Een aandoening uit het boekje?
Prachtig nieuws onlangs: sinds de start van dit nieuwe millennium is wereldwijd het aantal mensen dat in een ziekenhuis sterft aan de gevolgen van een hartinfarct gehalveerd.
Dat zou blijken uit wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd in het vooraanstaande onderzoekstijdschrift van de Amerikaanse Hartstichting, The Journal of the American Medical Association (JAMA).
Voorwaar supernieuws! Het is het soort hoogtepunten waar de wetenschappelijke wereld jarenlang naartoe heeft gewerkt en waar pa-tiënten en belangenorganisaties van hartzieken, zoals ook de onze, al die tijd verlangend naar hebben uitgezien.
De onderzoekers bestudeerden de gegevens van ongeveer 45.000 mensen in veertien landen (zoals VS, Australië, Argentinië, Spanje, Polen, Frankrijk en België) en volgden al deze personen tot een half jaar na hun acute hartproblemen. Kort gezegd kwamen zij tot de conclusie dat de almaar betere behandelmethoden in zeer gunstige zin hebben bijgedragen aan deze positieve ontwikkeling, die nu al voorzichtig wordt bestempeld als een kentering die wereldwijd van grote invloed zal zijn.
Uit de gegevens die de verschillende schrijvers van het wetenschappelijke artikel in het genoemde tijdschrift JAMA vergaarden, blijkt dat in 2005 totaal 4,6 procent van de patiënten ín het ziekenhuis overleed nadat zij daar kort tevoren met een hartaanval waren opgenomen.
Zes jaar eerder, in 1999, was dat nog 8,4 procent. Sindsdien is dat sterftecijfer flink gedaald. Ook het aantal mensen dat na een hartaanval hartfalen ontwikkelde viel met negen procentpunten terug naar 11 procent in 2005. Verder nam ook het aantal patiënten, getroffen door een tweede hartinfarct, met de helft af.
Kortom, mooie resultaten - hoewel het individuele verdriet er natuurlijk niet minder om is. Cardiologen en andere hartspecialisten in de wereld noemen dit het resultaat van een steeds beter bij hartproblemen aansluitende behandeling. Patiënten krijgen immers in veruit de meeste (westerse) ziekenhuizen direct bij binnenkomst een combinatie van verschillende medicijnen, waaronder bloedverdunners, bètablokkers en cholesterolverlagende medicijnen en ACE-remmers, die de pompfunctie van het hart verbeteren. Daarnaast wordt er voor heel veel patiënten vaak vrijwel onmiddellijk, of althans heel snel, een dotterbehandeling in gang gezet.
Hartinfarcten worden dan ook door de medische stand met veel zelfvertrouwen aangepakt. Bijna lijkt het hartinfarct verworden tot een aandoening 'uit het boekje'.
Maar niets is minder waar.
Want gedachten zijn moeilijk voor eeuwig te verankeren. Zeker die van wetenschappers; hun wereld vol overpeinzingen en veranderende inzichten is voortdurend in beweging. Want neem nu het AMC. Daar is onlangs een nieuwe visie geformuleerd over dé beste behandeling bij een dreigend hartinfarct. En dat standpunt luidt: 'Bij een dreigend hartinfarct hoeft niet meteen gedotterd of geopereerd te worden. Afwachten - in combinatie met medicijnen - gaat net zo goed.' Inzichten wisselen snel. De behandeling van een al dan niet dreigend hartinfarct zal nimmer een kwestie zijn van een vlugge blik in het behandelboekje.