Open grenzen voor medische zorg

Het Europese Hof van Justitie vindt dat medische hulpzoekenden voor een behandeling over de grens niet langer de uitdrukkelijke toestemming nodig hebben van hun verzekeringsmaatschappij.

Woorden van deze strekking vielen onlangs te lezen in verschillende Nederlandse dagbladen. De een schreef het wat scherper dan de ander, maar de inhoud kwam nagenoeg overeen en is van buitengewoon belang voor de positie van mensen die in medische nood verkeren en in eigen land niet, niet tijdig of niet de juiste geneeskundige hulp kunnen krijgen.

Als bestuur van de Stichting Nederlandse Hartpatiënten zijn wij dan ook buitengewoon content met deze nieuwe ontwikkeling, die wij in de afgelopen jaren diverse malen via de Nederlandse kort geding-rechter hebben nagestreefd. Onze stichting voerde in een steeds hogere frequentie juridische procedures ten behoeve van (uitsluitend) hartpatiënten die in Nederland niet of niet op tijd konden worden geholpen. De recente uitspraak van het Europese Hof gaat verder en omvat in beginsel meer groepen patiënten. De Europese rechter sprak zich expliciet uit in een kwestie inzake een brildrager die zijn in het buitenland aangeschafte speciale bril niet vergoed kreeg van zijn eigen verzekeraar. Ook werd een oordeel gegeven over een jonge vrouw, dochter van een tandarts, die in een ander land een gebitsregulerende behandeling had willen ondergaan. En ook in dit specifieke geval weigerder de (Luxemburgse) verzekeringsmaatschappij de kosten daarvan te vergoeden. Formeel zegt het Europese Hof van Justitie, aldus critici, op dit moment niet veel meer dan dat om medische redenen gekochte brillen voortaan door de nationale verzekeraars moeten worden vergoed, ook als zij in een ander land zijn aangeschaft. En, dat gebitsregulerende behandelingen in het vervolg onder hetzelfde vergoedingenregime vallen.



Maar het is, ons inziens, nog slechts een kwestie van tijd voordat het vrije medische verkeer binnen Europa voor iedereen - voor alle soorten patiënten en alle typen gebruikers van medische hulpmiddelen - zal gelden. Dat is een goede ontwikkeling. Jarenlang hebben wij als hartpatiëntenorganisatie via de rechter tegen de onneembare vestingen van soms onwillige hartchirurgische teams en verzekeringsmaatschappijen moeten aanbeuken. Diverse keren met gunstig resultaat: er volgde dan een gerechtelijke uitspraak die bijvoorbeeld inhield dat de magistraat van mening was dat een bepaalde patiënt toch een second opinion en/of een behandeling in een buitenlandse hartcentrum moest krijgen. En ook: dat de Nederlandse verzekeraar, zonder gemor, de hieraan verbonden kosten moest betalen. Knarsetanden werd dan zo'n gerechtelijke uitspraak opgevolgd. Vervolgens werd dan geroepen dat deze ene uitspraak 'geen gevolgen had voor het toekomstige vergoedingenbeleid'. De verzekeraars bleven zich halsstarrig opstellen en weigerden de lijn te ontdekken in de reeks voor hen ongunstige vonnissen. Zij zeiden zich slechts 'aan de wet' te houden.

Achteraf bezien hebben zij slechts tijdwinst geboekt en daarmee geld uitgespaard.



Maar wél ten koste van patiënten, zoals een Amsterdamse hartpatiënte, die recent overleed nadat een behandeling in het hartcentrum van Antwerpen voor haar te laat kwam. Ook hier had de verzekeraar dwars gelegen om een eventuele behandeling te vergoeden. De rechter had de verzekeraar daartoe gemaand, maar de uitspraak kwam te laat om het leven van de patiënt te redden. Op het gebied van de zorg voor hartpatiënten heeft de Stichting Nederlandse Hartpatiënten de eerste barstjes aangebracht in de schier onneembare vestingen van verzekeraars en Nederlandse wetgevers. De Europese rechter heeft nu met een flinke mokerslag van de barstjes scheuren gemaakt, die weldra de vestingmuren van wetgevers en verzekeraars zal doen verbrokkelen. Het is nog slechts een kwestie van tijd.