default-header
HomeNieuwsHartstilstand sporters……..Screenen of niet?

Hartstilstand sporters……..Screenen of niet?

vrijdag 15 augustus 2008, door Hartpatiënten Nederland

  Het blijft dramatisch: een sporter die op het veld overlijdt aan een hartstilstand. Maar hoe voorkom je zoiets? Arts-onderzoeker Margriet de Beus verzamelt gegevens via de onlangs opgerichte databank SPORTCOR en de voor iedereen toegankelijke website www.sportcor.nl Bewegen is gezond. Sporten ook. Misschien maakt het plotselinge overlijden van sporters – soms al op een heel jonge leeftijd – daarom zo veel indruk. Niets bij hen wijst op fysieke problemen. Integendeel: de sporter leeft gezond en heeft geen merkbare klachten

    Het blijft dramatisch: een sporter die op het veld overlijdt aan een hartstilstand. Maar hoe voorkom je zoiets? Arts-onderzoeker Margriet de Beus verzamelt gegevens via de onlangs opgerichte databank SPORTCOR en de voor iedereen toegankelijke website www.sportcor.nl Bewegen is gezond. Sporten ook. Misschien maakt het plotselinge overlijden van sporters – soms al op een heel jonge leeftijd – daarom zo veel indruk. Niets bij hen wijst op fysieke problemen. Integendeel: de sporter leeft gezond en heeft geen merkbare klachten

En dan ineens, als donderslag bij heldere hemel, overlijdt hij aan een hartstilstand. Het overkwam bijvoorbeeld de Franse voetballer David di Tommaso die voor FC Utrecht voetbalde. Op 27 november 2005 had hij met FC Utrecht nog met 1-0 van Ajax gewonnen. Na de eerstvolgende training op maandag overleed Di Tommaso geheel onverwacht aan een acute hartstilstand

tijdens zijn slaap. ‘De dood van de 26-jarige Di Tommaso had een enorme impact', zegt Margriet de Beus, arts-onderzoeker bij de afdeling Klinische Epidemiologie. ‘Of het nou gebeurt bij zo'n profvoetballer of bij een amateursporter, steeds duikt na zo'n dramatische gebeurtenis de vraag op of het overlijden niet voorkomen had kunnen worden. Of anders gesteld: zijn sporters met een verhoogd risico op een plotselinge hartdood vooraf effectief op

te sporen?'

STILLE HARTAFWIJKINGEN

Die vraag leidt tot diverse antwoorden. Zo geeft de European Society of Cardiology het advies om sporters daadwerkelijk te screenen op basis van richtlijnen die zijn opgesteld in het zogeheten Lausanne-protocol. De Beus: ‘Dit protocol komt neer op het tweejaarlijks invullen van een vragenlijst, een lichamelijk onderzoek en het maken van een hartfilmpje bij sporters in rust. Gebruik van dit Lausanne-protocol wordt in Nederland ook aanbevolen door de werkgroep Cardiovasculaire screening en sport, waarin vertegenwoordigers zitten van onder andere de KNVB, het NOC*NSF, de Vereniging voor Sportgeneeskunde en de Nederlandse

Vereniging voor Cardiologie.'

De Gezondheidsraad was in 2006 echter minder te spreken over het gebruik van de ‘harttest', zoals hij het Lausanne-protocol noemt. De raad vraagt zich serieus af of invoering van zo'n verplichte tweejaarlijkse screening op ‘stille' hartafwijkingen te verantwoorden is: ‘Is er voldoende wetenschappelijke onderbouwing voor de nu aanbevolen screening? Is plotse dood bij sporters daarmee te voorkomen? Zo ja, waarom dan niet een test voor iedereen? Vier van de vijf gevallen van plotseling overlijden op jeugdige leeftijd doen zich voor bij niet-sporters.'

NUTTIG OF NIET?

Op zoek naar wetenschappelijk bewijs komt de Gezondheidsraad uit bij landen als Italië en Japan, waar sporters al decennialang worden gescreend. Maar beide landen kunnen geen gegevens overleggen waaruit blijkt dat screenen echt effectief is, dat onderzoek werkelijk helpt. ‘Niemand weet of de harttest nut heeft', constateert de Gezondheidsraad.

Verder betwijfelt de raad of de gebruikte test gevoelig genoeg is om plotselinge hartdood in de toekomst op te sporen én ziet hij een behoorlijk risico op foutpositieve diagnoses. Dat betekent dat een deel van de sporters wordt doorverwezen voor verder onderzoek, terwijl er feitelijk niets aan de hand is. ‘Ook al is de Gezondheidsraad in 2006 geen groot voorstander van screening', zegt De Beus, ‘hij stelt wel dat er voor een afgewogen oordeel uiteindelijk meer wetenschappelijk onderzoek nodig is. Er zijn op dit gebied gewoonweg te weinig gegevens bekend. Registratie van allerlei data die met plotselinge hartdood te maken hebben, verdient daarom aanbeveling. En dat is precies waar ik op dit moment mee bezig ben.'

VEILIGE VERBINDING

Enige tijd geleden werd door de Vereniging Sportgeneeskunde en de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie de databank SPORTCOR in het leven geroepen, inclusief een voor iedereen toegankelijke website: http://www.sportcor.nl/

Een belangrijk deel van de gegevens wordt momenteel door De Beus beheerd. ‘Iedereen kan op de website informatie vinden over plotselinge hartstilstand bij sporters', zegt ze. ‘Daar was erg veel behoefte aan. Daarnaast kunnen mensen ook vragen stellen die we dan proberen te beantwoorden.'

Naast voorlichting heeft SPORTCOR toch vooral een registrerende en inventariserende functie. De Beus: ‘Plotselinge hartdood bij sporters komt niet zo vaak voor. De Gezondheidsraad spreekt van twee tot drie gevallen per jaar bij 100.000 wedstrijdsporters onder de 35 jaar. Wij schatten dat het in Nederland om ongeveer 150 tot 300 doden per jaar gaat. Dat is een ruime marge, ja, maar het geeft meteen aan dat we op dit moment te weinig gegevens hebben. Via SPORTCOR kan nu iedereen – ouder, familielid, huisarts, noem maar op – via een beveiligde verbinding melden wanneer een sporter een plotselinge hartstilstand heeft meegemaakt. Het gaat om recreatie- en topsporters en om sporters die door een artstilstand zijn overleden of een hartstilstand hebben overleefd door succesvolle reanimatie. Wij controleren de gegevens en proberen in overleg via medische dossiers of autopsierapporten eventuele ontbrekende gegevens verder in te vullen. Op deze manier gaan we jarenlang de aantallen en oorzaken van plotselinge hartdood bij sporters vastleggen.'

BETER BEELD

Daarnaast hoopt SPORTCOR in een later stadium – en alleen met toestemming – ook de gegevens van sporters vast te leggen die nu al volgens het Lausanne-protocol worden gekeurd. ‘Gegevens die nu worden vastgelegd, kunnen later erg belangrijk zijn', zegt De Beus. ‘Wie weet, zien we over enkele jaren een kenmerkende, maar niet eerder ontdekte

overeenkomst in de vastgelegde gegevens van enkele overleden sporters. Maar los daarvan; hoe meer wetenschappelijke gegevens de registratiebank SPORTCOR verzamelt, hoe beter we de plotselinge hartstilstand bij sporters in beeld krijgen. En hoe beter we kunnen bepalen of screening nou wel of geen nut heeft.'

Laatst aangepast op 15 augustus 2008 13.19 uur