default-header
HomeNieuwsCholesterol wordt persoonlijker

Cholesterol wordt persoonlijker

woensdag 16 december 2009, door Hartpatiënten Nederland


DELFT/LEIDEN – De persoonlijke gezondheidsrisico’s van ons
cholesterol worden in de naaste toekomst beter afleesbaar. TNO, het Nederlands instituut voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek,

DELFT/LEIDEN – De persoonlijke gezondheidsrisico’s van ons cholesterol worden in de naaste toekomst beter afleesbaar. TNO, het Nederlands instituut voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek,

zegt voortgang te hebben geboekt bij het ontwikkelen van een methode om persoonlijke cholesteroldiagnoses mogelijk te maken.

Onderzoekers van TNO melden dit in een artikel in het vaktijdschrift Journal of Lipid Research. Deze diagnose zal artsen meer inzicht moeten kunnen geven in de oorzaak van bijvoorbeeld slechte cholesterolwaarden. De nieuwe methode is erop gericht om de behandelend arts een beter op zijn patiënt afgestemd cholesteroladvies te geven. Zo kan hij de patiënt sneller het juiste medicijn voorschrijven. Maar let wel: dit alles hopen de onderzoekers te bereiken.

Veel mensen slikken cholesterolverlagende medicijnen. Maar bij de start van een behandeling is het vaak een kwestie van uitproberen om de juiste pil voor een patiënt te vinden. Niet zo vreemd: er zijn inmiddels 20 uiteenlopende soorten cholesterol te onderscheiden. En niet elke pil past bij elke cholesterolvorm. Dat feit betekent ook dat cholesterolremmende middelen in de naaste toekomst verfijnder moeten gaan worden.  

Omdat de cholesterolmethode nog volop in ontwikkeling is, kan het nog enige jaren duren voordat zij klaar is voor gebruik in de kliniek.

,,Het is overigens van belang dat mensen hun huidige cholesterolmedicijnen blijven slikken”, zegt een van de TNO-onderzoeker en schrijvers van het artikel, Daan van Schalkwijk. ,,Dit, omdat cholesterol een sluipmoordenaar is. Van een hoog cholesterol merk je heel weinig, tot het te laat is. Wij hebben de uitdaging aangenomen om helderder te laten zien wat er mis is met een bepaalde patiënt, zodat de arts zijn therapie beter op de persoon kan afstemmen. Zo proberen we de sluipmoordenaar in feller licht te zetten.”

De afgelopen jaren heeft de techniek bovendien niet stil gestaan. Eerst werd alleen het totale cholesterolwaarde  in het bloed gemeten, maar later kwam daar het onderscheid tussen het ‘slechte’ LDL cholesterol en het ‘goede’ HDL cholesterol. Inmiddels kunnen nieuwe meetmethoden, zoals eerder gezegd, al meer dan 20 verschillende soorten cholesterol van elkaar onderscheiden. Hiermee wordt het alleen wel steeds moeilijker om aan te geven welke cholesteroltypen goed en welke slecht zijn. Daarom worden de nieuwe methoden nog weinig in de kliniek toegepast.

TNO werkt samen met de universiteitsziekenhuizen van Leiden (LUMC) en Amsterdam (AMC).