Automatische Externe Defibrillator (AED), herstellen, patiënt, elektrische schok, hartritme, AED, hartritme

Hoe werkt een defibrillator?

Een Automatische Externe Defibrillator (AED) geeft een zware elektrische schok af in een poging het hartritme te herstellen. Het draagbare apparaat wordt ingezet bij reanimaties. Een reanimatie is nodig als iemands hart schijnbaar of helemaal stilstaat. Soms beweegt het nog wel, maar chaotisch. Dat noemen we ventrikelfibrilleren. Daarbij is het hart echt totaal van slag, en kunnen de hartkamers niet meer samentrekken. Direct reanimeren is dan een dringende noodzaak, waarbij elke seconde telt. Laat in dat geval iemand anders een AED gaan zoeken. 

Feitelijk probeert een AED het hart als het ware te resetten, zodat het hart weer normaal gaat kloppen. Zo’n herstel van het hartritme lukt vaak niet zonder AED. De beide elektroden die een AED heeft, worden op de borstkas van de patiënt geplakt. Op het apparaat staat waar die geplakt moeten worden. Zodra de elektroden zijn geplakt, analyseert de AED het hartritme. Vervolgens vertelt de AED wat de hulpverlener moet doen. Dat advies kan zijn: doorgaan met reanimeren zonder elektrische schok, of het toedienen van een elektrische schok. In dat laatste geval moet iedereen in de omgeving afstand houden van de patiënt om een stroomstoot te vermijden.

Als iemands hart nog wel klopt, zal de AED geen schok geven. De patiënt mag dan wel bewusteloos zijn, maar het hart functioneert nog redelijk of goed.  Ook als het hart helemaal niets meer doet en stil staat is een schok zinloos. Dan moet er gewoon worden doorgegaan met reanimeren totdat het gealarmeerde ambulancepersoneel het werk kan overnemen. 

 

Geef een reactie

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Voer de CAPTCHA in om aan te tonen dat dit geen geautomatiseerde actie is.