De zorg ná COVID-19

We verkeren in een voor ons allemaal ongekende crisis. Het SARS-CoV-2 virus heeft ons in een beklemmende greep. De crisis laat zien waar we met z’n allen toe in staat zijn als we ons acuut bedreigd voelen. Kunnen we daar lessen uit trekken als het gaat om onze gezondheidszorg van de toekomst?

Naast de angst, de onrust en het verdriet dat de coronapandemie wereldwijd met zich meebrengt, zijn er ook lichtpuntjes. De toppen van de Himalaya zijn voor het eerst in tientallen jaren weer zichtbaar in het noorden van India. Het water in de kanalen van Venetië is kristalhelder sinds de gondels er niet meer mogen varen. Satellietbeelden van NASA laten een enorme afname van de luchtverontreiniging in China zien. Het RIVM verwacht een forse verbetering van de luchtkwaliteit in Nederland door afname van het weg- en vliegverkeer en industriële uitstoot. 

De maatschappelijke veranderingen die ten grondslag liggen aan de deze prachtige ontwikkelingen eisen echter een enorme mentale en economische tol. Toch zijn we bereid die tol te betalen. Hoe komt dat?

Doodsangst

Wanneer mensen acuut ernstig bedreigd worden zijn ze tot vrijwel alles bereid en tot veel in staat. Dat zit diep in onze genen geworteld. Het kabinet mag verwachten dat draconische maatregelen in de huidige context voor een belangrijk deel worden opgevolgd, omdat er een collectieve angst voor ernstige ziekte en dood over de bevolking is gekomen. In dat licht accepteren wij (tot op zekere hoogte) veel ellende in de slipstream van kabinetsverordeningen. Ik denk eerlijk gezegd dat doodsangst een grotere rol speelt bij het naleven van de instructies dan de dreigende overbelasting van intensive care verpleegkundigen (hoe reëel dat probleem ook is!).
 

Pandemie van chronische ziekte

Zodra de dreiging van SARS-CoV-2 is weggeëbd vervalt die incentive uiteraard, en vallen we vermoedelijk terug in oude gewoontes. Het is echter interessant om ons te blijven realiseren waar we toe in staat zijn als het echt nodig is. Na het vertrek van de coronapandemie is daar namelijk nog steeds die andere pandemie waar we al jaren mee worstelen: die van de chronische niet overdraagbare ziekten. 
 
Er overlijden elke dag ongeveer 100 mensen aan hart- en vaatziekte in Nederland, ~ 70 aan een longziekte, en ~ 125 aan kanker. Dat maakt samen gemiddeld meer dan 300 mensen per dag, het hele jaar door, en dan vergeten we de sterfte aan vele andere chronische ziekten nog. Er zijn zo’n 1,5 miljoen mensen met hart- en vaatziekten, 600.000 kankerpatiënten, en 600.000 met chronische obstructieve longziekten in Nederland. Bij deze getallen verbleekt de impact van SARS-CoV-2. En toch ervaren we deze dreiging heel anders, en hebben we moeite met maatregelen. Hoe komt dat dan?
 

Onzichtbare vijand

Dat heeft volgens mij met een aantal dingen te maken. In de eerste plaats gaat het bij SARS-CoV-2 om een onzichtbare, in potentie overal aanwezige vijand, waar wij als individu heel weinig grip op hebben. Die vijand brengt bovendien acuut gevaar voor iedereen. De bekende risicofactoren voor chronische ziekte (roken, alcohol, slechte voeding, te weinig beweging, etc.) hebben we - voor ons gevoel - in eigen hand, en ze zijn niet acúút gevaarlijk, sterker nog, ze leiden zelfs niet altíjd tot ziekte. Bovendien is er voor veel chronische ziekten een heel arsenaal aan medicijnen en chirurgische ingrepen, die hoop geven op verbetering.
 

Mispercepties

Voor een deel gaat het hier om mispercepties. Dat we ons gedrag volledig in eigen hand hebben is een naïeve gedachte. Veel van de dingen die wij doen worden gedicteerd door onze omgeving en door biologische instincten. En dat medicatie helpt bij chronische ziekte is zeker zo, maar medicijnen lossen het probleem nooit op. Daarom wordt de ziekte chronisch.

 

Bedreiging van de samenleving

De pandemie van chronische ziekte is een zo mogelijk nog grotere bedreiging voor onze samenleving dan COVID-19. Nu al heeft ongeveer de helft van de volwassen bevolking één of meer chronische aandoeningen. Wanneer wij niets doen om te voorkómen dat mensen ziek worden is de verwachting dat het aantal chronisch zieke mensen in Nederland in de loop der jaren nog zal toenemen, alleen al door de vergrijzing. De kosten van de zorg voor al die mensen stijgen naar verwachting naar hoogtes die andere belangrijke maatschappelijke diensten (veiligheid, onderwijs) in het gedrang brengen. Preventie van chronische ziekte is heel goed mogelijk, maar daar zijn naast persoonlijke betrokkenheid belangrijke maatschappelijke veranderingen voor nodig.
 

Call for action

Het wordt hoog tijd dat we de pandemie van chronische, niet-overdraagbare aandoeningen net zo serieus nemen als de COVID-19 pandemie. We weten nu waar we dan toe in staat zijn.
 
Hanno Pijl, internist en hoogleraar in het vakgebied diabetes en overgewicht, is verbonden aan het Leids Universitair Centrum (LUMC).
 
 
Hanno schreef eerder een bijzonder interessant boek speciaal voor hartpatiënten: ‘Hart- en Vaatziekten? Maak jezelf beter!’
 

 

Geef een reactie

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Voer de CAPTCHA in om aan te tonen dat dit geen geautomatiseerde actie is.