Transplantatiesteun uit onverwachte hoek ...

Het nieuwe jaar is helaas met een zorgwekkend bericht begonnen. Het aantal harttransplantaties in Nederland blijkt sinds enige jaren namelijk sterk terug te lopen. Dat staat te lezen in een tussenrapportage van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), gevestigd in Diemen. Het CVZ is een zelfstandige overheidsorganisatie die de uitvoering en financiering van de Zorgverzekeringswet en AWBZ regelt.

Dat het aantal transplantaties terugloopt is buitengewoon spijtig, temeer daar elk ter donatie aangeboden hart dat niet wordt geïmplanteerd een gemiste kans inhoudt voor de in nood verkerende patiënt die het zonder nieuw hart mogelijk niet zal redden.

Om duidelijk te maken hoezeer de transplantatielijn omlaag tuimelt, bijgaand de volgende cijfers die het College voor Zorgverzekeringen prijs gaf in de eerste dagen van het nieuwe jaar 2006. In 2004 zijn in Nederland 32 harttransplantaties uitgevoerd en gedurende de eerste negen maanden van 2005 niet meer dan zestien. In de jaren daarvoor waren dat er nog circa 40.

Als oorzaken noemt het CVZ onder meer "het lage aantal aangeboden harten, de strenge criteria voor hartdonatie en het gebrek aan capaciteit bij de harttransplantatiecentra".

Vooral de twee laatst genoemde punten van kritiek zijn van belang en ons uit het hart gegrepen. Zo vindt het CVZ dat de criteria voor hartdonatie versoepeld mogen worden. Het college stelt met nadruk dat ook al eerder door patiëntenverenigingen voor hart- en vaatzieken is aangegeven, dat patiënten "vanwege de schaarste ook wel genoegen willen nemen met een wat 'minder perfect' hart". Dat is juist. Hoewel onze patiëntenbelangenorganisatie, 'Hartpatiënten Nederland', niet met name wordt genoemd, is dit wél - al vele jaren - ons standpunt. Al heel lang menen wij dat overmatig strenge eisen worden gesteld aan de kwaliteit van donorharten. Op zichzelf is het natuurlijk begrijpelijk dat hartspecialisten, betrokken bij de selectie en implantatie van donorharten, het beste hart voor hun patiënten verlangen en hun kansen ook zo optimaal mogelijk willen laten uitvallen. Maar de ervaring leert dat de eisen, om het maar enigszins te chargeren, dermate streng zijn dat de overleden donor over bijna olympische kwaliteit dient te beschikken om te worden 'geaccepteerd'. Enkele keren al hebben wij als organisatie boze reacties mogen ontvangen van medici, die van mening waren dat onze kritiek op de wijze van selectie volkomen onterecht was.

Nu blijken wij steun te krijgen uit onverwachte hoek, nota bene het College voor Zorgverzekeringen. Laten we hopen dat dit gunstig uitpakt voor patiënten die op de komst van een nieuw hart wachten.

Het CVZ vindt overigens daarnaast dat óók het wachtlijstbeleid voor harttransplantaties op de schop moet. "Er moet meer samengewerkt worden door de harttransplantatiecentra en het wachtlijstbeleid moet transparanter", zegt het CVZ, alweer terecht. In 2004 zijn door gebrek aan capaciteit vijf donorharten niet gebruikt. Dat lijkt niet veel, maar is het wel. "Gezien het aantal harttransplantaties is dat een niet onaanzienlijk deel", stelt het CVZ.

Ondanks het gebrek aan capaciteit vindt het college het echter niet nodig om een derde harttransplantatiecentrum te openen. Eerst zouden de huidige twee centra, het Universitair Medisch Centrum Utrecht en het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, in de gelegenheid gesteld moeten worden om hun capaciteitsproblemen op te lossen.