default-header
HomeNieuwsDe dood

De dood

Columns

dinsdag 12 april 2016, door Hartpatiënten Nederland

Waarom zijn we eigenlijk zo bang voor de dood? We weten intussen dat we daarvoor niet hoeven te vrezen. Na de dood gaat het leven gewoon verder. Ons bewustzijn is immers onsterfelijk. Dat staat inmiddels genoegzaam vast uit onderzoeken gedaan in ziekenhuizen. Onderzoeken naar bijna-doodervaringen. Onlangs verscheen hierover het prachtige boek van Penny Sartori, ‘Levensvreugde na BDE’s’.

Ik heb me vaak afgevraagd wat er met me gebeurt als ik dood ben. Het maakte me al van jongs af aan nieuwsgierig. Ik behoor tot de mensen die zich graag en liefst zo veel mogelijk met de dood en het sterven bezig houden. Als kind nam de kapelaan van mijn parochie me al vaak mee naar stervende mensen, waar ik als misdienaar in het Latijn allerlei gebeden moest opzeggen, om deze mensen te sterken in hun geloof en hen de moed te geven om te sterven. Stervende mensen zijn me dus niet vreemd, ik ben er mee opgegroeid, opgevoed, zelfs. Dat heeft me geleerd de dood als iets normaals te beschouwen, iets waarvan ik eigenlijk niet echt opkeek, me niet echt zorgen over maakte. Het komt immers allemaal goed, wist ik al van jongs af aan.

Groot was mijn verbazing dan ook, steeds weer, door al die jaren heen, dat de mensen om me heen in mijn ogen zo vreemd met de dood omgaan. Ze schrikken zichzelf half dood, zijn volledig in paniek en van de kaart, en moeten ondersteund en geholpen worden als een geliefde sterft of zij zelf voor de poorten van de dood staan. Langzaam maar zeker besefte ik dat ik geprivilegieerd was door mijn opvoeding en de omgang met stervende mensen, als kind. Mij verontrust de dood niet. Ik heb mijn beide ouders zien sterven, en was daar heel kalm en gerust bij – vaak in tegenstelling tot anderen. Ik had het geluk dat mijn rust naar anderen uitstraalde en ik hen kon troosten: het komt allemaal goed, de gestorvene is verlost van zijn of haar hevige pijnen en de uitzichtloosheid van diens bestaan, is nu gelukkig.

In 1975 las ik voor het eerst verhalen over bijna-doodervaringen en wist me daardoor gesterkt in mijn  kalmte en rust, dat de dood er gewoon bij hoort. Van leven ga je dood, leven en dood horen bij elkaar zoals wit en zwart, warm en koud, man en vrouw, goed en kwaad. De medische stand zette grof geschut in en probeerde mensen ervan te overtuigen dat bijna-doodervaringen onzin waren, hallucinaties. Op mij maakte dat gebulder geen enkele indruk, op geen enkel moment. Het boek van Penny Sartori laat zien dat er leven na de dood is. We kunnen er niet meer om heen. Een geruststellende gedachte.

Column door: Henri Haenen


Geef een reactie