Waarom wordt oudere hartpatiënt overgeslagen?
AMSTERDAM – Hoe hoger de leeftijd van een patiënt met hartfalen, hoe kleiner de kans dat hij of zij de daarvoor geldende behandeling van ACE-remmers en bètablokkers krijgt.
Bedenkelijk medisch beleid? Bezuinigingsmaatregel wellicht? Het heeft in elk geval een klein beetje de bijsmaak van ‘Oude mensen, de dingen die voorbij gaan…’
De Amsterdamse onderzoeker en vasculair geneeskundige dr. Olav de Peuter van het Academisch Medisch Centrum ziet twee mogelijke verklaringen voor deze ‘passiviteit’ in de behandeling, dit soms achterwege laten van de therapie, die wel eens hand in hand zouden kunnen gaan.
Ten eerste is er volgens hem de vrees voor de mogelijke bijwerkingen van bètablokkers, zoals lage bloeddruk en moeheid. Die zouden voor veel hartspecialisten een reden kunnen zijn om geen bètablokkers te geven aan oude mensen met een toch al slechte prognose. ‘Maar het is ook mogelijk dat ze vooral bij diastolisch hartfalen niet worden gegeven’, denkt De Peuter. ‘Dat is een betrekkelijk weinig voorkomende variant die je vooral bij ouderen ziet.’ Diastolisch hartfalen wijst op een probleem in de fase van ontspanning. De hartspier ontspant zich minder, of zelfs onvoldoende, en is daardoor niet goed in staat om zich te verwijden en zich met bloed te vullen, waardoor er eveneens minder bloed het hart verlaat.
‘Of ACE-remmers en bètablokkers daartegen iets doen, is nog niet goed onderzocht’, stelt de onderzoeker in het AMC-Magazine, die afgelopen voorjaar op zijn studie promoveerde. ‘Dus het is denkbaar dat veel ouderen ze op goede gronden niet krijgen.’ Olav de Peuter bestudeerde medicatiegegevens bij ontslag uit het ziekenhuis van 21.000 patiënten met hartfalen.
Van alle patiënten met falende harten wordt jaarlijks zo’n slordige vier à vijf procent getroffen door een beroerte of hartinfarct, blijkt uit het wetenchappelijke proefschrift van De Peurer, dat hij ‘The ABC of heart failure’ heeft genoemd. Al eerder was bekend dat bètablokkers de kans op zo’n calamiteit verminderen. De Peuters studie noemt het waarschijnlijk dat één type daarbij voorop loopt. ‘We onderscheiden cardioselectieve en niet-selectieve bètablokkers’, legt de onderzoeker uit. ‘De eerste soort grijpt vooral aan op de receptoren rond het hart, de andere meer verspreid in het lichaam.’
SEO by AceSEF



