Wat gebeurt er bij een pacemaker?
Een normaal hartritme wordt geregeld door de sinusknoop, de ‘natuurlijke pacemaker’ van het hart. Als dit systeem hapert of de elektrische signalen niet goed worden doorgegeven, klopt het hart te langzaam. Een pacemaker bestaat uit een batterij met een computertje (de pulsgenerator) en één tot drie draden (elektroden) die naar het hart lopen. Het apparaatje is slim ontworpen. Hierdoor:
- wordt het hartritme continu bewaakt
- geeft de pacemaker pas een prikkel als het hartritme te ver wegzakt
- past het apparaatje zich vaak aan bij inspanning, zodat de hartslag omhoog gaat wanneer je beweegt
Oorzaken voor het plaatsen van een pacemaker
Een pacemaker wordt geplaatst wanneer er sprake is van een te trage hartslag (bradycardie) of storingen in de geleiding van het hart. Mogelijke oorzaken zijn:
- veroudering en slijtage van het geleidingssysteem (zoals bij een AV-blok)
- de nasleep van een hartinfarct dat schade heeft achtergelaten
- medicijngebruik dat het hart te veel vertraagt
- aangeboren hartafwijkingen of problemen met de sinusknoop (Sick Sinus Syndroom)
De behandeling
Het implanteren van een pacemaker is een relatief kleine ingreep die meestal onder plaatselijke verdoving plaatsvindt. De arts maakt een kleine incisie onder het sleutelbeen. Via een bloedvat worden de draden naar het hart geschoven. Vervolgens wordt de pacemaker onder de huid geplaatst en aangesloten op de draden. De ingreep duurt gemiddeld één tot twee uur.
Leven met een pacemaker
De meeste mensen wennen snel aan hun pacemaker en kunnen hun dagelijkse bezigheden, werk en sport weer volledig oppakken. Je komt één tot twee keer per jaar op controle bij de pacemakertechnicus om de batterij en de instellingen te laten controleren. De batterij van een pacemaker gaat gemiddeld 7 tot 10 jaar mee, waarna deze via een kleine ingreep wordt vervangen.
Hartverhalen
Kenniscentrum
Help mee en doneer
Met jouw donatie kunnen we 1,7 miljoen hart- en vaatpatiënten onafhankelijk blijven ondersteunen.