Hartstichting brengt het boekje over hartfalen uit

Hartfalen betekent dat het hart niet meer genoeg kan pompen. Daardoor bereiken voedingsstoffen en zuurstof het lichaam slecht. Ook worden afvalstoffen en overtollig vocht dan niet goed afgevoerd. Dat leidt tot vermoeidheid, vocht op de longen, kortademigheid, slechte eetlust en gezwollen benen. De Nederlandse Hartstichting heeft hierover een prettig leesbaar en informatief boekje laten schrijven: De meest gestelde vragen over Hartfalen. Het boekje is geschreven door een keur aan cardiologen, aangevuld met een psycholoog en twee verpleegkundigen.

Hartfalen is een typisch slijtageverschijnsel. Naar schatting heeft een procent van de mensen in de leeftijdsgroep van 55 tot 64 jaar last van hartfalen, en drie procent in de leeftijdsgroep van 65 tot 74 jaar. In de groep van 75 tot 84 jaar bedraagt het percentage zeven, en meer dan tien procent van de mensen boven de 84 jaar hebben er last van. Onder de 55 jaar komt hartfalen met name voor bij mensen met een geboren hartafwijking.

Hartfalen komt twee maal zo vaak voor bij mannen als bij vrouwen. Er zijn twee soorten hartfalen, en bij elk van deze soorten is de behandeling anders. Bij de meeste patiënten is er te weinig pompkracht van het hart. Bij een minderheid kan de hartspier zich niet goed ontspannen, blijft als het ware te stijf. Dan blijft de inhoud van de hartkamers te klein om met nieuw bloed te vullen en wordt er minder uitgepompt. In beide gevallen zijn de symptomen hetzelfde. Hartfalen is niet erfelijk. Hartfalen kan aangeboren zijn, of ontstaan uit een hartinfarct, een bypassoperatie of een ontsteking aan de hartspier. Het

voornaamste gevolg van hartfalen is dat de patiënt minder inspanningen kan verrichten, eerder moe of buiten adem is. Verder hoopt zich steeds meer vocht op. Vaak schrijft de arts dan een plasmiddel voor, waardoor de nier gedwongen wordt om meer vocht via de urine af te voeren. Dat geeft meestal verlichting.



Het boekje geeft ook advies en informatie over voeding en medicijnen. Het is niet verstandig daarvan in dit verband wat voorbeelden te noemen, omdat ze dan wellicht uit hun verband gerukt zouden kunnen worden of verkeerd geïnterpreteerd. In elk geval moge duidelijk zijn, dat stoppen met roken een eerste vereiste is. Nu en dan eens een smokertje opsteken, werkt voor de meeste mensen niet. Het is of-of. Niet meer roken verhoogt het weerstandsvermogen van het lichaam aanzienlijk.

Vrijen kan geen kwaad. Als u gemakkelijk twee trappen op kunt lopen, kunt u ,,met een gerust hart" vrijen, althans volgens de samenstellers van het boekje. Het boekje bespreekt ook allerlei vragen die hartpatiënten op vrijersvoeten stellen.



Patiënten met hartfalen krijgen volgens de schrijver van het boekje vaak last van benauwdheid. De angst om aan hartfalen te overlijden is volgens schrijvers reëel, die kans is nu eenmaal groot. Dat vooruitzicht levert natuurlijk angst op. Daarom is het heel belangrijk dat patiënten met hartfalen er zoveel mogelijk over kunnen praten, met partner, familie of huisarts. Ook de angst invalide te worden, is reëel. Het gaat er vervolgens om, hoe daarmee om te gaan: in de beperking toont zich de meester!

Een veel gestelde vraag is of hartfalen pijn doet. Nee, is het antwoord. Als u pijn hebt, komt dat meestal ergens anders vandaan. Wel kan de patiënt na het gebruik van plasmiddelen spierkrampen in de benen krijgen.



De kans op een dodelijk hartinfarct is groot bij patiënten met een hartfalen. Daar winden de schrijvers van het boekje geen doekjes om. ,,Als u hartfalen hebt, is dat uw meest waarschijnlijke doodsoorzaak", staat in het boekje op pagina 71. Gelukkig gaat zo'n hartinfarct of een fatale hartstilstand zo snel, dat de patiënt er weinig van merkt. Daarom valt de pijn in zo'n situatie wel mee. Alleen raden de schrijvers van het boekje me