je goed over laten voorlichten.

In the middle of nowhere

Heel soms raadt Van Nood reizen naar bepaalde gebieden af, bijvoorbeeld als mensen een afweerstoornis hebben, net een chemokuur gehad hebben of net een orgaantransplantatie hebben ondergaan. Van Nood: ‘Als die mensen willen reizen naar een gebied waar veel gele koorts voorkomt dan kunnen we ze niet goed beschermen met een vaccin. Dat is te risicovol bij een verminderde afweer. Dan is het soms beter om een andere bestemming uit te zoeken.’

Daarbij moet je nadenken over de medicijnen die je meeneemt. Ibolya Moor kan erover meepraten. Zij leidt aan een complexe post-traumatische stressstoornis, met een paniek- en angststoornis en heeft bovendien schildklierproblemen, maar is ook een lustig reiziger.

Moor: ‘Ik heb altijd voldoende medicatie bij me. Ik neem niet het risico dat ik ergens in Argentinië zit in ‘the middle of nowhere’  en dat ze op zijn.’ Voor haar psychische klachten slikt Moor ‘pammetjes’, medicijnen die in veel landen als opiaten en dus als drugs gezien worden. Een medisch paspoort alleen is dan niet voldoende, omdat het geen officieel document is. Voor opiaten, maar ook voor veel andere medicijnen heb je een geautoriseerde artsenverklaring nodig. Die verklaring moet door het CAK en door het ministerie van Buitenlandse Zaken of een rechtbank worden geautoriseerd en geldig worden verklaard. Deze informatie is op te vragen bij de ambassade van het land waar je naartoe reist. Het autoriseren en geldig verklaren per post kost tijd, reken op minstens een week. Maar het is ook mogelijk om op en neer te rijden naar Den Haag, want het CAK, Buitenlandse Zaken en een grote rechtbank zitten daar dicht bij elkaar. Voor meer informatie kun je bellen met het CAK of kijken op de site: www.hetcak.nl

Soms is zelfs een geautoriseerde artsenverklaring niet voldoende. Moor: ‘Vorig jaar reisde ik met een nekhernia naar Thailand en had morfine bij me. Daarvoor moest ik een verzoek indienen bij de food and drugs administration van Thailand zelf.’ Begin dus op tijd met uitzoeken wat er voor de beoogde bestemming met de klachten nodig is, zodat er voldoende tijd is om alles goed te regelen.

Rustiger aan doen

Zijn de medicijnen eenmaal goed en wel op de plaats van bestemming, dan dient de volgende vraag zich aan: hoe blijven ze goed? Sommige medicijnen moeten koel bewaard worden. Dat geldt bijvoorbeeld voor insuline. Van Nood: ‘Ik heb ooit iemand bij me gehad die een landrovercruise door Afrika wilde maken, maar hij moest ook insuline spuiten. Dat is dan nogal een project met medische koeltassen waarvan hij de koelelementen steeds moest opladen via de accu van de landrover. Daar moet je van tevoren goed over nadenken.’

Gerda Rolaff doet dat. Ze kreeg in 2013 een hartaanval en vier jaar later nóg een keer. Erg schrikken zou je denken. Maar Rolaff laat zich er niet door belemmeren. ‘Ik ben niet zorgelijk aangelegd. Ik kan morgen ook onder een auto lopen.’ Wel neemt ze behalve medicijnen een ECG mee, voor het geval er een filmpje gemaakt moet worden. Rolaff: ‘Dat komt omdat er schade aan mijn hart is, dus mijn ECG wijkt af van een gemiddeld ECG. Dan schrikken de artsen niet zo.’

En hoewel ze nog steeds veel reist- ‘vorig jaar was ik in Engeland, Frankrijk, Griekenland en Spanje en ik sta nu op het punt om naar Finland te gaan’- doet Rolaff het wel rustiger aan. ‘Mijn energie is behoorlijk afgenomen, ik kan niet teveel doen op een dag. Als ik een drukke ochtend heb gehad dan ga ik ‘s middags uitrusten. En ik maak bijvoorbeeld geen lange wandelingen meer, maar heb die ingekort. Ik geniet van wat er is en denk niet aan wat ik niet meer kan.’

Met een goede voorbereiding is dus heel veel mogelijk. Van Nood: ‘De Travel Clinic van het Erasmus MC probeert daar zo goed mogelijk bij te begeleiden.’

voor meer artikelen klik hier