default-header
HomeNieuws‘Dokter, wanneer mag ik ‘het’ weer doen?

‘Dokter, wanneer mag ik ‘het’ weer doen?

Seksualiteit

zaterdag 12 augustus 2017, door Hartpatiënten Nederland

Taboe: angst voor seks

Het is misschien niet het eerste wat u bespreekt in het kantoortje van de cardioloog. En ook artsen houden zich vaak angstvallig stil over het onderwerp seks. Het gevolg is dat hartpatiënten vaak met veel vragen blijven zitten over de invloed van hun gezondheid op het plezier tussen de lakens.

We kennen ze allemaal wel: de filmscènes waarin een man van middelbare leeftijd het leven laat na een iets te wilde vrijpartij. De oorzaak: een hartaanval. Niet zo raar dus dat patiënten vaak bang zijn dat hun rikketik inspanning tussen de lakens niet aankan. Geheel onterecht, blijkt uit verschillende onderzoeken. Naar schatting is nog niet eens 1 procent van de hartaanvallen het gevolg van seks, en die kans wordt alleen maar kleiner naarmate die persoon ‘het’ vaker doet.

Natuurlijk kan zware inspanning gevolgen hebben voor een zwak hart, maar wetenschappers hebben aangetoond dat jezelf druk maken in het verkeer, een heftige ruzie of het eten van een zware maaltijd risicovoller is. De inspanning van een gemiddelde vrijpartij is gering: vergelijkbaar met traplopen. Wie twee trappen kan beklimmen, kan gerust ook een ander beklimmen, is daarom de algemeen geldende norm.

Dit soort onderzoeken is echter voornamelijk gericht op mannelijke hartpatiënten, terwijl ook vrouwen die een hartaanval hebben overleefd zich zorgen maken over hoe het verder moet met hun seksleven. Dit blijkt uit een recent Amerikaans onderzoek. Van de ondervraagde vrouwen gaf slechts 35% aan daarin een advies van de cardioloog te hebben gehad, tegenover 47% van de mannen.

Topje van de ijsberg

Volgens seksuoloog Astrid Kremers, die zowel werkzaam is in haar eigen praktijk www.sexuoloog.nl als in het UMC Utrecht, is dit een bekend probleem. ‘Het is begrijpelijk dat de prioriteit in eerste instantie ligt bij ‘blijven leven’. Maar als die angst weg is, wordt ‘kwaliteit van leven’ belangrijk. Bij dat hoofdstuk zou ook seks aan bod moeten komen, maar dit gebeurt lang niet altijd. Patiënten kunnen zelf met hun vragen naar een seksuoloog gaan, maar de ervaring leert dat de meesten dit niet doen. Ik zie dus slechts het topje van de ijsberg.’

De hartpatiënten die Kremers wél in haar praktijk ziet, kampen vaak met zowel lichamelijke (vermoeidheid, pijn), psychische (onzekerheid, angst) als relationele (bezorgdheid) problemen. ‘Dit speelt bij zowel mannen als vrouwen, maar er zijn ook verschillen. Bij mannelijke hartpatiënten kunnen erectiestoornissen bijvoorbeeld een rol spelen, maar vrouwen ervaren weer andere ongemakken. Ze worden bijvoorbeeld minder makkelijk vochtig, doordat bijvoorbeeld de doorbloeding niet optimaal is. Maar vaak heeft het te maken met een gebrek aan opwinding omdat er bijvoorbeeld angst is. Dit kan zorgen voor pijn bij gemeenschap. En dat durven ze niet altijd aan te geven bij hun partner.’

Terwijl dit volgens de seksuoloog juist zo belangrijk is. ‘Soms zijn vrouwen bang dat hun partner meer wil dan waar zij zich met hun nog kwetsbare hart comfortabel bij voelen. Het gevolg is dat ze dan maar alles wat met seks te maken heeft helemaal gaan vermijden. Dat is niet de oplossing. Ik geef daarom het advies om samen in gesprek te gaan en het vooral langzaam op te bouwen. Na een hartaanval ga je ook niet meteen een marathon rennen, maar begin je eerst met een klein blokje om. Ook in bed kun je het langzaam opbouwen en kijken hoe je lichaam reageert. Veel mensen zien seks als synoniem voor geslachtsgemeenschap, maar je kunt op heel veel andere manieren vrijen.’

Oncomfortabel

Verder raadt ze aan om samen te onderzoeken wat wel en niet plezierig is. ‘Welk moment van de dag voel je je het minst vermoeid? Welke posities zijn comfortabel en welke niet? Helpt het om vooraf een pijnstiller in te nemen?’

Dat dergelijke adviezen veel patiënten niet bereiken, vindt Kremers zorgelijk. ‘Iedere arts weet dat ziekte – in welke vorm dan ook – invloed heeft op seksualiteit. Dat artsen het onderwerp niet altijd zelf aansnijden, kan verschillende oorzaken hebben: gebrek aan tijd of kennis, onmacht, oncomfortabel zijn met het onderwerp… Dan komt het erop aan of de patiënt zelf mondig genoeg is om dé vraag te stellen. Maar als je niet gewend bent over seks te praten, zul je dit ook niet snel doen in het ziekenhuis. Veel patiënten blijven dus met vragen zitten, waardoor het probleem veel groter wordt dan nodig is. Eén enkel gesprek met een arts of seksuoloog kan gelukkig al vaak het verschil maken. En dan kan seks voor beide partijen weer leuk worden.

Seksuoloog Astrid Kremers