Hartengroeve

De kerk van de paters Kapucijnen aan de Neuer Markt in Wenen is van zichzelf nou niet echt wat je een monument noemt. De paters Kapucijnen zweren bij armoede, dragen een ruig en simpel habijt, en steken hun blote voeten in sandalen. Zo is de kerk ook: een kerk op blote voeten, metselwerk als een

harig kleed. Toch bevinden zich sinds 1622 in de cryptes van deze Weense kerk de graftombes van de leden van het Habsburgse keizershuis. Sommige sarcofagen getuigen van een hoge eenvoud, de meeste zijn rijk versierd met sculpturen en ornamenten. Boven de toegangsdeur kan de bezoeker een opschrift lezen: 'Sic transit gloria mundi', zo vergaat 's werelds roem. Van de meer dan honderd graftombes is die van keizerin Elisabeth, bijgenaamd Sissi, ongetwijfeld de populairste. Ze rust ter linkerzijde van haar echtgenoot Frans-Joseph.



De roem van de Habsburgers is inderdaad reeds lang tot stof teruggekeerd, en daarmee zijn ook de rituelen verdwenen die hen in vroeger eeuwen begeleid hebben op weg naar hun laatste rustplaats, in afwachting van de jongste dag. Keizerlijke en koninklijke begrafenissen worden traditioneel vergezeld door protocollen en soms eeuwenoude tradities, maar een uniek onderdeel van de bijzetting in de 'Kaisergruft' van een Habsburger is wel wat we de 'aanmelding' mogen noemen. Nadat de lange rouwstoet door de donkere straten van Wenen was getrokken - de bijzetting vond 's avonds plaats - en bij de paterskerk was aangekomen, werd de sarcofaag in de kerk nog eenmaal gezegend en vervolgens door de Kapucijnen bij het licht van fakkels naar de crypte gebracht. Aangekomen bij de toegangsdeur, klopte een pater aan, waarna uit de grafkelder een stem klonk:"Wie wil hier toegelaten worden?" Waarop de pater de naam van de overledene sprak, en er vanuit de crypte geantwoord werd:"Die kennen wij niet." Pas de derde keer zei de pater Kapucijn dat het "een arme zondaar" was die hier wilde worden toegelaten, en pas daarna werd de deur geopend.



Het was eveneens traditie om het stoffelijk overschot van de Habsburgers

te balsemen, wat gebruikelijk was bij veel vorstenhuizen in Europa.

Bijzonder is echter dat vanaf de zeventiende eeuw tijdens de balseming

zowel het hart als de andere ingewanden apart bewaard werden in urnen.

De ingewanden werden ondergebracht in koperen urnen, het hart in zilveren.

De urn met de ingewanden werd bijgezet in de domkerk van Sint-Stefanus, de urn met het hart werd geschonken aan de Hofkerk van de Augustijnen en daar in de Hartengroeve geplaatst. Net als de Kapucijnenkerk met zijn Keizersgroeve heeft ook deze Augustijnenkerk met zijn Hartengroeve een informatieve website. Over de Hartengroeve komen we daar te weten dat er momenteel zesentachtig urnen bewaard worden. De meeste daarvan zijn niet meer de originele zilveren urnen; die werden in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers geconfisqueerd. Daarnaast bepaalden sommige Habsburgers bij testament dat hun hart elders bewaard moest worden; bijvoorbeeld samen met de 'intestina' in de Stefanus-dom, in de Kaisergruft zelf, of op een andere plaats. Op de website van de 'Herzgrube' lezen we dat de verdeling van het vorstelijk stoffelijk overschot over drie kerken, ook werd ingegeven door motieven van wereldse aard: de kerken stegen daardoor in aanzien, en trokken meer bezoekers.



Ferdinand II was de eerste Habsburger die zijn hart in de kerk van de Augustijnen liet onderbrengen. Daar immers was een zogenaamde Loreto-kapel, gebouwd volgens de exacte afmetingen van het huisje van de moedermaagd Maria in Loreto. Dit huisje, zo zegt de roomse overlevering, werd door engelen overgebracht vanuit Palestina naar Italiƫ. Ferdinand II was een fervent aanhanger van de Maria-cultus en de Loreto-traditie in het bijzonder. Reden waarom zijn hart 'aan de voeten' van het Maria-beeld in d