default-header
HomeNieuwsEiwit indicator voor risico op overlijden en hart- en vaatziekten

Eiwit indicator voor risico op overlijden en hart- en vaatziekten

woensdag 19 mei 2010, door Hartpatiënten Nederland

Resultaten onderzoek bij meer dan miljoen personen vandaag in The Lancet.
Eiwitverlies in de urine blijkt voor mensen met chronische nierschade een even belangrijke indicatie te zijn voor het overlijdensrisico en

het risico op hart- en vaatziekten, als de mate van nierfunctieverlies. Dit blijkt uit een meta-analyse uitgevoerd door nieronderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Groningen/Rijksuniversiteit Groningen en de universiteit van Baltimore.

Namens een internationaal consortium van nierspecialisten analyseerden zij 21 bevolkingsonderzoeken waaraan in totaal meer dan één miljoen mensen afkomstig uit 14 landen meededen. De uitkomsten van deze studie zijn aanleiding om de internationale richtlijnen voor opsporing en behandeling van mensen met chronische nierschade te herzien. De onderzoekers onder leiding van nefrologen Paul de Jong en Ron Gansevoort van het UMCG publiceren hierover vandaag in het gezaghebbende wetenschappelijk blad The Lancet.

Chronische nierschade komt voor bij ongeveer tien procent van de volwassen bevolking. Tot op heden werd de prognose van mensen met chronische nierschade beoordeeld aan de hand van de mate van nierfunctieverlies: hoe lager het vermogen van de nieren om de afvalstoffen uit te scheiden, hoe slechter de levensverwachting. Deze studie laat echter zien, dat behalve nierfunctie, ook de mate van eiwitverlies in de urine een belangrijke prognostische parameter is. Los van het niveau van de nierfunctie duidt meer eiwit in de urine op een slechtere levensverwachting en een grotere kans op hart- en vaatziekten.

In deze meta-analyse zijn diverse studies naar het eiwitverlies betrokken. De onderzoekers analyseerden de uitkomsten van 21 bevolkingsstudies. Hierbij waren in totaal maar liefst 1 miljoen patiënten  betrokken, afkomstig uit 14 landen. In de verschillende studies bleek het eiwitverlies via twee methoden onderzocht te zijn. De bevindingen waren identiek, ongeacht of het eiwitverlies in de urine werd gemeten met een nauwkeurige, duurdere bepaling als wanneer dat was gemeten met een zeer goedkope screenings-test. Die goedkopere test was met name gebruikt in veel van de grotere bevolkingsstudies; in de Nederlandse richtlijnen is het gebruik van de duurdere bepaling geadviseerd.

Uitkomsten onderzoek

Uit het onderzoek blijkt dat de voorspellende waarde van eiwitverlies en nierfunctie onafhankelijk is van de aanwezigheid van andere bekende risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals roken, overgewicht, diabetes, hoge bloeddruk en een hoog cholesterolgehalte.
De kans te overlijden is 57 procent verhoogd voor iemand met een gering beperkte nierfunctie, wat voorkomt bij ongeveer 1,5 procent van de bevolking. Het risico te overlijden is 63 procent verhoogd bij iemand met een geringe hoeveelheid eiwit in de urine (microalbuminurie), wat voorkomt bij ongeveer 7 procent van de bevolking.

Herziening internationale richtlijnen

De uitkomsten van deze analyse zijn aanleiding voor de internationale gemeenschap van nierspecialisten de richtlijnen voor de opsporing en behandeling van mensen met chronische nierschade te herzien. Het begeleidende editorial van The Lancet meldt dat deze bevindingen er op duiden dat als artsen van een patiënt een juiste inschatting wil maken van het risico op hart- en vaatziekten, zij naast de bekende risicofactoren ook tekenen van chronische nierschade in overweging moeten nemen.

Bron: RUG