Zelfmanagement
Zelfmanagement is een onderwerp dat toenemend in de belangstelling staat. Een aantal ontwikkelingen binnen en buiten de gezondheidszorg kunnen worden beschouwd als aanleidingen voor de opkomst van zelfmanagement. Hieronder volgen enige overwegingen over het onderwerp zelfmanagement, maar er volgen ook een aantal vragen….
Zelfmanagement wordt onderscheiden van disease-management en disability-management, maar deze vallen buiten dit tekststukje.
De laatste decennia is er in onze Westerse cultuur meer nadruk komen te liggen op individualiteit en autonomie. Mensen streven naar zelfontplooiing en de vrijheid om hun leven te leiden conform persoonlijke principes en overtuigingen. De moderne mens beschikt zelf over zijn leven en maakt zijn eigen keuzes. Dat blijft zo als in dat leven zich een (chronische) aandoening voordoet. De chronisch ziek geworden mens staat als persoon voor de opgave opnieuw vorm te geven aan dit streven in een leven dat fundamenteel is veranderd. Een gevaar bestaat dat de persoonlijke wensen voor een goed leven ondergeschikt raken aan de eisen die de ziekte stelt en de professionele inzichten en adviezen van zorgverleners hoe het beste met de aandoening kan worden omgegaan. Het steeds weer hervinden van de balans en het leven weer in eigen regie nemen is een continue en dynamisch proces.
Naar verwachting stijgt het aantal mensen met een chronische aandoening in 2015 naar 3,5 miljoen. De procentuele toename van bijvoorbeeld coronaire hartziekten en hartfalen vanaf 2003 gekeken tot 2025 wordt geschat op respectievelijk 43% en 47%!
Het initiatief tot en verantwoordelijkheid voor een behandeling ligt nu nog heel vaak bij de zorgverlener. Hij stelt de diagnose en bepaalt vervolgens de therapie. Om ook in de toekomst hoogwaardige zorg aan de vele chronische zieken te kunnen bieden, zal deze werkwijze moeten veranderen. Uiteindelijk moet het een samenspel tussen een kundige zorgverlener en een goed geïnformeerde, actieve zorgvrager/cliënt worden. In deze situatie draagt laatstgenoemde zelf de verantwoordelijkheid voor zijn behandeling. Zo bepaalt hij wanneer welke acties worden uitgevoerd. Natuurlijk moet een zorgvrager wel weten hoe hij zijn ziekte op een verantwoorde wijze kan managen. De professional speelt hierin een cruciale rol door het geven van voorlichting en ondersteuning. Kortom: de cliënt staat er niet alleen voor. Blijft de vraag hoe we dat dan moeten organiserena!
Dit heeft namelijk grote consequenties voor de organisatie van de zorg rond mensen met een chronische aandoening. We worden allemaal ouder; onze levensverwachting stijgt gestaag door. Het aantal “gezonde” jaren neemt niet zo spectaculair toe. We moeten/kunnen vaak een toenemend aantal jaren met een chronische aandoening leven en leren omgaan. Wat doet een chronische aandoening met onze zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfbeschikking?
De organisatie van de zorg is nu vaak nog gebaseerd op een scheiding tussen zorgverlener en zorgvrager. De zorgverlener heeft een bepaald zorgaanbod, waaruit de zorgvrager moet “kiezen” .Als we de rollen gaan omdraaien, de zorgvrager “vraagt” wat hij wil en op grond van overleg en gezamenlijke besluitvorming kan dan dezorgvraag en aanbod inderdaad veel beter op elkaar afgestemd worden?
Dit principe is niet voor iedereen mogelijk: iemand in coma, iemand met een dementie of een ernstige afasie “vraagt” niet zelf en zal dus geholpen moeten worden door een ander. Idealiter is dat een partner of iemand die de wensen en behoeften van de zorgvrager kent en weet te verwoorden.
Deze wijze van kijken naar de veranderende relatie tussen zorgvrager en zorgverlener heeft ook consequenties voor de hiërarchische verhouding tussen beiden. De zorgverlener “weet” alles op grond van studie, ervaring en wetenschappelijk onderzoek en de zorgvrager kreeg te horen, wat hem te doen stond of wat de zorgverlener ging doen. Zijn wensen, behoeften, verleden, persoonlijke trekken en identiteit passen niet zo goed in het statistisch onderzoek.Hoe krijg je deze twee uitersten dichter bij elkaar?
Voordat deze verhouding veranderd is, zullen beide partijen beter moeten leren omgaan met elkaar. Mondigheid alleen van de zorgvrager volstaat niet, maar ondersteuning bij deze nieuwe rol is belangrijk. De rol van patiëntenverenigingen, zoals uw eigen “Hartpatiënten Nederland”, en de overkoepelende NPCF kan daarbij niet voldoende benadrukt worden!
Zelfmanagement wordt ook wel eens negatief uitgedrukt als een bezuinigingsmaatregel: Als de zorgvrager veel meer verantwoordelijk wordt voor zijn gezondheid en veel meer zelf moet managen, kun je wellicht ook minder zorgvragen gaan verwachten….
Wanneer volstaat zelfmanagement en wanneer is toch (dure) gezondheidszorg nodig? Is zelfmanagement alleen toepasbaar in de thuissituatie met eerstelijnszorg en welke rol speelt preventieve zorg daar dan bij?
Binnen zelfmanagement praten we ook niet meer over patiënten maar over zorgvragers en cliënten. Is de zorg inderdaad zo te veranderen dat we straks net zo met de “witte jassen wereld” omgaan, als dat bijvoorbeeld in winkels kan voor de dagelijkse boodschappen?
Is marktwerking wel het meest geschikte systeem voor gezondheidszorg en wat is dan beter? Heeft het woord dienstverlening in de zorg wel dezelfde betekenis als in de winkel?
In de winkel bestaat allang zelfbediening en hoe ziet dat in de zorg uit?
In ieder geval zal duidelijk zijn, dat de laatste woorden over zelfmanagement nog lang niet gesproken zijn en dat onze zorg, mede door dit principe behoorlijk zou kunnen veranderen.
Het is dus niet mogelijk om hier in een kort artikeltje heel uitgebreid in te gaan op dit veel besproken en complexe onderwerp. Ik ben dus ook bang, dat ik alleen maar vragen heb gesteld en geen vraag heb beantwoord….
SEO by AceSEF
