Snelle harthulp aan de poort…
Bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg in Den Haag zijn onlangs opnieuw de alarmbellen gaan rinkelen over de kwaliteit van de medische zorg in Nederland. Dit keer blijkt er - na de grote problemen in verpleeghuizen en privéklinieken - van alles mis te zijn op de afdelingen voor spoedeisende hulp in onze ziekenhuizen.
Op dergelijke afdelingen voor acute hulpverlening vindt de eerste opvang van patiënten plaats. Het gaat daarbij om problemen die uiteenlopen van een verstuikte enkel, ernstige verkeersslachtoffers, maar ook acute hartproblemen. De problemen op een EHBO-afdeling zijn dus zeer uiteenlopend en komen bijna altijd onverwacht. Zaak dus dat patiënten in handen komen van artsen met een brede ervaring die onmiddellijk de problemen kunnen inschatten en de juiste beslissingen nemen ten aanzien van het te volgen beleid.
‘Maar het komt voor’, zegt de inspectie, ‘dat de portier of de receptionist de intake-gesprekken met patiënten doet’. Dit gebeurt in maar liefst 25 procent van alle ziekenhuizen en is natuurlijk een volkomen absurde situatie. En onbegrijpelijk dat ziekenhuizen het zo ver hebben laten komen. ‘Het risico op verkeerde inschatting van het medische probleem is dan groot,’ concludeert de inspectie dan ook meer dan terecht. Verder blijkt op een kwart van de spoedeisende hulpafdelingen de medische eindverantwoordelijkheid niet geregeld te zijn. Het is geen uitzondering dat p‡s afgestudeerde basisartsen of assistenten in opleiding zonder enige ervaring op de spoedeisende hulpafdelingen worden ingezet. Daarnaast hebben veel afdelingen voor spoedeisende hulpverlening geen goede voorzieningen, terwijl het aantal bezoekers alleen maar toeneemt. Aldus de inspectie in een rapport, opgesteld na al eerder uitgevoerde controles. Dit vindt de inspectie niet aanvaardbaar. De inspectie vindt dat op de spoedeisende hulpafdeling zeven dagen per week, 24 uur per dag, een arts aanwezig moet zijn met tenminste twee jaar ziekenhuiservaring. Vrijwel geen enkel ziekenhuis voldoet nu aan deze eis.
De inspectie pleit dan ook voor erkenning van het specialisme van spoedeisende hulparts. En daarmee zijn we het van harte eens! Sterker nog: we hebben er al eens voor gepleit, maar meer in de richting van een dokter met speciale aandacht voor acute hartproblemen. De indruk bestaat namelijk dat hartproblemen nog al eens verkeerd worden ingeschat. Of dat mensen het leven kost is niet te kwantificeren, maar wel dat onnodige (hart)schade wordt aangericht.
In enkele ziekenhuizen is de zorg voor hartpatiënten in acute nood goed geregeld, daar wordt gewerkt met een breed opgeleide ÔpoortartsÕ (dus gŽŽn portier!), die álle patiënten zélf ziet en ze onmiddellijk verdeelt over de specialismen waar zij thuis horen. Hij is de eerste opvang, hij staat aan de poort, weet de ernst van hartklachten op hun merites te beschouwen en laat zó geen kostbare tijd verstrijken. U en ik weten dat de kansen op herstel het grootst zijn, wanneer binnen ‘het gouden uur’ wordt ingegrepen. Met een adequate schifting aan de poort is dat mogelijk. Een speciale EHBO voor hartproblemen zou natuurlijk prachtig zijn. Maar een deskundige poortarts in elk ziekenhuis is al een forse stap in de goede richting.