default-header
HomeNieuwsTat Tvam Asi ( sanskriet voor “Dat Zijt Gij”

Tat Tvam Asi ( sanskriet voor “Dat Zijt Gij”

Columns

donderdag 25 augustus 2022, door Hartpatiënten Nederland

Wat ben ik? “Dat!” “Dat” is wat wij allen werkelijk zijn. Dan is de onvermijdelijke volgende vraag: Wat is “Dat” dan? En dan begint de uitdaging, “Dat” is namelijk niet met woorden te beschrijven, niet alleen omdat woorden ook hierbij te kort schieten, maar zeker ook omdat het ons begrip te boven gaat. Daarom wordt in de oude Indiase geschriften vooral uitgelegd wat wij niet zijn (netineti). Ik ben niet mijn lichaam, ik ben niet mijn gedachten, ik ben niet mijn emoties etc. Er kan namelijk niet goed uitgelegd worden wat we wél zijn.

Waarschijnlijk is dit de reden dat er zoveel benamingen zijn voor “Dat”. Om in het sanskriet te blijven, is een bekende andere benaming “Brahman”, maar ook kan men spreken van het Absolute, de Bron, God, het Zijn, het Veld, het oneindige Bewustzijn, de Ene, het Universum en dan ben ik er waarschijnlijk nog een groot aantal vergeten. Een van de sanskriet verzen omschrijft het als volgt (vrij vertaald vanuit het sanskriet): ´Dat waaruit alle schepselen ontstaan, Dat wat al deze schepselen tot leven brengt, Dat waarnaar al deze schepselen terugkeren. Wens vurig Dat te leren kennen, Dat is Brahman.´

De moeilijkheid is dat we een ultieme Non-dualiteit proberen te begrijpen met een brein dat alleen dualiteit kent en ook niet anders kan. Al onze begrippen ontstaan door het vergelijken van het één met het ander. Als wij iets zien in onze omgeving (een object), dan zien we dat, doordat het iets anders is dan degene die dat ziet (het subject). Als wij iets zien, horen, voelen, proeven, ruiken of zelfs als wij iets denken, ervaren we iets dat wij zelf niet zijn. Dus dan ervaren we dat wij afgescheiden zijn. Alles wat via de zintuigen binnenkomt, wordt door ons denken op dualistische wijze beoordeeld.

Zowel onze zintuigen als ons denken horen bij het lichaam en zoals eerder beweerd, zijn wij niet ons lichaam. Er zijn overigens twee soorten gevoel. Het lichaam voelt met de zintuigen, maar daarnaast kennen we het innerlijk gevoel van gelukzaligheid, dat verbonden is met “Dat”, wat dus juist wél is wat we in werkelijkheid zijn.

De non-dualistische stroming, zoals Advaita, Taoïsme en Zen, ontkomen zelf niet aan dualistische beschrijvingen, omdat een beschrijving per definitie dualistisch is. Dat is de reden dat Ramana Maharshi zo min mogelijk zei tegen zijn volgelingen. Hij wilde zijn “leer” in stilte doorgeven, vanuit het Zijn. Omdat wij nu eenmaal dualistisch zijn in doen en denken, ontkomen de wijzen er echter niet aan om zelf gebruik te maken van dualisme. Zo wordt er in de Advaita onderscheid gemaakt tussen hetgeen dat veranderlijk is en het Onveranderlijke.

Alles wat veranderlijk is, wordt als niet echt beschouwd. Het lichaam verandert continu, zo ook onze gedachten, emoties en zelfs onze “waarheden”. Onze denkgeest, zoals ik ons “denkorgaan” maar even gemakshalve benoem, lijkt onderdeel van ons lichaam en zou eindig en dus ook veranderlijk zijn. Toch is dát het deel van ons dat verbonden is met “Dat”. Anders zouden we daadwerkelijk afgescheiden individuen zijn, terwijl er vanuit gegaan wordt dat we één zijn en blijven met het enige dat er werkelijk is.

De illusie van het afgescheiden zijn begint bij de denkgeest, die nooit daadwerkelijk is afgescheiden van het Absolute. Dat denken lijdt tot het ontstaan van het ego en de wereld zoals we deze ervaren. Het omkeren van dit denken kan dus een weg terug zijn naar wie we werkelijk zijn. Dit is de weg van Kennis. Het is echter niet de enige mogelijkheid, er zijn andere wegen, zoals de weg van Devotie (religie), de weg van Meditatie en ook via goed doen met de focus op het hogere.

Het feit dat er zoveel mogelijkheden bestaan, waarmee wij hopen de verbinding met “Dat” te herontdekken, laat weer zien dat velen van ons op zoek zijn naar het ware geluk, waar ik over schreef in de vorige column.

Weet dat wij altijd verbonden zijn met “Dat” en altijd daar naar terugkeren, als het eindig bestaan voorbij is. Maar het is zeker de moeite waard om ook in levende lijve zoveel en zo vaak als mogelijk deze verbinding te voelen.

HARTegroet,

Jan Chin