Kak Khee Yeung is vaatchirurg in het Amsterdam UMC en hoogleraar. Daarnaast doet ze onder meer onderzoek naar aorta aneurysma. In iedere editie van Hartbrug Magazine houdt ze ons op de hoogte van haar werk en de nieuwste ontwikkelingen binnen haar vakgebied. Dit keer vertelt ze over haar onderzoek samen met Bert-Jan van den Born, internist en hoogleraar etnische verschillen bij cardiovasculaire aandoeningen.
Op welke manier werken jullie samen?
Kak Khee: “Mijn hoofdonderzoek Vasculaid gaat, zoals ik al eerder vertelde, over het beter leren voorspellen van het risico op hart- en vaatziekten bij mensen met perifeer vaatlijden of een aneurysma. Onze focus ligt ook op het ontwikkelen van gepersonaliseerde therapie en daarom proberen we mensen met diverse achtergronden te includeren. We kijken bijvoorbeeld naar man-vrouw-verschillen en verschillen in leefstijl maar ook naar geografische achtergrond en afkomst. Op dat gebied kunnen we veel leren van onze hoogleraar Bert-Jan, die een grootschalig onderzoek heeft opgezet naar etnische gezondheidsverschillen.”
Wat houdt deze HELIUS-studie precies in?
Bert-Jan: “HELIUS staat voor Healthy Life In Urban Setting. Het is een heel groot cohort onderzoek dat meer dan tien jaar geleden is gestart, onder 25.000 Amsterdammers met een verschillende migratieachtergrond. We kijken naar de onderlinge gezondheidsverschillen op het gebied van hart- en vaatziekten, mentale gezondheid en infectieziekten bij mensen van Surinaamse, Ghanese, Turkse, Marokkaanse en Nederlandse afkomst. Als we weten welke verschillen er zijn en waar ze vandaan komen, kunnen we onze behandelingen daarop aanpassen. Dat is heel belangrijk, want met name in grote steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag heeft bijna de helft van de bevolking een migratieachtergrond. Helaas zijn deze groepen in veel medische onderzoeken zwaar ondervertegenwoordigd. Als je daarentegen wil begrijpen wat er gebeurt in een patiëntengroep, is het ook belangrijk dat je dat kunt vergelijken met wat normaal en abnormaal is voor mensen van een bepaalde leeftijd, geslacht of etniciteit.”
Welke etnische verschillen zien jullie op het gebied van hart- en vaatziekten?
Bert-Jan: “We zien bij de groepen die we volgen heel verschillend gedrag wat betreft risicofactoren, zoals alcoholgebruik, roken, overgewicht en het hebben van een hoge bloeddruk. Van de Ghanese deelnemers rookte tien jaar geleden bijvoorbeeld maar 5%, terwijl dat bij de Nederlanders 25% was en bij de Turkse groep 30 tot 40%. En 1 op de 5 Hindoestaanse Surinamers had bij het begin van de studie suikerziekte, ten opzichte van 1 op de 20 Nederlanders. Al die onderlinge verschillen hebben invloed op hoe vaak bepaalde aandoeningen, zoals hartinfarcten en hersenbloedingen, voorkomen bij een bepaalde etnische groep. De verwachting is dat het dus ook impact heeft op hoe vaak perifeer vaatlijden en verwijde aorta’s voorkomen in deze groepen. Onze PhD-student Tim Crone heeft onderzoek gedaan naar wat de normale diameter van de aorta is wereldwijd en als je naar die bevolkingsdata kijkt, zie je best wel grote onderlinge verschillen. Dat heeft waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor wanneer je vindt dat een aorta verwijd is. Kijk je puur naar de diameter, of neem je ook informatie over – in dit geval – etniciteit mee? Misschien zeggen we wel veel te snel tegen bepaalde groepen mensen dat ze ziek zijn, terwijl ze dat helemaal niet zijn.”
Kak Khee: “Die normaalwaarde is inderdaad heel belangrijk, maar het is lastig om daar conclusies over te trekken omdat ieder persoon anders is. Door zo veel mogelijk data te verzamelen, kun je wel beter zien of er verschillen zijn. Binnen Vasculaid hebben we bijvoorbeeld gegevens van mensen uit negen Europese landen en via externe biobanken krijgen we ook informatie van mensen van bijvoorbeeld Chinese of Indiase afkomst. Onze PhD-gaat de komende tijd kijken hoe hart- en vaatziekten zich ontwikkelen bij verschillende geografische groepen.”
Bert-Jan: “Daar kunnen wij weer veel van leren, want naast etniciteit is geografie natuurlijk ook heel belangrijk. Het Vasculaid-onderzoek volgt patiëntengroepen, terwijl wij ons in de eerste plaats richten op de gezonde bevolking – waarbinnen natuurlijk ook veel mensen ziek zijn of ziek worden. Op die manier staan onze studies los van elkaar, maar zijn ze toch met elkaar verbonden. Door samen te werken, kunnen we onze gegevens naast elkaar leggen en zo samen verder komen. We zien dus allerlei mogelijkheden voor vervolgstudies. De komende paar jaar willen we bijvoorbeeld op grote schaal CT’s gaan maken van deelnemers aan het Helius-onderzoek, waarbij we specifiek kijken hoe groot de aorta’s zijn en hoe vaak kransvatlijden voorkomt bij de verschillende groepen.”
Hoe kun je al deze kennis straks in de praktijk brengen?
Bert-Jan: “Als je voldoende data hebt, kun je richtlijnen aanpassen en bijvoorbeeld zeggen: deze groep gaan we volgen vanaf een verwijding van 4,5 cm en bij deze groep kunnen we wel wachten tot 5,5. Dat maakt de zorg efficiënter, maar kan ook de kwaliteit van leven van patiënten vergroten omdat ze beter weten wat hun persoonlijke risico is. Alles wat we leren, brengen we in de praktijk op de poli, bijvoorbeeld in de adviezen die we geven om risicofactoren te verminderen. Beweging is bij veel mensen met een migratie-achtergrond bijvoorbeeld een groot probleem. Wil je dat iemand meer beweegt, dan moet je ook rekening houden met cultuurverschillen. Nederlanders fietsen bijvoorbeeld veel, maar veel mensen uit de Hindoestaanse gemeenschap vinden Bollywooddansen leuker om te doen. Uit onderzoek blijkt dat dat ook een prima manier is om te bewegen en af te vallen. En dat is uiteindelijk ook weer relevant voor Kak Khee en haar collega’s, als zij mensen met perifeer vaatlijden het advies voor looptraining geven.”
Hoelang blijven jullie de Helius-deelnemers nog volgen?
Bert-Jan: “Onze deelnemers zijn nu gemiddeld 53 jaar oud en dat is een leeftijd waarop de kans op hart- en vaatziekten toeneemt, dus het is zeker zinvol om ze nog langere tijd te volgen. Daarnaast willen we in de toekomst ook graag hun kinderen uitnodigen, zodat we kunnen kijken of de gezondheidsverschillen bij volgende generaties toe- of afnemen. De hoop is dus wel dat dit onderzoek een blijvende graadmeter wordt voor het monitoren en behandelen van gezondheidsproblemen binnen onze diverse samenleving.”
Tekst: Marion van Es
Fotografie: Merel Waagmeester
Foto: Bert-Jan van den Born
Dit artikel verscheen eerder in het Hartbrug Magazine.
Hulp en inzicht voor hartpatiënten en hun naasten
Onze zorgboeken Je hart, je leven staan vol met handige tips en duidelijke informatie voor hartpatiënten en hun naasten. Ze bieden steun en helpen je op weg naar een gezonder en fijner leven. De boeken zijn binnenkort beschikbaar als papieren versie en e-book.
Heb je vragen of wil je alvast je interesse doorgeven? Neem contact met ons op.
Altijd op de hoogte blijven
Wil je altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws, tips en belangrijke informatie voor hartpatiënten en hun naasten? Met onze nieuwsbrief ontvang je regelmatig updates rechtstreeks in je inbox. Zo mis je niets en blijf je goed geïnformeerd! Meld je nu aan.
"*" geeft vereiste velden aan
Misschien ook interessant
Help mee en doneer
Met jouw donatie kunnen we 1,7 miljoen hart- en vaatpatiënten onafhankelijk blijven ondersteunen.