Worden hartpatiënten echt verkeerd behandeld?
Medische onderwerpen scoren goed in de internationale nieuwsmedia. Kranten en televisierubrieken, radioprogramma’s incluis, gaan prat op medische thema’s. Ze staan immers garant voor een hoge attentiewaarde. Ook de NRC brengt, als het even kan, medisch nieuws prominent. Dat gebeurde onlangs ook met een onderwerp over hartpatiënten. De NRC opende woensdag 29 oktober met de kop ‘Hartpatiënten vaak verkeerd behandeld’. Volgens de krant voldoet de behandeling van hartpatiënten in Nederland niet aan de Europese richtlijnen. ‘Daardoor overlijden meer patiënten dan nodig.’
De krant baseert zich op de uitkomsten van een ‘grootschalig onderzoek’ van de Europese vereniging van cardiologen, in samenwerking met de Nederlandse Hartstichting in Den Haag. ‘In het onderzoek’, verklaart de NRC, ‘werd de toepassing van Europese richtlijnen voor het behandelen van hart- en vaatziekten geregistreerd in ziekenhuizen in Nederland en andere Europese landen. De richtlijnen zijn wetenschappelijk onderbouwd en door de beroepsgroep zelf opgesteld.’ Maar van die onderbouwing blijkt helaas maar bitter weinig. Het artikel is mager voorzien van feitenmateriaal en bevat veel niet nader verklaarde aannames. Zoals: ‘Bij patiënten met slagaderverkalking’, stelt de krant, ‘dienen bijvoorbeeld drie soorten medicijnen (een cholesterolverlager, een vaatverwijdend middel en aspirine) te worden gegeven. In de praktijk van Nederlandse ziekenhuizen blijkt dat de eerste twee aan slechts de helft tot tweederde van de patiënten worden toegediend.’ En: ‘Bij ziekenhuisopname na hartinfarcten wordt slechts elf procent van de patiënten gedotterd, terwijl dit aantoonbaar de beste resultaten geeft.’
Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat veel van deze als feiten gepresenteerde gegevens rammelen. Bovendien weiger ik te geloven dat de medische zorg voor hartpatiënten in Nederland slecht, dan wel onder de maat is. Natuurlijk, er overlijden patiënten ten gevolge van fouten of te lange wachtlijsten, maar dat de gehele patiëntengroep in de ziekenhuizen een zwakke tot matige medische behandeling krijgt is volstrekte onzin.
De Nederlandse Hartstichting, die het Nederlandse deel van dit onderzoek heeft gefinancierd, is ook niet echt tevreden met de wijze waarop de gegevens worden gebracht. ‘Dit artikel behoeft enige nuancering’, stelt de Hartstichting. ‘De veronderstellingen dat meer hartpatiënten overlijden dan nodig en dat dotteren te allen tijde de beste resultaten geeft bij een hartinfarct zijn feitelijk onjuist. Ze zijn niet in dit onderzoek behandeld. Daarnaast zijn de Europese richtlijnen, waar in het artikel over wordt gesproken, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek met een zeer zuivere patiëntengroep. Dergelijke patiënten hebben weinig tot geen andere ziektes. De patiënten worden dus streng geselecteerd op een bepaalde aandoening, om een zo goed mogelijke richtlijn voor die aandoening te kunnen formuleren. In de gewone, dagelijkse praktijk hebben patiënten nogal eens meerdere aandoeningen. Bij het voorschrijven van geneesmiddelen moet hier rekening mee gehouden worden. Dit leidt ertoe dat niet alle patiënten altijd volgens de richtlijnen behandeld kunnen worden. Een patiënt wil bijvoorbeeld niet meewerken aan een bepaalde behandeling of heeft aanvullende klachten, waardoor de behandelende cardioloog van de richtlijn dient af te wijken. De richtlijnen dienen dus als uitgangspunt. De veronderstelling dat patiënten dus verkeerd behandeld worden, omdat de behandeling niet aan de Europese richtlijnen voldoet, is erg ongenuanceerd en onjuist. Een conclusie waar wij het van harte mee eens zijn.