Eponiemen

We spreken nog steeds van 'sisyfusarbeid'. Door Van Dale wordt die omschreven als 'zware en nutteloze arbeid zonder einde'. Het woord is een eponiem, een zelfstandig naamwoord afgeleid van een eigennaam. Sisyfus was werkzaam in de onderwereld met het slechtst denkbare arbeidscontract. Laten we Odysseus aan het woord bij monde van zijn schepper Homeros: "En ik zag de bitter lijdende Sisyfus, die met beide handen een monsterlijk grote steen voortduwde. Hij duwde de steen omhoog langs de helling van een heuvel. Maar zodra hij meende dat hij de steen op de vlakte van de top kon tillen, werd de steen door een almachtige kracht teruggedraaid, en rolde daardoor opnieuw naar beneden." Er is nog een ander Sisyfus-eponiem. Het staat niet in de gewone woordenboeken, maar wel in gespecialiseerde eponiemenboeken, en dus ook in 'Medicine, Literature & Eponyms' (1989) van de artsen Alvin E. Rodin en Jack D. Key: de sisyfusreactie. Deze komt voor bij mensen die 'met grote toewijding zware arbeid verrichten zonder daaraan een gevoel van tevredenheid aan te ontlenen of het idee dat ze iets bereikt hebben.' Zulke individuen, schrijven Rodin en Key, hebben een verhoogde kans op een onmiddellijke hartstilstand. Dat dan is de sisyfusreactie.

Het is een bekend beeld, dat van Sisyfus en zijn steen, en misschien zouden we voor deze gelegenheid de steen mogen vervangen door het beeld van het hart. Altijd is het in beweging, nooit komt het tot rust boven op de top die we al werkend zo graag zouden bereiken. Komt het al tot stilstand, dan is het altijd te laat. Mensen die een verhoogde kans op deze reactie hebben, zijn in zo verre uitzonderlijk dat het gemis aan arbeidsvreugde in henzelf gelegen is terwijl zij hard werken in feite niet onaangenaam vinden. Rodin en Key stellen dan ook dat zij een speciale variant vormen op het zogenaamde Type A-individu, dat we kortweg kunnen omschrijven als de 'workaholic', de onstuitbare werker die zijn onstuitbaarheid als prettig ervaart. Wordt er in geen enkel literair boek hard genoeg gewerkt? We kennen het oblomovsyndroom, zo genoemd naar de romanheld van Ivan A. Gontcharov. Dit syndroom wordt gekenmerkt door volslagen lusteloosheid en depressies. Oblomov ligt in bed, en is niet van zins daar uit te komen. Hij had het ikoon kunnen worden van de perfecte levensgenieter, de koning van de luilakken, ware het niet dat zijn ziekte een diep gewortelde drang tot zelfvernietiging in zich draagt.



Zo zullen er in de wereldliteratuur ook wel harde werkers rondzwerven, maar hun naam hebben zij tot nu toe niet geleend aan de levensstijl die door medici nu wat droogjes 'Type A' genoemd wordt. Over Type A heeft de arts Cecil Helman een mooi essay geschreven dat ook de titel werd van de bundel: 'De tijd van het hart' (1991). In al de opgenomen essays filosofeert Helman over het verband tussen ons moderne leven, met name in tijden van ziekte en tegenspoed, en oeroude mythes en gegevens. Frankenstein, weerwolven, en de Medusa zijn hier even belangrijk als transplantaties, hormonale veranderingen, en psychiatrische ziektebeelden. Er bestaat - uiteraard - ook een Type B-gedragspatroon. Het vindt rust vanzelfsprekend, is sociaal vaardig in familie- en vriendenkring, en laat zich niet gek maken door 24-uurseconomie en poldermodel. Type A is daaraan tegengesteld, de workaholic, de man die op zondag het vlees aansnijdt. Je ziet zijn infarct bij wijze van spreken al van verre aankomen. Hij heeft een verhoogde kans op 'de ziekte van de kransslagader'. Helman weet uiteraard ook dat het gedrag van Type A niet per definitie tot bypasses hoeft te leiden. Dat is het verraderlijke, want Type A weet dat zelf ook. Het is vooralsnog een raadsel waarom het ene hart wel, het andere niet bestand is tegen de voortdurende aanslagen van Type A. Daarvan afgezien schetst Helman een helder beeld van de ultieme drijfveer achter Type-A-gedrag: de tijd. Tijd en Typ