default-header
HomeNieuwsMedicatiegebruik bij ziekenhuisopname gecompliceerde zaak

Medicatiegebruik bij ziekenhuisopname gecompliceerde zaak

donderdag 29 juli 2010, door Hartpatiënten Nederland

Jaarlijks worden in België duizenden mensen in het ziekenhuis opgenomen. De meesten gebruiken voor opname al geneesmiddelen, of krijgen in het ziekenhuis (nog extra) geneesmiddelen voorgeschreven.

Vanwege de patiëntveiligheid is het belangrijk dat bij opname én ontslag deze behandeling zonder onderbreking of wijziging wordt voortgezet. Dat is nog lang niet altijd het geval, zo blijkt uit onderzoek.

Een multidisciplinair onderzoeksteam van artsen en apothekers van de KU Leuven en de Université Catholique de Louvain-la-Neuve heeft onderzoek gedaan naar de geneesmiddelgerelateerde problemen bij opname en ontslag uit het ziekenhuis en mogelijke oplossingen daarvoor. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van het Belgische Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE).

Ook voor Nederlanders kan dit onderzoek interessant zijn, al is het maar omdat jaarlijks duizenden Nederlanders, met name uit de zuidelijke provincies, worden behandeld in Belgische ziekenhuizen.

Onvoldoende informatie

De knelpunten zijn in zogenaamde focusgesprekken met een honderdtal zorgverleners en patiënten in kaart gebracht. Ze komen voor op verschillende niveaus. Zo blijken patiënten bij opname in het ziekenhuis niet altijd over een duidelijke lijst van hun geneesmiddelen te beschikken of ontbreekt essentiële informatie over hun medicatie. Bij ontslag is er vaak weer onvoldoende informatie over het medicatieschema dat gevolgd moet worden of is deze informatie moeilijk te interpreteren. Dat kan allemaal weer aanleiding geven tot onderbreking van de behandeling, dubbel gebruik van bepaalde geneesmiddelen of tot potentieel gevaarlijke interacties tussen geneesmiddelen, zeggen de onderzoekers.

Onduidelijkheid

Deze knelpunten zijn niet nieuw. Ze werden eerder al gedocumenteerd in andere landen, maar zijn nu voor België bevestigd. Wat wel opvalt, is dat zorgverleners uit de eerste lijn slechts beperkt op de hoogte blijken van de procedures en regelgeving in ziekenhuizen en omgekeerd ook. Bovendien zorgt dit verschil in regelgeving voor bijkomende problemen. Zo worden artsen in de eerste lijn gestimuleerd om zo veel mogelijk generieke (nagemaakte) geneesmiddelen voor te schrijven, terwijl artsen in de ziekenhuizen juist gebonden zijn aan de geneesmiddelenlijst van het ziekenhuis. Dat geeft frequent aanleiding tot veranderingen in de voorgeschreven medicatie, wat voor patiënten weer onduidelijkheid geeft.

Up-to-date medicatieschema

Een sleutelelement in het verhogen van de patiëntveiligheid bij de overgang tussen ziekenhuis en thuis, is de beschikbaarheid van een volledig en up-to-date medicatieschema, zeggen de onderzoekers. Ideaal zou zijn als dit medicatieschema elektronisch beschikbaar is en het, met instemming van de patiënt, door elke zorgverlener geraadpleegd kan worden. Het delen van deze informatie moet zorgverleners in staat stellen om na te gaan of het toevoegen of veranderen van een bepaald geneesmiddel verantwoord is.

Ook kan de patiënt correct worden geïnformeerd over het medicatieschema en kunnen andere zorgverleners worden gecontacteerd. Dat zou een naadloze zorgverlening moeten garanderen. De onderzoekers stellen dat er dringend behoefte is aan elektronische infrastructuur om dergelijke essentiële patiëntgegevens te kunnen delen.

Verantwoordelijkheid

Het verhogen van de patiëntveiligheid vraagt om verantwoordelijkheid en toewijding van alle betrokkenen, inclusief de patiënt, zeggen de onderzoekers. Uit analyse van initiatieven in het buitenland blijkt dat een gestandaardiseerde bevraging over de medicatie bij opname in het ziekenhuis heel wat problemen kan voorkomen. Ook in een aantal Belgische ziekenhuizen, bijvoorbeeld op de dienst spoedgevallen, behoort dat intussen tot de standaardprocedures.

Het bespreken van het medicatieschema met de patiënt blijkt daarnaast het meest effectief, wanneer dat gebeurt aan het einde van het ziekenhuisverblijf en nog eens een paar dagen na thuiskomst. Overigens is het volgens de onderzoekers het beste dat zulke informatie niet alleen bij de patiënt zelf terecht komt, maar ook bij de zorgverleners uit de eerste lijn.

Draagvlak creëren

Als er nationale richtlijnen voor informatieoverdracht bij de overgang van ziekenhuis naar thuis (en andersom) worden opgesteld, vindt dat vaak navolging op lokaal niveau. Dat hebben de onderzoekers ook van de buitenlandse praktijken geleerd. In zulke richtlijnen staat duidelijk aangegeven wat de te volgen procedures zijn bij opname en ontslag zijn en wat de verantwoordelijkheid is van de verschillende zorgverleners in dit proces. Daarom moeten die richtlijnen er in België ook snel komen, vinden de onderzoekers. Er moet een breed draagvlak worden gecreëerd om ze toe te passen in de praktijk. De onderzoekers denken aan een sensibiliseringscampagne.

Een veiliger overgang tussen ziekenhuis en thuis kan volgens hen enkel worden gerealiseerd met behulp van een pakket van maatregelen. Samenwerking tussen artsen, apothekers en verpleegkundigen uit de eerste en tweede lijn én de patiënten en mantelzorgers is essentieel.

Bron: Consumed