Helma heeft haar leven te danken aan assistentiehond Banios

 

‘Ik wil niet opgesloten zitten tussen 4 muren’

 

Van de buitenkant zie je niets opvallends aan Helma Verhoeven (52) uit Cuijk. Toch is ze ernstig ziek: ze heeft epilepsie en twee aangeboren bindweefselaandoeningen: Ehlers-Danlos en Marfan. Het laatste syndroom gaat gepaard met afwijkingen aan de hart- en bloedvaten en hartritmestoornissen. Gelukkig heeft Helma veel steun aan haar assistentiehond Banios.

 

Helma Verhoeven

 

‘Toen ik op mijn 20e de diagnose kreeg, hadden de artsen niet voorspeld dat ik de vijftig zou halen. Ze zeiden dat ik beter kon gaan genieten nu het nog kon’, vertelt Helma. En dat genieten doet ze nog steeds met volle teugen. Zo is ze bijvoorbeeld gek op reizen, ook al maken haar beperkingen dat haar niet makkelijk. ‘Door mijn bindweefselaandoeningen gaan mijn gewrichten heel makkelijk uit de kom’, legt ze uit. Iedere ochtend moet mijn man me als een Legopakket weer in elkaar zetten. Verder dan 5 uur vliegen is niet mogelijk, áls ik het vliegtuig al haal. Want als ik op de dag van vertrek een grote epileptische aanval of hartcrisis krijg, kan de reis niet doorgaan.’

 

Een epileptische aanval kan grote gevolgen hebben voor Helma. ‘Omdat ik zo’n aanval niet van tevoren zie aankomen, kan ik vallen en daarbij ernstig gewond raken. Door het Marfansyndroom heb ik extreem dunne bloedvaten; één wondje wordt meteen een bloedbad. Mensen schrikken zich dus rot als ik op straat een aanval krijg. Daarbij kan ook mijn hart in een verkramping raken, wat aneurys-ma tot gevolg kan hebben. Al twee keer heb ik daardoor op het randje van de dood gebalanceerd, maar ik ben telkens weer opgekrabbeld.’

 

Vertrouwen

Dat ze sinds 10 jaar assistentiehond Banios heeft, maakt haar leven een stuk gemakkelijker. Voor de komst van de Pyreneese herdershond was Helma naar eigen zeggen een hoopje ellende. ‘Ik durfde de deur niet meer uit. Maar sinds hij er is, hoef ik niet meer opgesloten te zitten tussen vier muren. Banios ziet precies hoe het met mij gesteld is, daar kan ik feilloos op vertrouwen. Als ik ’s ochtends uit bed kom en merk dat hij me strak aanstaart, weet ik al hoe laat het is en ga ik op het tapijt liggen om de aanval af te wachten. Banios haalt mijn medicijnen op en rolt me op mijn zij, zodat ik niet in mijn tong stik. Vervolgens activeert hij de alarmknop, waardoor mijn man wordt gewaarschuwd.’

 

Omdat Banios na tien jaar zijn baasje moeiteloos kan ‘lezen’, kan hij ook een hartcrisis zien aankomen. ‘Voor ik het zelf doorheb, voelt hij mijn ongerustheid aan en slaat dan alarm. Maar hij zorgt er ook voor dat ik niet over mijn grenzen ga. Als hij merkt dat ik moe ben, voel ik heel zacht zijn pootje op mijn scheenbeen. Alsof hij wil zeggen: “Baasje, het is mooi geweest voor vandaag”.’

 

Dat Helma een assistentiehond heeft, vinden veel mensen raar. Ze heeft immers geen rolstoel of blindenstok. Daarnaast denken veel mensen bij een hulphond aan een labrador en niet aan een klein beestje als Banios. ‘Ik heb weleens meegemaakt dat ik bij een evenement uit de rij werd geplukt omdat ze niet wilden geloven dat mijn papieren echt waren, terwijl iemand met een blindengeleidehond gewoon door kon lopen. Ik word zó vaak geweigerd in winkels, restaurants of hotels. Dat frustreert me, want alles wat ik doe kost al genoeg energie.’

 

Missie

Ze heeft het daarom tot haar missie gemaakt om te zorgen dat de Tweede Kamer een VN-verdrag ondertekende dat bepaalt dat mensen met een assistentiehond niet meer geweigerd mogen worden in openbare gelegenheden. Sinds juli vorig jaar is die wet van kracht. Dat ze eigenhandig het logge politieke systeem in beweging heeft gekregen is Helma’s grote trots. En al blijft er nog genoeg over om voor te strijden, vindt ze het nu wel welletjes geweest. ‘Het is tijd voor rust. Ik wil me bezig gaan houden met mijn bucketlist.’

 

Zo wil ze heel graag nog naar Noorwegen en La Palma, waar de natuur zo prachtig is. Maar voorop staat dat ze tijd wil doorbrengen met haar gezin. Samen met haar man, 24-jarige dochter en hond Banios, vormt Helma een hecht team. ‘We leven in een bubbel, dat is heel prettig. De hectische maatschappij vol stress is voor ons niet aan de orde. Als ik met Banios door het bos loop en een mooie ree of vos spot, denk ik: iemand die achter zijn bureau zit, ziet dit niet. Ondanks mijn beperkingen, prijs ik mezelf gelukkig. Als het leven morgen ophoudt, kan ik zeggen dat ik heb genoten.’

Gesprek met homeopaat  Michiel van Gemert

 

Bijna de helft (45%) van de zieke mensen in ons land heeft wel eens een alternatief geneeskundige bezocht of homeopathisch geneesmiddelen gebruikt. Veel mensen zijn over deze hulp zeer te spreken. Voor Hartbrug-Magazine aanleiding om enkele vragen voor te leggen aan Michiel van Gemert, docent homeopathie en verpleegkundige uit Amsterdam.

 

Michiel van Gemert

 

Kunt u in enkele zinnen iets over uzelf vertellen?

Ik heb nu 25 jaar een praktijk als homeopaat. Ik combineer dat met werken op de spoedeisende hulpafdeling als verpleegkundige. Voor mij werkt het heel goed om op die manier bij te blijven in het reguliere veld. Ik geef les aan studenten homeopathie en verzorg ook bij- en nascholingen voor collega’s.

 

Wat is klassieke homeopathie en wat kan die voor hartpatiënten betekenen?

Klassieke homeopathie is een natuurgeneeswijze waarbij op subtiele manier de hele persoon wordt uitgenodigd om over te gaan tot genezen. Er zijn 3000 verschillende homeopathische middelen en er kan er maar één worden voorgeschreven. Door een uitgebreid gesprek over de klachten, levensstijl en familiaire belasting zoeken we nauwkeurig naar het middel dat het beste bij iemand past. We kijken ook naar wat de klachten met iemand doen en wat er is gebeurd voordat de klachten zijn begonnen. Op die manier kun je spreken van een specifiek op de persoon toegespitste behandeling.

 

Hoe kijkt de reguliere geneeskunde tegen homeopathie aan?

De reguliere geneeswijze kan niet zoveel met het concept van de totale mens. Daar is men gewend het lichaam op te delen in organen en orgaansystemen.

 

Kunnen homeopathie en reguliere geneeskunde elkaar versterken?

Zeker! Het is wetenschappelijk bewezen dat men bij een chronische ziekte beter af is, dus dat men minder klachten en meer energie heeft, minder medicijnen hoeft te gebruiken en minder last heeft van bijwerkingen. Als men naast de reguliere behandeling ook klassiek homeopathisch wordt behandeld.

 

Zijn er duidelijke verschillen in benadering van de zieke patiënt?

Voorop staat dat de reguliere behandeling noodzakelijk blijft. Toch kijken wij soms wel anders aan tegen lichamelijke verschijnselen. Bij koorts schrijft de dokter al gauw paracetamol voor om de koorts te verlagen. Maar wij denken dat koorts soms een prima manier is om ons immuunsysteem aan de gang te zetten, zodat je sneller van je klachten af bent.

 

Wat is het grootste verschil?

Bij ons staat bij de behandeling de hele mens centraal, bij de reguliere geneeskunde staat de specifieke klacht centraal. Dat is wel een groot verschil, natuurlijk.

 

Hoe kijkt u als klassiek homeopaat tegen hartziekten aan?

Hartziekte is een diep in het lichaam gezetelde ziekte. Meestal zijn er meerdere factoren die er toe hebben bijgedragen voordat het zover komt. Levensstijl, stress, verdriet, eten en drinken. Vaak is er een combinatie van ziekten, zoals diabetes en hart- en vaatziekten. In de homeopathie kijk je naar het totale plaatje waar iemand in zit. Je bekijkt klachten niet afzonderlijk, maar ziet het totaalbeeld.

 

Dus eigenlijk kijkt de homeopaat niet naar de ziekte als zodanig, naar het symptoom, maar naar de hele mens?

We gaan niet voorschrijven vanuit een symptoom, maar kijken naar het hele plaatje. Je hebt er immers niets aan om bij een hartpatiënt alleen de angst weg te nemen, als hij/zij bijvoorbeeld blijft zitten met maagproblemen. Dan is de patiënt nog niet echt geholpen.

 

Wat dan?

In 1960 begonnen de meeste chronische ziekten pas als je 60 jaar oud was. Nu hebben steeds meer mensen daarvan al veel eerder last. Dat komt omdat onze samenleving steeds sneller gaat, meer stress oplevert, en omdat het eetpatroon ongezonder is. Je bent in je leven minder lang fit als vijftig jaar geleden. Het lichaam is uit balans. Klassieke homeopathie probeert die balans zoveel mogelijk te herstellen. We willen vooral (innerlijke) rust creëren. Mensen die naast de reguliere zorg ook homeopathische middelen gebruiken, voelen zich over het algemeen vitaler, gebruiken minder medicijnen en hebben minder last van bijwerking van medicijnen. Het is het proberen waard!

 

Mensen die een hartziekte hebben zitten vast aan allerlei medicijnen. Daarnaast krijgen ze instructies mee hoe hun leven te veranderen. Niet roken, veel bewegen, een dieet volgen. Dat valt hen zwaar. Hoe kunnen ze daarmee omgaan?

Juist daar kan homeopathie van nut zijn. Door de behandeling zie je dat het mensen veel minder zwaar valt om hun leven te veranderen. Sterker nog, ze krijgen er zin in om meer te bewegen en anders te gaan eten. Kortom, ze voelen zich minder slachtoffer en nemen meer eigen verantwoordelijkheid.

 

Als iemand meer wil weten over wat klassieke homeopathie voor hem of haar zou kunnen betekenen, waar kan hij/zij dan terecht?

Nederlandse Vereniging van Klassiek Homeopaten Koninklijke Vereniging Homeopathie Nederland: www.kvhn.nl

Michiel van Gemert: www.klassiekhomeopaatamsterdam.nl.

 

Geopark Hondsrug; het geopark van Nederland

 

‘UNESCO Global Geopark Hondsrug’ paradeert als het eerste en enige geopark van Nederland. Maar wat is een geopark? HartbrugReizen neemt u mee in de wondere wereld van de geoparken.

 

Vele miljoenen jaren geleden toen de natuur haar vrije loop ging en Nederland niet bestond, wisselden verschillende ijstijden elkaar af. Langzaamaan creëerde zij, de ijstijden, het begin van het hedendaagse landschap. Met de zogeheten ‘Saale-ijstijd’ is ‘De Hondsrug’ geboren. Nu, 150.000 jaar later, kenmerken onder andere de overgebleven strepen van het Saale-ijs en smeltwater het landschap van de Hondsrug: klei, keileem met zand en keien, maar ook veen.

 

Geopark

Een geopark is een gebied waar geologisch erfgoed en natuur van internationale waarde worden beheerd. Hierbij wordt de cultuurhistorie en de hedendaagse cultuur tevens in acht genomen. Deze elementen vormen samen de identiteit van een geopark. Hierdoor – doordat de geologische geschiedenis van een geopark door natuur en cultuur wordt bepaald – is geen geopark hetzelfde.

 

Behoud, educatie en duurzame ontwikkeling staan centraal. Hieraan wordt vormgegeven door geïnspireerde inwoners, ondernemers en overheden, waaronder organisaties, instellingen en onderwijsinstanties van het desbetreffende gebied. Zij vertellen gezamenlijk het verhaal van ‘hun’ geopark. De achterliggende gedachte is dat zij – de betrokkenen – duurzamer met hun omgeving omgaan, omdat zij van de oorsprong afweten.

 

Geopark Hondsrug

Het ‘European Geopark Network’ heeft aan ‘De Hondsrug’ de status van ‘Europees Geopark’ toegekend. Alle geoparken zijn lid van het ‘Global Geoparks Network (GGN)’ dat onder toezicht staat van ‘The Department of Earth Sciences of UNESCO’. Een toegewezen departement van UNESCO heeft besloten om de desbetreffende geoparken een UNESCO-status toe te kennen, waaronder ‘Geopark Hondsrug’. Sindsdien heet het ‘UNESCO Global Geopark Hondsrug’. Hiermee is het de eerste en enige geopark in Nederland. Volgens het geopark maakt de combinatie van de geologie, het landschap en de invloed van de mens daarop, de status meer dan waard.

 

De Hondsrug is een groot natuurgebied dat zich uitstrekt over de twee provincies Groningen en Drenthe. Het doet onder andere de gemeenten Groningen, Haren, Tynaarlo en Aa en Hunze aan, maar ook Borger-Odoorn, Emmen en Coevorden. Verder is het opgesplitst in vijf gebieden met specifieke kenmerken: Hunzevallei, Drentsche Aa, Hondsrugdrenthe, Magisch Drenthe en Het Veenland. Met een lengte van zeventig kilometer en een gemiddelde breedte, is de Hondsrug verspreid over een oppervlak van ruim 1000 vierkante kilometer en wonen er 240.000 mensen. Het hoogste punt, ‘Haantjeduin’, ligt 26,5 meter boven NAP (Normaal Amsterdams Peil).

 

Bezienswaardigheden

Kijken, kijken en nog eens kijken, want in Geopark Hondsrug raakt u niet uitgekeken. Kilometers zandrug – zeventig om precies te zijn – en beekdalen herinneren aan de gevolgen van de ijstijden, maar ook de veenlandschappen met de laatste resten hoogveen in Nederland. De hunebedden – opgebouwd met zwerfkeien – diende als begraafplaats voor de prehistorische mens. Tegenwoordig zijn het monumenten van 5000 jaar oud en één van de vele bezienswaardigheden waaraan de Hondsrug zich kenmerkt.

 

Door de veranderende natuur en met de wisselende bewoners is het landschap van de Hondsdrug verder gevormd. Hierdoor kent de Hondsrug een grote diversiteit aan onder andere landschappen en cultuurhistorische factoren. De diversiteit is toe te spitsen op een driedeling bestaande uit geomorfologie, zichtbare archeologie en cultuurlandschap. Oftewel: zandruggen en beekdalen door ijs gevormd, overblijfselen van onze voorouders en door mensenhanden gemaakte (hedendaagse) bezienswaardigheden. Vergeet niet de heide vol met talloze dieren en bijzondere vogelsoorten een blik toe te werpen. Zij vertoeven hier in gemoedelijke sferen.

 

Activiteiten

Naast de bezienswaardigheden, kunt u in Geopark Hondsrug actief ondernemen. Het geopark bezoekt u al wandelend, fietsend of met de auto! Ideaal voor personen die slecht ter been zijn. Het park biedt acht expedities aan waardoor u het park leert kennen. Een expeditie start in een expeditiepoort: een informatiecentrum is één voorbeeld daarvan. Tijdens de expedities zij er tussenstops in de vorm van hotspots. Hierbij wordt stilgestaan bij bijzondere, kenmerkende landschappen. De expedities waaruit u kunt kiezen zijn: ijstijden, prehistorie en veen, maar ook kunst, sporen van strijd en natuur. Tot slot maakt veen, bossen en water het rijtje aan expeditie-mogelijkheden af.

 

Kijken en ondernemen, maar niet op expeditie? Kies dan voor een safari. De aangeboden safari’s variëren qua duur en vorm. Van meerdaagse arrangementen inclusief overnachtingen tot daguitstappen en urenvullende activiteiten. Weleens aan een culinaire of wellness safari gedacht? Laat u verrassen! Maar dat is niet alles. Rondleidingen, tentoonstellingen en markten zijn activiteiten waaraan u tevens kunt deelnemen. En wat dacht u van (natuur)festivals, familiedagen en (thema)wandelingen onder begeleiding van een gids of op eigen houtje door middel van vooruit gestippelde routes?

 

 

Anti schade- en diefstaltips

Doorpraten? Bezoek ons forum en deel uw vragen en ervaringen met betrekking tot ‘Geopark Hondsrug’ op www.hartpatienten.nl/forum.

Geef mij een gezellige bus op vakantie!

 

U denkt misschien niet meteen aan een busreis als u de vakantie plant. Toch heeft de bus vele voordelen, in vergelijking met de trein of het vliegtuig. Er bestaat dan ook een grote schare busreisfans. HartbrugReizen zette er een aantal rond de keukentafel en vroeg ze naar de precieze redenen van hun enthousiasme.

 

‘Kijk’, zegt Ruud (57), terwijl hij naar zijn boek met foto’s van een busreis naar Italië knikt, ‘gemak dient de mens tijdens zo’n vakantie. In tien dagen hebben we zoveel gezien, maar zonder er zelf enige moeite voor te doen. We hoefden nergens over na te denken, niks te regelen, werden elke dag van deur tot deur gebracht. Je komt werkelijk overal. Met welk ander vervoermiddel heb je dat? Je eigen auto lijkt in de buurt te komen, maar dat is zoveel vermoeiender. Heus, ik was een echte autofreak. Na een eerste busreis was ik echter om. Nu had ik tenminste zelf ook gelegenheid om om me heen te kijken. Heerlijk ontspannend!’ Maria (56), Ruuds vrouw, beaamt dat: ‘En met het vliegtuig ben je er ook zomaar niet. De reistijd op zich is korter, maar je moet uren van tevoren op het vliegveld zijn, keer op keer in rijen staan, en eenmaal ter plekke stap je weer in een ander vervoermiddel. Ook zit je steeds te worstelen met die kilo’s in je koffer. Is die niet net te zwaar als je teruggaat omdat je teveel souvenirs hebt gekocht? Daar heb je met de bus allemaal geen last van. Vaak zijn er meerdere opstappunten dus je kiest fijn het dichtstbijzijnde. Het vervoer erheen is doorgaans puik geregeld door de reisorganisatie. Je hoeft je kinderen niet te vragen je weg te brengen. Je gaat simpelweg zitten en klaar ben je. Totaal geen heisa. Terug precies hetzelfde.’

 

Vliegtuig gaat te snel

Voor Maartje (63) ligt het net iets anders. ‘Ja, misschien ben ik ouderwets’, lacht ze, ‘maar ik vind het vliegtuig echt te snel gaan. Binnen een uur of wat sta je plots in een andere wereld. Dat werkt voor mij bevreemdend. Je reist wel, maar toch ook weer niet. Alsof je in een soort tijdmachine zit. In een nieuwe stad wandel ik ook liever dan dat ik fiets of autorijd. Alleen dan kan ik een goede indruk krijgen van alles om me heen. Zo is het ook met de bus. Je rolt door het landschap, ziet dorpen, steden en mensen veranderen en komt zo langzaamaan op de plaats van bestemming. De verandering gaat geleidelijk en dat is mooi. Dan snap je hem beter.’ Ineke (68), Maartjes hartsvriendin en vaste reisgenote is het daarmee eens. ‘Ja, het onderweg zijn kost wat extra tijd, maar wij hebben tijd genoeg. We hebben geen zin in gehaast en gaan liever rustig op vakantie. Natuurlijk krijg ik wel vaak de vraag of de bus niet vermoeiend is. Maar die vraag komt meestal van mensen die al in geen honderd jaar met de bus zijn geweest. Die touringcars van tegenwoordig zijn van alle gemakken voorzien. Je kunt je stoel verstellen, je hebt genoeg beenruimte, er is een toilet aan boord, een cateringservice, soms zelfs schermpjes waarop je de route kunt zien en precies ziet waar je bent. Met nog informatie daarbij! Er zijn geregeld stops zodat je even kunt lopen en een frisse neus halen. Ga je verder weg, dan stop je ‘s avonds op tijd voor diner en overnachting.’

 

Gezellig en duurzaam

Martin (69) schudt zijn hoofd. ‘Weet je, het allergrootste voordeel van zo’n busreis is dat er zo snel een groepsgevoel ontstaat. De chauffeur en de reisbegeleiders zijn gezellig, houden een praatje en richten zich echt tot de  groep dus daar zit je dan meteen in. Je gaat samen de bus uit voor koffie en een sanitaire stop en helpt elkaar daarbij. De één is nu eenmaal net iets sneller dan de ander. Onderweg deel je snoepjes, koekjes en andere versnaperingen en komt het al snel tot een praatje met die en gene. Anders dan in het vliegtuig en in de trein zit en blijf je de hele vakantie met deze groep en dat helpt ook. Het is lekker overzichtelijk.’ Ruud kijkt plots ernstig: ‘Ja, dat sociale aspect is een pre. Ook voor degenen die alleen reizen. Maar voor hartpatiënten zoals ik is het ook nog belangrijk dat zo’n bus veel mobieler is. Als er iets aan de hand is, rijdt hij direct naar het ziekenhuis. Dat kan met het vliegtuig en de trein dus niet.’ De anderen beamen dat: ‘Ja, daar denk je als je gezond bent niet over na, maar als je wat gebreken krijgt wél!’

 

‘O ja, nog een ander ding’, vult Maartje tot slot aan. ‘De bus is ook duurzaam. In de tijd dat klimaatverandering een probleem is, is dat belangrijk. Het vliegtuig en de auto vervuilen zoveel meer. Voor mij is het een principekwestie. Minder CO2-uitstoot betekent een betere wereld achterlaten voor mijn kinderen en kleinkinderen. Zodat ook zij tijdens hun reizen nog van al het moois in de natuur kunnen genieten. De prijs-kwaliteitverhouding van een busvakantie is bovendien prima. Maar, uh, even nieuwsgierig: wanneer gaan jullie eigenlijk weer op reis?’

 

 

[‘Weet je wat het nadeel is aan HartbrugReizen? Dat het zo verslavend is!’]

Frans Dassen, Capelle aan den IJssel

Epilepsie blijkt soms een erfelijke hartziekte

 

Stelt u zich eens voor: vlak voor uw ogen ziet u iemand op straat in elkaar zakken en stuiptrekkingen vertonen. U belt 112 voor een ambulance en vertelt wat er is gebeurd. Al gauw wordt er dan gedacht aan epilepsie. Maar is dat wel zo?

 

Cardioloog Prof. Dr. Arthur Wilde van het AMC in Amsterdam spreekt uit ervaring als hij zegt, dat het gebeuren ook kan wijzen op een levensbedreigende hartritmestoornis (die kan leiden tot een hartstilstand). Dat wordt helaas niet altijd onderkend. De voorgeschreven medicijnen werken dan niet altijd goed en de betrokkene blijft een risico lopen op een hartstilstand.

 

   Dr. Arthur Wilde

 

De diagnose ‘epilepsie’ werd vroeger vaker gesteld bij mensen uit families waar erfelijke hartziekten (erfelijke hartritmestoornissen) voorkomen. ‘In mijn carrière heb ik vaak meegemaakt dat mensen deze verkeerde diagnose kregen’, vertelt Wilde. ‘Gelukkig gebeurt dat nu minder vaak dan vroeger.’

 

Wilde is gespecialiseerd in onderzoek naar erfelijke hartziekten en het opsporen daarvan. Het AMC werkt mee aan een Europees project dat de samenwerking van ziekenhuizen op het gebied van zeldzame ziekten moet bevorderen. Middels dit Expertise Referentie Netwerk (ERN) willen 24 gespecialiseerde ziekenhuizen in dertien Europese landen een zelfde standaard voor zorg invoeren, en een zelfde manier van voorlichten hanteren. Bovendien worden de resultaten van onderzoek naar deze zeldzame ziekten uitgewisseld. ‘Door het combineren van kennis en kunde kan in heel Europa dezelfde kwaliteit van zorg gegeven worden’, aldus Wilde.

 

Een van die groepen zeldzame ziekten waar de ERN’s over gaan, zijn erfelijke hartziekten (ERN Guard Heart). De meest voorkomende is de verdikte hartspier: geschat heeft één op de vijfhonderd (!) Nederlanders daarvoor een erfelijke aanleg. Ook zijn er erfelijke vormen van hartritmestoornissen (één op de tweeduizend). En dan zijn er nog andere erfelijke hartziekten. Als je die allemaal bij elkaar optelt, hebben misschien wel zeven op de duizend Nederlanders aanleg voor zo’n erfelijke hartziekte, rekent Wilde ons voor.

 

‘Als iemand in de familie op jonge leeftijd is overleden, dus jonger dan 50 jaar, is er in 75 tot 80 procent sprake van een erfelijke hartziekte. Het is wenselijk dat familieleden zich dan bij de cardioloog melden om zich te laten onderzoeken. Op die manier kan voorkomen worden dat het nog eens gebeurt.

 

Mensen binnen dezelfde familie die inderdaad aanleg blijken te hebben voor een erfelijke hartziekte kunnen meestal met medicijnen behandeld worden. In sommige gevallen ook met een defibrillator of een pacemaker’, aldus Wilde.

 

‘Een erfelijke ziekte is ooit ergens ontstaan’, gaat hij verder. ‘Soms kunnen we dat ontstaan terug traceren naar een voorvader enkele eeuwen geleden. Er zijn typische gebieden waar een bepaalde hartziekte veel voorkomt, bijvoorbeeld in Zuid-Limburg, Friesland, Noord-Holland of Twente. Elk gebied heeft zijn eigen typische erfelijke hartziekte’, weet Wilde. Inmiddels worden deze eerder ‘streekgebonden’ ziekten steeds vaker in heel Nederland gemeld, omdat de laatste veertig jaar steeds meer mensen wegtrekken uit gebieden waar hun voorvaderen al sinds generaties woonden. Nu tref je die mensen ook elders in Nederland aan.

 

De Amsterdamse onderzoeker en cardioloog wil het liefst dat ook in Nederland een obductie van jonge mensen die overlijden aan een plotse hartdood, verplicht wordt. In Engeland is dat al het geval. Hier in Nederland betaalt de verzekering er niet voor, dus gebeurt het niet. Een obductie is een onderzoek naar de doodsoorzaak. Mocht die uitwijzen dat iemand inderdaad overleed aan een erfelijke hartziekte, dan kan de familie gecontroleerd worden.

 

Wilde benadrukt verder het belang van tijdig onderzoek voor kinderen. ‘Een aantal erfelijke hartziekten leiden pas bij volwassenen tot mogelijke problemen. Maar er zijn ook hartziekten die al bij kinderen van vijf jaar kunnen opspelen zoals erfelijke vormen van hartritmestoornissen. Dat kun je maar beter weten, om er op tijd bij te kunnen zijn. Kinderen van vijf tot vijftien jaar kunnen in de meeste gevallen met medicijnen geholpen worden. Bovendien kan een advies zijn om niet intensief te gaan sporten. Zo’n advies kun je beter aan een 10-jarige geven (en aan zijn of haar ouders) dan pas als iemand achttien is en al veel energie en tijd heeft besteed aan een mogelijke sportcarrière. Hoe eerder, hoe beter!’

 

Ongeveer de helft van de mensen met een erfelijke hartziekte, is zich van geen kwaad bewust. Opsporing van deze groep is dringend gewenst, aldus Wilde. Hij kent het voorbeeld van een familie waar drie kinderen zijn overleden, voor er onderzoek werd ingesteld. ‘Bij die familie is het probleem gelukkig opgelost. Het komt nu niet zo vaak meer voor’, zegt Wilde.

 

Er hoeft ook niets (erfelijks) aan de hand te zijn. ‘Als er na een plotse hartdood op jonge leeftijd, vijf direct verwanten (eerstelijnsfamilieleden) zijn onderzocht en je vindt niets, dan is de kans klein dat er nog iets gebeurt. Dan is er waarschijnlijk geen erfelijke ziekte.’

 

Wat nu te doen als je het niet vertrouwt? Hoe kom je dan terecht bij een zogenoemd cardiogenetisch centrum, gespecialiseerd in erfelijke hartziekten? Alle academische ziekenhuizen hebben in meerdere of mindere mate zo’n cardiogenetisch centrum, waarvan die in Amsterdam (AMC), Maastricht en Groningen de grootste zijn. Bijvoorbeeld het AMC heeft ook spreekuren bij andere ziekenhuizen, in Eindhoven, Enschede, Zwolle en Alkmaar. Andere academische ziekenhuizen bieden soms ook zo’n mogelijkheid.  In veel gewone streekziekenhuizen is een doorverwijzing mogelijk. Als iemand in jouw familie jong aan een plotse hartdood stierf, is er alle reden om een afspraak te maken met de cardioloog in je buurt, met het verzoek je te laten onderzoeken op een erfelijke hartziekte. En je waar nodig te laten doorverwijzen!

 

Maar liefst zeven op de duizend Nederlanders heeft aanleg voor een erfelijke hartziekte. Veel van hen weten dat niet. Het gaat om ziekten die de familie al generaties lang teisteren. Een aanwijzing voor zo’n erfelijke hartziekte kan zijn, wanneer iemand in je directe familie op jonge leeftijd plotseling kwam te overlijden. Jong, dat is onder de 50 jaar.
Herkent u dit? Lees dan snel verder!

 

De moestuin is hip!

 

De moestuin is hip en laat van zich horen! Overal wordt de o zo hippe moestuin aangeprezen. Iedereen kan het! Het vergt weinig inspanning en levert (met geluk) veel op. HartbrugReizen heeft alle ins & outs, maar ook tips & tricks rondom een geslaagde moestuin op een rij gezet.

 

Voor een moestuin heeft u geen tuin nodig. Een terras of balkon voldoet ook, want u bepaalt zelf de grote van uw moestuin. Gaat u voor een traditionele, grote moestuin of kiest u voor moestuinbakken? U wilt aan de slag? Lees snel verder hoe u de natuur dichterbij brengt.

BENODIGDHEDEN

 

Moestuingrond

Moestuinmest

Beschermingsmiddelen (optioneel)

Groente-, fruit- en kruidenzaden

Planten

Potten/bakken

Spade/tuinvork

Hark

Schoffel

Schep

Snoeimes/snoeischaar

Tuinslang/gieter/sproeier

Pootstok

Verspeenstok

Bindtouw

Labels

 

Voorbereiden

  • Een moestuin begint met het uitkiezen van een geschikte plek en grond in uw tuin, op het terras of op het balkon.
  • Werk met een vooraf uitgetekende plattegrond en verdeel uw moestuin in meerdere vlakken.
  • Plant per vlak zaden of kiemplanten uit één gewasgroep bij elkaar: elke gewasgroep heeft eigen voedingsstoffen.
  • Combinatieteelt? Bekijk welke zaden of planten bij elkaar passen en een positieve invloed op elkaar uitoefenen.
  • Planten hebben zonlicht nodig. Voorkom echter een overload en zorg voor beschutting.
  • Onderzoek van te voren welke planten warmte dan wel koelte nodig hebben.
  • Door wisselteelt behoudt de grond een gezonde conditie.

 

Aanleggen

  • Na de vorstperiode, in het voorjaar, begint u met het aanleggen van uw moestuin.
  • Is de grond bevroren of te vochtig? Wacht af.
  • Voordat u gaat zaaien, bereidt u de grond – het zaaibed – voor.
  • Verwijder onkruid en bewerk de grond; hark de grond los, spit de aarde om en egaliseer de grond tot een egaal vlak.
  • Hierna bedekt u de aarde met moestuingrond (ongeveer tien centimeter) en kunt u gaan zaaien!

 

Zaaien

  • Uw eerste moestuin? Wees niet te streng en start met groenten die weinig verzorging behoeven. Bijvoorbeeld radijs, sla en wortel.
  • Strakke rijen? Span een rechte lijn met touw.
  • Kiest u voor zaden of kiemplanten? Het eindresultaat is hetzelfde. Het verschil zit in de tijdsduur: zaden vergen een langere tijdsduur.
  • U zaait in de lente, maar het zaaimoment verschilt.
  • Wilt u zeker zijn van uw zaak? Houdt een zaaikalender bij de hand.
  • Het gegeven zaai-advies dient als richtlijn. Het is aan u om in te spelen op onverwachte weersomstandigheden en het zaaimoment daarop aan te passen.
  • Het merendeel van de zaden is geschikt om direct in de grond te zaaien.
  • Voor het voorjaar beginnen? Ga dan voorzaaien in een zaaibak of -pot. Een kweekkas is tevens een optie.
  • Over voorzaaien gesproken… bepaalde zaden dienen sowieso voorgezaaid te worden. Voor hen is een speciale buitenkas geen overbodige luxe. Hierdoor zijn de zaden/kiemplantjes beter beschermd tegen weersinvloeden.
  • Moestuinzaden hebben weinig diepte nodig. De regel: houdt de verticale grote van het zaadje aan.
  • Hoe dieper u zaait des te groter is de kans op rotten.
  • De gewenste temperatuur is voor de zaden verschillend. Waar de ene plant in een warme kamer ontkiemt, zweert de ander bij kou. Zorg ervoor dat alle zaden de benodigde temperatuur krijgen.
  • Zodra de uitgekomen kiemplanten twee paar bladen hebben, kunt u ze verspenen/verpotten naar een aparte zaaibak of -pot of uitplanten in de tuin.
  • Jonge planten hebben water nodig, veel!
  • Gebruikte zaden kunt u recyclen voor het daaropvolgende jaar. Hoe? Laat de planten uitbloeien en droog daarna de zaden. Een kwestie van bewaren en hergebruiken.

 

Oogsten

  • Oogst ‘onkruid’ in plaats van het te verwijderen. Brandnetels, paardenbloemen en zevenblad zijn enkele voorbeelden van gezonde drink- en eetbare producten die de natuur ons schenkt.
  • Check of naast bladeren de vrucht van de planten eetbaar is. Zonde om weg te gooien! Bijvoorbeeld de bloem van een pompoen is ook te eten.
  • Over gezonde bloemen gesproken: weleens goudsbloementhee gedronken?
  • Doorgeschoten sla? Laten groeien en binnen de kortste keren geniet u van een bloemenveld.
  • Is uw komkommer smakeloos? De gouden regel is: hoe groter de komkommer des te minder is de smaak. Wilt u meer smaak? Vroeger oogsten.
  • Zo lang mogelijk van uw courgettes genieten? Regelmatig oogsten. Hierdoor worden de courgettes niet te groot en blijft de plant de hele zomer nieuwe courgettes aanleveren.

 

Onderhoud

  • U wilt zo lang mogelijk plezier van uw moestuin? Onderhoud deze regelmatig. Verwijder onkruid (of hergebruik), voorzie uw moestuin van moestuinmest en indien nodig van een (biologisch) beschermingsmiddel.
  • Gebruik een ‘lichte’ bemesting, want de meeste planten verdragen een zware bemesting niet. Organische bemesting werkt goed.
  • Onverwachte nachtvorst? Bescherm uw planten met cloches (covers).
  • Voorkom verbruining van de planten en geef water naast de plant.
  • Gebruik gemaakt van potten en bakken? Plaats ze op een schaal en geef water in de schaal. Zorg wel voor een gat in de potten en bakken.
  • Uitdunnen? Met deze techniek creëert u meer ruimte voor de sterke planten. Het enige wat u hiervoor hoeft te doen, is de zwakke planten net boven de grond af te knippen.

 

Tot slot: Eet smakelijk!

Bloeddruk meten is een belangrijke zaak

 

Als hartpatiënt is het belangrijk om regelmatig de bloeddruk te controleren. Zowel een hoge als lage bloeddruk kunnen gevaarlijk zijn voor je gezondheid. Hoe eerder een afwijkende bloeddruk wordt ontdekt, hoe sneller er iets aan kan worden gedaan.

 

Maar wat is bloeddruk nu precies? Bloeddruk is de druk die op de wanden van de bloedvaten komt als het hart samentrekt. Per minuut pompt het hart zestig tot tachtig keer. Het bloed, dat door (slag)aders stroomt, vervoert voedingsstoffen en zuurstof door het hele lichaam. Tegelijkertijd worden afvalstoffen verwijderd.

 

Onderdruk en bovendruk

De bloeddruk bestaat uit de bovendruk en de onderdruk. De bovendruk (systolische bloeddruk) wordt gemeten als het hart samenknijpt. De druk in de bloedvaten stijgt doordat het hart het bloed de slagaderen inpompt. Als het hart zich ontspant, gaat het om de onderdruk (diastolische bloeddruk). De bloeddruk is dan het laagst. De druk wordt weergeven in millimeter kwikdruk: mmHg.

 

Normale bloeddruk

Een normale bloeddruk is 120/80 mmHg. Daarbij staat 120 voor de bovendruk en 80 voor de onderdruk. Bij mensen die ouder zijn dan zestig jaar is een wat hogere bloeddruk ook toegestaan. We spreken van een te hoge bloeddruk (hypertensie) bij een waarde boven de 140/90 mmHg. Klachten zijn bijvoorbeeld hoofdpijn, kortademigheid en rusteloosheid. Bij een lage bloeddruk (hypotensie) ligt de druk onder 90/60. Doordat er te weinig bloed naar de hersenen stroomt, kan iemand zich duizelig voelen of zelfs flauwvallen. Een normale bloeddruk krijg je door een gezonde levensstijl. Medicatie wordt meestal pas als laatste redmiddel gegeven.

 

Bloeddruk meten

Het meten van de bloeddruk is nog niet zo makkelijk. Volgens dr. Bert-Jan van den Born, verbonden aan het Academisch Medisch Centrum (AMC), meet je de waardes het best bij de linkerhartkamer. Er ontstaat een drukgolf als die hartkamer zich samentrekt om het bloed het lichaam in te pompen en de druk in de slagaders toeneemt. Maar die meetmethode gaat alleen met een katheter. Metingen vinden daarom plaats aan de arm.

 

Meting bij de arts

De bekendste methode is de bloeddruk laten meten door een arts. Die gebruikt een apparaat dat bestaat uit een band (manchet) met vanbinnen een opblaasbare ballon die verbonden is met een manometer. Daarop zijn de waardes te zien. Maar niet iedereen blijft ontspannen als er een dokter in de buurt is. Deze mensen hebben last van het zogenaamde wittejaseffect. Ze worden nerveus. Dat resulteert in een verhoogde bloeddruk en een vertekende meting.

 

Thuis meten

Ook is er zelfmeetapparatuur waardoor mensen thuis hun bloeddruk in de gaten kunnen houden. Een patiënt doet dan de band om zijn bovenarm en drukt op een knop. De machine begint direct met de meting. Een scherm toont vervolgens de boven- en onderdruk. Volgens Van den Born is de bloeddruk die op deze manier wordt gemeten bij sommige mensen een stuk lager.

 

Nieuwe methode

Maar er is nog een betere methode, weet Van den Born. En dat is een machine die na een paar minuten nadat op de knop is gedrukt, automatisch een aantal metingen uitvoert. Deze bloeddrukmeting vond plaats in het teken van een onderzoek van het AMC.

 

Pols of bovenarm

Maar de meest voor de hand liggende manier is dus thuis meten. Wie dit wil doen, kan kiezen uit verschillende bloeddrukmeters. Zo zijn er bloeddrukmeters voor de pols of de bovenarm. De meting aan de bovenarm is het minst gevoelig voor fouten door beweging. Bij een polsbloeddrukmeter moet de hand ter hoogte van het hart worden gehouden. Dan is de kans op beweging groter. Daarnaast is het goed om dichtbij het hart te meten.

 

Verschillende tijdstippen

Sowieso is het altijd belangrijk om de bloeddruk gedurende een langere periode te meten om erachter te komen of er sprake is van een hoge of lage bloeddruk. De druk schommelt namelijk heel de tijd. Zo is de waarde in de ochtend en avond vaak wat lager dan in de middag. Daarnaast neemt de bloeddruk toe tijdens bewegen of praten. Ook als er emoties in het spel zijn, stijgen de waardes. Om een nauwkeurig beeld van de bloeddruk te krijgen is meten op verschillende tijdstippen dus verstandig.

 

Betrouwbaarheid

Wie overigens denkt dat de CE-markering op een bloeddrukmeter staat voor betrouwbaarheid, heeft het mis. Het is geen keurmerk maar geeft alleen maar aan dat het apparaat is getest en als veilig wordt beschouwd. Veel consumentenproducten die binnen de Europese Unie (EU) op de markt verschijnen, moeten een CE-markering hebben. Van speelgoed tot elektronische huishoudelijke apparaten. Van den Born waarschuwt daarnaast voor alle gadgets. De apparaten die de bloeddruk permanent in de gaten houden zijn niet allemaal even goed onderzocht.

 

Combinatie

De beste manier om een juist beeld van de bloeddruk te krijgen, is waarschijnlijk een combinatie van twee methodes. Wie het zekere voor het onzekere wil nemen, vergelijkt de gemeten waarden thuis met de waarden die bij de arts zijn gemeten.

 

Bart Chabot: Het gesprek tussen arts en patiënt is cruciaal

 

Dichter en schrijver Bart Chabot (62) spat als energieke spraakwaterval van de tv-buis. Maar het echte leven laat een kwetsbaarder man zien. Eentje die een goedaardige hersentumor overleefde, maar daarna hartklachten kreeg. Waardeloze pech, maar ook een wake-up call. Bart vermorst zijn tijd niet meer.

 

Hoe kwam je erachter dat het mis was met je hart?
Najaar 2015 had ik met Ronald Giphart opgetreden. Ik kwam diep in de nacht thuis in Den Haag. De dag erop, een donderdag, begon mijn hart raar te doen. Het klopte werkelijk alle kanten op. Onregelmatig, hard, zacht, alles. Gaat vanzelf over, dacht ik. Niet aan mijn vrouw Yolanda vertellen. Die is arts en dan krijg ik gedoe. Daar heb ik vandaag even geen zin in. Maar de klachten hielden aan, dagenlang. Ik was moe. Ik had geen lucht. Ik lag drijfnat in bed. Uiteindelijk belandde ik zaterdag in het ziekenhuis met aan alle kanten slangen om me heen. Hartfibrillatie, dan krijg je onmiddellijk spul om het bloed te verdunnen. Bij de hartbewaking heb je een kamer alleen. Dat beviel me wel. Ik zou ’s avonds lekker de eredivisie kijken en ik liet wat boeken en muziek brengen. Maar helemaal goed was het daar toch niet. Ik kreeg koffie terwijl dat met mijn klachten helemaal niet mocht. Het duurde dagen voordat er een cardioloog langskwam. Een echografie maakte uiteindelijk duidelijk dat ik een cardioversie moest ondergaan. Ondertussen wilde ik naar een ander ziekenhuis. Daar hoorde ik dat er veel meer met mijn hart aan de hand was. Lekkende hartkleppen, verminderde pompfunctie, verwijding van de aorta en zo nog wat zaken. U moet een heel traject in, zei de cardioloog. Ik dacht het niet, antwoordde ik. Ik deed alleen die cardioversie. Alles leek oké. Maar dat moest daarna nog twee keer. Afgelopen week kreeg ik een echografie om te kijken of ik een openhartoperatie moest ondergaan. Gelukkig was mijn hart niet verder achteruitgegaan. De linkerboezemkamer was zelfs iets kleiner geworden. Daarmee is een chirurgische ingreep vooralsnog van de baan. Ik kan de bètablokkers iets verminderen. Een hele opluchting!

 

Je hebt ooit gezegd dat die hersentumor een enorm wake-up call was. Is die hartziekte een tweede wake-up call?

Die wake-up call was bij de ontdekking van die tumor het heftigst. Je maakt de balans van je leven op. Waar gaat het echt om? Wat doe je wel goed, wat niet? Die tv-spelletjes waaraan ik meedeed, gingen echt nergens over. Schrijven is veel belangrijker. Dat zit in me, dat is mijn talent en dat moet eruit. Om alleen de Herman Brood-biograaf te blijven, is een beetje sneu. Dus werd een reeks van zes romans, inclusief een autobiografie, ingepland. Mijn tv-optredens zijn drastisch teruggeschroefd. De theatertour met Ronald Giphart gaat wel door, maar met minder voorstellingen.

 

Leren we nu een Bart kennen die kwetsbaarder is dan die positivo op het tv-scherm?

Tv is niet het echte leven. Wat je daar doet, is optreden. Visueel moet er iets gebeuren, in hoog tempo en zonder getreuzel. Thuis zeg ik soms dagen niks. Dan vraagt mijn vrouw op een gegeven moment: leef je nog?

 

Leef je nu gezonder? Je had jarenlang een nogal ruige levensstijl.

Alcohol is passé. Ik let sinds een half jaar ook bewuster op mijn voeding. We eten nauwelijks nog vlees en meer vis. Alles wat zout is zoals chips is van het menu. Ik houd niet van groenten en fruit, maar probeer wat binnen te krijgen met rijst en pasta. Chocola staat op rantsoen. Het is te vet. Ik moet eigenlijk op cardiogym, met oude mannen gaan volleyballen. Nou, dat gebeurt dus écht niet! Dan moet ik een trainingspak kopen! Ik loop twee keer per dag met de hond en neem de trappen van ons trappenhuis. Ik houd ook van fietsen. Als ik mijn stukken repeteer voor het theater, ijsbeer ik in de rondte. Dat lijkt me bij elkaar wel genoeg sport.

 

Wat is jouw advies aan andere hartpatiënten?

Zorg dat je iets weet van cardiologie. Artsen leggen je vaak opties voor. Wil je die behandeling of een andere? Het is makkelijker beslissingen te nemen met wat informatie. De voorlichtingscampagne ‘Betere zorg begint met een goed gesprek’ van minister Edith Schippers is wat dat betreft interessant. Die omvat spotjes vol tips  waarin ik als ambassadeur van de campagne optreed. Uit onderzoek was gebleken dat van de tien patiënten die een specialist bezoeken vier ontevreden weggaan. Men voelt zich onvoldoende gehoord en ook heeft men het idee geen vruchtbare bijdrage aan het gesprek te hebben geleverd. Maar het gaat wel om je lijf. Als patiënt ben je weliswaar een leek maar alleen jij hebt kennis van de context waarin de ziekte optreedt. Die informatie moet je dan wel geven. Neem daarom een lijstje met punten mee naar de specialist. En een vertrouweling als je een uitslag verwacht. Bij slecht nieuws hoor jij niet langer de details, maar hij of zij wel.

Bart Chabot

Meer informatie: www.hartpatienten.nl/bartchabot

Nederland en buurlanden

 

Anders slapen tussen tentzeil, tralies en tulpen

 

Heeft u geen zin in een verre reis, maar wilt u wel iets aparts buiten de deur doen? Logeer dan op een van de vele bijzondere slaapplekken die Nederland en de buurlanden rijk zijn. Dat zijn niet per se boomhutten, vuurtorens of hijskranen. HartbrugReizen maakte een mooie selectie waarvoor u geen acrobaat hoeft te zijn. In vijf categorieën: monumentaal, natuurlijk, kunstzinnig, sociaal en grappig. Van goedkoop tot ietsje prijziger.

 

Monumentaal

Slapen in monumenten. Het is een manier om in panden te geraken waar u anders niet snel binnenkomt. En zeker niet ‘s nachts. Denk niet alleen aan pluche grachtenpanden of adellijke landhuizen! Een voormalig godshuis kan ook een slaapplaats zijn. In Martin’s Paterhof in Mechelen (België) staat uw bed tegenover de glas-in-loodramen in de kerk. Da’s heel bijzonder wakker worden met kleurrijk gefilterd ochtendlicht, midden in het bourgondische Vlaanderen (martinshotels.com/nl/hotel/martins-patershof). In eigen land is het  fijn overnachten in het tikje robuustere Fort Beemster, een oude vesting in de Hollandse Waterlinie. Het fort is deels omgetoverd tot een spa waarover de vroegere soldaten alleen maar konden dromen. Heerlijk bubbelen dus! (fortresortbeemster.nl). Beslist ook heel zen wordt u van het ruisen van het waterrad van de Smokkelmolen in Kanne, net over de Nederlands-Belgische grens bij Maastricht. Slapend op de zolders waant u zich even molenaar, want de graanmolen is deels nog in bedrijf (smokkelmolen.be).

 

Natuurlijk

Groen en duurzaam is helemaal in, ook op vakantie. Dat het meer kan betekenen dan primitief in de natuur bivakkeren, ondervindt u bijvoorbeeld in een Mongoolse yurt of Noord-Amerikaanse tipi. Op camping De la Semois (campingdelasemois.be) in de Belgische Ardennen staan deze inheemse onderkomens op wonderschone plekjes. Ze zijn van vele gemakken voorzien. Toch geen zin in een tent? U kunt er ook een zigeunerwagen of dubbeldekker kiezen! In ons Zeeland biedt De Kunstwei in Wolphaartsdijk trouwens de zeer creatieve Knoert. Dat is een ronde houten ‘tent’ met een dak in de vorm van een Zeeuwse knop, u weet wel, dat bobbelige sieraad dat onderdeel uitmaakt van de traditionele Zeeuwse dracht (dekunstwei.nl/overnachten-zeeland/overnachten-yurt-tipi-tent-zeeland). Mag het best minder extravagant, dan is een Peelhut in Aarle-Rixtel in de Peelrand een puike optie. De Peelhut is een hut in tentvorm. Het is eenvoudig ingericht met veldbedden, maar altijd warm en droog. U kunt er zelfs een ontbijt bezorgd krijgen (eco-touristfarm.com). Nabij de wateren van de Kaag en Brasem (Zuid-Holland) zijn de kleurige hihahutten weer een stuk luxer ingericht (hihahut.nl/hihahut-avontuur). Totaal anders maar héél origineel is een overnachting tussen de bloeiende tulpenvelden. Dat kan in een tent in de Tulperij in de Bollenstreek. Wie daar niet vrolijk wakker wordt, heeft echt een ochtendhumeur.
U moet nog wel geduld oefenen tot het voorjaar (detulperij.nl)!

 

Kunstzinnig

Kunst beleven en slapen, dat kan best samen, vinden ze in Leiden. Al jaren kent de stad het succesvolle Openluchthotel-evenement. Her en der trekken kunstenaars unieke stijlkamers op waarin de cultuurminnende avontuurlijke hotelgast kan verblijven. Van de Burchtheuvel tot de Hortus Botanicus, overal treft u de meest wonderlijke optrekjes en hemelbedden aan. Als het Nederlandse weer meezit, kunt u er een onvergetelijke nacht onder de sterren beleven. Zet u dit slaapfestijn alvast in de agenda voor de lente van 2018? (fieldsofwonder.nl).

 

Gaat u toch liever voor een stevig dak boven uw hoofd én houdt u van oosters design dan is Hotel Bazar in de gezellige Witte de Withstraat in Rotterdam uw adres. Modern en trendy en toch in de sfeer van de Duizend-en-een-Nacht. Met mozaïek langs de wanden, glazen Aladdinlampen en bovendien een fantastisch restaurant. Alleen het ontbijt is al een exotisch feestje! (hotelbazar.nl)

 

Sociaal

Eigenlijk geldt het overal, dus ook in Nederland. Een plek leert u pas echt kennen door de locals te ontmoeten. Dat hebben ze in het Spijkerkwartier in Arnhem goed begrepen. Wijkhotel Spijkerbed is een origineel initiatief van de bewoners daar. Zij zelf wonen met zoveel plezier in deze mooie wijk dat ze die graag met u willen delen. Als gast van Wijkhotel Spijkerbed verblijft u dan ook bij een van hen. Ontbijt wordt geregeld met lokale ondernemers evenals een wandeling door de buurt, deelname aan een kookworkshop, of wat u maar wenst (wijkhotelspijkerbed.nl).

 

Grappig

Tenzij u een vergrijp wilt plegen, is een hotel in een voormalige gevangenis de enige mogelijkheid om eens in een cel te slapen. Zulke hotels bestaan in Nederland, maar Hotel Alcatraz nabij Frankfurt lonkt vanwege zijn naam extra gevaarlijk. Alcatraz is een eiland nabij San Francisco, beroemd om zijn voormalige zwaar beveiligde gevangenis. Het goede nieuws van de Duitse hotelversie is dat u ’s ochtends weer als vrije man of vrouw naar buiten mag. Aan comfort komt u ook niet tekort (alcatraz-hotel.com). Eenvoudiger, maar eigenlijk een must als u een wijnliefhebber bent, is een overnachting in een van de fraaie wijnvaten bij Hotel Lindenwirt in Rüdesheim am Rhein (Hessen). Als u hier geen slaapmutsje met een goede lokale wijn neemt, waar dan wel? (lindenwirt.com). Minstens zo grappig, ook als plagerige verrassing voor een anti-kampeerder is het Huettenpalast. U kunt hier een retrocaravannetje-de-luxe huren in een overdekte hal. Goed weer en een schaterlach verzekerd! (huettenpalast.de).

 

TIP: check de websites op seizoensgebonden openstelling en variërende prijzen!

 

Zout, de ongezonde smaakmaker

 

85% van de Nederlanders krijgt teveel zout binnen. Dit verhoogt het risico op allerlei ziekten, zoals nierziekten, hart- en vaatziekten en kanker. Hoe kun je je zoutinname verminderen zodat je langer gezond blijft?

 

‘Hmm, lekker die gebakken aardappeltjes, maar kun je me het zoutvaatje even aangeven?’ We zijn allemaal gewend geraakt aan zout bij het eten, maar het is niet erg gezond. Als we allemaal drie gram zout per dag minder zouden gebruiken, zou het aantal mensen dat overlijdt aan hart- en vaatziekten in Nederland, met 1500 sterfgevallen afnemen. Die constatering komt even binnen. We eten stelselmatig teveel zout in Nederland. Vaak zonder ons er echt van bewust te zijn hoe schadelijk dat zout eigenlijk is. De gemiddelde Nederlander gebruikt per dag zeven tot tien gram zout, terwijl we volgens voedingsdeskundigen maximaal zes gram mogen binnenkrijgen. Zo krijgen we per jaar een kilo teveel zout binnen!

 

We hebben wel wat zout nodig. Het natrium in het zout helpt bij de vochtbalans in ons lichaam en voor een goede werking van het spier- en zenuwstelsel. Bovendien is aan zout dat bijvoorbeeld in brood zit, jodium toegevoegd. Ook jodium speelt een essentiële rol in ons lichaam, het is nodig voor de productie van schildklierhormonen en die zijn weer essentieel voor het functioneren van ons zenuwstelsel en de stofwisseling. Jodium kun je overigens, behalve door het eten van brood, ook binnenkrijgen door het eten van zeewier, zeevis en eieren.

 

Terug naar zout. Ons lichaam heeft ruim voldoende aan een tot drie gram per dag. Boven de zes gram wordt het dus echt te veel. Dan ontstaat een verhoogde kans op hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, nierziekten, maagkanker en botontkalking. 90 % van alle hart- en vaatziekten wordt veroorzaakt door verkeerde leefgewoonten, waar teveel zout eten een voorbeeld van is.

 

De moeite waard dus om op je zoutinname te letten. Maar hoe doe je dat? Het meeste zout krijg je ongemerkt binnen. Aan bijna alle kant-en-klare producten is zout toegevoegd.Magnetronmaaltijden, zoete gerechten als ijs, koek en gebak en uiteraard alle zoute snacks en gerechten. Maar ook brood, kaas en vlees bevatten veel zout. De meeste Nederlanders zitten zo al snel aan hun ‘zouttax’ en dan hebben ze het zoutvaatje nog niet eens aangeraakt.

 

Het is daarom best even opletten om niet teveel zout binnen te krijgen. Toch kan dat wel. Probeer bijvoorbeeld zelf geen zout te gebruiken. Vind je dat niet lekker? Gebruik dan Lo Salt. Daar is minder natrium aan toegevoegd dan aan gewoon keukenzout. Verder kun je gedroogde kruiden als bijvoorbeeld basilicum, oregano en kerrie gebruiken om je eten te kruiden en smaak te geven, net als knoflook en ui. Ook verse kruiden geven een heerlijke smaak aan maaltijden.

 

Enkele suggesties, onder andere van diëtiste Marina Vis:

  • Bij vlees kun je knoflook en oregano gebruiken
  • Bij vis kun je dille toevoegen
  • Groentes mix je met gedroogde kruiden
  • Bij spruitjes is kerrie lekker
  • Courgette smaakt goed met knoflook en bieslook
  • De al genoemde gebakken aardappeltjes zijn lekker met marjolein

 

Geen tijd om zelf te koken?
Kijk op verpakkingen altijd wat er in een product zit. Als er niet op staat hoeveel zout het product bevat, vermenigvuldig dan het natriumgehalte met 2,5.

 

Zelf eens kijken hoeveel zout je nu eigenlijk gebruikt? De Nierstichting heeft daarvoor de site www.zoutmeter.com ontwikkeld. Je kunt daar invullen welke producten je precies eet en hoe vaak. Zo kun je er snel achter komen of je teveel zout gebruikt.

 

Bovendien staan er allemaal lekkere recepten op deze site, zoals hummus, pompoensoep, chili en zoutarme kibbeling. Zo kun je een heel eind komen.

 

Verder probeert de gezondheidszorg voedingsleveranciers ervan te overtuigen minder zout aan hun kant-en-klare producten toe te voegen. In landen zoals Engeland, Japan en Finland is van overheidswege het zout in voeding al omlaag gebracht. Ook in Nederland worden pogingen in de goede richting ondernomen. Minister Schippers sloot in 2014 het akkoord Verbetering Productsamenstelling met producenten en probeerde zo het zoutgehalte in voeding (samen met verzadigde vetten en calorieën) te verminderen. In kaas en brood is als gevolg daarvan het zoutgehalte flink gedaald, maar in sauzen en pakjes soep zit nog steeds veel zout. Nederland loopt daarom helaas niet voorop als het gaat om het verminderen van zout. De voedingsindustrie en vooral de zoutindustrie hebben er geen belang bij om de zoutproductie en -toepassing omlaag te brengen. Zout wordt niet alleen aan producten toegevoegd omdat het de smaak zou verbeteren, maar ook om de houdbaarheid te verlengen of de structuur van het product te verbeteren.

 

Leonard Hofstra is cardioloog en werkt in het Cardiologie Centrum in Utrecht. Hij ziet jaarlijks 5000 patiënten en ziet naar eigen zeggen ‘veel ellende’ vanwege het overmatig gebruik van zout. Hij schreef het boekje: Snel SLIM, (Succesvolle Lifestyle Interventie Methode) met tips om een gezonde levensstijl te ontwikkelen, eventueel af te vallen en minder zout binnen te krijgen. Het boekje is via internet te bestellen op www.slimlifestyle.nl.