De politie wordt (weer) een betere kameraad

Eindelijk, na twee jaar soebatten krijgt de Nederlandse politie een rol in het te hulp schieten van mensen in nood op de openbare weg die zijn getroffen door een acuut levensbedreigend hartinfarct. Dat heeft demissionair minister Johan Remkes (Binnenlandse Zaken) aan de Tweede Kamer laten weten tijdens de behandeling van de begroting van zijn departement voor het lopende jaar.

Maar de mogelijk levensreddende rol van 'het Blauw' is helaas bescheiden. Uitsluitend noodhulpauto's krijgen een defibrillator aan boord, zo heeft de bewindsman na lang dralen besloten.

Met zo'n stukje technisch vernuft is het mogelijk met stroomstoten het normale hartritme te herstellen. Bovendien is een defibrillator in staat een hartstilstand te verhelpen door het toebrengen van een elektrische schok. Vooral in de eerste momenten na een infarct is snel ingrijpen met zo'n stroomschok essentieel voor de uiteindelijke overlevingskansen.

Noodhulpauto's van de politie zijn te herkennen als de wat grotere busjes (er rijden er circa 3.000 van rond), die de hele dag van incident naar incident op weg zijn.

Remkes verzette zich twee jaar geleden hevig tegen het optooien van politievoertuigen met hartritmeapparatuur. Hij voelde helemaal niets voor het plan en stelde tot dusver altijd dat het zijns in ziens níet tot de kerntaken van de politie behoorde om op deze (medische) manier hulp te verlenen. Ook al schaarde een ruime meerderheid van de Tweede Kamer zich in april 2005 achter een CDA-motie om politieauto's uiterlijk per 2007 te voorzien van een defibrillator...

Remkes bleef tegen en voelde zich gesteund door de Raad van Hoofdcommissarissen, die eveneens tegen het installeren van defibrillators in politieauto's was, "omdat agenten nu eenmaal niet zijn opgeleid om medische handelingen te verrichten".

Maar het tij lijkt enigszins gekeerd.

De hoofdcommissarissen van politie zeggen nu wel blij te zijn met de apparaten. Het kan verkeren. De aanvankelijke tegenstand is weggenomen, omdat het gebruik van het apparaat tóch geen medische handeling blijkt te zijn (zoals onze organisatie, Hartpatiënten Nederland al eerder had aangegeven). Destijds stond de politie bovendien onder druk en wilde de Raad voorkomen dat de verantwoordelijkheid voor de levensreddende handeling niet alleen bij de politie zou worden gelegd.

Inmiddels hangen de eenvoudig te bedienen defibrillators in talloze openbare ruimten. Daardoor is de verantwoordelijkheid voor het gebruik ervan verdeeld en wordt het geen exclusieve taak van de politie, aldus de zegsman.

Hartpatiënten Nederland is dus blij met deze wijziging van inzicht. Triest is het wel dat dit alles zo lang heeft voortgesleept. Hoeveel mensenlevens hadden kunnen worden gered als de minister in april 2005 al 'ja' had gezegd? Het is achteraf gepraat. We spreken dan ook wederom de hoop uit dat uiteindelijk álle politieauto's met een defibrillator worden uitgerust.