Een goede nachtrust

’s Avonds in bed kruipen om de volgende dag fris en fruitig wakker te worden. Slaap is essentieel om je overdag lichamelijk en geestelijk fit te voelen. Maar hoe werkt een goede nachtrust? Wat als je de slaap niet kunt vatten? Paul Hendriks, longarts-somnoloog bij Isala Zwolle en Pauline van Hirtum, longarts-somnoloog bij Centrum voor Slaapgeneeskunde Kempenhaeghe in Heeze/Breda, leggen het uit.

We brengen een groot deel van ons leven slapend door. Volgens Van Hirtum is dat maar goed ook. Slapen zou namelijk belangrijk zijn voor lichamelijk herstel, ons geheugen en het verwerken van emoties. Maar wat gebeurt er als je in slaap valt? “Eerst kom je in een lichte slaap. In deze fase heb je meer kans wakker te worden van bijvoorbeeld geluiden dan in de volgende fase: de diepe slaap. Hierin zijn de ademhaling en hartslag rustig. De hersenen gebruiken weinig energie. Dat energiegebruik wordt hoger in de REM-slaap. De fase waarin je meer gaat dromen.” Deze cyclus duurt volgens Van Hirtum negentig tot honderdtwintig minuten en herhaalt zich vier tot vijf keer per nacht. Hoeveel slaap je nodig hebt, verschilt per persoon. “Sommigen hebben aan zes uur genoeg, anderen hebben negen tot tien uur nodig. Voor volwassenen ligt het gemiddelde tussen de zeven à acht uur.” Maar wat als je ’s avonds wakker ligt?

Slechte nachtrust

Volgens longarts-somnoloog Hendriks is een goede slaapcyclus heel belangrijk. Als je niet goed slaapt, kun je volgens hem prikkelbaarder zijn, een mindere concentratie hebben en je somber voelen. “Ook kun je hierdoor overdag vermoeid zijn. Dat is vervelend als je bijvoorbeeld hartfalen hebt. Je hart pompt dan al minder bloed rond dan normaal, waardoor je vermoeid bent. Slaap je slecht, dan wordt die vermoeidheid versterkt.” Slecht slapen kan volgens Hendriks een psychische oorzaak hebben. Je ligt bijvoorbeeld te woelen vanwege zaken op je werk of privéomstandigheden. “Die gedachten neem je ook mee tijdens het slapen, waardoor je ’s nachts meerdere keren wakker kunt schrikken. Zo wordt de kwaliteit van je slaap minder.” Een goede nachtrust begint dus bij ontspanning. Hendriks raadt aan een uur voor het slapengaan de werklaptop dicht te klappen. Ontspanningsoefeningen, zoals zorgen van je afschrijven, zijn hierbij belangrijk. “Maak je hoofd leeg. Hoe je dat doet, is voor iedereen anders. Goed is om daarbij fel licht te dimmen, want dat stimuleert het gevoel van wakker te moeten zijn. Leg je telefoon dus weg.” Bij sommige hartpatiënten schuilt er volgens Van Hirtum echter ook een fysieke aandoening die kan leiden tot vermoeidheid: obstructief of centraal slaapapneu.

Slaapapneu

Bij obstructief slaapapneu vernauwen volgens Van Hirtum de bovenste luchtwegen herhaaldelijk tijdens het slapen. Hierdoor gaat er op deze momenten minder lucht naar de longen. “Bij centraal slaapapneu gebeurt dit ook, maar dan zit de oorzaak niet in de bovenste luchtwegen. De ademhaling wordt dan minder goed aangestuurd. Bij beide typen slaapapneu kan het zuurstofgehalte tijdelijk dalen. Door slaapapneu kun je klachten krijgen als slecht slapen, niet uitgerust wakker worden en slaperigheid overdag.” Volgens Hendriks ervaart echter niet iedereen met slaapapneu deze klachten. “Vanwege de hartproblemen die je hebt, ben je vaak al extra vermoeid. Heb je hier ineens meer last van, dan denk je misschien: het ligt vast aan mijn hart. Dat is dus niet altijd zo.” Een sluimerende aandoening. Al zijn er naast vermoeidheid volgens Hendriks nog een aantal andere symptomen waaraan je slaapapneu kunt herkennen. Zo word je bijvoorbeeld vaker wakker om te plassen. Je partner kan daarnaast opmerken dat je snurkt of soms stopt met ademhalen. Vermoed je dat je slaapapneu hebt? Dan kan een plastic snurk of anti-snurkbitje volgens Hendriks helpen. “Een beademingsapparaat is ook effectief. Dat blaast lucht naar binnen, zodat je weer vrij kunt ademen.” Daarnaast hebben de longarts-somnologen ook algemene tips waarmee je de kwaliteit van slaap kunt bevorderen.

Beter slapen

’s Avonds nog een kopje koffie of glaasje cola? Dat kun je volgens Hendriks en Van Hirtum beter niet doen. Cafeïne houdt je namelijk wakker. “Daarnaast kun je beter voor het slapengaan niet te veel eten”, adviseert Hendriks. “Je maag is dan te druk met het verwerken hiervan, waardoor je moeilijker in slaap valt.” Het tijdstip dat je gaat slapen, heeft volgens Hendriks weinig invloed op de kwaliteit van slaap. “Het gaat erom dat je het aantal benodigde uren slaap haalt en deze niet overschrijdt. Want dan krijg je een lui gevoel.” De gouden regel? Rust, reinheid en regelmaat. “Slaap op vaste tijden in een donkere, geventileerde ruimte zonder prikkels”, aldus Van Hirtum. “Dat kan bijdragen aan een goede nachtrust.”

Tekst: Julia Kroonen
Beeld: HPNL

Opzoek naar lotgenotencontact? Check ons forum of onze besloten FB-groep.

Dit artikel verscheen eerder in het HPNLmagazine.

Verbinding

Is het jullie opgevallen dat er een nieuw modewoord is, namelijk Verbinding? We moeten ons meer verbinden met de ander. Vooral in de managementcursussen is het blijkbaar een item. Met een cursus moeten we gaan leren hoe we ons moeten verbinden en leren wat de grote voordelen daarvan zijn. Je krijgt bijna het idee dat dat wel veel inspanning moet kosten.

Kennen jullie dat radiospotje waarin we worden uitgenodigd om onze overtuigingskracht te vergroten en de magie van verbinding te ontdekken? Overtuigingskracht en verbinding worden hierbij in één adem genoemd. Blijkbaar is de magie van verbinding bedoeld om meer overtuigingskracht te krijgen. Vanuit de verbinding gaan we de medemens onze wil opleggen.

Spiritualiteit wordt vaak ingezet voor het bereiken van doelen, die door het ego worden bepaald.

Zo gaf een medestudent in mijn opleidingstijd aan dat hij wilde leren mediteren, zodat hij betere artikelen kon schrijven, die dan weer door betere wetenschappelijke tijdschriften gepubliceerd zouden worden.

Begrijp me niet verkeerd, meditatie kan heel goed zijn en leiden tot betere inzichten, die dan weer kunnen leiden tot heil van de mensheid of de wereld in het algemeen. Maar in dit geval ging het om zijn eigen eer en glorie.

In elk spiritueel verlangen ligt het ego op de loer en probeert het ons verlangen te kapen, om ons zo af te houden van wat we werkelijk willen, namelijk eeuwigdurend geluk, dat alleen bereikt kan worden door te ontdekken wie we werkelijk zijn. Het ego, dat in werkelijkheid helemaal niet bestaat, is bang zijn virtuele greep op ons te verliezen en houdt ons de worst voor van roem, beter zijn dan anderen en/of rijkdom. Alle uiterlijke vormen van tijdelijk “geluk”.

Maar is verbinding dan ook zo’n trucje van het ego? Is het gevaarlijk voor jezelf of anderen?

Vanuit het dualisme, waarmee wij nu eenmaal leven, is het antwoord “nee”!

Maar verbinding is niet iets wat je moet leren. We zijn verbonden en niemand kan ons dat afnemen. Juister nog, we zijn niet verbonden, we zijn één. Bij verbinding moeten er minstens twee zijn.

We leven in de illusie dat we afgescheiden zijn en toch bestaat er een diep verlangen naar eenheid. We verlangen naar iets wat we denken niet te hebben, of op zijn minst zijn kwijtgeraakt. Verbinding is dan wat de eenheid het dichtst benadert.

Een cursus gaat ons echter niet leren hoe we de verbinding aan moeten gaan. We hoeven niets te verbeteren aan onszelf. We zijn Bewustzijn en als zodanig 100% perfect.

We hoeven ons er alleen van bewust te zijn dat we één zijn met alles en iedereen en dat geluk en vrede ons geboorterecht zijn. Want vóór de geboorte waren wij Bewustzijn met het bijbehorende Geluk en de bijbehorende Vrede en na het overlijden lijken we terug te keren naar die toestand van Zijn, maar in feite zijn we dat tijdens ons leven op aarde ook steeds gebleven. Als twee (schijnbaar) afgescheiden personen een connectie voelen, denken ze verbonden te zijn, maar eigenlijk verwijst dit naar het één Zijn. Dit is onpersoonlijk, maar wordt door de ego’s gekoppeld aan de twee personen.

Dus, verbinding is een mooie ervaring die zorgt voor onderling respect en mededogen. Als verbinding gebruikt wordt om iemand anders onze overtuiging op te dringen, dan ga je een schijnverbinding aan om iemand voor je te winnen, zodat je hem of haar kan overtuigen van je visie of mening. De eenheid is dan ver te zoeken en het respect eveneens.

Als we weten dat wij allen één zijn, dan kunnen we “iemand anders” niet schaden of onrecht aandoen, want dan doen we het ons Zelf aan. Als we ons Zelf respecteren, respecteren we automatisch die vermeende andere.

Het radiospotje is vanuit het non-dualisme dan wel onjuist, toch ben ik er blij mee, omdat het mij dan herinnert aan dat wat werkelijk is.

HARTegroet,

Jan Chin

Opzoek naar lotgenotencontact? Check ons forum of onze besloten FB-groep.

Dit artikel verscheen eerder in het HPNLmagazine.

Lichaamsvet: warmhouder en boosdoener

Vet: veel mensen hebben er een haat-liefdeverhouding mee. Vet voedsel is zowel lekker als ongezond, en lichaamsvet is zowel noodzakelijk als de bron van kopzorgen. Het gaat om de juiste balans, maar die is nou juist vaak zo moeilijk te vinden. Wat is precies het nut van lichaamsvet? En waar liggen de grenzen van het ongezonde?

Lichaamsvet houdt sommigen wel een leven lang bezig. Eindeloos diëten, vechten tegen de lekkere trek, weegschaal op en weegschaal af, een moeilijke relatie met het eigen spiegelbeeld… Hoewel body positivity gelukkig al veel effect heeft gehad op het veranderende ideaalbeeld van schoonheid, blijft de hoeveelheid spek op de botten voor velen een belangrijke graadmeter. Dat is niet onterecht: overgewicht kan het risico vergroten op hart- en vaatziekten, diabetes veroorzaken en leiden tot gewrichtsklachten.

Verschillende functies

Hoe veel ‘aanleg’ je hebt om wat voller te worden, verschilt per persoon. Om te begrijpen hoe dat zit, is het belangrijk om te weten wat lichaamsvet eigenlijk precies is. Als we het over lichaamsvet hebben, wordt gedoeld op vetweefsel. Dit is weefsel dat door het gehele lichaam wordt opgeslagen in vetcellen. Vetweefsel heeft verschillende functies in ons lichaam: het is een belangrijke energiebron, dient als isolatielaag en het zachte weefsel beschermt het lichaam, bijvoorbeeld bij een val. Wanneer het lichaam in beweging komt, bijvoorbeeld tijdens een flinke wandeling of in de sportschool, wordt de energieopslag aangesproken en worden vetten weer verbrand. Daarnaast maakt het vetweefsel het hormoon leptine aan. Dit hormoon is van nature aanwezig en zorgt ervoor dat onze hersenen het signaleren als we vol zitten. De hersenen geven vervolgens een seintje aan ons lichaam, wat ervoor zorgt dat we op tijd stoppen met eten bij verzadiging.

Wit vet

Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten vet: wit vet en bruin vet. Wit vet is het soort vet dat obesitaspatiënten het meest in de weg zit. Dit type vet slaat de stoffen uit voeding namelijk niet op als energie, maar als vet. Dit is het geval wanneer we meer calorieën binnenkrijgen dan dat we verbranden. Deze vetcellen bevinden zich voornamelijk direct onder de huid en rondom interne organen. Uiteraard dienen ook deze vetcellen hun gezonde doel, wanneer we er niet te veel van hebben. Het vetlaagje heeft een isolerende werking voor het lichaam en vormt een beschermingslaagje rond organen. Het is als het ware ons kacheltje en een belangrijke energievoorraad voor op momenten dat we daar, bijvoorbeeld bij ziekte, te weinig van hebben.

Bruin vet

Bruin vet zet energie juist om in warmte. Dit type vet is dé regulator van de lichaamstemperatuur. Dit mechanisme wordt gestimuleerd door kou – dat is ook de reden dat we, zelfs wanneer we stilzitten, calorieën verbranden wanneer we het koud hebben. Het lichaam is dan harder aan het werk en stimuleert de vetverbranding. “Bruin vet is het goede vet dat calorieën omzet in warmte”, vertelde Liesbeth van Rossum, hoogleraar obesitas aan het Erasmus MC, eerder in een interview met de website Amazing Erasmus MC. “Het bevindt zich rond de wervelkolom, rond enkele organen en in de nek. Mensen met obesitas hebben over het algemeen veel minder van dit gunstige bruin vet. Door te bewegen is bruin vet te activeren. Een alternatieve methode is kou. En juist daaraan worden we steeds minder blootgesteld. We hebben goed verwarmde en geïsoleerde huizen, we rijden rond in verwarmde auto’s. Voor de activatie van bruin vet zou het goed zijn als we wat vaker aan kou blootgesteld zouden worden. Mensen hoeven echt niet in een koelcel te gaan zitten. Het is al voldoende om twee uur per dag bij 17 graden Celsius door te brengen om obesitas tegen te gaan.”

Gezond vetpercentage

De hoeveelheid vetweefsel in verhouding tot het lichaamsgewicht wordt het vetpercentage genoemd. Er is geen exact universeel gezond percentage te noemen, maar als richtlijn wordt voor vrouwen een gezond vetpercentage aangenomen tussen de 21% en 36% en voor mannen tussen de 7% en 25%. Wie een te hoog vetpercentage heeft, en dus idealiter iets afvalt, moet – misschien makkelijker gezegd dan gedaan – meer vet verbranden dan dat hij of zij tot zich neemt. Bewegen dus! Energie verbruiken, de bloedcirculatie stimuleren, het eerder genoemde bruine vet activeren, vet verbranden! Afvallen kan bij (licht) overgewicht zeker voor hartpatiënten een wereld van verschil maken. Maar, nu u óók de voordelen van lichaamsgewicht kent, weet u ook: te ver gaan is ook niet goed. Want dat aangename vetlaagje dient wel degelijk zijn doel.”

Tekst: Yara Hooglugt
Beeld: Djanko

Opzoek naar lotgenotencontact? Check ons forum of onze besloten FB-groep.

Dit artikel verscheen eerder in het HPNLmagazine.

Het onderbelichte risico van slechte mondhygiëne

Kak Khee Yeung is vaatchirurg in het Amsterdam UMC en doet daarnaast onder meer onderzoek naar aorta aneurysma. In iedere editie van HPNL Magazine houdt ze ons op de hoogte van haar werk en de nieuwste ontwikkelingen binnen haar vakgebied. Dit keer vertelt ze over de risico’s van slechte mondhygiëne.

Wat is het verband tussen mondhygiëne en hart- en vaatziekten?

“Veel hartpatiënten weten wel dat ze voorzichtig moeten zijn met wondjes, vooral als ze een prothese hebben. Een wondje op je huid kan gaan infecteren en die infectie kan ook op de prothese terechtkomen. In de mond zitten echter ook heel veel bacteriën: zo’n 10 miljard zelfs! De samenstelling van bacteriën noemen we een microbioom, zoals zich ook op de huid en in de darmen bevindt, en is voor elke persoon uniek. Als je een wondje in je mond hebt, kunnen die bacteriën heel makkelijk in je bloedbaan terechtkomen en dat is potentieel gevaarlijk. Iemand die een stent heeft en een behandeling bij de tandarts ondergaat, wordt om die reden vaak gevraagd om preventief antibiotica te nemen. Wat veel mensen helaas niet weten, is dat alleen al slecht poetsen óók een risico kan vormen. Vandaar dat goede mondhygiëne voor iedereen, maar voor hartpatiënten extra belangrijk is.”

Wat houdt dat in, een goede mondhygiëne?

“Ik ben natuurlijk geen tandarts, maar in het algemeen kan ik zeggen dat het belangrijk is om goed te poetsen en met regelmatig naar de tandarts en mondhygiënist te gaan. En als je veel tandplak hebt of last van rood of bloedend tandvlees, is dat een reden om extra alert te zijn. We weten namelijk dat dit soort klachten kunnen zorgen voor low grade inflammation, oftewel een chronische ontstekingsreactie in het lichaam. Daardoor kan een prothese uiteindelijk geïnfecteerd raken. Als een patiënt een geïnfecteerde stent heeft, kijken we altijd eerst waar die infectie vandaan kan komen. Heeft die persoon bijvoorbeeld recent de griep gehad, is hij of zij gevallen, is er een wondje te zien op de huid? We kijken dan ook altijd even in de mond om te zien of er wellicht een ontstoken kies te zien is. Een paar jaar geleden had ik een patiënte met een geïnfecteerde aorta. Ze had ook een slechte tand en dat bleek uiteindelijk de oorzaak. Heel vervelend, want zo’n infectie is heel schadelijk en had misschien voorkomen kunnen worden door betere mondverzorging en controle bij de tandarts.”

Denk je dat hart- en vaatziekten voorkomen kunnen worden als de tandarts in het basispakket van de zorgverzekering zou zitten?

“Dat is mogelijk, maar dat is niet onderzocht. In het algemeen weten we dat slechte mondhygiëne 20% meer kans geeft op hart- en vaatziekten. Maar in hoeverre hart- en vaatziekten direct veroorzaakt worden door slechte mondverzorging en of die kans kleiner wordt als mensen vaker naar de tandarts gaan, weten we niet. Er is heel veel wat we nog niet weten. Ik ben natuurlijk continu bezig met ideeën voor onderzoek en momenteel doe ik research voor het opzetten van een groot onderzoek naar het microbioom in de mond en het verband tussen mondhygiëne en hart- en vaatziekten. Het is altijd lastig om een onderzoek gefinancierd te krijgen, dus ik ben begonnen om contacten te leggen met kaakchirurgen en tandartspraktijken om te kijken of er behoefte is aan meer kennis over dit onderwerp. Het lijkt erop van wel, want te weinig mensen zijn goed op de hoogte van het verband tussen goed poetsen en hart- en vaatziekten. Als ik iemand vertel dat een slechte kies de oorzaak kan zijn van een infectie op de stent, schrikken ze vaak – ik denk dat veel mensen zich dit niet realiseren. Het risico is echt nog onderbelicht!”

Wat kunnen we, naast onderzoek, doen om dit te veranderen?

“Ik probeer mijn patiënten erop te wijzen hoe belangrijk mondhygiëne is, maar eerlijk gezegd vergeet ik dit ook weleens te zeggen in de spreekkamer. Ik wil hier meer op gaan letten, zeker als mensen een stent hebben. Ik heb het wel altijd met ze over het belang van leefstijl in het algemeen: alles is immers met elkaar verbonden. Iedereen weet bijvoorbeeld wel dat roken niet gezond is voor een hartpatiënt, maar rokers hebben ook vaak een slechter gebit. En ook ongezonde voeding, zoals het eten van veel suiker, is niet goed voor je tanden. Uiteindelijk is het dus altijd van levensbelang om goed voor jezelf te zorgen: gezond eten, voldoende bewegen, niet roken én een goede mondhygiëne! Onderzoek kan er niet alleen voor zorgen dat daar meer aandacht en bewustzijn voor komt, maar ook kan het de vragen beantwoorden die we nu nog hebben. En als we meer kennis hebben, kunnen we hopelijk in de toekomst gezondheidsproblemen voorkomen.”

Tekst: Marion van Es
Beeld: Amsterdam MUMC

Opzoek naar lotgenotencontact? Check ons forum of onze besloten FB-groep.

Dit artikel verscheen eerder in het HPNLmagazine.

Krachtenbundeling Leiden, Amsterdam en Utrecht in academische hart- en kinderzorg

Om de gewenste kwaliteit en toegankelijkheid van academische hart- en kinderzorg in Nederland te garanderen, kostbare kinder-ic capaciteit te behouden en aanpalende zorg (zoals voor kinderen met kanker) te waarborgen, slaan de umc’s van Leiden, Utrecht en Amsterdam de handen ineen.

In een eerste stap concentreren we de huidige kennis en kunde uit kinderhartchirurgie en hartkatheterisatie in één cluster. Dat sluit aan bij het advies van de NZa over de toekomst van de academische kinderhartzorg en ook bij de doelstellingen van het Integraal Zorgakkoord.

Door deze concentratie van kennis en expertise ontstaat een toekomstvaste samenwerking voor de hartzorg van kinderen in Nederland. De drie umc’s zien potentie voor een toekomstige verdere verbreding van de samenwerking op het gebied van hartzorg voor volwassenen en kindergeneeskunde.

De kinderhartchirurgische teams uit Utrecht en Leiden/Amsterdam (CAHAL, Centrum Aangeboren Hartafwijkingen Amsterdam Leiden) werken vanaf het eerste kwartaal in 2024 vanuit één team op twee locaties. Professionals krijgen een vaste thuisbasis en worden op basis van expertise en beschikbaarheid ingezet op de locaties. Het team zal voor diagnostiek en behandeling werken volgens uniform beleid, richtlijnen en protocollen, dat op continue basis wordt doorontwikkeld en bewaakt. Zo behouden we, binnen één zeer ervaren team, expertise, infrastructuur en geïntegreerde zorgpaden.

Voordelen van deze concentratie van kinderhartzorg

Door de concentratie van zeldzame ingrepen op één locatie, zoals de Norwood (Utrecht) en de Nikaidoh (Leiden) kunnen unieke expertises en opleidingsmogelijkheden voor de zorg behouden blijven. Langdurige relaties en levensloopprogramma’s met patiënten blijven intact en kunnen bovendien tot verdere synergie leiden. Alle bestaande zorg blijft voor patiënten behouden op voor hen vertrouwde locaties. De krachtenbundeling heeft nog andere voordelen. Er ontstaat een systeem waar senior professionals op continue basis kennis overdragen, waardoor medewerkers een kwalitatief goede opleiding krijgen. Ook is het niet meer nodig om niet-uitvoerbare compenserende maatregelen te nemen.

Margriet Schneider (raad van bestuur UMC Utrecht), Douwe Biesma, (raad van bestuur LUMC) en Hans van Goudoever (raad van bestuur Amsterdam UMC) zien grote voordelen van deze samenwerking voor met name hun patiënten: “Deze samenwerking kan als voorbeeld dienen voor de inrichting van kinderhartchirurgie en voor hoogcomplexe, laagfrequente (academische) zorg in het algemeen. Met een cluster kinderhartzorg behouden we de toegankelijkheid van de kinderhartzorg.”

Arno Roest (kindercardioloog CAHAL), Dave Koolbergen (kinderhartchirurg CAHAL) en Bram van Wijk (kinderhartchirurg UMC Utrecht): “Wij gaan met veel plezier constructief aan de slag om als één team dit in goede sfeer neer te zetten. Hiermee tillen we de kinderhartzorg in Nederland naar een nog hoger niveau om zo meer kinderen te helpen.”

Bron: LUMC

Verergering hartfalen bij darmlediging door macrogol/elektrolyten

Patiënten met hartfalen kunnen een verergering van hun ziekte krijgen door gebruik van macrogol met zouten om de darm leeg te maken. Bijwerkingencentrum Lareb ontving hier enkele meldingen van. Het is belangrijk om klachten van een verergering van hartfalen op tijd te herkennen.

Macrogol is een laxeermiddel. De macrogolproducten: Klean-Prep, Colofort, Pleinvue, Clensia en Moviprep worden gebruikt om de darm leeg te maken voor een darmonderzoek of -operatie. Het middel houdt water vast in de darmen, maakt de ontlasting zacht en stimuleert de darmbeweging. De zouten in dit laxeermiddel helpen de darmen om de zout- en vochtbalans op peil te houden.

Bij patiënten met hartfalen kan een kleine verstoring in de zout- en vochtbalans al tot een verergering van hun hartfalen leiden. Daarom is het belangrijk om patiënten met hartfalen goed in de gaten te houden bij gebruik van macrogol met zouten voor een darmlediging.

Inmiddels is deze informatie ook verwerkt in het Farmacotherapeutisch Kompas.

Lees hier het artikel voor maag- darm en leverartsen.

Bron: Lareb

Krachtenbundeling Leiden, Amsterdam en Utrecht in academische hart- en kinderzorg

Samenwerking drie umc’s in belang van patiëntenzorg

Om de gewenste kwaliteit en toegankelijkheid van academische hart- en kinderzorg in Nederland te garanderen, kostbare kinder-ic capaciteit te behouden en aanpalende zorg (zoals voor kinderen met kanker) te waarborgen, slaan de umc’s van Leiden, Utrecht en Amsterdam de handen ineen. In een eerste stap concentreren we de huidige kennis en kunde uit kinderhartchirurgie en hartkatheterisatie in één cluster. Dat sluit aan bij het advies van de NZa over de toekomst van de academische kinderhartzorg en ook bij de doelstellingen van het Integraal Zorgakkoord. 

Door deze concentratie van kennis en expertise ontstaat een toekomst vaste samenwerking voor de hartzorg van kinderen in Nederland. De drie umc’s zien potentie voor een toekomstige verdere verbreding van de samenwerking op het gebied van hartzorg voor volwassenen en kindergeneeskunde.

De kinderhartchirurgische teams uit Utrecht en Leiden/Amsterdam (CAHAL, Centrum Aangeboren Hartafwijkingen Amsterdam Leiden) werken vanaf het eerste kwartaal in 2024 vanuit één team op twee locaties. Professionals krijgen een vaste thuisbasis en worden op basis van expertise en beschikbaarheid ingezet op de locaties. Het team zal voor diagnostiek en behandeling werken volgens uniform beleid, richtlijnen en protocollen, dat op continue basis wordt doorontwikkeld en bewaakt. Zo behouden we, binnen één zeer ervaren team, expertise, infrastructuur en geïntegreerde zorgpaden.

Voordelen van deze concentratie van kinderhartzorg

Door de concentratie van zeldzame ingrepen op één locatie, zoals de Norwood (Utrecht) en de Nikaidoh (Leiden) kunnen unieke expertises en opleidingsmogelijkheden voor de zorg behouden blijven. Langdurige relaties en levensloopprogramma’s met patiënten blijven intact en kunnen bovendien tot verdere synergie leiden. Alle bestaande zorg blijft voor patiënten behouden op voor hen vertrouwde locaties. De krachtenbundeling heeft nog andere voordelen. Er ontstaat een systeem waar senior professionals op continue basis kennis overdragen, waardoor medewerkers een kwalitatief goede opleiding krijgen. Ook is het niet meer nodig om niet-uitvoerbare compenserende maatregelen te nemen.

Margriet Schneider (raad van bestuur UMC Utrecht), Douwe Biesma, (raad van bestuur LUMC) en Hans van Goudoever (raad van bestuur Amsterdam UMC) zien grote voordelen van deze samenwerking voor met name hun patiënten: “Deze samenwerking kan als voorbeeld dienen voor de inrichting van kinderhartchirurgie en voor hoogcomplexe, laagfrequente (academische) zorg in het algemeen. Met een cluster kinderhartzorg behouden we de toegankelijkheid van de kinderhartzorg.”

Arno Roest (kindercardioloog CAHAL), Dave Koolbergen (kinderhartchirurg CAHAL) en Bram van Wijk (kinderhartchirurg UMC Utrecht): “Wij gaan met veel plezier constructief aan de slag om als één team dit in goede sfeer neer te zetten. Hiermee tillen we de kinderhartzorg in Nederland naar een nog hoger niveau om zo meer kinderen te helpen.”

Bron: Leids Universitair Medisch Centrum | LUMC

CAHAL introduceert Buddy Matching voor patiënten en ouders bij aangeboren hartafwijkingen

Om kinderen en (jong)volwassenen met een aangeboren hartafwijking én hun ouders tijdens de gehele levensloop steun te bieden en hun vragen te beantwoorden, lanceert het Centrum voor Aangeboren Hartafwijkingen Leiden-Amsterdam (CAHAL) ‘Buddy Matching’. Het digitale initiatief koppelt op basis van specifieke wensen en/of vragen vergelijkbare ‘buddies’ aan elkaar. Het doel is voor elkaar en met elkaar het leven rondom een aangeboren hartafwijking zo goed mogelijk vorm te geven.

Kindercardioloog Arno Roest en volwassenen cardioloog Philippine Kiès zijn blij voor patiënten en ouders dat via CAHAL deze contactmogelijkheid is ontwikkeld: “Leven met een aangeboren hartafwijking is enorm ingrijpend voor de patienten zelf en het gezin eromheen. Als behandelaars zien we dat er ontzettend veel vragen en emoties op je afkomen als je een aangeboren hartafwijking hebt of als je kind met een hartafwijking is geboren. Natuurlijk, familie, vrienden en ook wij als behandeld team staan je dan bij met raad, daad.. Maar juist contact met iemand die iets vergelijkbaars meemaakt of heeft meegemaakt kan ook waardevol zijn. Het kan helpen bij de verwerking, inzicht geven in wat je kan verwachten en je kan tips delen over hoe je hiermee om kan gaan.”

Eerste kinderhartcentrum met Buddy Matching

CAHAL is het eerste (kinder)hartcentum in Nederland dat Buddy Matching beschikbaar stelt voor patiënten met een aangeboren hartafwijking én voor ouders van patiënten met een dergelijke aandoening: “Buddy Matching past bij de manier waarop wij bij CAHAL onze patiënten ondersteunen. Sommigen zijn al patiënt vóór hun geboorte, maar zien we hun hele leven lang. Het is mooi dat we bij die levensloopzorg nu ook patiënten op deze manier kunnen helpen om voor elkaar en met elkaar het leven zo goed mogelijk vorm te geven”.

Hoe werkt Buddy Matching

Patiënten of ouders die op zoek zijn naar een buddy of hun ervaringen willen delen ter ondersteuning van een ander kunnen zich aanmelden door een korte vragenlijst in te vullen. Daarbij kunnen ze ook specifieke wensen of vragen aangeven. Via een intelligent matching systeem worden mogelijk passende buddy’s geselecteerd. Het behandelteam van CAHAL controleert de voorgestelde match en zorgt dat beide buddy’s contactgegevens krijgen om met elkaar in contact te komen. Vervolgens kunnen de buddy’s het contact onderling verder afstemmen. Het contact kan zo lang of zo kort duren als iemand zelf wil. De database is niet toegankelijk voor derden en alle gegevens worden behandeld conform de voorwaarden van de Algemene Verordening Gegevensverwerking.

Over Buddy Matching

Buddy Matching is voortgekomen uit Stichting Buddyhuis. Femke Riel, een van de initiatiefnemers van deze stichting, ontwikkelde samen met Growtivity een systeem voor contact met andere patiënten, op basis van haar eigen ervaringen als borstkankerpatiënt. Buddy4Care maakt het eenvoudig om patiënten en hun naasten te verbinden met een buddy.

Bron: LUMC

Specialist legt uit: praten over orgaandonatie is belangrijk

In haar twintig jaar op de Intensive Care in het LUMC sprak donatie intensivist Jacinta Maas veel naasten over orgaandonatie. Het is volgens haar altijd weer een rare switch. “Eerst doen we er alles aan om de patiënt beter te maken. Lukt dat niet, dan behandelen we de patiënt opeens als mogelijke orgaandonor.”

“Ik weet nog goed dat hier jaren geleden een moeder op de Intensive Care zat. Zij vierde die dag haar verjaardag en haar tienerzoon had onderweg naar haar een ernstig ongeluk gehad. Hij zou komen te overlijden en ik besprak met haar de mogelijkheid om na zijn dood zijn organen en weefsels te doneren. De moeder zei: dat zou hij heel graag gewild hebben en ik weet ook wie zijn nieren mag hebben. Haar baas was ernstig ziek en had een niertransplantatie nodig. Ik dacht: wauw, dat ze in zo’n acute deze beslissing kan nemen! Daar heb ik nog steeds veel respect voor.”

Niet vergeten

“Mijn doel als donatie intensivist is dat we in ons ziekenhuis optimaal gebruikmaken van de orgaandonoren die er zijn. Als ik tijdens de werkoverdracht hoor dat een patiënt komt te overlijden vraag ik altijd: is het een geschikte orgaandonor? Op die manier zorg ik ervoor dat artsen orgaandonatie niet vergeten. Ik hou ook in de gaten dat alle nieuwe artsen die op de Intensive Care komen werken een training krijgen. Ze leren wanneer een patiënt geschikt is voor orgaandonatie, hoe je het gesprek voert met de naasten, en hoe het donatieproces precies verloopt.”

Rare switch

“Pas als iemand hersendood is of als we zeker weten dat iemand niet gaat herstellen en we de behandeling stoppen waarna de dood intreedt, kan orgaandonatie plaatsvinden. Dat is een rare switch. Eerst doen we er alles aan om de patiënt beter te maken. Lukt dat niet, dan behandelen we de patiënt opeens als mogelijke orgaandonor. We zoeken uit of hij geschikt is voor donatie en hoe hij geregistreerd staat in het donorregister. Daarna praten we er met de familie over. Als de familie instemt, regelen we het papierwerk en zorgen dat er een operatieteam klaarstaat. Na het vaststellen van de dood gaat de patiënt zo snel mogelijk naar de operatiekamer voor de donatie.”

Donorregister

“Het zou mooi zijn als alle Nederlanders via Donorregister.nl doorgeven of ze bij overlijden weefsel of organen willen doneren. Als mensen hersendood zijn of in slaap aan de beademing liggen, kunnen we het ze namelijk niet meer vragen. Ik snap dat mensen er liever niet over nadenken. Je gaat ervan uit dat je gezond blijft en het eeuwige leven hebt. Maar met orgaandonatie kun je iets betekenen voor mensen die een mindere kwaliteit van leven hebben of doodgaan. Als je jezelf registreert in het donorregister, hoeven wij je familie daar bij jouw overlijden minder mee te belasten.”

Naasten

“Ik werk ruim twintig jaar op de Intensive Care en heb veel gesprekken met naasten gevoerd. Soms zie ik er tegenop en soms loopt het heel goed en vlot. Het maakt veel uit of ik een band met de familie heb kunnen opbouwen. Soms is er op maandagochtend een nieuwe patiënt en moet ik meteen dat gesprek in. Dat is een stuk moeilijker dan als je mensen al kent en geleidelijk aan gezamenlijk tot de conclusie komt dat er geen kans meer is op herstel. Soms knikken mensen meteen: dat zou hij zeker gewild hebben. Maar als de familie het echt niet wil, is het ook goed.”

Praat erover

“Mensen die twijfelen over hun eigen donorregistratie raad ik aan om erover te praten met familie of vrienden. Je kunt ook vragen stellen aan een deskundige, bijvoorbeeld een huisarts of iemand die een niertransplantatie heeft gehad. Mensen kunnen bang zijn en dan is het belangrijk om te weten hoe donatie precies werkt. In mijn familie zei iemand: stel nou dat ze te vroeg stoppen met de behandeling? Ik kon toen uitleggen waarom die angst ongegrond is. We staken echt alleen in een honderd procent uitzichtloze situatie de behandeling en gaan na het vaststellen van de dood over op donatie.”

Levens redden

“Ik zie op de Intensive Care ook de patiënten die in ons ziekenhuis een transplantatie krijgen. De ene dag liggen ze aan de nierdialyse en de volgende dag vertrekken ze met een functionerende donornier. Of mensen komen door leverfalen doodziek binnen en knappen door een transplantatie helemaal op. Laatst lag hier een patiënt aan de hart-longmachine, omdat haar longen door een influenzavirus ernstig beschadigd waren. Ze kreeg een succesvolle longtransplantatie. Ik vond het fantastisch toen ik hoorde dat het nu goed met haar gaat.”

Tijdens de Week van het Donorgesprek van 9 tot en met 15 oktober 2023 stimuleert de Nederlandse Transplantatie Stichting mensen met een publiekscampagne om in gesprek te gaan over orgaandonatie. Het thema is “Vraag het gewoon!”. Wij dragen als ziekenhuis bij aan de campagne door aandacht te besteden aan de Week van het Donorgesprek. Met posters, banners en gesprekskaarten met tips hoe je een gesprek over orgaandonatie kunt starten.

Bron: LUMC