Hoe veilig zijn hartchirurgische centra?

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) gaat een diepgaand onderzoek instellen naar de patiëntveiligheid in de Nederlandse hartchirurgische centra. De raad, onder leiding van de heer Pieter van Vollenhoven, wil weten of de vorig jaar onthulde missers en onvolkomenheden in het Universitair Medisch Centrum Nijmegen/St. Radboud, die daar een ongekende patiëntenramp tot gevolg hadden, ook (kunnen) vóórkomen of al aangetroffen worden in andere hartcentra. En zo ja, of pa-tiënten er nu of in de toekomst gevaar lopen door ingesleten organisatiegewoonten en weeffouten in het systeem van de dagelijkse zorg.

De ziekenhuistragedie in Nijmegen kostte zeker zeven hartpatiënten het leven, enkele tientallen patiënten raakten beschadigd. Het drama leverde het ziekenhuis een zware strafmaatregel van de Inspectie voor de Gezondheidszorg op, in de vorm van een maandenlang verbod op het mogen uitvoeren van openhartoperaties. De onrust die daarop landelijk ontstond onder hartpatiënten was voelbaar in álle Nederlandse hartchirurgische centra en ziekenhuizen waar gedotterd werd. De reikwijdte was immens.

Intussen werkt het UMC Nijmegen, dat moet gezegd, bijzonder voortvarend aan verbetering van de algehele situatie en is die in het hartcentrum inmiddels absoluut veilig te noemen.

De Onderzoeksraad voor Veiligheid, die vorig jaar een vernietigend oordeel velde over de onveilige omstandigheden die leidden tot de catastrofale ramp in het cellencomplex op Schiphol-Oost, stelt evenwel dat de Radboudcrisis de directe aanleiding vormt tot het bredere onderzoek. Er kan worden geleerd van zowel de fouten als de verbeteringen daar, menen de onderzoekers. En zo kan het Radboud Ziekenhuis in tweeërlei opzicht een belangwekkende voorbeeldfunctie gaan krijgen binnen de Nederlandse hartchirurgie.

Vooral de langdurige maatschappelijke onrust die volgde op de Radboud-ramp is reden voor de onderzoeksraad om de situatie landelijk onder de loep te nemen.

Dat is een goede zaak! En, zo vinden wij als Hartpatiënten Nederland, ook van het allergrootste belang. Het is cruciaal om de onrust bij patiënten weg te nemen. Die onrust is nog altijd groot en is ook amper weggeëbd na de Radboudcrisis. Hoewel er alle reden bestaat vertrouwen te hebben in de kwaliteit van de hartcentra in Nederland, worden wij als belangenorganisatie voor hartpatiënten nog vrijwel dagelijks gevraagd naar wat nu veilige of onveilige hartcentra zijn. Ik moet toegeven dat het antwoord moeilijk is. In die zin, dat wanneer mij twee jaar geleden diezelfde vraag gesteld zou zijn over de veiligheidstoestand in het Radboudziekenhuis… tja, dan zou ik niet hebben kunnen bevroeden dat die zó vreselijk slecht was als intussen is gebleken.

Het is dus, zoals ik al zei in een interview met De Telegraaf, absoluut goed als een gezaghebbend instituut als de Onderzoeksraad voor de Veiligheid het veiligheidsbeeld weer eens scherp stelt. Wij zijn dan ook verheugd dat de raad onze organisatie heeft benaderd om in gesprek te treden over de veiligheid in de hartcentra.