Tijdens nachten en weekeinden is het kritisch...

Nieuws dat tot nadenken stemt: ’s nachts of in het weekeinde gaan meer patiënten in het ziekenhuis dood door een acute hartstilstand. De bezetting van de verpleeg- en eerste hulpafdelingen heeft daar voor een deel mee te maken.

Dat schrijven Amerikaanse artsen in het medische tijdschrift Journal of the American Medical Assosiation. Het onderzoek is, volgens de wetenschapsredactie van NRC-Handelsblad, gedaan in meer dan 500 ziekenhuizen in de Verenigde Staten, gedurende zeven jaar.



De Nederlandse krant publiceerde dit nieuws natuurlijk niet zomaar; er gaat de suggestie van uit dat dit probleem zich niet alleen in de VS voordoet, maar misschien ook wel in Nederlandse ziekenhuizen.



Een situatie die zeer wel denkbaar is, gezien de ook hier uitgedunde bezetting van medische en verpleegkundige staven in de nachtelijke uren, tijdens de weekeinden en in vakantieperiodes.



Patiënten die een hartstilstand krijgen, overleven dat (in de VS) meestal niet – ook niet als hun hart er in het ziekenhuis mee ophoudt, zo blijkt uit de Amerikaanse studie. Eén op de drie patiënten leeft een etmaal na een hartstilstand nog, en maar ongeveer de helft van díe groep komt levend uit het ziekenhuis. Pa-tiënten die in het ziekenhuis een hartstilstand krijgen, verschillen nogal. Lang niet iedereen ligt in het ziekenhuis vanwege hartproblemen; en ook maar ongeveer de helft van de patiënten ligt tijdens de hartstilstand op de intensive care.



Cruciaal is wel steeds dat er binnen enkele minuten ingegrepen wordt met reanimatie, een defibrillator en medicatie. De kans op een goede afloop is, mede daarom, kleiner gedurende de nacht en in het weekend, zo melden de onderzoekers.



Tussen elf uur ’s avonds en zeven uur ’s ochtends overleefde vijftien procent tot het ontslag uit het ziekenhuis; overdag is dat twintig procent. Ook tussen overleving in het weekend en door de week bestaat verschil. Patiënten lagen ’s nachts en in het weekend minder vaak aan de hartmonitor, en ook gebeurde het vaker dat niemand getuige was van de hartstilstand. Ook was de hartstilstand (die in fasen verloopt) bij ontdekking gemiddeld verder gevorderd. Dat zijn tekenen dat er minder snel gehandeld kon worden.



Eigenlijk mag je de vraag niet stellen, want dan krijg je onherroepelijk het verwijt dat je mensen angstig maakt en opruiend bent. Maar – hoewel dat uiteraard geenszins de bedoeling is - waag ik het er toch maar op: ‘Hoe is het met de hierboven beschreven risico’s gesteld in de Nederlandse ziekenhuizen?’



Misschien tijd voor een onderzoek?