default-header
HomeNieuwsMaak keuze ontvanger orgaan na overlijden bespreekbaar

Maak keuze ontvanger orgaan na overlijden bespreekbaar

woensdag 7 april 2010, door Hartpatiënten Nederland

Deze week werd bekend dat inwoners van het Verenigd Koninkrijk onder bepaalde voorwaarden mogen aangeven naar wie hun organen gaan als ze overlijden.
Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een familielid dat op de wachtlijst staat voor een orgaan. Volgens de ethicus Chris Verhagen moet er in Nederland ook serieus over deze optie worden nagedacht.

De stichting Medische Ethiek plaatste een artikel van Verhagen op haar website, dat hij publiceerde in het eerste nummer van het Tijdschrift voor Gezondheidszorg en Ethiek van dit jaar. Verhagen gaat eerst uitgebreid in op de verschillen tussen levende en overleden donoren. En dan niet op de organen die levende donoren niet kunnen afstaan, maar op het verschil in rechten en motieven dat ze hebben.

Een levende donor mag namelijk bepalen naar wie zijn orgaan toe gaat. Het hoeft niet, altruïstische donatie is toegestaan en komt voor, maar meestal wordt het besluit om tot levende donatie over te gaan ingegeven doordat een vriend of familielid een orgaan nodig heeft. Dat een levende donor eisen stelt aan de ontvanger van zijn orgaan (ik doneer aan deze persoon en anders niet), wordt volkomen normaal gevonden.

Maar iemand die vastlegt na zijn overlijden donor te willen zijn, heeft geen enkele zeggenschap over naar wie zijn organen toe gaan. Hij doneert aan het orgaancentrum, dat bepaalt wie de organen ontvangt. Dit is het non-discriminatiebeginsel, dat een belangrijke pijler vormt onder de Nederlandse Wet op de orgaandonatie.

Verhagen maakt onderscheid tussen twee vormen van het stellen van voorwaarden door de donor. De afbakenende vorm, waarbij iemand bijvoorbeeld aangeeft alleen aan niet-rokers, of alleen aan blanken te willen doneren, noemt hij conditionele donatie. En daarnaast bestemde orgaandonatie, waarbij de donor een specifieke ontvanger aanwijst.

Volgens Verhagen zou er in Nederland een discussie gevoerd moeten worden over de vraag of een postmortale donor invloed moet krijgen op de toewijzing van zijn orgaan. Zo ja, hoeveel invloed dan precies? En als een dergelijke beleidswijziging zou leiden tot meer donoren en een oplossing zou kunnen bieden voor het donortekort, moet de overheid dit dan aangrijpen, ook wanneer dit een toename betekent van de 'discriminatie in de orgaandonatie'? Heiligt het doel in zo'n situatie de middelen?

Bron: Niernieuws.nl