Aan de dood ontsnapt
Zijn vrouw Sylvia gaf echter geen toestemming de stekker eruit te trekken.
Het laatste woord hierover is nog niet gezegd. Volgens Peters hebben de opererende chirurg en afdeling enkele grote blunders begaan, waardoor zijn leven in groot gevaar kwam en hij blijvende schade heeft opgelopen. Uiteindelijk werd Peters met een Belgische legerhelikopter naar het ziekenhuis in Leuven gebracht, waar hij zes weken later een nieuw hart kreeg.
Roger weet als geen ander wat het betekent om door de verkeerde specialist behandeld te worden in een ziekenhuis. Daarom richtte hij een bedrijf op dat andere mensen helpt om de best mogelijke behandeling door de juiste specialist op de juiste plaats te krijgen. Dit bedrijf, Best-Medical-Treatment.com begeleidt patiënten volledig.
Een nieuw hart
Peters benadrukt dat er een groot verschil is tussen hem en andere mensen met een transplantatiehart. ,,Ik heb geen standaard harttransplantie gehad, in zoverre die überhaupt ooit standaard is. Van de mensen die een getransplanteerd hart hebben, stond het merendeel eerst lange tijd op een wachtlijst. Het grote verschil is: ik werd wakker en had opeens een nieuw hart, zonder enige voorbereiding. Begrijp me niet verkeerd: natuurlijk zal ik daar altijd dankbaar om zijn, want dankzij het donorhart leef ik nog. Maar het is een ander soort dankbaarheid. Het was namelijk ons inziens te voorkomen geweest en dat maakt het dubbel’’.
,,Anderen leven er naar toe, krijgen begeleiding, worden voorbereid, weten wat er gaat gebeuren en wat de ingreep inhoudt. Deze mensen kunnen vaak op het laatst niet veel meer; konden voor ze een nieuw hart kregen de trap niet meer op, om maar wat te noemen. Na de transplantatie en revalidatie kunnen ze elke trap nemen. Bij mij lag dat anders: ik rende voor de operatie de trap met twee treden tegelijk op. Toen ik zes weken na mijn preventieve operatie wakker werd, had ik een nieuw hart, meer dan 30 slangen in mijn lijf en kon ik niks meer, behalve met mijn ogen knipperen. Ik kon zelfs niet meer praten. Vier maanden later toen ik het ziekenhuis in Leuven mocht verlaten om te gaan revalideren in de Lucaskliniek in Hoensbroek kon ik tien meter schuifelen met een rollator’’.
,,De boosheid overheerste. Dat paradoxale gevoel is er nog steeds. Dat blijft ook. Ik denk dat het een gevoel is wat verkeersslachtoffers ook hebben. En je kunt er niets aan doen. Aan de ene kant ben ik zo blij en dankbaar met de transplantatie, maar tegelijkertijd is er aan de andere kant boosheid, zo in de trant van: wat heb je me aangedaan. Elke keer dat er weer een complicatie of bijwerking van de medicatie optreedt denk je eraan terug en komt de boosheid weer opzetten. Dat gevoel wordt ook versterkt door de manier waarop de verantwoordelijke arts er mee is omgegaan. Of beter gezegd: niet mee is omgegaan. Ik had deze arts voor mijn operatie nooit gesproken, maar ook erna heeft hij geen enkele moeite gedaan om een gesprek aan te gaan. En dat terwijl hij wist dat ik het had overleefd. Ergo: toen ik een aantal jaren later in het desbetreffende ziekenhuis werkzaam was heb ik met hem samengewerkt en zat ik zelfs naast hem. Natuurlijk dacht ik me er dan het mijne van, maar ik bleef professioneel en hield de zaken gescheiden. Je kunt de boosheid ook niet laten overheersen, dan heb je zelf geen leven meer. En wie heb je ermee? Jezelf, je vrouw en je kinderen. De anderen vinden het allemaal erg rot voor je, maar gaan ´s avonds toch gewoon slapen. En dat is ook goed. De wereld gaat verder, iedereen heeft wel wat en er zijn altijd mensen die het veel erger hebben. Dat heb ik wel geleerd in de Lucaskliniek. Het is nu eenmaal gebeurd, je verandert er niets aan en je moet er maar zo goed mogelijk mee om zien te gaan. De ene dag beter dan de andere, maar ik ben zeer optimistisch en positief ingesteld. Maar zoals ik vaker zeg: niet dankzij die arts leef ik nog, nee, ondanks die arts leef ik nog”.
Aangeboren afwijking
,,Ik ben in 1969 in Herkenbosch geboren met een hartafwijking. Een vernauwde klep. Onze huisarts, Dr. Van de Voort in Herkenbosch stuurde me naar het ziekenhuis toen ik één jaar was. Eerst naar Roermond, maar omdat ze daar geen kindercardiologie hadden meteen door naar het Radboud. Ik ben altijd onder controle gebleven, maar heb nooit ergens last van gehad. Ik voetbalde, rende, noem maar op. In 1984, toen ik 14 was, hielden ze me, gezien mijn goede lichamelijke conditie een preventieve operatie voor. Ze wilden de vernauwing opheffen door de klep in te snijden zodat die verder open kon. Het was om problemen in de toekomst te voorkomen, maar er werd wel gezegd: ,,Je moet waarschijnlijk toch ooit voor een nieuwe klep terug’’. De avond voor de operatie ben ik nog weg gelopen. Er lag een andere jongen van mijn leeftijd op mijn kamer, die had blauwe vingers en lippen. Als we op de gang liepen moest hij al na tien meter rusten en een trap kon hij niet op. Hij kwam niet meer terug van de operatiekamer. Ik bleef maar vragen waar hij was, maar hij was overleden. Ik ben destijds aan de klep geopereerd door prof. Dr. Laquette. Er traden wel nog de nodige complicaties op en er bleek onder andere dat ik ´maligne hyperthermie´ had: ik was allergisch voor een bepaalde narcose-vloeistof en ik kreeg 42 graden koorts en lag toch enkele dagen langer dan voorzien op de intensive care. ’’
,,Een week later was ik echter al aan het joggen in het park achter het ziekenhuis. Vlak daarna voetbalde ik weer in de A-jeugd. De kindercardioloog in Het Radboud leerde me te luisteren naar mijn lichaam. Dat heb ik ook altijd gedaan, want ik sportte veel, zoals voetballen, wielrennen en zwemmen. Ik leerde signalen niet te negeren, maar ernaar te luisteren. Toen ik 18 was moest ik weg bij de kindercardiologie in het Radboud en heb ik gevraagd wie de beste cardioloog voor mij wou zijn. Zo kwam ik terecht bij Dr. Ernst in het Antonius in Nieuwegein. Een superarts waar ik een goed contact mee had. Ik ging elk jaar netjes op controle en alles ging goed. Toen ik in Tilburg studeerde heb ik zelfs nog in het tweede elftal van Willem II gespeeld. Dr. Ernst ontdekte rond mijn 28e een verwijding van de aorta ascendens. De oorzaak was al snel duidelijk. Door het lossnijden van de klep was die meer gaan lekken, waardoor er meer bloed werd rond gepompt en een verwijding ontstond op de zwakste plek. Deze verwijding moest natuurlijk goed in de gaten worden gehouden. In de eerste twee jaar kreeg ik elk half jaar een echo en een scan, vervolgens elk jaar. De verwijding leek niet groter te worden. Tot mijn 34 bleef alles onveranderd. Al die tijd was ik een zogenoemde ,,borderline case’’, een twijfelgeval: wel of niet opereren. Het risico was duidelijk: boem is ho! Een ruptuur van een aneurysma is iets wat je beter niet kan overkomen: je loopt letterlijk leeg. Maar gezien mijn goede lichamelijke conditie en het feit dat ik verder ook geen klachten had besloot Dr. Ernst in nauw overleg met Marc Schepens, een cardiothoracaal chirurg met een vaatchirurgische opleiding, om niet te opereren en mijn situatie goed te blijven volgen’’.
De race
,,Ik voerde inmiddels een druk leven. Na mijn journalistieke carrière bij De Telegraaf en RTL 4 ging ik de marketing en PR in en na een aantal jaar in Duitsland voor een organisatiebureau voor beurzen en evenementen te hebben gewerkt werd ik woordvoerder van de Kasteeltuinen in Arcen. Daarna begon ik een eigen adviesbureau voor marketing- en communicatie en event-organisatie waarbij ik in aanraking met de autosport kwam. Zo heb ik onder andere nog destijds de fanclubdag van Jos Verstappen in het Autotron in Rosmalen georganiseerd. Schitterend was dat: we rekenden op zo´n 5000 mensen maar er kwamen er meer dan 12.500. Ongelooflijk: de hele weg naar Rosmalen vanaf de A2 was één grote file. Ik heb in die tijd echt leuke en mooie dingen mogen meemaken. Later kreeg ik de kans om vijf jaar lang een race in het prestigieuze DTM-kampioenschap te gaan organiseren.”
Ernst ging intussen met pensioen. Wel had hij me nog gezegd dat ik met die klep makkelijk 80 kon worden. “Waar je waarschijnlijk ooit aan geopereerd moet worden is dat aneurysma”, had hij daaraan toegevoegd. Toen heb ik hem vroeg bij wie ik dan in goede handen zou zijn verwees hij me naar een jonge vaatchirurg die van het AMC in Amsterdam naar een Limburgs ziekenhuis was gegaan, prof. Dr. Michael Jacobs. In Nederland wordt een operatie aan de aorta ascendens meestal door een cardio-thoracaal chirurg gedaan, maar er zijn een paar echte aortaspecialisten in de wereld, waaronder Jacobs. Hij was onder andere opgeleid in het Texas Heart Institute en was een vaatchirurg met een cardiochirurgische opleiding. Eigenlijk zo´n beetje als Marc Schepens in het Antonius, maar dan andersom. Ik heb me toen bij Prof. Jacobs aangemeld en hij besprak in april 2004 mijn hartprobleem binnen een team, waar hij samen met twee cardiologen en een cardiochirurg inzat. Omdat ik een druk leven had, veel reisde maar ook over een goede conditie beschikte adviseerde Jacobs me na dit overleg om weer een preventieve operatie te ondergaan, waarbij de aorta ascendens vervangen zou worden. Voorkomen is beter dan genezen was het devies. Eigenlijk hetzelfde verhaal als toen ik 14 was en ik stemde dan ook toe. De eerste operatiedatum moest ik echter verschuiven, omdat ik toen een gedeelte van mijn bedrijf aan het verkopen was. Zakelijk kwam zo’n operatie slecht uit. Daarna moest ik de operatie nog een keer uitstellen. Ditmaal omdat ik het contract om de DTM-race op Spa Francorchamps te mogen organiseren in de wacht had gesleept. Maar de artsen stelden me gerust: omdat ik geen klachten had, er ook bij de controles verder geen bijzonderheden of veranderingen aan het licht kwamen en het een preventieve operatie betrof kwam het niet op een jaar. Op 17 mei 2005 organiseerde ik de eerste DTM race in Spa Francorchamps, waar ik na de race samen met mijn zoon Naud dolgelukkig feestvierde met de winnaar Mika Häkkinen, een Finse DTM-coureur en ex-Formule 1-coureur. Häkkinen, bijgenaamd "De Vliegende Fin", won twee keer het Formule 1-wereldkampioenschap. Ik sta nog samen met hem en Naud op de foto. Inmiddels was de operatie gepland. Mijn vrouw was hoogzwanger van ons tweede kind. Sylvia moest in augustus bevallen. We hadden de operatie zo gepland, dat zij mij nog kon verzorgen, en zodra ik hersteld was ik haar kon verzorgen. Ze hadden me verteld dat ik na de operatie zes tot acht dagen in het ziekenhuis moest blijven, waarna vier tot zes weken revalidatie zouden volgen. Daarna kon ik weer aan het werk, was de planning. Dus we hadden het zo uitgekiend: als de bevalling er was, kon ik er voor haar zijn, want dan was ik voldoende hersteld. In september of oktober kon ik mijn werkzaamheden opnieuw oppakken. Ik had een contract om in mei 2006 weer een nieuwe DTM-race te organiseren’’.
De operatie
Op 13 juni 2005 ging Peters het ziekenhuis in na enkele onderzoekjes vooraf, vertelt hij verder. ,,Half april, nog voor de race in Francorchamps, kregen we een telefoontje van de secretaresse van Prof. Jacobs die alles regelde, dat Prof. Jacobs de operatie helaas wegens een verblijf in het buitenland niet zelf kon doen. Maar, zo werd ons verzekerd, ze hadden gezorgd voor twee goede vervangers. Ik noem maar geen namen, dat heeft geen nut, maar het betrof een andere vaatchirurg en cardiothoracaal chirurg, ook een prof uit hetzelfde ziekenhuis. Ik wilde geen zeikerd zijn, niet opnieuw de operatie uitstellen, dat had ik al twee keer gedaan, en dus ging ik akkoord met de combinatie van deze twee chirurgen. Bovendien, zo werd ons verzekerd, waren zij net zo bekend met deze ingreep als Prof. Jacobs. Achteraf natuurlijk dom, maar in die tijd geloofde ik nog alles wat de mensen in het ziekenhuis me zeiden. Zij waren tenslotte de professionals. Dat had ik beter niet kunnen doen!’’
,,Achteraf blijkt dat er tal van zaken vanaf dat moment zijn misgegaan en in onze ogen ook uiteindelijk misgedaan. Zo heeft men onder andere verzuimd een nieuwe scan te maken van mijn aorta. Men baseerde zich bij de operatie op een anderhalf jaar oude scan, uit begin 2004, die nog in Nieuwegein was gemaakt. Verder hadden ze het operatieverslag van mijn eerste ingreep in het Radboud niet opgevraagd en ben ik dus uiteindelijk ook niet geopereerd door deze aan mij voorgestelde cardiochirurg en vaatchirurg. Dat kwam overigens pas twee jaar later, tijdens een zitting van de klachtencommissie, aan het licht. Zegt die cardiochirurg, waarvan wij dachten dat deze mij geopereerd had en die ook als eerste op het OK-verslag staat, ineens na twee uur zitting ´Maar ik heb u niet geopereerd. Dat heeft dr…… gedaan´. We waren allemaal met stomheid geslagen. Uiteindelijk bleek dat hij zelfs geen enkele chirurgische handeling tijdens de operatie had uitgevoerd. Hij stond echter wel als eerste chirurg op het OK-verslag. Hij zei toen dat hij er aan het einde van de operatie was bijgeroepen om ´de dood´ mee te bevestigen, waarop ik antwoordde dat hij dan toch maar eens terugmoest naar de schoolbanken”.
“Ik herinner me hoe ik op 14 juni nog twee zwagers uit Heerlen moed heb ingesproken, die allebei tegelijk voor een klepoperatie kwamen. Vlak voor de operatie zagen ze bleek van angst. Ze lagen bij mij in de kamer. Ik hield hen voor dat zo’n klepoperatie een koud kunstje was. Ik was immers al op 14-jarige leeftijd geopereerd. Ik weet nog dat het die dag warm was en dat ik daarna met vrienden buiten bij de hoofdingang op een bankje een ijsje ben gaan eten. De volgende ochtend werden ze wakker op de medium care. Ik ben er toen nog heen gegaan om hen te feliciteren. “Fijn je weer te zien”, zeiden ze tegen mij. “ Morgen zijn we er voor jou”. ’s Avonds ben ik naar de kapel gegaan, iets wat normaal niet in me zou zijn opgekomen. Het viel me op dat ik hevig twijfelde. Ik was erg onrustig. In de kapel zat een vrouw. Ze huilde en hield een foto vast, legde die op het altaar en kuste die, om vervolgens naar buiten te gaan. Ik werd nieuwsgierig en liep naar het altaar om de foto te bekijken. Er stond een jong ventje op, zo in de leeftijd van Naud, die toen 5 was. Hij had een kaal hoofd, zag er erg ziek uit en dus dacht ik: kanker. Ik sprak mezelf toe: “Kom op. . niet aanstellen. Dat manneke heeft het veel erger. Diezelfde avond is nog een anesthesist op mijn kamer geweest. Ik was als eerste ingepland. Verder heb ik geen arts gezien. Sylvia en ik hebben het daar nog vaak over gehad. In de drie dagen dat ik er voor mijn operatie lag heb ik één onderzoek gehad en verder niemand gezien. Maar op dat moment sta je daar niet bij stil. De volgende morgen om ongeveer 7 uur belde ik met Sylvia en zei tegen haar: ´maak je niet ongerust: tot vanavond! Vlak daarna werd ik naar de OK gereden en onder narcose gebracht. Zes weken later werd ik in Leuven wakker’’.
“Dit had voorkomen kunnen worden”
Achteraf bleek volgens Peters, dat de operatie niet door de vervangers van Jacobs is uitgevoerd, maar door een andere cardiochirurg. Die was gespecialiseerd in hartkleppen, maar was niet de specialist waar Peters om had gevraagd. Hij kwam immers voor een operatie aan de aorta ascendens. In de overdracht ging volgens Peters al het nodige mis. ,,Begin april staat er op alle formulieren nog bij operatie-indicatie “aorta ascendens, eventueel klep´ te lezen”. Nadat mijn dossier van de afdeling van Jacobs naar de cardiothoracle afdeling ging veranderde de indicatie ineens in mei naar “klepvervanging plus aorta”. De zaak werd dus omgedraaid. Ik kwam voor een operatie aan de aorta ascendens, maar ik ben behandeld als een patiënt die voor een standaard klepoperatie kwam”.
,,In Leuven hebben ze later gezegd dat al direct bij het begin van de ingreep mijn hartspier zodanig is beschadigd dat het hart een zeer lage capaciteit overhield, zo’n 10 à 15 procent. Een bevinding die overigens later door een onafhankelijke medisch deskundige is bevestigd. Toen had die chirurg al moeten stoppen en hulp inroepen. Dat deed hij niet. Ik denk achteraf dat hij zijn eigen fouten wilde toedekken. Hij had namelijk, zo hebben getuigen ons later verteld, zijn assistente die helemaal niet bevoegd was het begin van de operatie laten uitvoeren en de zaag in het sternum laten zetten. Uiteindelijk werd het in mijn ogen een doofpotoperatie want ook erna hebben ze keer op keer leugen op leugen gestapeld en geprobeerd zich eruit te draaien. Wat mij betreft koos hij voor zichzelf, en gaf mij op. De man heeft hierover nog nooit met mij gepraat, hoewel ik hem in de jaren daarna bijna dagelijks tegen kwam. Ik heb één keer een gesprek van vijf minuten met hem hierover gehad, maar op mijn vraag of hij ook een extra vaatchirurgische opleiding had genoten werd hij kwaad en beëindigde hij het gesprek. Hoe dan ook: zelfs de dag na de operatie gaf hij me nog een keer op. Toen de mogelijkheid door anderen werd geopperd voor een transplantatie, wilde hij me daarvoor aanvankelijk niet vrijgeven’’. Volgens getuigen zou hij tegen de twee andere artsen, die nog een mogelijkheid voor me zagen, gezegd hebben: “ Jullie doen maar wat je wil. Ik trek mijn handen ervan af. Als jullie dit doen is het jullie verantwoordelijkheid. Niet meer de mijne”.
“ Dat zijn natuurlijk zaken die bij mij en mijn vrouw kwaad bloed hebben gezet. Je legt een eed als arts af dat je al het mogelijke voor je patiënt doet. Overal kan iets misgaan of kan iets niet goed worden gedaan. Ook artsen zijn niet van fouten gevrijwaard, maar zorg er eerst wel voor dat je alle risico´s tot een minimum beperkt maar neem dan wel je verantwoordelijkheid als het toch misgaat. De grote jongen uithangen als het goed gaat: dat is makkelijk. Je rug rechthouden als het misgaat of als er fouten zijn gemaakt, dan toon pas dat je uit het goede hout gesneden bent”.
,,Je moet je voorstellen dat er een groot verschil is of je acuut binnenkomt of dat je operatie al geruime tijd gepland is. Beide ingrepen staan in schril contrast met elkaar. Het ging bij mij om een geplande operatie van een jonge man van 36 jaar, die met zijn mountainbike het ziekenhuis binnenfietste, geen enkele klacht had, een vrouw had die hoogzwanger was en dan moest ervaren dat de veiligheid van deze patiënt, ondanks het feit dat de operatie al anderhalf jaar gepland stond, niet gewaarborgd bleek’’.
,,Zoals gezegd: de chirurg stond weliswaar bekend als een goede klep specialist, maar later bleek uit hun eigen gegevens die ze aan de onafhankelijk medisch dekundige hebben overlegd dat hij de specifieke aorta-operatie waar ik voor kwam pas een aantal maal had gedaan. En dat in een paar jaar. Ik heb zelfs voor de rechtbank gezegd dat als iemand nu aan zijn hartklep geopereerd zou moeten worden ik in bepaalde gevallen rustig deze chirurg zou kunnen aanbevelen. Hij is technisch goed in het vervangen van hartkleppen via een open-hart-operatie, maar ik kwam niet voor een vervanging van de hartklep. Hij was niet gespecialiseerd in de aorta, en om het nog erger te maken was zijn assistente niet gekwalificeerd en volgens getuigen is zij dus met de ingreep begonnen. De chirurg dacht waarschijnlijk voor een standaard operatie te staan. Ze hebben de zaag in mijn borstbeen gezet en onmiddellijk ontstonden er bloedingen uit alle hoeken en gaten. Op dat moment had hij me direct moeten stabiliseren en direct hulp moeten inroepen. Ook toen bestonden er al apparaten waarmee ze me heel goed in leven hadden kunnen houden, omdat de rest van mijn organen oké waren. In plaats daarvan is hij verder gegaan en heeft nog verschillende ingrepen uitgevoerd, waaronder een ´bypass-operatie´ met een ader uit m´n been en uiteindelijk een CABG. Andere specialisten hebben me daarna verteld dat dit geen enkel nut had omdat het hart al bij de eerste ingreep veel te veel beschadigd was. In Leuven hebben ze nog tegen m´n vrouw gezegd dat het een ravage was wat ze aantroffen. Om 15 uur werd besloten me naar de IC te brengen, opdat ik daar “ kon sterven want anders hadden ze een probleem” zo is volgens mensen die erbij waren letterlijk gezegd. En werd mijn vrouw gebeld om daar nog afscheid van mij te komen nemen. Maar de chirurg had buiten de waard gerekend, en die waard was in dit geval mijn vrouw Sylvia!’’
Dood verklaard
,,Die avond op 16 juni 2005 werd ik dood verklaard. Om vijf uur ’s middags kreeg Sylvia een telefoontje met het verzoek naar het ziekenhuis te komen. “Het is niet goed gegaan”, kreeg ze te horen, maar de stem aan de andere kant wilde niet zeggen wat. Ze ging net als mijn ouders en broer uit Herkenbosch en een aantal vrienden naar het ziekenhuis, waar ze om zeven uur ’s avonds drie artsen tegenover zich zag staan, die alle drie nee knikten en zeiden: “Het is voorbij, we kunnen niks meer doen, het is niet goed gegaan”. Ze vroegen om toestemming om de apparatuur die mij in leven hield te beëindigen. Sylvia ging naar de IC, waar ik aan de hart-longmachine lag en kunstmatig in leven werd gehouden. Ze vroegen haar nog twee keer om de stekker eruit te trekken. Het ziekenhuis had de kapelaan er al bijgehaald om me te bedienen. Zo hebben ze nog aan mijn bed gezeten. Maar Sylvia bleek onvermurwbaar, bleef weigeren. En zie, om negen uur kwam een van de chirurgen plots met een hele rare mededeling: “Zijn hart doet weer iets. Reden om nog iets te proberen”. Die arts, overigens niet diegene die me in eerste instantie had geopereerd, heeft me ´s avonds om tien uur nog een keer opengemaakt om me te stabiliseren. Zo ben ik de nacht in gegaan, met mijn vrouw en een perfusionist aan mijn bed om de hartlongmachine handmatig te bedienen.
Tot drie keer toe kreeg mijn vrouw het advies om ermee akkoord te gaan dat de stekker eruit werd getrokken. Sylvia ging daar dwars voor liggen. Ze weigerde.
De volgende ochtend, op vrijdag 17 juni, heb ik het geluk gehad dat er nog een andere cardio-chirurg dienst had, die zich hardop afvroeg: wat gebeurt hier? “Dit is een ideale kandidaat voor een transplantatie”. Ze belde met een oud-collega in Leuven, die haar adviseerde mij aan een assist-device te koppelen, om me met behulp van een kunsthart langer in leven te houden. De artsen uit Leuven wilden zelfs met een team naar Maastricht komen, maar zo’n ding hadden ze niet in het ziekenhuis waar ik ben geopereerd! Ze hadden dus op dat moment geen adequaat vangnet voor het geval het mis liep! En dat terwijl het bij mij om een preventieve ingreep ging waarbij je mijn inziens echt alle tijd en mogelijkheden hebt om de veiligheid van een patiënt te waarborgen. Zeker als de operatie ook nog twee keer wordt uitgesteld. Ik denk zelf dat ook daar een gedeelte van de fout ligt: de tijd tussen de indicatie tot operatie en de operatie zelf was te lang, maar dan nog. Maar goed: daarop werd besloten me naar Leuven te halen. Daarvoor werd de grootste helikopter besteld die België had, een Sea King van de Belgische luchtmacht. Want alle apparatuur om me heen moest gelijk met mij in een keer mee, en dat paste niet in een ambulance. En om me in een vrachtwagencontainer te laten vervoeren, leek niemand een goed idee”.
Later hebben de desbetreffende artsen overigens ook nog verklaard dat ze me op donderdagavond ook in Nederland hadden aangemeld voor een harttransplantatie maar dat geen van de centra me wilde hebben omdat ik een ´lost case´ was. Een leugen om wederom het vege lijf te redden, zo bleek, want enkele telefoontjes en mailtjes naar deze centra leerde dat ze me nooit of te nimmer hadden ´aangekaart´, zoals dat heet. Hier heb ik natuurlijk moeite mee: het kan nooit zo zijn dat hun ego groter is dan de schade die ze mij hebben toegebracht.
Leuven
In Leuven hebben ze me op die vrijdagavond meteen aan een zogenaamd kunsthart aangesloten en me in een kunstmatig coma gehouden. Alhoewel ze me bovenaan de lijst hadden gezet heb ik relatief lang op een nieuw hart moeten wachten. Dat kwam ook, omdat ik niet het meest gunstige bloedtype heb, nml bloedgroep O neg. Normaal ligt iemand maximaal twee weken aan een dergelijk kunsthart, ik leefde er uiteindelijk vijf weken op. In Leuven zeiden ze tegen Sylvia dat ik een beresterk lichaam moet hebben gehad om dat te overleven. Het was wel vaak kantje boord en een hele tijd heb ik tussen leven en dood gezweefd. Zo’n kunsthart heeft ongeveer slechts de helft van de capaciteit van een eigen hart. Het gevolg daarvan was dat de functies van nieren, longen en lever achteruit holden. Die zijn nu allemaal ongeveer 50 procent. Mijn lichaam is niet meer zo beresterk als vroeger: het heeft veel geleden,maar we zijn er nog”.
Op 21 juli, de Belgische nationale feestdag, kreeg mijn vrouw ´s avonds laat het verlossende telefoontje. Ze hadden een hart van de juiste bloedgroep voor me gevonden. Het was niet het meest ideale hart, maar de chirurgen hadden echter geen keus, konden niet nog langer wachten: het was dit hart, of einde oefening. Veel langer hield mijn lichaam het niet meer vol. Prof. Dr. Bart Meyns heeft de transplantatie uitgevoerd en ook daarna heeft hij met zijn team mij nog talloze keren geopereerd. Als iemand precies weet hoe het met mij aan de binnenkant is gesteld dan is hij het wel”.
,,Op 10 augustus werd onze dochtertje Rafke geboren, in het Universitaire Ziekenhuis van Leuven. Ze hebben Sylvia met haar nog even bij me gebracht, maar daar kan ik me niet echt meer iets van herinneren. Ik ken de foto´s, maar word daar niet vrolijk van. Een muur van apparatuur en daar zie je dan een paar mensjes liggen. Nee, niet de allerleukste geboortefoto, maar ik was er nog en mocht mijn dochtertje zien en dat is het belangrijkste. Toen ik wakker werd, voelde ik meteen dat er iets anders aan mijn hart was. Al 36 jaar was ik een bepaald hartritme gewend, en zeker omdat men mij geleerd had goed naar mijn eigen lichaam te luisteren, kende ik het kloppen van mijn hart. Ik werd wakker en voelde: het hart klopt anders, het ritme is anders. Ik weet nog dat Sylvia op een gegeven moment bij me kwam met de mededeling dat de artsen me iets wilden vertellen. Het was raar maar toen wist ik het zeker: ik had een ander hart. Toch was de schok groot. Ik had echter niet veel tijd om hierover na te denken. Ik moest zien te overleven en dat werd nog een zware strijd. Mijn hele lichaam zat vol met slangen. Zo werd ik ook andere 24 uur per dag gedialyseerd. Dat vond ik echt verschrikkelijk en zwaar. Het putte me echt uit. Daarnaast was er de afhankelijkheid en de boosheid. Dit alles zorgde ervoor dat ik niet de makkelijkste patiënt was, maar de mensen op ´intensieve zorgen´ in Leuven zorgden waanzinnig goed voor me en we zijn hun dan ook zeer dankbaar voor al hun goede werk”.
,,De eerste twee jaar waren heel zwaar. Ik ontwikkelde veel infecties en was bijna 40 kilo afgevallen. Als je drie maanden in bed hebt gelegen zijn je spieren gigantisch verslapt, bijna niets werkt meer. Alles moest opnieuw gedaan en getraind worden en ook psychisch was het natuurlijk niet altijd even makkelijk. Niet voor mijn vrouw die net bevallen was, maar ook niet voor onze zoon Naud die toch heel veel heeft meegekregen. Zo mocht ik op een gegeven moment in december vanuit de Lucas kliniek naar huis. Nou ja, mocht…eigenlijk vonden ze het beter dat ik nog een tijdje bleef, maar ik hield het niet meer. Ik moest en zou naar huis. Ik kon echter nog geen trap op en dus werd er een bed in de woonkamer geplaatst en met een rollator kon ik me enigszins door het huis bewegen. Elke avond voordat Naudje naar boven ging maakte hij daar een tafeltje naast mijn bed klaar. Een glas water, de afstandbediening, een zakdoek, de pilletjes en..een belletje: dan kon ik ´m bellen als ik iets nodig had…Net vijf jaar was ie toen en hij zorgde voor mij in plaats van andersom’’.
Winnen moet
,,Ik verviel echter niet in de slachtofferrol. Die past niet bij me. Ik ben van nature positief en optimistisch ingesteld. Het was nu eenmaal gebeurd. We konden het niet meer terugdraaien en dan moet je er maar het beste van maken. Opstaan en weer verdergaan. Ik denk dat het ook te maken heeft met de winnaars-mentaliteit van de harde wereld van de autosport waarin ik de laatste jaren vertoefde. Een tweede plaats telt daar niet en om eerste te worden moet je eerst zien te finishen. Die mentaliteit hielp me om op 19 juni 2010 met een racefiets de Mont Ventoux te beklimmen!’’
Sinds juni 2005 heeft Roger al 42 ingrepen gehad, waaronder een longoperatie en diverse operaties aan het borstbeen en de ribben. ,,Drie weken voor ik de Mont Ventoux beklom had ik nog een catheterablatie gehad. Die was nodig omdat mijn donorhart aan hartritmestoornissen bleek te lijden. Tsja, zoals gezegd: er was niet veel keus destijds en ik ben er dolblij mee. Het euvel is vakkundig door de beste specialisten verholpen. ´S ochtends naar het ziekenhuis, ´s middags aan de beurt, via vier piepkleine gaatjes in de lies de operatie en de volgende ochtend weer naar huis. Echt ongelooflijk knap. Daar heb ik echt respect voor”.
Voor iemand die een harttransplantatie heeft gehad is de omgeving heel belangrijk. Ook qua stimulatie, maar op de eerste plaats komt natuurlijk mijn medicatie. Ik slik drie maal daags netjes op tijd mijn pillen. Doe ik dat niet, dan kan het binnen een week afgelopen zijn met mij. Dan wordt het donorhart door mijn lichaam afgestoten. Ik kan wel minder dan vroeger hebben. De medicatie die je moet slikken zorgt dat je afweer kunstmatig verlaagt wordt om afstotingsverschijnselen tegen te gaan. Ik moet dus voorzichtiger en alerter zijn. Je bent gewoon vatbaarder. Vroeger slikte ik een paracetemol en dan ging ik verder. Tegenwoordig moet ik toch even goed nadenken. Ik laat dit niet mijn leven beheersen, maar ik moet er wel mee leven. Ik heb een tweede kans gekregen, en die grijp ik met twee handen aan zonder er al te dramatisch over te doen. Ik moet om de drie maanden op controle in Leuven en eens per jaar voor een meerdaags onderzoek. Mede door kort op de bal te spelen doen ze het zo goed, maar elke keer als je daar bent wordt je weer met de neus op de feiten geduwd. Tegelijkertijd ben ik positief ingesteld. Life goes on en het leven is te mooi om niet te leven..
Peters procedeert inmiddels met het desbetreffende ziekenhuis. “In overleg met het ziekenhuis werd een onafhankelijk medisch adviseur aangesteld om met een uitspraak te komen. De eerste adviseur kwam in eerste instantie met een positief rapport voor het ziekenhuis maar na enkele kritische vragen van onze kant trok hij zich meteen terug. Daarop werd in gezamenlijk overleg een nieuwe adviseur aangesteld. Die heeft ook de artsen etc gehoord, heeft het verslag uit het Radboud opgevraagd en kwam met een gedegen rapport. Zijn bevinding was dat het ziekenhuis toch echt de nodige fouten had gemaakt en dat ze aansprakelijkheid dienden te erkennen. Dit weigerden ze echter en daarop had ik geen keus om dan maar naar de rechtbank te stappen. Na de zitting is de uitspraak van de rechtbank enkele malen verschoven”. Maar Peters denkt dat hij uiteindelijk in het gelijk gesteld zal worden. Ik heb altijd gezegd dat ik slechts datgene wil waar wij recht op hebben: aan de ene kant wilde ik precies weten wat er gebeurd is tijdens en na mijn operatie en andere kant hebben we door het gebeurde schade geleden. Door al die ellende is mijn bedrijf technisch failliet gegaan en moesten we onder andere bijna ons huis verkopen. Die schade die ik heb geleden en wat ik in de toekomst zal lijden willen we vergoed hebben. We willen niet meer dan datgene waar we recht op hebben, maar ook niet minder”.
De best mogelijke zorg
Roger Peters is er de man niet naar om wrok te koesteren jegens het desbetreffende ziekenhuis en de afdeling en chirurg die hem geopereerd hebben. Sterker nog, nadat hij gerecupereerd was van zijn operatie en weer enigszins stevig op zijn benen stond, kreeg hij een baan aangeboden bij datzelfde ziekenhuis! ,,Naar aanleiding van mijn gesprekken met een aantal betrokkenen waarop ik ze wees op wat er ons inziens was misgegaan en wat je zou kunnen verbeteren belden ze me op met de vraag of ik interesse in een baan had. De marktwerking stond voor de deur en naast mijn commerciële achtergrond had ik nu ook (helaas) een medische achtergrond. Een ideale combinatie dus. Daarnaast had ik ook gewoon werk nodig om mijn gezin te onderhouden en ben gaan werken in het hart- en vaatcentrum, waar Jacobs in 2005 directeur van is geworden. Er worden natuurlijk ook gewoon hele goede dingen gedaan. Het gros van de patiënten wordt goed geholpen en gaat dolblij naar huis. Zoals eerder gezegd: overal worden fouten gemaakt. Je moet dan alleen wel je verantwoordelijkheid nemen. In essentie denk ik dat alles terug te voeren is op een slechte of geen communicatie waar ik de dupe van ben geworden. Ik wilde op mijn manier mijn steentje eraan bijdragen dat er zaken zouden veranderen. Ik werkte daar ook met de arts die mij geopereerd had. Was vaak moeilijk, niet alleen voor mij, maar ik geloof ook voor hem. Ik heb daar veel geleerd, maar we hebben het werk en het privé-gedeelte altijd goed gescheiden gehouden”.
Wereldwijd congres
Prof. Jacobs vroeg me op een gegeven moment om hem te helpen in het Maastrichtse congrescentrum MECC een cardiovasculair congres te organiseren. Hij organiseerde het al 12 jaar in Marseille en in Amsterdam, maar wilde het nu naar Maastricht halen. Mijn achtergrond als organisator van grote evenementen kwam me daarbij natuurlijk goed van pas en 2 tot en met 4 maart volgt alweer mijn derde congres en het is ook nog eens het vijftien-jarig jubileum. Op dit cardiovasculaire congres vragen we de beste specialisten uit de hele wereld om lezingen te houden en video-cases te van ingrepen te laten zien waarbij het gaat om de vraag: How to do it. Kennis en educatie staan centraal. Het gaat om kennisuitwisseling, waarbij bijvoorbeeld ook geoefend wordt op poppen. Meer dan 1500 cardiovasculaire specialisten uit de hele wereld komen naar dit congres al noemen wij het een course, een cursus want dat is het eigenlijk. Ik heb het ook al eens een superschool voor hart- en vaatspecialisten genoemd. Ik kom dus de laatste jaren in aanraking met de beste specialisten op hun medische vakgebied en zie de nu nieuwste ontwikkelingen en behandelingen”.
Ook het initiatief om op Aventis in Heerlen een cardiovasculaire center of excellence te bouwen kan op bijval van Peters rekenen. “De beste hart-en vaatspecialisten uit de wereld onder één dak waar kennis en kunde gebundeld wordt gecombineerd met een superservice. Ik denk echt dat de toekomst is. Specialistische centra waar kennis, kunde en service gebundeld wordt. Ik hoop dan ook dat het doorgaat maar ben alleen bang dat het nog even duurt voordat het er is of dat het er door allerlei omstandigheden helaas niet komt. In ieder geval ziet de patiënt in de tussentijd door de bomen het bos niet meer.
Best Medical Treatment
“Dat bracht me op het idee een organisatie op te richten, waarbij ik patiënten help de juiste behandelaar in het juiste ziekenhuis te vinden. Een virtueel netwerk van de beste hart-en vaatspecialisten in combinatie met een persoonlijke en excellente service. We kijken daarbij niet alleen naar de kwaliteiten van de arts, maar ook naar zijn team. Want dat is minstens zo belangrijk. Net zo belangrijk als bijvoorbeeld de omgeving voor de patiënt is, want die moet de patiënt helpen tijdig en geregeld zijn medicijnen te pakken. Een goede arts is niet bang om open te zijn. Wij hebben geen medische bemoeienis maar regelen verder alles voor de patiënt; van het contact met de zorgverzekeraar tot en met de eerste afspraak. Het kost de patiënt in principe niets, daar staat een DBC voor; dat is een pakket waarin alle behandelingen zijn opgenomen die voor een specifieke patiënt nodig zijn. DBC betekent letterlijk diagnose behandelings combinatie. Die DBC wordt betaald door de ziektekostenverzekeraar. We willen niet de grootste worden, wel de beste. Dat betekent: slim inkopen, zodat je meer geld voor de patiënt en het personeel overhoudt. We kunnen nu een beroep doen op meer dan 100 hart-specialisten waarvan ongeveer de helft uit Nederland, België en Duitsland. Wie daarover meer wil weten, nodig ik uit naar de website best-medical-treatment.com te gaan of vrijblijvend contact met ons op te nemen via Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. .
Uit eigen ervaring weet ik hoe belangrijk het is om de juiste behandeling door de juiste behandelaar te krijgen. Via mijn organisatie wil ik dan ook een steentje bijdragen om te voorkomen dat anderen hetzelfde als mij overkomt!’’
Het ziekenhuis geeft geen commentaar zolang de zaak nog onder de rechter is.
SEO by AceSEF

Zelf ben ik afgelopen januari in Aalst geopereerd. Een hersteloperatie aan 2 hartkleppen door een fantastische chirurg.
Bewust gekozen voor deze chirurg. En dus niet naar Maastricht waar ik vlakbij woon.
Ik wens U alle geluk.
Annette.