![]() |
Eens in de zoveel tijd besteed ik op deze plaats aandacht aan het opmerkelijke fenomeen dat er in Nederland zoveel minder artsen en medisch specialisten worden opgeleid dan in alle vergelijkbare landen. Aan het feit dat er als gevolg daarvan zoveel minder artsen en specialisten in Nederland zijn. En aan het feit dat de inkomens van Nederlandse artsen en specialisten zoveel hoger zijn dan in landen waar er meer zijn. |
Elke keer als ik dat thema aansnijd, volgen er vele reacties.
Die zijn tweeërlei. Aan de ene kant zijn er de patiënten en de ingewijden die opgelucht zijn dat de kat de bel wordt aangebonden, plus de ouders van kandidaatstudenten medicijnen die verbolgen zijn over het feit dat hun kinderen hun roeping niet mogen volgen. En aan de andere kant zijn er de artsen en specialisten die vinden dat ik het verkeerd zie.
Zo ging het ook weer na de column ‘Het medisch kartel’ (zie Elsevier, 17 januari). Een lezer meent Elsevier, 17 januari). Een lezer meent te weten dat specialisten Den Haag met succes bewerken met de bewering dat er uitsluitend een tekort aan gespecialiseerde verpleegkundigen is. Niet dat er geen tekort is, maar het moet volgens deze briefschrijver niet als rookgordijn fungeren voor het tekort aan specialisten.
Een ander heeft de ervaring dat er in ziekenhuizen voortdurend wordt bezuinigd op verpleging en voedsel, terwijl de vrijgevestigde medici ‘keer op keer’ meer verdienen. Verpleegkundigen worden naar zijn zeggen betiteld als ‘apen die je een kunstje kunt leren’. Vrijgevestigde specialisten stellen zich op als ondernemers als het hun uitkomt, maar risico’s schuiven ze door naar het ziekenhuis. Vanwege het beperkte aanbod moeten ziekenhuizen, meldt hij, ‘vaak genoegen nemen met derderangs medici’.
Specialisten zien het – niet zo verrassend – wat anders. Een aantal van hen meldt ‘gekwetst’ te zijn door mijn stelling dat er eigenlijk eens een parlementair onderzoek zou moeten komen naar de invloed die beroepsverenigingen van artsen en specialisten kunnen uitoefenen op het inperken van de opleidingsplaatsen van zowel basisartsen als specialisten en de gevolgen die dat heeft voor het aanbod, de prijs en de kwaliteit van de Nederlandse curatieve zorg. De mededingingsautoriteit NMa zou in mijn beleving kunnen kijken naar de manier waarop de opleidingsbudgetten tot stand komen en worden verdeeld.
Opvallend is dat de reagerende specialisten het zich zo persoonlijk aantrekken. Ze zetten zich in, hebben lang moeten studeren – wat waar is – en worden naar hun idee niet overbetaald (wat inderdaad lang niet altijd zo hoeft te zijn). Echter: het gaat mij om het stelsel, niet om individuele artsen. Het gaat mij eigenlijk om de verantwoordelijke politici die een ouderwets corporatistisch aanbodgereguleerd systeem in stand houden waar de kwaliteit en de betaalbaarheid van de zorg in Nederland uiteindelijk slecht mee is gediend.
Ik heb niet in twijfel getrokken dat specialisten door de bank genomen hun werk gedreven en met inzet doen. Specialisten hebben een punt als ze stellen dat ik in de bewuste column geen onderscheid heb gemaakt tussen de vaak veel verdienende zelfstandig gevestigde specialisten en de specialisten in loondienst. Overisyp. veel van de loondienstspecialisten Overisyp. Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. gens worden veel van de loondienstspecialisten ook heel aardig betaald, getuige de lange lijst van Balkenende-plus verdienende loondienstspecialisten die minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken onlangs publiceerde.
Misschien zouden de zo gekwetste specialisten ook eens moeten lezen wat Ben Crul, de hoofdredacteur van het vakblad Medisch Contact, onlangs schreef. Hij constateert dat het inkomensstelsel ook onder artsen tot ‘verbazing’ en ‘wrijving’ leidt. ‘Op veel ondernemersrisico kunnen de meesten van u zich niet beroepen,’ zo stelt Crul. Hij zegt dat de hele beroepsgroep risico loopt door een ‘niet uit te leggen en eigenlijk irreële inkomstenstijging’ onder zekere specialisten.
Hij raadt zijn lezers aan zich niet ‘Oost-Indisch doof te houden’. Daar heb ik niets aan toe te voegen.
Deze column verscheen in Elsevier (uitgave 31-01-2009).
* Syp Wynia (1953) is sinds 1997 redacteur van Elsevier. Hij schrijft columns, commentaren en analyses in Elsevier en voor Elsevier.nl over politiek, economie en samenleving, dikwijls in een internationale context.
SEO by AceSEF

