default-header
HomeNieuwsMijn mooiste reis

Mijn mooiste reis

Mentale vitaliteitSporten en bewegenVakantie

dinsdag 13 februari 2018, door Hartpatiënten Nederland

In deze rubriek vertellen hartpatiënten over de mooiste reis van hun leven. Dit keer het verhaal van klimfanaat Roelof Ybema (65) uit het Friese dorpje Wommels. In 2007 deed hij met negen andere hartpatiënten mee aan de Nederlandse Hartexpeditie, waarbij hij de strijd aanging met de bijna 7000 meter hoge Aconcagua in Argentinië.

‘Op de top van de berg vond ik het geloof in mijn lichaam terug’

‘Als jongetje van 4 liep ik al met twee kleine wandelstokjes in de heuvels van Valkenburg. Ik denk dat de liefde daar begonnen is. Toen ik later verkering kreeg met Jitske, zijn we samen één keer op strandvakantie geweest. Niks voor ons, besloten we. Vanaf toen zijn we ieder jaar naar de Alpen gegaan, waardoor ook onze zoon en dochter met het bergvirus werden geïndoctrineerd. Voor ons bestaat er niets mooiers. Los van de immense schoonheid van het uitzicht dat je op duizenden meters hoogte ziet, zijn bergen ook immens sterk en machtig. Het is de berg die besluit of het je wel of niet gaat lukken hem te beklimmen.

Door het vele klimmen ben ik altijd sportief en fit geweest, maar rond het jaar 2000 kreeg ik opeens gezondheidsklachten. Mijn aorta bleek sterk vergroot en ik had een nieuwe hartklep nodig. Door alle commotie over mijn hart zagen de artsen een ontstoken alvleesklier over het hoofd. Het was kantje boord, de familie was al opgeroepen om afscheid te nemen. Gelukkig is het uiteindelijk toch goed afgelopen. Geen moment heb ik overwogen om te stoppen met klimmen. Al in het ziekenhuis besloten mijn zoon Rogier en ik dat mijn revalidatie zou eindigen op de top van de Kilimanjaro.

Zelfvertrouwen

In 2005 kwam ik die belofte na. Heel verantwoord was dat natuurlijk niet. De Kilimanjaro ligt midden in Afrika en we klommen zonder medische begeleiding. Toch maakte ik me geen zorgen, ik voelde gewoon dat ik het fysiek weer aankon. Toen we eenmaal op de top stonden, bleef er niets van die stoere vader en zoon over. We stonden met z’n tweeën te huilen, geëmotioneerd omdat ik het geloof in mijn lichaam weer teruggevonden had. Het gaf me zo veel zelfvertrouwen, dat ik vond dat andere hartpatiënten zo’n opsteker ook wel konden gebruiken. Artsen zijn vaak erg terughoudend en adviseren rustig aan te doen met sporten, maar niets doen is juist veel dodelijker. Natuurlijk zijn sommige mensen conditioneel echt te zwak voor zware inspanning, maar veel hartpatiënten zijn tot veel meer in staat dan ze zelf denken. Rogier besloot om daar zijn afstudeerproject van te maken op de Hanzehogeschool Groningen. Hij kreeg toestemming om een bergexpeditie te organiseren met tien hartpatiënten, die onder medische begeleiding de bijna 7000 meter hoge Aconcagua in de Andes zouden beklimmen. Deze berg, de hoogste buiten Azië, is berucht om de viento bianco: een ijzige, keiharde wind die de klim extra zwaar maakt. De reis was dus zeker niet zonder risico’s. Toch stroomden de aanmeldingen binnen. Uiteindelijk vertrokken we in 2007 met een medisch team en 9 sportieve mannen en vrouwen die een hartinfarct hadden overleefd. Ik was als nummer 10 de enige met een andere hartkwaal.

Trots

Iedereen was klaar voor de berg, maar helaas zaten de omstandigheden ons niet mee. Kort na het vertrek uit het basecamp, stak er een enorme storm op. Pas toen we na drie dagen weer uit onze tenten kropen, hoorden we dat één van onze groepsleden hartproblemen had gekregen en inmiddels in het ziekenhuis gedotterd was. Achteraf bleek het een verstopte stent te zijn geweest, iets wat ook thuis had kunnen gebeuren. Toch voelde het voor veel groepsleden niet goed meer. Drie mensen wilden doorgaan, de rest besloot te stoppen. Voor mij een flinke domper, maar al snel wist ik de knop om te zetten. Ik had al mijn energie nodig voor de klim, want ik voelde me steeds beroerder. Ik had geen last van mijn hart, maar door de ijle lucht kreeg mijn lichaam gewoon niet genoeg zuurstof om mijn spieren kracht te geven.

Op 500 meter voor de top besloot ik terug te gaan. In dit tempo was het immers onmogelijk en onverantwoord om de top te halen. Ook de andere twee hartpatiënten en de medici keerden om, alleen Rogier en de expeditieleider gingen door. Een paar uur later kraakte de stem van mijn zoon door de walkietalkie: ‘No heit, we binne boppe’. Ik voelde me immens blij en trots: onze expeditie had de top bereikt! Natuurlijk hadden we daar het liefst met z’n tienen een rondedans willen doen, maar dat is nooit het doel van de expeditie geweest. We wilden de wereld bewijzen dat hartpatiënten nog steeds tot zeer grote fysieke inspanningen in staat zijn. En dat is gelukt. Alle tien hebben we daar in Argentinië op onze eigen top gestaan.

In de afgelopen jaren is mijn gezondheid helaas verder verslechterd. Ik heb onder meer een operatie aan mijn aorta ondergaan en een pacemaker gekregen. Dat bergen beklimmen er nu voorlopig niet meer inzit, is iets wat ik moet accepteren: een mentaal moeizaam proces. Maar misschien ben ik daardoor extra dankbaar voor de mooie reizen die ik wél heb gemaakt. Ondanks dat ik hartpatiënt ben, heb ik op twee van de hoogste bergen ter wereld gestaan! Dat pakt niemand me meer af. Rogier heeft een steentje van de Kilimanjaro op de Aconcagua achtergelaten, symbolisch voor wat wij daar hebben gepresteerd.’

Voor meer artikelen klik hier