Hartproblemen bij overlevers

Een op de acht overlevenden van kinderkanker die bestraald zijn én behandeld werden met anthracyclines, heeft dertig jaar later een ernstige

groepje_mensen_n

hartaandoening. Dat blijkt uit het proefschrift van oncoloog Heleen van der Pal. Het belangrijkste probleem dat optreedt, is hartfalen.

Benauwdheid, opgezette benen, de trap haast niet meer op kunnen omdat je buiten adem bent: allemaal symptomen van een hart dat niet goed meer in staat is om bloed rond te pompen. ‘Deze verschijnselen zie je normaal alleen bij oudere mensen. Maar ook bij dertigers die kinderkanker overleefden, kom je hartfalen tegen’, vertelt promovenda Heleen van der Pal. Het is een bekende complicatie van de chemotherapie en bestraling in het gebied van het hart.

Dat is de keerzijde van het succes dat tegenwoordig wordt geboekt bij kinderen met kanker. Door de huidige therapieën is na vijf jaar nog zo’n tachtig procent in leven. Maar met de leeftijd nemen ook de gezondheidsproblemen als gevolg van de behandeling toe. Om kinderen te blijven volgen en controleren op late bijwerkingen, riep het Emma Kinderziekenhuis AMC in 1996 de Polikliniek Late Effecten Kindertumoren (PLEK) in het leven – tegenwoordig de PLEK/LATER-poli genoemd.

Lees_verder_vanaf_Hartgenoten‘Daarnaast beschikken we over een unieke database’, zegt Van der Pal, die aan de speciale polikliniek verbonden is. Sinds 1966 worden de gegevens opgeslagen over de diagnose en behandeling van alle kinderen met kanker die in het EKZ/AMC opgenomen waren. Toen de PLEK-poli startte, zijn de overlevenden teruggeroepen en onderzocht, wat waardevolle gegevens over late bijwerkingen opleverde en de mogelijkheid bood om de huidige zorg te evalueren.

Hoewel al duidelijk was dat anthracyclines en bestraling in het hartgebied hartschade veroorzaken, waren er nog geen harde cijfers. Hoe groot is het risico dat patiënten lopen precies en om hoeveel mensen gaat het? Van der Pal deed onderzoek in een cohort van 1362 patiënten die minstens vijf jaar na de behandeling nog in leven zijn. Zo telde de oncoloog het aantal ernstige hartaandoeningen. Ze vond er 50 bij 42 patiënten. Meer dan de helft kampte met hartfalen, gevolgd door hartklepafwijkingen, ischemische hartziekten (zoals een infarct) en ritmestoornissen. Dertig jaar na de behandeling was de kans op een ernstige hartaandoening het grootst in de groep die zowel radiotherapie als anthracyclines kreeg. Een op de acht patiënten loopt dat risico.

Daarnaast maakten cardiologen een echo van het hart bij jongvolwassenen die in hun kindertijd met middelen behandeld werden die potentieel schadelijk zijn voor het orgaan, maar zich desondanks gezond voelen. 27 procent van de 525 personen had een verminderde hartfunctie. Van der Pal: ‘We denken dat zij gaandeweg hartaandoeningen ontwikkelen die wél klachten geven. Dat is onze grote zorg. Gemiddeld zijn die mensen 25 jaar oud. Als je dan al een verminderde hartfunctie hebt, hoe gaat het dan op je 65e?’ Er zijn wel richtlijnen voor deze groep. Sommige patiënten krijgen preventief medicijnen. Ook wordt er bij een aantal van hen vaker een echo gemaakt.

‘We kunnen nu beter het risico inschatten dat iemand loopt op een hartaandoening. Is iemand niet met anthracyclines of bestraling in de hartregio behandeld, dan is de kans op hartschade erg klein.’ Van der Pals onderzoek heeft ook bijgedragen aan het verminderen van de risico’s. Zo is het beter om anthracyclines niet in één keer toe te dienen, maar beetje bij beetje via een infuus. De piekdosis is dan lager, waardoor het hart minder wordt belast. Ook wordt heel anders bestraald. Op termijn zullen daardoor de late effecten minder ernstig zijn.

 

Irene van Elzakker   AMC Magazine november 2011

 

Hartpatienten nieuwsoverzicht

  • Huisarts komt met tegeneis in proces RIVM/Coutinho

    Capelle aan de IJssel - Huisarts Hans van der Linde dagvaardt vandaag bij de rechtbank van Middelburg de minister van VWS Edith Schippers

    Lees verder
  • Gevonden: genen die bloeddruk verhogen!

    LONDEN – Het mechanisme achter het ontstaan van hoge bloeddruk bij de mens wordt door wetenschappers inmiddels iets beter begrepen.

    Lees verder
  • Een visje per week doet ‘t!

    WAGENINGEN - Mensen die één portie vis per week eten, hebben de helft minder risico op een dodelijke hartziekte dan mensen die minder dan één keer per maand vis eten.

    Dat stelt de Nederlandse onderzoekster Janette de Goede. Dezer dagen promoveerde zij op haar studie naar het mogelijke verband tussen omega-3-vetzuren uit vis en plantaardige bronnen, én het risico op hartinfarcten en beroertes. Zij deed dit aan de Universiteit van Wageningen.

    Veel vis en visvetzuren eten, kan het risico om te overlijden aan hart- en vaatziekten halveren. De resultaten van haar studie sluiten aan bij eerder wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat visvetzuren vooral beschermen tegen ernstige hartritmestoornissen, aldus meldt het Voedingscentrum in Den Haag. Die ritmeproblemen spelen regelmatig een rol bij een dodelijk hartinfarct.

    ,,Het lijkt erop dat een kleine hoeveelheid vis(vetzuren) in de voeding al gezondheidswinst kan opleveren. Denk aan één portie per week”, zegt ir. De Goede. In Nederland wordt relatief weinig vis gegeten. Voor de meeste Nederlanders is het al lastig om één keer per week vis op het menu te zetten.  

    Omega-3-vetzuren komen niet alleen voor in vis, maar ook in plantaardige producten, zoals oliën (onder andere lijnzaadolie en sojaolie) en walnoten. Deze plantaardige variant heet alfa-linoleenzuur en kan mogelijk beschermen tegen beroerte, zo blijkt uit het onderzoek. Dit is het eerste onderzoek naar de inname van alfa-linoleenzuur en het risico op beroerte, dus harde conclusies kunnen er nog niet uit worden getrokken.

    Het onderzoek van De Goede is gebaseerd op een vragenlijst naar het eetpatroon van ruim 20.000 volwassenen uit Amsterdam, Doetinchem en Maastricht en een registratie van het aantal gevallen van hart- en vaatziekten onder hen, gedurende tien jaar.
  • ’Bloeddrukpil ’s avonds innemen is beter’

    VIGO (Spanje) – Patiënten die geneesmiddelen gebruiken vanwege een chronische ziekte of aandoening, nemen die middelen dikwijls in op vaste tijdstippen. Dit vanwege een noodzakelijke, regelmatige toevoeging van de werkzame stof aan de bloedspiegel.


    Maar volgens Spaanse onderzoekers hebben ook medicijnen, in zekere zin, zo hun duidelijke voorkeur voor een vast dagdeel. Ze werken gewoon beter onder bepaalde omstandigheden.

    Neem nu bijvoorbeeld medicatie tegen hoge bloeddruk (hypertensie). Wie een dergelijk medicament ’s avonds slikt, in plaats van in de ochtenduren, loopt volgens de Spanjaarden aanzienlijk minder kans om uiteindelijk te overlijden aan een hartinfarct, een beroerte of aan algeheel hartfalen.

    Bij gezonde mensen dipt ’s nachts de bloeddruk met 10 procent tot 20 procent. ’Non-dippers’, dus mensen bij wie de bloeddruk tijdens de nacht niet is zoals hij zou moeten zijn, zijn dan ook kwetsbaarder voor ’cardiovasculaire gebeurtenissen’, zoals een hartaanval of een beroerte, zo zeggen de onderzoekers. Bovendien heeft een aantal mensen vrij kort na het innemen van de bloeddrukverlagende geneesmiddelen last van wat vermoeidheid of futloosheid, soms zijn zij wat draaierig. Dat effect is er voor wie de middelen in de morgen inneemt. Wie ze ’s avonds slikt ligt tegen dan al in bed.

    Al langer is bekend dat de uitwerking op de bloeddruk afhangt van het moment waarop de geneesmiddelen worden ingenomen. Maar deze nieuwe Spaanse studie, waaraan door de Universiteit van Vigo ruim vijf jaar is gewerkt, is de eerste in zijn soort die duidelijk maakt dat inname in de avonduren zelfs zeer gunstige gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de gebruiker.

    De resultaten van de studie kunnen worden toegevoegd aan het groeiende bewijs dat het afstemmen van timing en dosering op de biologische ritmes van het lichaam tot een betere werking met minder ongewenste neveneffecten leidt.

    De Spaanse onderzoeksgroep volgde ruim 2150 personen met een chronische nieraantasting en een verhoogde bloeddruk. De helft van hen nam de bloeddrukverlagende geneesmiddelen tegen de tijd dat zij aanstalten maakten om naar bed te gaan. De andere ’s groep deed dat ’s morgens, direct na het opstaan of tijdens het nuttigen van het ontbijt. ,,Na 5 jaar en vier maanden studie bleek de bloeddruk beter onder controle te zijn in de groep gebruikers die hun bloeddrukpillen vóór het naar bed gaan innam.

    ,,In deze specifieke groep werden  uiteindelijk veel minder (70 procent) hartinfarcten, beroertes, hartfalen en sterfgevallen door hart- en vaataandoeningen gemeten,” zegt onderzoeker Ramón C. Hermida, directeur van de laboratoria voor biotechnologie en chronobiologie laboratoria van de Universiteit van Vigo. Hij spreekt van ,,een grote winst die niets kost, alleen maar het verleggen vergt van het moment van inname.”

  • Hartproblemen bij overlevers

    Een op de acht overlevenden van kinderkanker die bestraald zijn én behandeld werden met anthracyclines, heeft dertig jaar later een ernstige

    Lees verder
<< < 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11  > >>