Patiënten emotioneel tussen wal en schip
Opmerkingen van de Nijmeegse (anesthesioloog) dokter J. Damen in een brandbrief aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg, hebben voor zeer veel onrust gezorgd onder patiënten van het eveneens Nijmeegse Universitair Medisch Centrum Sint Radboud.
Dat is niet zo vreemd. Dr. Damen is namelijk één van de hoogleraren die verantwoordelijk is voor het hartcentrum van dit universiteitsziekenhuis. Hij meldde in een brief aan de inspectie dat het sterftecijfer in het hartcentrum van ‘zijn’ ziekenhuis twee keer hoger zou liggen dan het landelijke gemiddelde van de Nederlandse hartcentra. Damen sprak van zeer ernstige problemen en schreef: “Ik zou mij hier niet laten opereren als dat nodig was.”
Die éne zin sloeg in als een bom. Vooral bij mensen die in de weken of maanden erna in dit hospitaal een hartoperatie of een dotterbehandeling moesten ondergaan. Sommige zaten thuis te wachten op hetgeen er binnen afzienbare tijd met hen zou gaan gebeuren. Anderen lagen klaar om te worden overgebracht naar het ‘Radboudziekenhuis’. Toen het slechte nieuws naar buiten kwam over de kwaliteit van de hartzorg, bleven de reacties dan ook niet uit. In de week die volgde werden wij als patiëntenbelangenorganisatie telefonisch en per e-mail geconfronteerd met verschillende meldingen over mensen die zeiden te hebben afgezien van hun operatie. Uit angst dat het mis zou gaan. Soms belden zij ons zélf, soms ook schreven of belden hun partners tot welk besluit zij waren gekomen.
Het ging om enkele mensen uit het Radboud, en een groter aantal uit ziekenhuizen elders in het land; mensen die dus uiteindelijk in Nijmegen behandeld zouden moeten worden. Bij een aantal van hen, met wie wij persoonlijk lang gepraat hebben, bleek de paniek groot. Wij hebben geprobeerd de onrust bij hen weg te nemen en in enkele situaties hebben we ook bemiddeld om hen in een ander ziekenhuis geplaatst te krijgen. Dat is soms gelukt. In Nederland en in Duitsland.
Een woordvoerder van het Universitair Medisch Centrum Nijmegen haastte zich echter, na de berichtgeving in het dagblad De Telegraaf, in de media te ontkennen dat operaties of hartklepplaatsingen door patiënten zélf waren afgeblazen. Er was, zei de woordvoerder, niet één patiënt die zijn of haar ingreep had geannuleerd.
Wij hebben echter geen enkele reden (gehad) om onze melding groter te maken dan de werkelijkheid is. De glasharde ontkenning is dan ook gemakkelijk te weerleggen.
Belangrijker is echter dat het bijzonder te betreuren is dat de Radboud-directie zich in wezen drukker heeft gemaakt om de geleden imagoschade, dan om de patiënten zelf. Die kwamen emotioneel tussen wal en schip terecht.
Pas na ruim een week, toen de schrikreacties van patiënten al een feit waren en de inspectie bepaalde hartklepingrepen in het Radboud had verboden, beloofde de leiding van het ziekenhuis in een persbericht om patiënten te gaan informeren over de gang van zaken rond de bekritiseerde hartzorg.
Dit had dus onmiddellijk moeten gebeuren, metéén zodra het slechte nieuws over de kwaliteit van zorg wereldkundig was gemaakt.
Het ziekenhuis zou er goed aan hebben gedaan direct een telefoonlijn open te stellen waar mensen met hun vragen terecht hadden gekund. Een hulplijn, bemand door een arts die bezorgde bellers had kunnen vertellen wát er werkelijk aan de hand is op de hartafdeling. Op deze wijze had ook het vertrouwen herwonnen kunnen worden. Maar dat is niet gebeurd. Helaas…