default-header
HomeNieuwsVijftig jaar harttransplantaties!

Vijftig jaar harttransplantaties!

zondag 3 december 2017, door Hartpatiënten Nederland

Vandaag, zondag 3 december, is het vijftig jaar geleden dat de allereerste harttransplantatie ooit werd uitgevoerd. Dat gebeurde in Zuid-Afrika, in Kaapstad, in het Groote Schuur-Hospitaal.

Vandaag, zondag 3 december, is het vijftig jaar geleden dat de allereerste harttransplantatie ooit werd uitgevoerd. Dat gebeurde in Zuid-Afrika, in Kaapstad, in het Groote Schuur-Hospitaal. Een team van maar liefst 31 artsen onder leiding van dr. Christiaan Barnard slaagde er op 3 december 1967 in met succes een hart te transplanteren. Hij deed dat met zijn team bij de 55-jarige Poolse immigrant Louis Washkansky, die daarmee de eerste mens ooit was die een nieuw hart kreeg. Hij kreeg het hart van de vlak daarvoor bij een verkeersongeval om het leven gekomen 25-jarige Denise Darvall. Washanski zelf leefde na de transplantatie nog achttien dagen. Toen overleed hij aan een longontsteking wegens een verzwakt immuunsysteem.

Barnard schreef vijftig jaar geleden geschiedenis. Uit de hele wereld waren cameraploegen en reportageteams naar Kaapstad gekomen om hem te interviewen. Het nieuws stond op de voorpagina’s van talloze kranten, wereldwijd. Een harttransplantatie werd destijds bijna voor onmogelijk gehouden. Sindsdien volgden de ontwikkelingen elkaar snel op.

Op 23 juni 1984 kreeg de Nederlander Ger Keyzer in het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam een nieuw hart. Daarmee voerde dr. Egbert Bos de eerste Nederlandse harttransplantatie uit. De overlevingskansen waren groter dan in 1967, want in 1983 kwam het nieuwe medicijn Cyclosporine beschikbaar. Dat verminderde fatale afstotingsverschijnselen, waardoor patiënten met een donorhart een grotere overlevingskans hadden. Momenteel bedraagt de levensverwachting van een patiënt met een donorhart om en nabij de vijftien jaar. Met de eerste Nederlandse donorpatiënt ging het aanvankelijk goed. Maar vier jaar later overleed hij alsnog als gevolg van het afstoten van het nieuwe hart door het lichaam.
 

Barnard

De eerste man die een harttransplantatie uitvoerde werd wereldberoemd. Predikantenzoon Barnard maakte op jonge leeftijd mee hoe een van zijn broers aan een hartafwijking overleed. Na een studie geneeskunde en een praktijk als huisarts begon hij zich in 1956 in Minnesota (USA) te specialiseren tot chirurg. Eenmaal terug in Zuid-Afrika ontwikkelde hij de hartchirurgie met als hoogtepunt de geslaagde harttransplantatie op 3 december 1957 in het Groote Schuur Ziekenhuis in Kaapstad. Louis Washkansky, die het eerste donorhart kreeg, overleed na achttien dagen. Een maand na de eerste harttransplantatie kreeg de 50-jarige tandarts Philip Blaiberg een nieuw hart in het Zuid-Afrikaanse ziekenhuis. Hij had meer geluk. Hij leefde nog negentien maanden, om uiteindelijk toch te overlijden na een chronisch afstotingsproces. Barnard bleef tot 1983 chirurg in Kaapstad. Toen moest hij ermee ophouden: hij had last van reuma, zijn handen trilden, waardoor hij zijn werk niet meer goed kon doen. Hij verhuisde naar Griekenland waar hij op het eiland Kos een kliniek stichtte.
 

Afstoting

In 1968 was het aantal harttransplantaties wereldwijd gestegen tot honderd. Toch was er veel kritiek: mensen leefden niet lang na een harttransplantatie als gevolg van het afstoten van het hart door een vijandig lichaam. Met de ontdekking van een medicijn dat deze afstoting sterk verminderde ging er een zucht van verlichting door de medische wereld. In 1983 kwam dit medicijn op de markt.
 

Te weinig harttransplantaties

Naast de blijdschap die we voelen om het vijftigjarige jubileum van de eerste harttransplantatie, leven er bij ons ook zorgen. Hartpatiënten Nederland vindt dat er in Nederland te weinig harttransplantaties plaatsvinden. Dit jaar werden in totaal 32 harten geïmplanteerd, tegenover vorig jaar 28. Fijn zo’n stijging, zou je zeggen. Maar enkele jaren geleden bedroeg het gemiddelde aantal harttransplantaties op jaarbasis nog zo’n zestig. 
Momenteel staan er ongeveer 110 mensen op een wachtlijst voor een harttransplantatie. Dat is bijna tien procent meer dan vorig jaar. Voorzitter Jan van Overveld van onze Stichting Hartpatiënten Nederland vindt dat er meer moet worden gedaan voor deze mensen. ‘Deze mensen wachten elke dag opnieuw op een operatie die hun leven moet redden’, aldus Van Overveld. ‘Hoog tijd voor het opvoeren van het aantal harttransplantaties. Want deze mensen kunnen niet langer wachten. Het kan niet zo zijn dat een wachtlijst een dodenlijst wordt.’
 

Donorharten

Uit de statistieken blijkt dat veel donorharten niet kunnen worden gebruikt, om uiteenlopende redenen. Soms gaan ze naar het buitenland, maar ook zijn de eisen die in Nederland aan een donorhart worden gesteld, erg hoog. 
 

Criteria

Om in aanmerking te komen voor een donorhart wordt een leeftijdgrens van 60 jaar gehanteerd. De donor mag maximaal 65 jaar zijn. De wachttijd is moeilijk te voorspellen. Die hangt af van urgentie en levensverwachting, evenals van de beschikbaarheid van een donorhart. Ook bestaat er een verschil tussen nationale en internationale urgentie.
 

Waar?

In ons land zijn er drie hartcentra die harttransplantaties mogen doorvoeren: het UMC Groningen, het UMC Rotterdam (Erasmus) en het UMC Utrecht, waarbij UMC staat voor Universitair Medisch Centrum. Erasmus is overigens het enige hartcentrum waar ook harttransplantaties bij kinderen kunnen worden uitgevoerd.
 

Nieuwe ontwikkelingen

Tegenwoordig krijgen mensen ook steeds vaker een steunhart in plaats van een donorhart. Dat is een mechanische pomp die de functie van de hartkamers ondersteunt of zelfs overneemt. Dit steunhart wordt daartoe aangesloten op het hart. Het plaatsen van een steunhart is mogelijk bij de eerder genoemde centra in Groningen, Rotterdam en Utrecht en het LUMC in Leiden. 
 
Meer informatie over de stand van zaken rond harttransplantaties in Nederland kunt u vinden via de website van de Transplantatiestichting
 
Tekst: Henri Haenen/Marly van Overveld
 
 
 
 
 
 
 

Geef een reactie