Onderzoek naar besluitvormingsproces van nabestaanden bij orgaandonatie
houden zij boven alles rekening met de veronderstelde wil van overledene. Dat concluderen de psychologen Loes Smeijers en Jan van den Bout van de Universiteit Utrecht. Hun onderzoek naar het besluitvormingsproces van nabestaanden is uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Transplantatiestichting.
Een groot deel van de Nederlandse bevolking staat niet geregistreerd in het donorregister. Nabestaanden moeten in dat geval beslissen of men toestemming geeft voor donatie. Niet minder dan 68% van de nabestaanden weigert in dat geval donatie. De psychologen Smeijers en Van den Bout onderzochten de drijfveren van de nabestaanden. Aan hun onderzoek deden 27 ziekenhuizen mee, waaronder de meeste academische ziekenhuizen. Nabestaanden werden geïnterviewd en ruim 100 nabestaanden vulden een vragenlijst in.
Weigeraars
De wens van de overledene speelt de grootste rol in de besluitvorming van nabestaanden die orgaandonatie weigeren. Juist wanneer men niet weet wat de overledene gewild zou hebben, is dit een belangrijke reden om te weigeren. Daarnaast is de eigen negatieve overtuiging van de nabestaande jegens donatie van invloed op de beslissing evenals de wens het lichaam intact te houden.
Toestemmers
De nabestaanden die wel toestemming gaven voor orgaandonatie vinden de veronderstelde wil van de overledene eveneens van groot belang. Andere motieven van de ‘toestemmers’ zijn het helpen van andere mensen en de wens om betekenis te geven aan de dood. Daarnaast blijken nabestaanden die goed contact hebben met de behandelend arts, goed op de hoogte worden gehouden over de toestand van hun dierbare en uitleg krijgen over het begrip ‘hersendood’, vaker toestemming te geven.
Feedback na orgaandonatie
De onderzoekers noteerden tevens ervaringen van de toestemmende nabestaanden. Deze nabestaanden wijzen er bijvoorbeeld op dat de donatieprocedure soms lang duurt, terwijl zij daarop niet waren voorbereid. Ook melden zij dat zij een goede terugkoppeling over de ontvangers van de organen missen. Als derde kanttekening noemen nabestaanden dat zij vooraf niet altijd op de hoogte gesteld zijn van de mogelijkheid dat organen niet geschikt zijn. Een goede begeleiding vanuit het ziekenhuis wordt zeer gewaardeerd. Nabestaanden hebben hier veel steun aan in de vroege fase van het rouwproces.
Kenbaar maken
Smeijers en Van den Bout dringen er in hun rapport op aan om mensen aan te sporen tot het maken van een weldoordachte keuze. “En deze te laten registreren, of minimaal bekend te maken aan dierbaren”, aldus Smeijers. “Wanneer nabestaanden geïnformeerd zijn over de wens van hun dierbare, wordt hen veel leed bespaard: nabestaanden zullen hierdoor de donatievraag als minder moeilijk ervaren.”
SEO by AceSEF
