Ontneem farma-industrie voorlichtende rol!
ROERMOND – Niet langer de geneesmiddelenfabrikanten zelf, maar een volstrekt onafhankelijke instantie dient voortaan in ons land betrouwbare en ongekleurde consumenten- en patiënteninformatie te gaan geven over de voors en tegens van geneesmiddelen.
De farmaceutische sector moet het recht op publieksreclame maken voor het eigen product zo snel mogelijk worden ontnomen, zo nodig bij wetDit standpunt van onze organisatie, Hartpatiënten Nederland, delen wij met een groeiend aantal critici van de steeds nadrukkelijker in opspraak rakende farmaceutische sector.
Net als de ’luis in de pels’ van de geneesmiddelenindustrie, huisarts H. van der Linde uit Capelle aan den IJssel, vinden wij dat medicijnvoorlichting niet langer thuishoort bij direct belanghebbenden, zoals ontwikkelaars en ’verkopers’ van medicatie. De geneesmiddelensector heeft die voorlichtende rol erg lang gehad, maar heeft in de tijd genoegzaam bewezen hiertoe níet in staat te zijn. De objectiviteit is al jaren zoek, de gretigheid om omzet te maken overheerst in het contact met zowel voorschrijvende artsen als patiënten.
Bovendien moet het patiëntenverenigingen en gezondheidsfondsen onmogelijk worden gemaakt geld of goederen te accepteren van geneesmiddelenbedrijven. Nu vindt de farmaceutische industrie daar probleemloos toegang en worden jaarlijks forse bedragen neergeteld die uiteindelijk één doel hebben: beïnvloeding en omzet.
Jongste aanleiding om onze mening nu kenbaar te maken is de gezichtsverliezende financiële schikking die de Amerikaanse farmaceut Pfizer heeft moeten treffen met de overheid. Dit, vanwege het overtreden van marketingregels en ongeoorloofde verkooppraktijken van medicijnen. Dit spraakmakende nieuws werd onlangs bekend gemaakt. De medicijngigant, een van de grootste ter wereld, betaalde 2,3 miljard dollar (= 1,6 miljard euro) omdat zij niet langer ontkennen dat zij alle regels van betamelijkheid ver te buiten was gegaan.
Pfizer moest in 2005 een pijnstillend middel bij reumatoïde artritis van de markt halen. Zulks onder grote druk van de Amerikaanse toezichthouder op voedsel en medicijnen, de FDA (Food- and Drug Administration). Het ging om het middel Bextra, dat mogelijk schadelijke bijwerkingen had. In 2004 zette Pfizer voor 1,3 miljard dollar (912 miljoen euro) aan Bextra om. Ondanks de mogelijk schadelijke effecten van Bextra vonden in 2005 toch nog verkooppraktijken plaats, die naar de letter van de Amerikaanse geneesmiddelenwetgeving als ongeoorloofd werden bestempeld. Ook door Pfizer, die deze conclusie niet langer kon tegenspreken. Waarmee dit pillenconcern eigenlijk toegaf onjuiste marketingvoorlichting los te laten op de feitelijk weerloze patiënt en de vaak naïeve huisarts of specialist.
Daags voor het bekend worden van deze opzienbare schikking besteedde het Nederlandse televisieprogramma Radar (Tros) aandacht aan de opdringerige en dus laakbare rol van de farmaceutische industrie. Onder meer bleek dat apotheken vaak kritiekloos medicijnreclame van de fabrikant toelaten, huisartsen en medisch specialisten zich dikwijls te snel laten beïnvloeden door de farmasector, en menige patiëntenvereniging en gezondheidsfonds zich rijkelijk financieel laat besprenkelen door de industrie. Geen nieuws, deze feiten zijn al jarenlang bekend. Maar het onderstreept nog eens het belang van zuiverheid waar het om ziekten en geneesmiddelen gaat.
Onze organisatie, Hartpatiënten Nederland, die wars is van sponsoring door de medicijnindustrie, vindt dat ook hieraan een einde moet komen. Patiënten en consumenten moeten er van op aan kunnen dat de geneesmiddelen die zij gebruiken hun gezondheid objectief ten goede komen en niet hoofdzakelijk het belang dienen van derden.
Alleen een onafhankelijk instituut voor medicijnvoorlichting, gevormd door farmaceutische deskundigen uit alle geledingen (ook de industrie), kan tegengaan dat verleiding en misleiding van artsen en patiënten plaatsvindt.
Door JAN VAN OVERVELD, voorzitter Hartpatiënten Nederland
Hartgenoten.nl