Wij zijn niet te koop!
CDA-minister Ab Klink (Volksgezondheid) wil dat Nederlandse patiëntenorganisaties voortaan klaarheid geven over hun vermeende relaties met bedrijven uit de geneesmiddelenindustrie.
De bewindsman vindt de band die heel veel patiëntenclubs hebben met verschillende ondernemingen uit de farmaceutische sector vaak schimmig en ondoorzichtig.
Daarin heeft hij volkomen gelijk.
De heer Klink wil, zoals dat heet, meer ‘transparantie’ bij die onderlinge contacten. Eenvoudiger gezegd: de ‘buitenwereld’ van patiënten, leden/donateurs en andere geïnteresseerden, moet in één oogopslag kunnen zien wat voor financiële afspraken het bestuur van een patiëntenbelangenorganisatie heeft gemaakt met een pillenfabrikant. En belangrijker nog: wat daarvoor de tegenprestaties zijn.
Die afspraken zijn soms zeer uiteenlopend en verregaand. Ze variëren van enkele duizenden euro’s per jaar als bijdrage voor bijvoorbeeld het verzorgen van het patiëntenblad of een verenigingsavond, tot en met vele tienduizenden euro’s, tonnen zelfs bij een aantal heel grote patiëntenclubs. Daarvan worden tot zelfs complete kantoorinrichtingen betaald, maar ook reisjes voor bestuursleden naar congressen in verre windstreken en alles wat je in dat kader kunt bedenken.
Er zijn patiëntenorganisaties die grossieren in sponsors uit de farmacie. Maar er zijn ook fondsen die niet schromen hun naam en ‘aanbeveling’ duur te verkopen aan commerciële producten. Het laat zich raden dat de inkomsten daardoor niet mals zijn.
Of hun onafhankelijke advies aan patiënten daarmee is gewaarborgd, is maar alleszins de vraag. ,,De onafhankelijkheid van patiëntenorganisaties is in het geding”, vindt ook de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, een adviesorgaan van de minister van VWS, die onlangs een buitengewoon kritisch rapport schreef over de banden tussen de medische sector en de farmaceutische industrie. Inhakend op het opiniestuk van de RVZ schreef de heer Klink een brief aan de Tweede Kamer waarin hij onomwonden stelde dat ,,farmaceutische bedrijven alle betalingen aan artsen en wetenschappers openbaar moeten maken”.
Onmiddellijk ontstond weerstand bij de diverse belanghebbenden. En zo zal het ook gaan bij veel patiëntenorganisaties die hun financiële positie nu bedreigd zien door de terechte roep om volledige inzichtelijkheid door de minister.
Onze organisatie, Stichting Hartpatiënten Nederland, onderhoudt géén financiële banden met de farmaceutische industrie. Er is nog nooit en er zal ook nooit één eurocent worden aangenomen, er vindt geen enkele vorm van sponsoring plaats. In de nu 40-jarige geschiedenis van onze organisatie, ook toen wij nog de Nederlandse Hartpatiëntenvereniging heetten, is dit voortdurend ons uitgangspunt geweest: wij zijn niet te koop! Zo kunnen wij onze onafhankelijkheid te allen tijden behouden. Dat is altijd een zeer geruststellende zekerheid geweest. Dat daar door sommige verenigingsbestuurders, die andere normen hanteren, smalend over wordt gedaan, deert ons geenszins.