Dr. Peyman Sardari Nia ‘Niet alles ligt in handen van de artsen’

Dit jaar volgen we in HartbrugMagazine de werkzaamheden van Dr. Peyman Sardari Nia, die als cardiothoracaal chirurg werkt in het Maastricht UMC+. In deze laatste aflevering, vertelt hij over de grenzen van zijn eigen kunnen als chirurg. We zijn door u de afgelopen maanden veel te weten gekomen over de enorme vooruitgang binnen de mitraalklepchirurgie. Groeien we toe naar een tijdperk waarin het repareren van een defecte hartklep een fluitje van een cent is?

‘Medische vooruitgang is alleen voelbaar als alle deelgebieden van geneeskunde vooruitgaan. Uiteindelijk is het zo dat het menselijk lichaam complex in elkaar zit. En medische zorg op een menselijk lichaam is geen momentopname, maar een proces. Dat proces start al wanneer de diagnose wordt gesteld, en dus niet op het moment dat de patiënt op de operatietafel ligt. Het is een misvatting dat de uitkomst van een operatie op de OK wordt beslist. De kwaliteit van zorg is immers niet afhankelijk van één individu, maar van een heel team. Wij focussen daarom ook niet alleen op de operatie, maar op het complete zorgproces, van begin tot eind. Om dit zorgproces te kunnen verbeteren, zijn we bezig met het samenstellen van dedicated teams.’

Wat houdt dat in?

‘Een chirurg die een bepaalde operatie veel uitvoert, wordt daar steeds beter in. We noemen dit dedicated. Als de persoon die de echo uitvoert – wat heel complex en moeilijk is – óók dedicated is, wordt het team samen nóg sterker. Je kunt dit gespecialiseerde team steeds verder uitbreiden, bijvoorbeeld met een anesthesioloog, de persoon die de hartlong-machine bedient en de verpleegkundige die tijdens de operatie aan het bed staat. Wereldwijd bestaan er al dergelijke dedicated hartteams, maar het wordt nog niet in veel landen geïmplementeerd. In Nederland zijn er al teams voor hartchirurgie in het algemeen en ook voor hartkleppen. Maar nu hebben we in Maastricht voor het eerst ook een dedicated team samengesteld speciaal voor de mitraalklep. Dat is uniek in de wereld, dus heel bijzonder dat we hierin voorlopen. Vanaf het moment dat iemand de diagnose krijgt van een probleem met de mitraalklep, komt hij in handen van dit gespecialiseerde team. Van het moment dat onderzocht wordt voor welke operatie de patiënt in aanmerking komt tot de operatie zelf en daarna door middel van een speciale mitraalklep-poli waar nazorg wordt verleend. We zijn nu bezig om te onderzoeken of dit ook daadwerkelijk een meerwaarde heeft voor de patiënten. Ik verwacht van wel, aangezien dit proces voor longpatiënten al langer in gang is en het verschil met de klassieke methode daarin aanzienlijk is.’
 

Wat kan de patiënt zelf doen in het proces?

‘Mensen worden natuurlijk al vanuit allerlei kampen gebombardeerd met leefstijladviezen, dus het is overbodig om te zeggen dat het zinvol is om gezond te leven. Toch is het belangrijk dat mensen beseffen dat roken, ongezond eten en weinig bewegen écht van negatieve invloed zijn op het slagen van de behandeling. Ik heb eerder een studie gepubliceerd waaruit bleek dat zelfs de longkankerpatiënten die op de dag van hun operatie nog stopten met roken, op de lange termijn een grotere kans hadden om te overleven dan zij die bleven roken. Hoe goed iemand voor zijn of haar lichaam heeft gezorgd, heeft dus absoluut invloed op het zorgproces.
 
Daarnaast geloof ik ook dat mindset heel belangrijk is. Als je een complexe operatie ondergaat, is dat niet alleen lichamelijk loodzwaar, maar ook geestelijk. Als ik patiënten opereer die een hoog risico hebben, zeg ik: ‘Je kunt ook kiezen om het risico niet te nemen. Maar als je wél voor de operatie kiest, moet je er ook 100 procent voor gaan. Na de operatie staat immers meestal een lang proces van nazorg en revalidatie te wachten. Als je daar niet vol voor gaat, heeft dat een negatieve invloed op de uitkomst. Op die manier hoop ik dat patiënten beseffen dat ik mijn uiterste best doe, maar dat zij dit ook moeten doen. We zijn afhankelijk van elkaar. Toch ligt helaas niet alles in de handen van mensen.’
 

Hoe bedoelt u dat?

‘Ik probeer mezelf altijd een spiegel voor te houden. Wij doen heel complexe operaties, waar jarenlange trainingen voor nodig zijn en waarbij honderden verschillende handelingen perfect uitgevoerd moeten worden. Gelukkig loopt het meestal goed af voor de patiënt, maar dat komt niet alleen doordat wij goede zorg leveren. Heel bot gezegd, doen wij niets anders dan snijden en weer aan elkaar hechten. De hechtingen gaan er na een aantal dagen weer uit, maar de heling komt ergens anders vandaan. Van de gezondheid en mindset van de patiënt, maar ook van een kracht van het lichaam zelf. Het leven wil zichzelf graag in stand houden. Hoe goed je als team ook bent, uiteindelijk heb je niet alles in de hand. Dat is de grens waar je als chirurg altijd tegenaan loopt: er komt een punt waarop je geen wonderen kunt verrichten. Aan de ene kant is dat frustrerend, omdat je – zelfs als je met de allerbeste mensen werkt en het zorgproces tot in de puntjes perfect verloopt – niet iedereen beter kunt maken. Aan de andere kant maakt dat je ook nederig. Ik geloof persoonlijk dat kundigheid moet leiden tot het begrenzen van wat je niet weet en niet kunt. Dat houdt me als arts met beide benen op de grond.’
 
Tekst: Marion van Es
 
 
 
 
 
 
 
 

Reacties (2)

  • afbeelding van G.Danhof Huisarts n.p.
    G.Danhof Huisar... ( )

    Volledig met collega Sardari eens,dat niet alles ligt in de handen van artsen!

    jan 30, 2020
  • afbeelding van A.Guzeltas
    A.Guzeltas ( )

    Ik heb een goede vriend,zijn hartklep moet vervangen wotden maar hier in zwolle wordt gezegd dat dat niet meer kan omdat er te veel ruimte is ontstaan ,daar moet toch iets aan te doen zijn? Kan men geen klep aanpassen is er nog iets anders wat gedaan kan worden?

    feb 01, 2020

Geef een reactie

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Voer de CAPTCHA in om aan te tonen dat dit geen geautomatiseerde actie is.